Zuidwolde
 
Helderblauwe lucht. Bij het ontbijt ben ik de eerste. Het ontbijt in Hotel De Woudzoom is een doe-het-zelf aangelegenheid. Dit betekent bijvoorbeeld dat je voor elk kopje thee overeind moet om water te tappen en daar hang je dan je theezakje in. Wat een armoe. Ongezelliger kan het niet. Er komt een jongeman bij zitten. Keurig in het pak. Geen vakantieganger zo te zien. We kijken door de vitrages naar een rij Mercedessen en BMW's die naast het hotel geparkeerd staat. Om half negen kan ik weg.

De A28 over, het bos in en dan het fietspad naar Kraloo door het Holtveen. Een aardig traject met mooie vergezichten over heide- en waterpartijen. Tai Ji aan de rand van het heideveld. Af en toe passeert er een fietser. Verder niemand.
Restaurant Het Olde Posthuus is nog niet open als ik in Anholt aankom. Op het terras wacht ik de openingstijd.
Als een wandelaar niets te doen heeft als hij ergens zit, dan haalt hij zijn kaart tevoorschijn en daar kan hij dan uren naar kijken. Je hebt zoveel mogelijkheden om je weg te kiezen. Elk alternatief heeft z'n voor en z'n tegens. De ideale route hangt af van je conditie, de weersgesteldheid, de inhoud van je knapzak, behoefte aan praten, om er maar enkele te noemen. Heeft het net geplensd, dan kun je zandpaden beter mijden. Waait er een gure oostenwind, dan zoek je een pad ten westen van een bosrand. Heb je geen eten of drinken meer, dan zoek je een weg die naar een dorp leidt. Ben je moe, dan hou je de weg kort en vlak. Wat je eigenlijk doet is: aangename prikkels opzoeken en onaangename uit de weg gaan. Heel elementair. Zo bekeken zijn verplichte wandelroutes als het Pieterpad niet ideaal, tenzij je bereid bent elk moment aan het keurslijf van de roodwitte markering te ontsnappen. Natuurlijker is het, als ieder zijn eigen weg kiest - 'zijns weegs gaat' zeg maar. Laat ieder de weg kiezen die bij hem past.

Overigens is het niet verwonderlijk dat lange-afstands-paden als het Pieterpad zo razend populair zijn. Mensen durven niet zo goed hun eigen weg te gaan. Dat is veel te onzeker. Ze zoeken onderweg houvast. En de boekjes bij de lange-afstands-paden geven die houvast. De markeringen houden je op platgetreden paden. In het boekje lees je waar je kunt eten en drinken of waar je kunt slapen (verreweg de meeste wandelaars reserveren van te voren logies) of waar je de dichtstbijzijnde bushalte kunt vinden. De boekjes geven ook informatie over de streek waar je doorloopt en dat maakt je enigszins vertrouwd met de omgeving. Bovendien: je ontmoet andere wandelaars die precies dezelfde route volgen. Je bent dus niet alleen. Om al deze redenen laten mensen zich graag de weg voorschrijven.
 
 
 
 
 
 
Hospitium
Hospitium betekent herberg. Van het Latijnse hospitale (verblijven) zijn woorden als hospitaal, hospita en hotel afgeleid. Hospita (gastvrouw) is ook een Latijns woord.
Het terras zit vol als de deur van het Olde Posthuus om elf uur opengaat. De plek is uitnodigend. Voor de eerste keer tijdens de wandeling drink ik koffie rond koffietijd. Waarvan akte.
Ik sprak later een goede bekende die hier van een oude boer had gehoord dat Anholt oorspronkelijk 'aanhouden' zou betekenen. Dat wil zeggen: op die plek kon je de postkoets aanhouden. Klinkt heel aannemelijk - een soort bushalte dus. Maar ik heb het opgezocht. Anholt betekent hier 'veilig onderdak' of 'rustige verblijfplaats'. Al in 1300 konden reizigers hier terecht. Hun eerste gastheer was Reijne Wardinc, tevens de oudst bekende herbergier in Drenthe. De Anholt werd oorspronkelijk opgezet als hospitium - een logeergelegenheid voor ambtenaren die op inspectiereis waren langs de bisschoppelijke bezittingen in Drenthe. Pas later werd De Anholt een posthuis, een halteplaats voor de postkoets.
Vanuit Beilen zou Hoogeveen mijn bestemming zijn geweest, maar met Spier als uitgangspunt kies ik voor Zuidwolde en besluit Hoogeveen links te laten liggen.
Echten ligt aan de spoorlijn Meppel-Hoogeveen, maar de trein stopt er alleen als je aan de noodrem trekt. Mijn huidige baas - eigenlijk ben ik nu met vakantie, pas op 1 juni volgt ontslag - heeft een knapzakroute rond Echten uitgezet. Het bijbehorende boekje lijkt me nuttige lectuur voor bij de lunch. Maar helaas, bij het restaurant waar ik mijn oog op heb laten vallen, kennen ze het boekje niet en zo eet ik mijn broodje kroket zonder enig historisch besef. Inmiddels weet ik dat Echten voor het eerst in de archieven opduikt in 1181 en dat er een havezate staat die in handen was van de familie Van Echten. Jonkheer Roelof van Echten (1592-1643) was een voortvarend man. Hij beijverde zich voor de ontginning van de veengronden (turfwinning) en werd daarmee de stichter van de plaats Hoogeveen.
Op het terras krijgen een vader en moeder het met elkaar aan de stok. De vrouw wil even een fotootje maken. Man:
- Dat moet je zo niet doen. Je moet daar gaan staan. Kijk zo...
En hij staat op om haar het toestel uit handen te nemen. Vrouw:
- Ik wil gewoon even een fotootje maken. Jij maakt er gelijk weer zo'n punt van. Zo mooi hoeft het toch niet. Gewoon even een kiekje van de kinderen...
Met voor de rest van de dag een gestoorde relatie. Samenleven is moeilijk. Vooral als je elkaar niet ligt. Ik stap op en ontdek verderop nog een restaurant. Drie restaurants tel ik in Echten en ze zijn alle drie open! Opmerkelijk voor zo'n klein dorp.


The mass of men lead lives of quiet desperation.
- Walden
Thoreau

Twee paarden in een weiland. De omheining reikt niet verder dan hun knieën. Ze zouden er gemakkelijk over kunnen springen, maar doen het niet. Mensen in de sleur van het dagelijks bestaan. Ook zij kunnen heel eenvoudig ontsnappen, en doen het evenmin. 'De meeste mensen leiden een leven van stille wanhoop', schreef Thoreaux. Maar ze doen het zichzelf aan. Ze leggen zichzelf onnodig veel beperkingen op. En zelfs in hun vrije tijd laten mensen zich nog de wet voorschrijven: ze kopen een wandelboekje en volgen platgetreden paden of boeken een 'geheel verzorgde reis'.
De VVV in Zuidwolde krijgt een ruime voldoende. De jongedame heeft een lijstje logies & ontbijt adressen bij de hand en weet er alles van. Ze vraagt belangstellend waar ik vandaan kom (Groningen) en naar toe denk te gaan (Maastricht), ziet er leuk uit, maakt enkele lovende opmerkingen en wenst me tenslotte een prettige vakantie toe. Prima ontvangst. Weet je wat? Bij nader inzien maak ik er een acht van.
Het wordt een kamer in een opgeknapt boerderijtje aan de hoofdweg midden in het dorp. De familie heeft een taxibedrijfje. Bij een kopje koffie vertelt mevrouw De Vries dat ze kamers verhuurt voor de gezelligheid.
- Mensen vragen wel eens of het niet onveilig is, al die mensen over de vloer. Maar ik zeg altijd: als je tien minuten met elkaar praat dan weet je al wat je aan elkaar hebt. In al die jaren ben ik ook nog nooit iets kwijtgeraakt. Ja, één keer belde er iemand op om te zeggen dat haar dochtertje per ongeluk een handdoek mee naar huis had genomen. Ik had het zelf nog niet een gemerkt...
Terwijl ik onder de douche sta komt iemand uit het dorp met twee Duitse werklieden aanzetten. Of die hier vannacht ook kunnen slapen. Dat kan.

Bij Blokker koop ik een plastic beker met schroefdop voor een tientje. Ook bij Blokker hoef je dan maar f 9,95 te betalen zodat je van je tientje nog een volle stuiver terugkrijgt! In de beker kan ik drinken voor onderweg meenemen. Lijkt me handig. Zo ben je niet alleen op blikjes aangewezen. De volgende dag vul ik hem met water, draai de dop er stevig op en wring hem in een van de twee zijvakken van mijn rugzak. In de loop van de ochtend ontdek ik dat die kant van de rugzak kletsnat is geworden. Het tasje met mijn papieren is gelukkig aan de wateroverlast ontsnapt. De beker lekt en verdwijnt zonder pardon in de eerstvolgende afvalbak. Einde experiment.
Ik wijs iemand de weg naar Kerkenveld en loop zelf naar de Chinees ter plaatse. Een groepje van vier mensen zie ik bidden voor de maaltijd. Heel gewoon natuurlijk, maar in een Chinees restaurant heb ik het nooit eerder gezien.
Een avondwandeling door het dorp. De eerste melding van Zuidwolde dateert uit 1275. Het dorp heet dan Suthwalda - ten zuiden van het woud. Maar de grafheuvels hier in de omgeving getuigen van een veel oudere nederzetting. Eens woonden hier mensen die een primitieve vorm van landbouw bedreven. Ze woonden in hutten van palen en vlechtwerk, dichtgesmeerd met leem. Hun doden bedroeven ze in koepelgraven, een soort grafkelders waarin meerdere personen konden worden bijgezet. Later gingen ze over op cremeren. De as kwam in urnen en door deze ruimtebesparing werden de grafheuvels steeds kleiner. De grafheuvels lagen bij nederzettingen of langs de toenmalige verbindingswegen. Hier in Zuid-Drenthe heten ze bargies. In Zuidwolde liggen ze bijvoorbeeld op de Ekelenberg. Men dacht vroeger dat het er spookte. Vandaar de naam: Ekelenberg betekent: akelige berg.
Raar eigenlijk dat we als levensteken van oude culturen vaak alleen nog maar graven hebben.
  Ik drink nog wat op een terras, lees de krant, schrijf twee ansichten met bestemming Groningen en kijk naar een feestelijke optocht die met het oog op de aanstaande bevrijding door het dorp trekt. De Duitse werklieden zitten ook op het terras - beide achter een grote pul bier. Ze bekijken het feestgedruis met gemengde gevoelens en houden het al vroeg op de avond voor gezien.