Herman Post. Te voet naar Rome - in het spoor van Bertus Aafjes, Conserve, 1991.

Zuidlaren

- Hoe kom ik daar? vroeg Doortje.
- Je zult moeten lopen. Het is een lange reis, door een streek die soms aangenaam is, maar ook wel eens donker en angstaanjagend. Ik zal echter al mijn toverkunsten aanwenden om te zorgen dat je niets overkomt.
- Kunt u niet met me meegaan? smeekte het meisje, dat het oude vrouwtje als haar enige vriendin was gaan beschouwen.
- Nee, dat kan ik niet doen, antwoordde ze, maar ik zal je mijn kus geven en geen mens zal het in zijn hoofd halen iemand kwaad te doen die is gekust door de Heks van het Noorden.
- The Wizard of Oz
Frank Baum

- Waar ga je heen?
Dit was de meest gestelde vraag de afgelopen weken.
- Naar het zuiden...
- Ja, maar waar ga je naar toe in het zuiden?
- Eerst naar Zuidlaren en daarna zie ik wel verder.

Er zijn allerlei redenen om je doel niet te ver weg te kiezen. Als je zegt 'Ik ga naar Maastricht' dan zit je eraan vast. Blijf je om de een of andere reden in Ommen steken dan krijg je de vraag 'Maar ik dacht dat je naar Maastricht ging lopen?' Dat is één reden om voorzichtig te zijn.
Een andere reden is dat mensen je voor gek verklaren als je je bestemming te ver weg kiest. KRO-medewerker Herman Post liep in de voetsporen van Bertus Aafjes naar Rome. Aan iedereen die het maar horen wilde vertelde hij zijn eindbestemming. 'Ik vertel honderd keer per dag dat ik op weg ben naar Rome', schrijft hij. Het begon al op de eerste dag in Aken, toen een behulpzame voorbijganger hem vroeg of hij soms het centrum zocht. 'Nein' zei Herman Post, 'Ich gehe nach Rom.' 'Ach so, hahaha' schaterde de Duitser.
Zoiets zou ik zelf proberen te vermijden.
De laatste reden en de beste: 'Een goede reiziger weet niet waar hij heen gaat...' Dit is de eerste helft van een Chinees citaat met als strekking: als je voor je plezier op reis gaat, kun je het beste maar zo weinig mogelijk plannen maken. Elke bestemming geeft spanning en reizen doe je voor je ontspanning. De tweede helft van het citaat? '...en een uitstekende reiziger weet bovendien niet waar hij vandaan komt.' Dat is hogeschool reizen - zover ben ik nog lang niet.
Vandaar dus: Zuidlaren. Al vermoedde ik wel dat ik verder zou komen.

 

Alles wat je niet nodig hebt is ballast. Ik denk dat het geldt voor alle bezit, maar je merkt het vooral als je de overtollige spullen op je rug mee moet dragen. Wat heb je nodig als je naar het zuiden loopt?
Dit was de uitrusting toen ik mijn huis verliet: rugzak Jansport, lange spijkerbroek, korte Life Line broek met veel zakken en verstevigd achterstuk, vier paar wandelsokken (Trekking), vier T-shirts (drie zwart, één rood), drie onderbroeken, zwembroek (short), handdoek en washandje, drie zakdoeken, trui, blouse, windjack, fietsponcho, wandelschoenen (een week oud - merk Völkl), wit hoedje.
Katoenen schoudertas (niet meer dan een lapje textiel - voor 's avonds).
Toilettas met: zeep, scheerapparaat (!), tandpasta, tandenborstel, nagelknipper, kam, wasmiddel, tandenstokers, naaigerei, drie tabletten paracetamol, Compeed (tweede huid na doorprikken van blaren - nog nooit nodig gehad).
Pennemesje (voor sinaasappels), balpen, schrift (voor reisverslag), doosje sigaren, aansteker, toiletpapier (geen rol, hooguit een meter), plastic lepeltje (voor bekertjes yoghurt of vla onderweg), boekje met Chinese karakters (mocht ik me vervelen), adresboekje, kompas (kadootje van m'n collega's), digitaal autoklokje (f 5,- bij Hallford), VVV-kaarten van 1:50.000 t/m Zuid-Limburg en een overzichtskaart van de Franse Grandes Randonnées (alles in een luchtkussen enveloppe), Hirschtalg (hertezalf: preventief zalfje tegen blaren - zweer ik bij).
Paperassen: paspoort, rijbewijs, giropas, zes betaalkaarten, strippenkaart en een portemonnaie voor alles wat ik vergeten ben of niet mee kan nemen.
Geen wandelgidsen, geen overnachtingsadressen. Ik heb me voorgenomen om de plaatselijke VVV's eens flink aan de tand te voelen.
Mijn meest kostbare bagage heb ik nog niet genoemd. Het is een stukje geestelijke bagage en het weegt dus niets: Tai Ji. Het is mijn magic charm. Een goede fee heeft het me afgelopen jaar geleerd. Ik kom er nog op terug.

Een reis van duizend li begint met de eerste stap. - Dao De Jing

 

Om een uur of tien trek ik de voordeur achter me dicht, doe hem op slot en berg de sleutel goed op. Ik maak het eerste stapje van de reis van duizend li en loop de Jacob Catsstraat uit, volg de Bedumerweg en Ebbingestraat naar de Grote Markt (tussen de marktkraampjes door - het is zaterdag), Herestraat, Hereweg. Vlak voor het Van Hall Instituut, waar ik gisteren mijn laatste werkdag maakte, rechtsaf naar het Noord-Willemskanaal en dan verder het Pieterpadtraject naar Zuidlaren. Het Pieterpad is een lange-afstands-wandeling van Pieterburen naar de Sint-Pietersberg onder Maastricht.

Ik heb geen fototoestel bij me en dat wreekt zich direct al bij de Van Iddekinge Brug. Er zit een visser met hengel aan de waterkant en slechts twee meter verder staat doodgemoedereerd een reiger. De één doet het voor de sport, de ander om aan de kost te komen.

Even verder fietst Gerrie K. me voorbij - collega en redacteur van diverse knapzakroutes in Drenthe.
- De tocht is begonnen!... roept hij. Goeie reis!

 

 

 

 

 

 

Groningen
In het jaar 1040 wordt Groningen voor het eerst in archiefstukken genoemd. In dat jaar schonk de Duitse keizer Hendrik III de Villa Cruoninga met bijbehorend recht van tolheffing en muntslag aan de bisschop van Utrecht. De geschiedenis van Groningen gaat natuurlijk veel verder terug. Al voor het begin van onze jaartelling woonden er mensen op het noordelijke puntje van de Hondsrug. Maar die schreven nooit iets op.

Beneden Groningen gaat er maar weinig boven de Hoornse Dijk - een fietspad langs een oude riviertak met doorkijkjes naar het Paterswoldse Meer. Het enige storende element is een kunstwerk: een hoogspanningsmast zonder leidingen. Het is alsof er een hoogspanningsleiding heeft gelopen en men bij het opruimen een mast vergeten is. Ik stel voor om er even bij stil te staan. Een zuiltje naast het fietspad geeft een voorlichtende tekst. Het kunstwerk, zo lezen we, is er neergezet als onderdeel van een zogenaamd stadsmarkeringsproject. Ik citeer:

De stadsmarkeringen moeten de entree van de stad weer boeiend maken. Vroeger werd de stad begrensd door een muur met poorten, tegenwoordig is de entree van de stad - over de snelweg langs oninteressante bebouwing en een woud van verkeersborden - vaak banaal en zonder identiteit....

Enzovoort. En zo kwamen er tien stadsmarkeringen bij de toegangswegen naar de stad.
Wat stelt de hoogspanningsmast voor? Nog een stukje tekst dat ik van het zuiltje heb overgenomen:

Kurt W. Forster baseerde zijn ontwerp op de voor het landschap zo bepalende elementen water en aarde, plus op twee vormen van energie: gas en elektriciteit. Het Groningse aardgas is ontstaan in het verleden, een chemische omzetting van oeroude bodemlagen.
De geschiedenis zelf kan ook beschouwd worden als een verteringsproces. Forster koos een electriciteitsmast als basis. Deze is bekroond met zeven brandende 'gasvlammen'. Om twintig minuten over elf 's ochtends en 's avonds geven digitale cijfers op de mast gedurende één minuut het tijdstip aan dat met het geboortejaar van de stad samenvalt: 10.40

't Is geen sterke tekst. Even diep slikken en wegwezen. Ik hou niet zo van kunst.

Aan het Noord-Willemskanaal ter hoogte van Haren, vlakbij de plek waar auto's de A28 op en af rijden, staat een friettent. Ik koop er een kroket en een blikje cassis en eet er enkele van mijn eigen boterhammen op. Wie er ook staan te eten zijn Tinus Albers en zoon. Albers rijdt in het weekend zand uit de afgraving in De Punt naar nieuwbouw in Groningen. Hij heeft een gezonde eetlust. Zo'n voetreis lijkt hem ook wel wat.
- Hoe lang blijf je weg als ik vragen mag?
- Weet ik nog niet, een week, een maand ...
- O. Ja dat kunnen wij niet. Wij hebben zo onze verplichtingen.
Ach ja. Verplichtingen. Die heb ik ook gehad. Tot vandaag om precies te zijn. Vanaf vandaag heb ik geen verplichtingen meer.
- En waar slaap je vanavond in Zuidlaren?
- Ik ga eerst Pension Zwaan proberen.
- Doe Tiny Stoker de groeten. Die kent mij wel... zegt Albers en hij bestelt nog een kroket.
- Wou je ook nog wat?... vraagt hij aan zijn zoontje.
- Ik zou nog wel een ijsje lusten.
- Nou, dan moet je dat even tegen die man zeggen...

 

 

Vanaf het viaduct bij Haren volgt het Pieterpad twee kilometer de autosnelweg. Een onbegrijpelijke keuze. De juiste wandelroute loopt voorbij het Postiljonmotel en dan bij de viskraam rechtsaf. Zo kom je langs de rand van Haren en je blijft op veilige afstand van het geraas over de A28. Zelf breng ik een achterop komende wandelaarster met deze manoeuvre in de war. Eerst slaat ze het fietspad naast de snelweg in, dan komt ze mij een stukje achterna en uiteindelijk besluit ze toch weer naar het fietspad terug te keren.

Voor het bejaardenhuis rechtsaf en de dorpsrand blijven volgen. Dan kom je uit bij Sassenhein. Sassenhein is een visplas met paviljoen. Je hebt er een mooi uitzicht op de vijver. Zo stel ik me Thoreau voor in zijn huisje aan Walden Pond. Aan de overkant van zijn vijver liep een spoorlijn (een nieuwigheidje, het was 1845), achter deze vijver ligt de verkeersader naar het noorden van Nederland. De koffie in paviljoen Sassenhein is beter en goedkoper dan in het Postiljonmotel - bij twijfel dus even twintig minuten doorlopen. In de gelagkamer staat een oud harmonium en aan de stamtafel zitten vissers te kaarten. Over Thoreau later meer.

 

 

 

 

Glimmen. De Hooge Heereweg was een onderdeel van de oude legerweg (heerweg) over de Hondsrug. Hij begon op de Grote Markt in Groningen en liep via de Herestraat, Verlengde Hereweg, Hooge Hereweg naar Zuidlaren en zo verder naar Coevorden. Hier en daar duikt de naam nog op in de topografie van de streek. Voor de paarden en het zware materieel had je de hoge hereweg die bovenop de Hondsrug liep; het voetvolk liep over de lage hereweg onderaan de heuvelrug.

Links de boerderij van mevrouw Janssen, consulente van de Stichting Date. Relatiebemiddeling. Een jaar geleden heb ik me bij haar ingeschreven. Het was een vergissing. De vrouwen uit de kaartenbak van mevrouw Janssen boeiden me niet. Dit bleek al na een vluchtig onderzoek. Zo wanhopig was ik nu ook weer niet.
Geen kwaad woord verder over de Stichting Date. Ze doen hun best, maar ze houden niet van foto's. Probleem bij deze vorm van kennismaken is dat je moet afgaan op een beschrijving en bij de eerste afspraak (de date) zie je pas wie er in levende lijve bij hoort. De natuurlijke weg is juist andersom: je ziet iemand die je op het oog wel aardig lijkt en daarna kijk je of het verder ook nog klikt.
Mooie verhalen had ze wel, mevrouw Janssen. Over boeren die hoog opgaven van hun veestapel en bedrijfsresultaat - tot het op afrekenen aankwam. De stichting is niet kinderachtig met het inschrijvingsgeld. Ze willen gewoon tweederde van je maandinkomen. Naar draagkracht dus. Ja - en dan bleken die boeren toch eigenlijk helemaal niet zoveel te verdienen... Er waren uitzonderingen. Zoals die boer die z'n portefeuille trok en zei:
- Ik doe er nog een paar honderd gulden bij, maar dan wil ik ook iets goeds!
De consulente legde hem uit dat het zo niet werkte bij de Stichting Date.
Boerinnen zijn schaars in Nederland. Een van de dames die ik ontmoette vertelde me dat ze eerst een kennismakingsadvertentie had gezet in het lijfblad van agrarisch Nederland: De Boerderij. Het boerenbedrijf sprak tot haar verbeelding. Ze kreeg zo'n zestig brieven. Die heeft ze allemaal beantwoord en toen bleven er nog twaalf boerenzonen over waarmee ze een ontmoeting regelde. Ze reisde door heel Nederland en luisterde naar hun verhalen.
- Daarna, zo verklaarde ze, wou ik geen boerin meer worden.

 

In uitspanning de Appèlbergen zie ik de eerste papegaaien. Zo merk je aan alles dat je steeds zuidelijker komt. Op het terras zit de dame die bij Haren achter me liep. Ze drinkt thee. Als ik van het toilet terugkom is ze verdwenen. Vermoedelijk is ze bang dat ik een praatje begin en dat we daarna samen verder moeten naar Zuidlaren. Ik zie haar niet weer terug.

Een hond komt spontaan met een oude bal in de bek het terras op en legt hem bij mijn tafeltje neer. Of ik die even willen weggooien, dan kan hij hem weer ophalen.

De weg voert langs het Noordlaarderbos. Ik haal drie wandelaars in. Een man met twee vrouwen. De man loopt alleen voorop, vermoedelijk om het gekwebbel te ontvluchten. We wandelen een tijdje samen en praten over het weer dat beter is dan voorspeld.

Tegen vier uur bereik ik Zuidlaren. Een brinkdorp, mooi, saai en rustig, waar mensen uit de omgeving op zaterdag inkopen komen doen. Eens per jaar staat het dorp op z'n kop: de derde dinsdag in oktober. Dan is er de Zuidlaardermarkt - een paardenmarkt die er ook al was in het jaar 1200 !

Pension Zwaan aan de Stationsweg kan mij herbergen. Hoe zou er geen plek kunnen zijn bij iemand die ik de groeten moet doen? Mevrouw Stoker wijst me de kamer waar ik twee jaar geleden ook al eens geslapen heb. De meeste wandelingen naar het zuiden eindigen de eerste dag in Zuidlaren.

Op het terras van het Brinkhotel komt een echtpaar van een jaar of veertig aan een naburig tafeltje zitten. De vrouw zit nauwelijks of ze staat al weer op om bij het scheiden van de markt nog een paar plantjes te kopen. De handelaar is al bezig zijn flora in te pakken.

 

De man begint een gesprek:
- Altijd hetzelfde. Ze kan geen plant zien of ze moet hem hebben. Onze tuin staat propvol planten. Je zou zeggen: er kan niets meer bij. Maar nee - ze koopt steeds weer nieuwe planten. Let op! Zo meteen komt ze terug voor de autosleutels.
Hij legt de autosleutels alvast klaar op het tafelblad en vervolgt zijn monoloog:
- Zelf heb ik dat met boeken. Ik koop meer boeken dan ik lezen kan. Ons huis puilt uit van de boeken.
- Oude of nieuwe?
- Allebei.
- Waarover?
- Overal over. Ik vind alles even interessant. Dat is het probleem. Fiction, non-fiction... Nederlandse romans, Engelse boeken en af en toe koop ik een Franse Maigret - het zijn de enige boeken die ik in het Frans kan lezen.
Toevallig geldt dit voor mij ook. Mijn Franse boeken zijn ook uitsluitend Maigrets. Maar ik krijg geen tijd om de opmerking te plaatsen. Mevrouw komt terug voor de autosleutels en brengt haar plantjes in veiligheid.
- Zo hebben we allebei onze tic. Zij met planten, ik met boeken.
- Boeken kun je eventueel weer verkopen... opper ik. Met planten ligt dat moeilijker.
Het leek me een aardige opmerking, maar hij reageert er niet op. De man is niet het type voor een dialoog. Hij is liever de hele tijd zelf aan het woord. Nu buigen ze zich allebei over de menukaart en roepen de ober erbij om zich over de bijzonderheden te laten informeren. Tijd om op te stappen. Koffie op dit terras is betaalbaar, maar een warme hap haal ik liever op een ander adres.

 

Aan de Stationsweg heb ik ergens een goedkope Hollandse maaltijd gezien: een gehaktbal, gebakken aardappels en boontjes - dat werk. Maar het is nog vroeg. Eerst een pilsje voor op het terras. Luid toeterend komt er een vrachtauto voorbij. Albers en zoon. 't Is een kleine wereld. Die man heeft trouwens goede ogen.
Binnen zit een ouder echtpaar aan dezelfde goedkope schotel als ik voor me heb. Op zich is dit niet vermeldenswaard, ware het niet dat ik dezelfde mensen 's-avonds in de huiskamer van het pension terugzie.
Meneer de Wit is aardappelhandelaar. Hij koopt aardappels, bewaart ze in grote koelcellen en verkoopt ze weer op een gunstig moment. Albert Heijn is een van zijn vaste afnemers. De rest van de avond hebben we het over aardappels.
Frietrecept
Een avond van te voren het vet heet maken en één frietje erin. Wachten tot die komt boven drijven. Dan is het vet heet genoeg. Rest van de friet erbij. Even doorbakken, eruit en laten afkoelen.
Volgende dag: zelfde procedure. Vet heet laten worden tot één frietje boven komt drijven. De rest erbij en afbakken tot goudbruin.

 

 

 

De Wit vertelt me hoe je goede friet moet bakken. Ik geef het als kanttekening. Misschien kan ik er lezers een plezier mee doen.
Goede friet krijg je alleen met klei-aardappels zoals Bintje, vernam ik verder. Klei-aardappels hebben een betere structuur. Je kunt ze ook langer bewaren dan aardappels uit andere grond. In klei groeien de aardappels langzaam. Ze groeien als het ware tegen de verdrukking in en dat maakt ze sterk.
Het is een principe dat ook elders opgaat: wat langzaam en tegen de verdrukking in groeit, wordt sterk. Hoe sterker de wind, hoe sterker de bomen. Het hout van snel groeiende bomen is onbruikbaar - het is niet hard genoeg. Iemand die veel tegenslagen te verwerken krijgt, wordt mentaal sterker. Tegenspoed dwingt je namelijk om nieuwe bronnen aan te boren en je wortels te verstevigen.
Met andere woorden: klaag niet over tegenslagen, maar profiteer ervan! The Tao of Bintje - bespiegelingen rond een aardappel.

Mevrouw de Wit houdt het om elf uur voor gezien. Ze gaat naar bed. Wij pakken een blikje bier uit de koelkast en praten verder. Over aardappels.
- Als je zoals ik je hele leven tussen de aardappels zit, dan weet je er op den duur echt alles van, zegt de Wit. Je gelooft me misschien niet, maar vaak kan ik aan een aardappel zien bij welke boer hij vandaan komt.
Ik geloof hem direct en moet denken aan het verhaal Taste van Roald Dahl. Daar weet een wijnkenner in het kader van een weddenschap de herkomst van een Franse wijn tot op het château nauwkeurig te achterhalen, louter door zorgvuldig ruiken en proeven van het glas wijn dat voor hem op tafel staat. In gedachten zie ik er nu geen glas wijn staan maar een aardappel liggen, die meneer de Wit door kijken, ruiken en bijten feilloos weet terug te voeren tot boer Jansen in Alblasserdam.