Yvoir

De ober is attent. Gisteren heb ik hem om extra water gevraagd bij de thee. Vandaag zet hij het glas water er uit eigen beweging bij.
De GR 126 begint met de beklimming van de Citadelle over Les Pas des Géants - de reuzenschreden. Volgens mijn wandelboekje is de heuvel honderdtachtig meter hoog. Mooi uitzicht, maar eenmaal boven ben ik direct al de markering van de GR kwijt en dus ga ik met dezelfde reuzenschreden weer naar beneden en loop verder langs de Maas.
Ik kies voor de linkeroever. De Hortensia komt er aan varen en bij de sluis in Jambes maken we een praatje. Arend de schipper zegt dat ik morgenavond in Dinant wel bij hem aan boord kan slapen. In Dinant vertrekken zijn Duitse vrienden en dan heeft hij plotseling een zee van ruimte. Ans is een enthousiaste vrouw van ergens in de dertig. Zij vaart voor het eerst mee en dat is te zien aan de ingewikkelde knopen die ze in de trossen legt. Zo deed ik het zelf ook eerst toen ik een tijdje meevoer op een binnenschip. Maar je komt er al snel achter hoe onhandig die knopen zijn als er in de sluis iets misgaat en de boot in de touwen blijft hangen. Dan krijg je de knoop namelijk niet weer los. Nee - met een paar slagen om de bolder hou je een boot ook wel op zijn plek.

De Maasvallei begint toeristisch te worden. In Wépion hebben ze iets met aardbeien (fraises). Ze worden in stalletjes langs de weg verkocht. Er staat een modern restaurantje aan het water met een groot houten terras. Ik zit er met twee Hollandse vrouwen en een ouder echtpaar. Man gekleed in witte broek, donker colbertje met koperen knopen, sjaaltje dat boven zijn overhemd uitkomt en een schipperspet op. Zoals hij denkt dat een schipper eruit moet ziet. Zijn vrouw draagt kleren die haar dertig jaar geleden niet zouden hebben misstaan. Hun jacht ligt verderop afgemeerd. De twee Nederlandse vrouwen laten in hun gesprek geen spaan van het echtpaar heel.
Aan de overkant van de rivier heb je steile rotsen. Ze zijn er aan het klimmen. Kleine stipjes die langs de bergwand schuiven. Ze zitten weliswaar met touwtjes aan elkaar vast, maar het blijft een griezelig gezicht.
Tai Ji op een zijweggetje. Villa's met grote tuinen aan weerszijden. Het duurt niet lang of de eerste bewoners van het gehucht verdringen zich aan het begin van het weggetje om te zien wat er voorvalt. Niets bijzonders mensen, gewoon een idioot op doorreis...
Een bankje aan de rivier. Ik eet een croissant en trek een blikje fris open. Aan de overkant parkeert een Belg zijn wagen en begint zich uit te kleden. Hij zwemt de Maas over. Heel rustig. Hij heeft geen haast want er komen geen schepen aan. De man wenst mij Bon appétit! en zwemt weer terug.
Bon appétit! - Eet smakelijk!




maison - huis
ami(s) - vriend(en)
Rue Grande - Hoofdstraat






 
- Geen probleem.
Volgende pauze bij sluis nummer 7 in Rivière. Jochies voetballen op een grasveldje. Af en toe schutten er schepen. De sluis draait zelfs een keer alleen voor een speedbootje.
In de buurt van Godinne gaat het betonnen jaagpad over in kinderkopjes. Ik maak een foto van Petit Godinne: een paar huizen rond een kerkje aan de waterkant. Godinne ligt aan de overkant van de rivier en om er via de brug te komen moet je een grote omweg maken. In Godinne hebben ze een Maison des Amis de la Nature - een natuurvriendenhuis. Maar als ik het logement aan de Rue Grande eindelijk gevonden heb (Ik loop er eerst voorbij - er staat geen naam op.) blijkt het vol te zitten. Ze raden me aan om naar Yvoir te gaan - vier kilometer verderop. Ik neem de kortste weg en dat is de autoweg. Het laatste stuk loop ik over een muurtje. Tussen Maas en rotsen schiet weinig ruimte over. Een wielerkoers: twee motoragenten, een geluidswagen en een peloton wielrenners. Ze hebben er al 180 km op zitten.

Aan het stationspleintje van Yvoir staat Hôtel des Touristes. Een fraai ouderwets hotel. Kwart over vier zegt de klok in de eetzaal. Hebben ze nog een kamer vrij? Dat moet de garçon, die bezig is de couverts te leggen, even aan madame vragen.
De eigenaresse is een aardige oude vrouw - de helft van een echtpaar zoals later blijkt. Er is precies nog één kamer vrij. Als ik tenminste geen bezwaar heb tegen een kamer zonder douche.
- Pas de problème.
Integendeel. Vanuit m'n kamer heb ik door de grote balkondeuren uitzicht op de Maas en het Île d'Yvoir waar je met een pontje naar toe kunt. Het is er niet druk. Het seizoen moet nog beginnen.
Er stopt een treintje en een handjevol reizigers verlaat het station. Twee ervan gaan verder met de bus, nog dieper het binnenland in.
  Yvoir stelt niet veel voor. Een dorp van nauwelijks zesduizend inwoners. Ik koop een krant en zoek een terrasje aan de waterkant.
Bij het pontje hangt een plaatselijke verordening. In Yvoir heeft de burgemeester (le maire) onlangs twee dingen verboden:
1) Je mag niet in de Maas zwemmen. Om allerlei redenen niet: het is gevaarlijk vanwege de scheepvaart, het water is vervuild en bovendien is men onvoldoende toegerust voor reddingsoperaties. Eén reden zou toch voldoende zijn?
2) Het gebruik van waterscooters is verboden. Dit op verzoek van de plaatselijke hengelaars. Daar was het gemeentebestuur zelf nooit opgekomen. Zojuist zag ik er nog eentje rond het Île d'Yvoir scheuren.
salle à manger - eetkamer
crudités - rauwkost
Ik verleg mijn werkterrein van het terras naar de salle à manger. Enige eter. Ik neem crudités voor de vitaminen en omelette au champion voor de trek. Mevrouw de kokkin komt af en toe kijken hoe ver ik gevorderd ben. Door de openstaande deur kan ik het café in de gaten houden. De conversatie wordt gedomineerd door een dronken vrouw die met dubbele tong en lijzig geleuter alle aandacht opeist. De mannen in haar omgeving lachen maar wat. Wat is er gênanter dan een dronken vrouw?

's Avonds een rustig café naast het hotel. Er zit een groepje Vlamingen. Werklui met veel dorst en humor. Kinderen komen in pyjama de gelagkamer binnen om pa welterusten te wensen. Ik moet voor tien uur binnen zijn. Dan gaat Hôtel des Touristes op slot. De ouwelui gaan vroeg naar bed.