Vorden
 
Voor het eerst heb ik gelegenheid om mijn Tai Ji voor het ontbijt uit te voeren - op een landweggetje onder een bloeiende pruimeboom. Zo moet het volgens de oude Chinese meesters: na het opstaan eerst Tai Ji in de buitenlucht en dan pas ontbijten.

De route. Ik verlaat Stockum over de Essinkgoorsdijk. Deze komt uit op de Visschersdijk die de provinciegrens passeert bij de Bolksbeek en daar overgaat in de Exelse weg. Gelderland. Twee stelletjes uit het pension fietsen me luid klingelend voorbij. Linksaf het Ampsense Broek in - een drassig gebied met veel muggen. Het Ampsense Veld is geen veld meer, maar een bos. Slechts hier en daar is nog een klein stukje veld over en om daar te komen klauter ik over een stapel sparren. Rust.
Een lang bospad brengt me vlak voor Kasteel Ampsen. Het Twenthekanaal, het riviertje de Berkel over en dan ben ik in Lochem.

Eerst naar de supermarkt. Stockum is niet gezegend met een bakker, zodat de gebruikelijke inkoop van twee krentenbollen er vanmorgen bij in is geschoten. Het enige eetbare dat ik van het pensionontbijt heb overgehouden is een hardgekookt ei.
In de supermarkt vraagt een kleuter zijn moeder wat er in mijn rugzak zit.
- Allemaal speelgoed, zeg ik.
Hij kijkt zijn moeder aan.
- Ik denk een tent en een slaapzak, zegt ma. Die meneer is aan het kamperen.
Buiten op een bankje lepel ik een bekertje koude vla naar binnen. Voor dit soort tractaties heb ik speciaal een lepeltje bij me.

Aan het marktplein zit een bakker met terras. De bevrijdingsfestiviteiten zijn in volle gang. Voor ons op een podium speelt een Big Band en daarna voorziet het programma in een modeshow. Goede plek voor een middagpauze. Vier ansichten heb ik gekocht en in het feestgedruis schrijf ik op elk daarvan een reisverhaaltje. Normaal verstuur ik op vakantie nooit ansichten, maar als je zo alleen aan het lopen bent dan wil je af en toe wel eens iets vertellen. Dat doe ik dan op een ansichtkaart. Ze gaan alle vier naar Groningen.
Wegen langs de bosrand hebben mijn voorkeur. Het schijnt dat meer mensen er zo over denken. Mensen lopen graag op grensgebieden: langs het bos, langs de rivier, langs de zee... Ik hou er niet van om al te lang in een bos te lopen. In een bos zie je alleen maar bomen. De omgeving is verdwenen. Alle oriëntatie ontbreekt. Je weet niet waar je bent en je weet niet hoe lang het nog duurt. Tussen Lochem en Vorden ligt een groot bos, maar voorlopig loopt de Gageldijk langs de bosrand.
 
 
Bij de Larense weg kom ik weer op het Pieterpad. Geen twijfel mogelijk. Er trekken wandelaars in allerlei formaties voorbij: alleen, met z'n tweeën en in grote groepen. Allemaal op weg naar Vorden. En allemaal hebben ze het Pieterpadboekje deel 1 (Pieterburen - Vorden) in de hand. En juist op dit kruispunt slaan ze allemaal de bladzijde om naar Kaart 45: Etappe Laren-Vorden, 3e deel. Een magistraal scenario.
Vanaf de vluchtstrook wacht ik een geschikt moment af om in te voegen en loop op beleefde afstand achter een groepje aan. We komen bij Huize Het Enzerinck en daar loopt het pad door naar kasteel Den Bramel, maar ik hou het voor gezien vandaag en pak de afslag links. Linea recta naar Vorden - de kortste weg naar een koud glas bier. Grote verbazing bij de wandelaars die achter me lopen. Ja ja, jullie zien het goed: een afvallige die van het rechte Pieterpad afwijkt!
De meeste Pieterpadlopers houden zich angstvallig aan de voorgeschreven route. Ernstige gevallen halen zelfs na het voltooien ener etappe een stempeltje bij de plaatselijke VVV - als bewijs dat ze er geweest zijn. Op vertoon van al die stempeltjes schijn je ergens op de Pietersberg een oorkonde te kunnen krijgen.
Pelgrims op weg naar Santiago de Compostela hadden ook z'n stempelboekje. Er was een levendige handel in dit materiaal. Niet iedereen had zin om zo'n eind te lopen. Als je genoeg geld had, kon je trouwens ook een pelgrim inhuren om in jouw plaats de bedevaart af te leggen. De kerk had daar vrede mee.
Nu moet ik nog wel even opmerken dat je bij Kasteel Den Bramel door een hele mooie beukenlaan komt die de omweg alleszins rechtvaardigt. Zelf ga ik er morgen een kijkje nemen want ik heb me voorgenomen om een dag in Vorden te blijven.
Het VVV-kantoortje aan de Dorpsstraat in Vorden is op zaterdag gesloten. Maar geen nood. Hier in Vorden denken ze mee met de toerist: ze hebben het lijstje met logeeradressen goed zichtbaar achter het raam opgehangen. Ik noteer een paar telefoonnummers en laat hier en daar in het dorp de telefoon rinkelen. Het wordt een kamer bij de familie M. die hun huis Pension Marie-Louise hebben gedoopt. Het is een vrijstaand huis aan de rand van het dorp en vanuit mijn raam heb ik uitzicht op een bloeiende pereboom in de tuin. Daarachter ligt de ijsbaan van Vorden waar nu koeien grazen.
 
 
Vorden
De naam is afgeleid van Drie Voorden: drie doorwaadbare plaatsen in de Vordense Beek. Kasteel Vorden wordt in 1315 voor het eerst genoemd.
De avondwandeling voert langs Kasteel Vorden - een fraai gerestaureerd kasteeltje met een gracht eromheen. De gracht sluit aan op de Vordense Beek. Kasteel Vorden met bijgebouw is sedert 1977 in gebruik als gemeentehuis. Door de hoge deuren van het koetshuis zie je nu computers staan. Ooit woonde er de familie Van Vorden. Rondom het kasteel liggen mooie parken. Op deze plek kruisen het Pieterpad en het Gelrepad elkaar. Het Gelrepad loopt van Buurse naar Bennekom. Een houten wandelwegwijzer wijst naar de vier bestemmingen. Tot de Pietersberg is het nog slechts 244 kilometer.
Terwijl de zon aanstalten maakt om achter de horizon te verdwijnen neem ik plaats op een bankje en rook een sigaar. Uitzicht op het kasteel en de eenden in de slotgracht. Er komen meer mensen uit het dorp hier naar toe voor een avondwandeling.
  's Avonds drink ik een kopje koffie mee in de huiskamer van de familie M. De man heeft in de vijftiger jaren in Assen gelegen - als militair. Zijn kazerne stond aan de Witterstraat waar ik zelf rond die tijd het levenslicht zag. Ook herinnert hij zich de oefeningen op de Balloërheide.
En de vrouw des huizes? Zij blijkt de Hoestinkhof, waar ik afgelopen nacht geslapen heb, heel goed te kennen. Vrienden van haar wonen er tegenover. Dat is weer heel toevallig, maar ik kijk nergens meer van op. Stockum, vertelt ze, kent een bloeiend verenigingsleven. Het gehucht telt slechts een paar honderd inwoners en toch zijn er maar liefst drie toneelverenigingen.
Verder heeft de familie M. de afgelopen decennia van alles met Pieterpadlopers beleefd en dat biedt voldoende stof om de avond door te komen.