Wyck
Het deel van Maastricht op de rechter Maasoever heet Wyck. De naam is afgeleid van het Latijnse Vicus.
In Wyck staat een Sint-Martinuskerk.
Visé
 
Na een paar uur begon de weg hobbelig te worden en het lopen werd zo lastig dat de Vogelschrikker regelmatig struikelde over de gele klinkers die hier heel ongelijk lagen. [...] De boerderijen zagen er hier lang niet zo verzorgd uit als een eindje verder terug. Er stonden ook minder huizen en minder vruchtbomen en hoe verder ze kwamen hoe eenzamer en troostelozer het landschap werd.
-The Wizard of Oz

Half tien. We bestellen een petit déjeuner (ontbijt) in een croissanterie. Bert vertrekt vandaag weer naar het Noorden. Hij neemt het eerste filmrolletje mee. Van hem krijg ik de rest van zijn proviand. We zoeken een plekje op een terras waar de zon net tevoorschijn komt en ik schrijf een ansicht naar het Van Hall Instituut.
- Moeilijk? ...vraagt Bert die mij ziet peinzen.
- Ja. Dat is moeilijk. Dit is er eentje voor de personeelskamer.
En dat is anders dan voor je naaste collega's. We lopen de Sint-Servaasbrug over naar de oostelijke Maasoever en dan is het moment van afscheid gekomen. Bert stapt op de trein naar Sittard en ik loop verder langs de Maaskade. Als ik alleen in Maastricht was aangekomen, zou ik er een paar dagen gebleven zijn. Maar nu mijn metgezel vertrekt, wil ik ook weg. Dat zal psychologisch wel verklaarbaar zijn. Het eerste half uur loopt een beetje onwennig. Alle helpers weg en alleen verder naar het zuiden.

De kade gaat over in een promenade. De J.F. Kennedeybrug en dan tussen de gouvernementsgebouwen door die ze half in de Maas hebben neergezet. Limburg heeft geen Commissaris van de Koningin, maar een Gouverneur. In de gebouwen huist het provinciaal bestuur. Maar vandaag niet. Vandaag is het zaterdag.
Het pad komt uit op de Oosterweg naar Eijsden. Tussen deze weg en de Maas ligt een natuurgebied waar paarden lopen. Je kunt er wandelen. Dan een grote waterplas met picknicktafels. Pauze. Voor het eerst sinds drie dagen weer drie Tai Ji bewegingen achter elkaar. Dat is het voordeel van alleen lopen: je kunt je eigen gang gaan.
Er stopt een Mercedes. Een opa met drie kleinkinderen. Ze gaan een wandeling maken langs de waterkant waar mannen zitten te vissen.
- Ochtendgymnastiek?
- Zoiets ja.
Ik steek de Oosterweg over en volg een zandpad langs de spoorbaan. In Oost-Maarland kom ik bij toeval terecht op het kerkepad naar Eijsden.
Eijsden. Laatste Nederlandse nederzetting. Twee krentebollen bij de bakker. Ergens op een bankje eet ik ze op. Kinderen met fietsjes spelen in de buurt en er lopen bejaarden langs. Ik bijt op een steen in de krentenbol - zoiets gaat je door merg en been. Met m'n tong controleer ik het kiezenbestand. Geen schade. In de week voor m'n vertrek heeft de tandsarts mijn derde kroon aangebracht. Hij zit er nog.

De VVV in Eijsden is lastig te vinden. Er zit een leuke dame in het kantoortje, maar ze kan me niet helpen. Ze heeft geen kaart van het gebied over de grens en logies in Visé kent ze ook niet.
- Volgende vraag. Kan ik hier vandaan binnendoor naar België?
- Ja. Dat kan. Dan komt u langs Kasteel Eijsden. Wacht, daar heb ik wel een folder van...
Ze leeft helemaal op. Nu zit ze op bekend terrein. Kasteel Eijsden - daar weet ze alles van.
- U kunt het kasteel bezichtigen en...
- Weet u ook waar die weg uitkomt?
- Ja, in België, maar waar precies weet ik niet.
In het café ernaast bel ik met België. Niet om te zeggen dat ik er aan kom, maar om een nummer in Visé te proberen dat ik uit het boekje 'Vrienden op de Fiets' heb opgediept. Ik krijg een antwoordapparaat met Franse tekst.

Na Kasteel Eijsden wordt het heel rustig op de weg. Vlak voor de grens krijg ik van een wielrenner de laatste instructies om Visé te bereiken. Hele nuttige aanwijzingen zijn het, want de route ligt niet voor de hand. De weg eindigt bij een autobaan. Dat is de grens. Ik beklim het talud en sta voor een verkeersknooppunt dat ik volgens mijn gids domweg moet oversteken. En inderdaad, aan de andere kant ligt het beloofde land met een weggetje en een bruggetje - precies zoals voorspeld. Ik betreed Franstalig gebied. Hoera! Eindelijk een tijdje verlost van 'echt wel', 'en dan heb ik zoiets van...' en 'hoe ga jij daar mee om...'

Maar wat een troosteloos landschap aan deze kant van de grens! Een aan zijn lot overgelaten gebied. Rommelig en smerig. Met autobanden, matrassen en kapotte flessen. De enigen die ik in dit oord tegenkom zijn twee mannen op mountainbikes. Ze praten Frans met elkaar en zeggen op mijn Bonjour! geen boe of bah.
Het pad komt bij de Maas uit. La Meuse heet de rivier nu en ze heeft net de tocht door de Ardennen volbracht.
  Even tussendoor. We zitten in Franstalig gebied en vanaf dit moment zullen er Franse woorden en zinnetjes in de tekst doordringen. Dat doe ik niet om u als lezer te pesten en ook niet om te pochen over mijn kennis van het Frans. Waarom wel? Twee redenen. Walen en Fransen spreken nu eenmaal Frans en daarom voer ik ze het liefst Frans sprekend op. Het is echter. Tweede reden: al lezende in dit reisverslag komt u allemaal woorden en zinnetjes tegen die u later zelf in Frankrijk misschien goed kunt gebruiken. Let maar eens op: voor we in Parijs zijn spreekt u een mondjevol Frans! Zie het als een opfrisser van uw talenkennis of beschouw het als een minicursus Frans. Achter de knop Vocabulaire heb ik een woordenlijst opgenomen met een vertaling van alle gebruikte Franse woorden. Maar zolang we in België zijn geef ik de Nederlandse vertaling van de zinnetjes er direct bij. Dat hoort zo in België. België is tweetalig.
  Visé in zicht en ik maak een foto. Eerste Belgische plaats. Visé op zaterdag. Een drukte van belang. Maar de banken en postkantoren zijn niet open en er is ook geen betaalautomaat die mijn giropas accepteert. Zonder Belgisch geld begin ik niet veel. Ik zwerf wat door de stad. De VVV in het stadhuis is gesloten en het goedkoopste hotel dat ik zie kost tweeduizend franc per nacht (f 100,- want in België moet je alles door twintig delen om er guldens van te maken). Ik loop een boekhandel binnen en raadpleeg een gidsje van de provincie Luik. Geen adressen in Visé. Ik ben niet handig bezig. Misschien toch iets te snel uit Maastricht vertrokken?
Quoi faire? Wat te doen?
Een lumineuze ingeving: informatie inwinnen op het station. Daar willen ze nog wel eens iets weten. Er zit een dame achter het loket.

- Kun je geld wisselen in Visé?
- Nee meneer. Alles is gesloten hè. Het is zaterdag.
- Dat is jammer.
- Maar u kunt hier wisselen...
- Hier?
- Jazeker!
- On peut changer de l'argent à Visé?
- Non monsieur. Tout est fermé hein. C'est le samedi.
- Ah, c'est dommage.

En juist als ik weer op wil stappen:
- Mais vous pouvez changer ici...
- Ici?
- Oui. Bien sûr!

En ze geeft me een lijstje met de wisselkoersen van de Belgische Spoorwegen. Ik ben bereid tegen elke koers te wisselen. Vierhonderd gulden geef ik haar en krijg duizenden francs terug. Een mooie ruil zo op het eerste gezicht.
Nu eerst een café in voor een kop thee en om te bellen. Ik draai nog eens hetzelfde nummer als een paar uur tevoren. En ja hoor:
- Allô. Xavier B...
En daarna kunnen we in het Nederlands verder want dat beheerst hij ook. Of ik vanavond bij hem terecht kan? Jazeker. Ik vertel hem waar ik ik zit en hij legt me uit hoe ik hem kan vinden. Wanneer ik kom? Binnen een uur - is dat goed?
- D'accord.
  De weg voert omhoog de Ardennen in: Rue de Mons - Allée des Marguerites - Allée des Pervenches...
Ergens komt een hoop kabaal uit een huis. Iemand die de hele wijk in de disco zet. Daar zijn ze mooi klaar mee - zo'n herrieschopper in de buurt, denk ik bij mezelf. Laat ik net op dat adres moeten zijn. Tussen twee nummers door druk ik op de bel. Een jongeman doet open. Xavier. Of ik maar in de woonkamer wil plaats nemen. Z'n moeder komt zo.
Diny B. is een forse vrouw van zo halverwege de veertig. Nederlandse van huis uit en met een Waal getrouwd geweest. Ze stuurt Xavier nog even naar 'het kruideniertje'. Ik kom namelijk nogal onverwachts. Ik druk haar op het hart er vooral niet teveel werk van te maken. Ik ben allang blij dat ik hier kan slapen. Maar dat is tegen dovemansoren gezegd. Ze zet koffie en maakt boven een kamer in orde.
Later vertelt ze hoe mijn bezoek haar enigszins overviel. Ze was bij haar zus op bezoek toen Xavier belde:
- We krijgen een logé vanavond.
- Vanavond? Maar wie dan?
- Weet ik niet. Een wandelaar uit Nederland.
- En wanneer komt die man?
- Over een half uur.
- O Xavier! Hoe kun je dat nu doen? Ik heb niets in huis!
En toen was ze hals over kop naar huis gefietst. Xavier mag z'n moeder graag een beetje op stang jagen en dit was een mooie gelegenheid. Of ik zo dadelijk ook wil meeëten?
- Dat hoeft echt niet. Ik heb op weg hierheen een Chinees gezien. Dus...
Moeder weifelt, maar Xavier zegt:
- Ja maar ge kunt die man toch niet weer dat eind naar beneden laten lopen!
- Nee, dat is waar. Je eet mee!
 
 
 
 
Visé
Het plaatsje was in de Romeinse tijd al een bekende Vicus met een markt. In de eerste wereldoorlog werd Visé door de Duitsers vrijwel volledig platgebrand. Er wonen nu 17.000 Walen en ... er staat een Église St-Martin.
Visé heeft ook een Nederlandse naam: Wezet.
Mijn kamer staat vol met uiltjes. Foto's van uiltjes, schilderijen van uiltjes, beeldjes, borduurwerkjes - allemaal uiltjes. Mevrouw B. heeft iets met uilen. Er staat ook een Riha-orgel. Ik probeer hem even maar kom niet boven Xavier z'n muziek uit. Xavier werkt als diskjockey in een Luikse discotheek en hij is bezig een bandje te maken. Zijn kamer is een complete edit-ruimte. Hij is vertegenwoordiger bij een grote electronica firma.
We eten frites, sla en bitterballen. Heel gezellig. Xavier ziet er op toe dat mijn bierglas gevuld blijft. Moeder en zoon praten afwisselend Frans en Nederlands.

Avondwandeling op een hele mooie stille lente-avond. De familie B. blijkt aan de rand van Visé te wonen. Hier begint het Land van Herve met heuvels en fraaie vergezichten - het vervolg op Nederlands Zuid-Limburg. Aan de markering zie ik dat de GR5 (Amsterdam-Nice) hier langs loopt - op een steenworp afstand van mijn logeeradres.
  Later op de avond, als ik boven mijn logboek bijwerk, roept Diny van beneden:
- Je hoeft niet de hele avond op je kamer te blijven hoor! Je kunt gerust beneden komen...
Ze vertelt dat ze zelf in de vakanties lange fietstochten maakte door Nederland. En dan logeerde op adresjes uit 'Vrienden op de Fiets'. En zo kwam ze op het idee om zichzelf als gastvrouw op te geven. Het boekje bevat een tiental adressen in België.
- En die uiltjes?
- Ja ik heb iets met uiltjes. Dat komt zo. Vroeger hebben we bij ons thuis een jong uiltje gevonden en dat hebben we groot gebracht. Ik vond het prachtig. Sinds die tijd verzamel ik alles wat met uiltjes te maken heeft.
Diny is ook een enthousiaste Nintendo speler. Nu heb ik zelf de afgelopen zes jaar m'n boterham verdiend met het maken van computerprogramma's, maar van computerspelletjes heb ik geen verstand. Kan ze mij iets laten zien? Dat kan. En zo zit ik even later naar een zwart-wit TV-tje te kijken hoe mijn gastvrouw zich gewapend met joystick in een levensgevaarlijke omgeving staande houdt. Ze is er bijzonder bedreven in en kan mij ook precies vertellen wat ons boven het hoofd hangt:
- Nu komt er zo meteen een engerd van links en die moet dood!... roept ze vol vuur.
En ja hoor: een meerpotig monster schuifelt het beeld binnen. Maar het heeft geen schijn van kans. Na een voltreffer schrompelt het gedrocht ineen en Diny krijg er weer een 'leven' bij.
- Heb je er nog niet genoeg van?
- Nee, nee. Dit is heel interessant.
- Ik heb ook nog een ander spelletje. Met bananen.
- Bananen?
- Ja. Dat is met een aap en z'n broertje die bananen verzamelen. Wil je die ook zien?
- OK. Dat wil ik ook wel even zien. Ken ik ook niet.
De voorstelling duurt van half tien tot elf uur en ik heb me bijzonder vermaakt. Als ik om half twaalf in bed kruip, klinken Xavier's discoklanken nog een paar minuten door. Daarna wordt het muisstil in Visé.