Ville-en-Tardenois
 
Regen. Een miezerig regentje en geen ontbijt om acht uur zoals ik met de eigenaar had afgesproken. Zijn vrouw zegt dat het niet eerder dan half negen wordt. Hôtel Le Linguet is op zaterdag eigenlijk gesloten. Het heeft geen zin om te wachten. Wat ze als ontbijt serveren is toch niet voldoende om op te lopen. Voor het Hôtel de Ville tref ik hem - de hotelier. Hij komt met een zak brood van de bakker. Ik ontbijt bij de boulanger. Place du Forum.

Er loopt een rechte weg dwars door Reims, ruwweg van zuidoost naar noordwest. Hij volgt het tracé van een van de Romeinse wegen. Nu hebben ze er de N51 overheen gelegd, maar waar deze bij Witry naar Rethel afbuigt, loopt de oude weg als zandpad rechtdoor naar Arlon en Trier. Daar is het een zandpad gebleven, want tegenwoordig reist niemand meer speciaal van Reims naar Trier.
Ik volg de weg de andere kant op: Rue de Vesle, Pont de Vesle, Rue du Colonel Fabien... en kom zo in de voorstad Tinqueux. De Franse voorsteden hebben allemaal hun eigen gemeentehuis. Bestuurlijk zijn ze niet opgeslokt door hun grote buurman. Daarom lijkt het inwonertal van grote Franse steden vaak aan de lage kant. In Tinqueux splitst de grote weg. Eén tak volgt de Vesle naar Soissons. Deze volgt het spoor van de oude heerweg over Soissons, Noyon en Amiens naar Boulogne-sur-Mer. De andere tak buigt hier naar het zuiden af en volgt de Marne naar Parijs.
 
Zelf kies ik de gulden middenweg: een secundair weggetje naar Ormes. Ik moet wel twee keer de weg vragen om er op terecht te komen, maar uiteindelijk laat ik de laatste huizen van Reims achter me en loop langs de beloofde 'cimetière à votre gauche' het platteland in.
Het weer klaart op en de poncho kan uit. La pluie du matin n'arrête pas le pèlerin. De ochtendregen stopt de pelgrim niet. Oude zegswijzen blijven geldig.
In de verte liggen de heuvels van de Montagne de Reims. Enkele kilometers naar rechts de Autoroute de l'Est van Reims naar Parijs die de rest van de dag in beeld blijft. Links donkere luchten boven een elektriciteitscentrale van waaruit draden in alle richtingen lopen. Waarom heeft een electriciteitscentrale altijd iets onheilspellends?
Ormes is een gehucht met enkele boerderijen en huisjes. Op een rustig zijweggetje - een ruelle - doe ik Tai Ji onder een oude eik. Een man met een brommer blijft staan kijken.

Vanuit Ormes gaat er een (op de kaart) wit gestippeld weggetje naar Pargny-lès-Reims. De stippeling wijst volgens de legenda op onregelmatig onderhoud, maar het is veel erger. De weg is halverwege afgesloten met een groot hek. De Fransen hebben een vuilstortplaats (déchetterie) over de weg heen gelegd en de toegang is Strictement interdite. In Nederland zou je dan drie kilometer eerder een bordje met 'Doodlopende weg' hebben gezien. Hier niet. Inmiddels heb ik al teveel in deze weg geinvesteerd om terug te keren en dus klim ik langs het hek de stortplaats op en loop verder over verboden terrein. La déchetterie du matin, n'arrête pas le pèlerin. Vuilnis stopt de pelgrim ook niet. Een groepje mannen in overalls staat mij tussen de afvalhopen op te wachten. Aanval is de beste verdediging:
- Bonjours messieurs. Pour aller à Pargny s'il vous plaît.
- Pargny? Aah c'est facile. Vous continuez tout droit jusqu'à la sortie et puis vous tournez à gauche.
- Merci beaucoup et au revoir!

Net wat ik dacht. Eerst naar de uitgang en daarna loopt de weg gewoon door.
  Niet ver voorbij de stortplaats begint het Parc Naturel Régional de la Montagne de Reims. Het is een beschermd natuurgebied. Bedrijven mogen er niet in, boeren moeten zich netjes gedragen en nieuwbouw krijgt geen kans. In het park liggen dorpjes, heuvels, riviertjes, bossen, weggetjes, wandelpaden en... je mag er geen vuil storten. Dit laatste wordt de Franse smeerpoetsen bij betreding van het gebied middels een bordje nog eens extra op het hart gedrukt.
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Ze zeggen dat er mensen zijn die niets om kaarten geven en ik kan het maar moeilijk geloven.
Treasure Island, 1883
Robert Louis Stevenson.
Pargny-lès-Reims heeft een bakker en een café. Mevrouw onderbreekt haar stofzuigen om mij van een grande café te voorzien. Wat doet een wandelaar als hij ergens koffie drinkt. Hij bestudeert zijn kaart. Daar raakt hij nooit op uitgekeken. Welke weg neem ik de volgende paar uur? Zijn er andere mogelijkheden? Als ik hier vannacht blijf, waar kan ik dan morgen komen? Zou er in dat dorp iets te krijgen zijn of kan ik toch beter die andere weg nemen waar dat grote dorp aan ligt? Talloze vragen en allemaal even boeiend.
I am told there are people who do not care for maps, and find it hard to believe, schreef Robert Louis Stevenson in het voorwoord van Treasure Island. Hij tekende voor de grap een kaart van een eiland in de Stille Oceaan, merkte dat de kaart zijn fantasie op gang bracht en schreef een verhaal rond de kaart: Schateiland. Het werd een klassieker.
  Ik neem het zandpad naar St-Euphraise-et-Clairizet en het is een goede keus. Achter Pargny begint de Montagne en op de hellingen groeien de druivestruiken van de champagnemakers. De eerste wijngaarden zijn van Pierre Thiébault et fils. De familie is druk bezig. Boven op de eerste heuvel heb je een mooi uitzicht. In de verte ligt Reims. Laatste blik op de kathedraal. Foto. Aan de andere kant van de heuvel ligt een lieflijk landschap. Weer een foto. Beneden in het dal zweeft een buizerd.
In St-Euphraise-et-Clairizet moet ik weer kiezen en op een kruising raadpleeg ik de kaart. Vanuit een tuin komt een man aangelopen.
- Vous êtes perdu?
- Mais non, merci.

Een aardig dorp met aardige mensen. Voor de kerkdeur hebben ze een buvette waar je drinken kunt krijgen. Er lopen verklede kinderen. Vandaag is het Le jour du Parc en er is van alles te doen.
Aubilly is het volgende gehucht. Vijftig mensen rond een kruispunt. Twee ervan, vrouwen, hangen naast elkaar uit een raam. Ze zien me al van verre aankomen, hebben de grootste lol, en als het eindelijk zover is zeggen we elkaar uiterst vriendelijk goeiedag.
De D606 naar Sarcy. Sarcy ligt aan een riviertje en dus voert de weg naar beneden. Het is de Ardre die op de Vesle afwatert. Twee dobermannpinchers als ontvangstcomité. Griezelige beesten, maar ze zitten gelukkig vast. De honden blaffen, de karavaan trekt verder. Arabisch. Het is de dag van spreekwoorden. Wie zijn weg kent, laat zich door niets van de wijs brengen. Regen, vuilnis of honden op mijn pad... Wat maakt het uit? Ik ben op weg naar Parijs en een knappe jongen die mij nu nog tegen houdt.
  In Sarcy een chambre d'hôte die ik al kende uit het gidsje. M et Mme Bouché vous accueillent avec simplicité et gentillesse dans leur maison calme et confortable, intérieur chaud et rustique, vermeldt het gidsje. Heel eenvoudig en heel aardig allemaal, maar ze willen wel 200 franc per nacht van je hebben en dat geef ik ze liever niet. Ik bel met het hotel in Ville-en-Tardenois en bespreek een kamer van 140 franc.
Sarcy is een mooi dorp. Tweehonderd inwoners en een café-restaurant.
  Er loopt een lange-afstands-wandeling door Sarcy. Deze gaat over Aulnay Ferme naar Ville-en-Tardenois en nu de overnachting geregeld is, probeer ik hem te volgen. Het is de GR de l'Ardre die een rondje door het Parc maakt.
Eerst een forse klim om uit het dal van de Ardre weg te komen. Ik sta er nog steeds van te kijken hoe snel je weer boven de kerktoren zit. Op een splitsing van zandwegen hebben ze de routemarkering precies in het midden aangebracht. Wat is het? Links of rechts? Ik ga links, maar het was rechts want al snel stelt het pad niets meer voor. Ondertussen ben ik alweer een stuk gedaald en heb dus weinig zin om terug te keren. Oriëntatiepunten ontbreken. Op het gevoel loop ik door en prijs mij gelukkig als het dak van een boerderij in zicht komt. Waar een huis is, is een weg. Nieuw spreekwoord. De weg is er en honden zijn er ook en omdat ik de boerderij van de achterzijde benader, moet ik het erf over om bij de weg te komen. De honden slapen en ik slaag er in om ze niet wakker te maken. Voor ze er erg in hebben, ben ik bij de uitgang. Daar staat het bordje: Ferme d'Aulnay.
De boerderij lijkt uitgestorven op honden en kippen na. Opmerkelijk is dat boerderijen als deze met naam en al op de kaart staan. Het is ook geen simpele boerderij. Het is meer een kleine nederzetting met zelfs iets van een muur er omheen. Je kunt je voorstellen dat uit dergelijke boerderijen, gehuchten en dorpen zijn ontstaan.
  De Route d'Aulnay is een fraai asfaltweggetje en het is er rustig want voor auto's loopt het dood. Als ik deze weg volg moet ik vanzelf bij het hotel komen want dat ligt aan Route d'Aulnay nummer 2. Het dorp waar ik moet zijn, lijkt eerst heel klein. De heuvels kunnen je aardig voor de gek houden. Je ziet eerst een paar daken en denkt: dit is het niet. Maar gaandeweg komen meer daken tevoorschijn. Vervolgens duikt er een kerkje op en dan blijkt er uiteindelijk toch een heel dorp te liggen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


 


Het hele jaar geopend, behalve tijdens de druivenoogst.
'Cinq heures', heb ik over de telefoon gezegd. Om vier uur ben ik er al. Hôtel de la Paix. Een monumentaal pand ergens op de hoek. De familie zit aan tafel en een vrouw wijst me de kamer. Kamer numéro 1.
Tijd genoeg om Ville-en-Tardenois te verkennen. Valt niet tegen. Om te beginnen loopt er een riviertje doorheen, de Ardre, en dat is altijd goed. Aan dit riviertje ligt een oude overdekte wasplaats. Veel dorpen hebben ze in ere hersteld. Gewassen wordt er niet meer. Er hangen plantenbakken ter decoratie en je kunt er op een bankje zitten.
Ville-en-Tardenois is agrarisch. Een boer noemt zich hier agriculteur en de wijnboeren heten viticulteur. De druivenoogst is het jaarlijkse hoogtepunt. Bij vrijwel alle particuliere overnachtingsadresjes zie je de vermelding: Ouvert toute l'année sauf période vendanges. Vendanges is de druivenoogst. Rond die tijd kunnen ze je niet gebruiken.
Ville-en-Tardenois ligt aan de Route Départementale (RD) 380 van Reims naar Parijs. Tardenois is de naam voor het gebied ten westen van Reims.
  De waard van Hôtel de la Paix doet denken aan Obelix, de stripfiguur. Een reus van een kerel. Hij maakt zich niet druk en denkt goed na voor hij iets zegt. Een bedachtzame Fransman - heel bijzonder. Ik tel twee vrouwen en het zou me niet verbazen als ze allebei van hem waren. Iemand met zijn omvang heeft daar gewoon recht op. De kinderen die in het hotel bevolken heb ik niet geteld, maar de enkele gasten vallen erbij in het niet. Met een gezin van dergelijke omvang ben je eigenlijk ook wel op een hotel aangewezen.
Het is een leven van belang in het hotel van de vrede. Alleen de patron maakt zich niet druk. Rots in de branding. Om vijf uur gaat de bar open en omdat ze ook het lokale Bureau de Tabac hebben, melden zich al spoedig de eerste verslaafden.
  Menu voor 95 franc. Andere opties zijn er niet. De familie eet eerst zelf. Om half acht krijg ik een jonge eend voorgezet. Geen entrée. Het is een taaie jonge eend met rijst en uienringen. Beneden de maat voor dit bedrag. In de eetzaal zit een Duits gezinnetje. Geen vrolijk gezelschap. De man kijkt alsof hij zich nog steeds schuldig voelt voor wat zijn landgenoten hier in twee wereldoorlogen hebben aangericht. Terecht. Zelf zou ik als Duitser mijn gezicht hier de eerste paar honderd jaar niet durven laten zien.