Venlo
De naam Venlo is een samentrekking van venne (moeras) en lo (bos) - bos in moerassig gebied dus.
Venlo - 2e dag
 
We zitten met z'n negenen te ontbijten in een grote ouderwets ingerichte huiskamer: vier Duitse jongelui, twee dames van middelbare leeftijd, een stelletje en ik. Mevrouw Knapen dribbelt tussen de tafels door met de ontbijt-ingrediënten. Bij elke tafel telt ze hardop of de zeven onderdelen er staan: brood, boter, beleg, thee, ei, bord en bestek.
Op de keukendeur hangen ansichten die gasten haar hebben toegestuurd. Ook eentje uit Santiago de Compostela. Soms komt er iemand langs die doorloopt.
Ik mag nog een nacht blijven, maar tot zeven uur vanavond kan ik het pension niet in. Mevrouw Knapen gaat naar een verjaardag van een nichtje. Geen probleem. Het moet mogelijk zijn om je in een stad als Venlo een dag te vermaken.

Venlo. Volgens de overlevering is de stad in de eerste eeuw gesticht door een Germaanse hoofdman, een zekere Valuas.
Blerick aan de overkant is bekend als nederzetting uit de Romeinse tijd. Het lag aan de heerweg Nijmegen-Maastricht en vermoedelijk stond er een militair bouwwerk. Blerick komt voor als Blariacum op de Peutingerkaart. Dit is een middeleeuwse kopie van een Romeinse wegenkaart.
Maar ook aan deze kant van de rivier veel Romeinse vondsten die zelfs teruggaan tot in de tijd van Keizer Augustus! Op deze rechter Maasoever liep ook een weg. Het was de heerweg die Heerlen met Xanten verbond. Lag er misschien tussen Venlo en Blerick een brug die beide wegen met elkaar verbond? Onbekend. Bij Cuijk zijn resten van een dergelijke Romeinse brug gevonden - hier nog niet.

In de Middeleeuwen groeide Venlo als havenstad. Op de woelige bovenloop van de Maas voer men met een ander scheepstype dan op de rustiger benedenloop. Op de Maaskade van Venlo werden de goederen overgeslagen. Venlo kreeg in 1343 stadsrechten.
Wapenspreuk
De wapenspreuk van de gemeente Venlo is vermeldenswaard: Festina Lente, Cauta Fac Omnia Mente - Haast je langzaam, doe alles met overleg.
Festina Lente was een lijfspreuk van Keizer Augustus - zo wil de overlevering.
Zondagmorgen om tien uur is het nog heel rustig in het Julianapark tegenover het station, zodat mijn Tai Ji oefeningen niet al te veel aandacht trekken. Bij aankomst in het park zie ik trouwens een jongedame die ook iets bijzonders doet. Ze staat in een soort meditatieve spreidstand met de handen gevouwen voor de buik en aan die handen hangt iets wat op een kettinkje lijkt. Net als ik arriveer, houdt ze het voor gezien. Jammer. Achteraf had ik een praatje moeten maken. Gemiste kans.
 
Ik drink koffie in de wachtkamer van de NS. In de stad is niets open. Daarna loop ik de stadswandeling van de VVV. Valt tegen, maar misschien valt elke stadswandeling op zondagmorgen in een uitgestorven stad wel tegen. Blerick valt ook tegen. Niets te beleven - slechts autowegen. Terug in het centrum van Venlo loop ik de twee dames uit het pension tegen het lijf. Twee vriendinnen. Ze lopen van Amsterdam naar Keulen en houden vandaag ook een rustdag. Ze volgen geen lange-afstands-paden, hebben geen wandelervaring, dragen geen speciale wandelschoenen, maar hebben wel de tijd van hun leven. De ene vrouw is in Keulen geboren en het was altijd een stille wens om er vanuit haar woonplaats eens naar toe te lopen.
Kleren wassen doen de dames niet. Daar hebben ze een originele oplossing voor gevonden. Met hun mannen spreken ze eens in de zoveel dagen af. Die komen dan met de auto het schone goed brengen en de vuile was ophalen. De dames komen nu juist van het station in Venlo waar ze een dergelijke ontmoeting hadden geregeld. Ze bellen elke avond met het thuisfront waar man en kinderen de dagelijkse vorderingen op de kaart volgen. Logeeradressen haalden ze tot dusver uit het boekje 'Vrienden op de fiets'. Maar vanaf morgen kan dat niet meer. Dan zitten ze in Duitsland. Of ik misschien nog iets weet op de weg naar Keulen? Ik raad ze aan een Duitse VVV, een Verkehrsvereine, te bellen.
Martinus als beschermheilige
Willibrordus koos Martinus als beschermheilige van het bisdom Utrecht. Dit werkte de populariteit van Martinus in deze streken in de hand.

 
Jan, Piet en Klaas
De voornamen Jan, Piet en Klaas worden vaak in één adem genoemd. Ze zijn respectievelijk afgeleid van: Johannes de Doper, de apostel Petrus en Nicolaas de goedheiligman.

 
Groningen - Martinistad
In het protestantse Groningen hebben ze de Sint geëlimineerd en Martinus werd Martini.
In 1594 vertrokken de Spaanse bezetters uit Groningen en daarna was alleen nog het protestantse geloof toegestaan. De bisschop van Münster (bijgenaamd 'Bommen Berend') probeerde in 1672 de stad nog met bombardementen op andere gedachten te brengen, maar dat is niet gelukt. Pas sinds kort bestaat er weer een bisdom Groningen.
Venlo heeft evenals Groningen een Sint-Martinuskerk. Elke katholieke kerk dient gewijd te zijn aan een heilige: de zogenaamde titelheilige. In Nederlandse parochies staat Martinus op de tweede plaats met 84 kerken. Johannes (Sint Jan) gaat aan kop met 101 kerken. Jan was niet voor niets een veel gebruikte voornaam in Nederland.
In Frankrijk heet Martinus: Saint Martin. Daar is het de meest populaire heilige. Meer dan vierduizend kerken dragen zijn naam en er zijn ongeveer driehonderd plaatsen die St-Martin heten. Martin is in Frankrijk ook een veel voorkomende achternaam. In Nederland kennen we Martin, Maarten, Marten, Tinus, Tineke, etcetera. Wie was die Martinus?
Martinus was bisschop van de Franse stad Tours. Hij werd geboren in Pavia in 316 als zoon van een Romeinse bestuurder en begon een loopbaan in het Romeinse leger. Terwijl hij in Amiens was gelegerd deed zich iets voor waarmee hij voor altijd zijn naam op het gebied van goedgeefsheid zou vestigen. Het was winter en extreem koud. Martinus ontmoette een naakte bedelaar bij de stadspoort die tevergeefs voorbijgangers aanklampte. Niemand gaf iets. Martinus wilde iets doen maar hij had niets anders bij zich dan de mantel die hij droeg. Wat deed hij? Hij trok zijn zwaard, sneed zijn mantel in tweeën en gaf de bedelaar de ene helft. Martinus was toen achttien jaar. De volgende nacht had hij een droom. Hij zag Jezus die de helft van zijn mantel droeg en zei: 'Martinus heeft me deze kleding gegeven.' Een teken. Martinus liet zich dopen en twee jaar later verliet hij het leger om zich in het klooster van Ligugé bij Poitiers terug te trekken. Wellicht heeft hij het klooster zelf gesticht. Het is in elk geval een van de allereerste kloosters in Frankrijk.
  In 371 kwamen ze hem vanuit Tours vragen om de vacante bisschopszetel in te nemen. Na de nodige aarzeling accepteerde hij de baan en bekleedde hem 26 jaar. Martinus stierf op 8 november 397. Zijn feestdag is 11 november. Tot 1918 was 11 november in Frankrijk een vrije dag! Daarna werd het L'Armistice - de dag waarop ze het einde van de eerste wereldoorlog herdenken.
Op diverse plaatsen in Nederland lopen de kinderen op 11 november ter gelegenheid van Sint Maarten met lampionnetjes de deuren langs. Onder het zingen van een toepasselijk lied doen ze een beroep op de goedgeefsheid van de bewoners. Volgens de onderzoekers is het feest van Sint Maarten is een gekerstend herfstfeest van de Germanen waarbij dankoffers aan Wodan werden gebracht.
Martinus
De naam Martinus is afgeleid van de Romeinse oorlogsgod Mars.
Martius = van Mars
Martinus is een verkleinwoord.
's Middags ben ik opnieuw in het Julianapark. Het is frisjes, maar op een beschut plekje in het noordwesten van het park is het op een bankje net uit te houden. Ik pak de kaart en bestudeer de route voor morgen: Venlo-Roermond.
Er schuifelt een oude man in een lange jas voorbij, met hoed en wandelstok. Hij stopt.
- U zoekt de weg?
- Nee hoor. Ik kijk maar wat.
Ik vertel hem dat ik een lange wandeling maak. Hij komt naast me op de bank zitten.
- En waar gaat uw reis morgen naar toe?
- Naar Roermond.
- En hoe loopt u dan?
- Dat zit ik juist te bekijken. Ik denk over Tegelen en dan de Prinsendijk. Bent u daar bekend?
- Ja, Tegelen ken ik heel goed. Daar heb ik lange tijd gewerkt.
- Wat deed u als ik vragen mag?
- In Tegelen ben ik pastoor geweest. Daarvoor was ik godsdienstleraar.
- Op een middelbare school?
- Nee, op een kweekschool. Een kweekschool voor meisjes. Die had je toen nog.
Hij stelt zich voor als Hell. Pastoor Hell. Een bijzondere naam voor een pastoor. De zon komt erbij en we verbazen ons over het geelachtige bladerdak van een naburige boom. Pastoor Hell weet ook niet wat voor boom het is. Hij komt hier deze lente voor het eerst.
- Ik kan wel merken dat het een rustdag voor u is.
- Waaraan merkt u dat?
- U blijft hier maar zitten praten. U heeft geen haast.
- Nee, dat klopt. Ik heb geen haast.
En dus praten we verder. Een tijdje geleden woonde hij op nog zichzelf, maar het ging niet meer. Op zekere dag viel hij om in zijn woning en kon uit zichzelf niet meer overeind komen. Nu woont hij in het bejaardencentrum De Beerendonck - op steenworp afstand van het park.
- Hoe oud bent u nu?
- Negenentachtig jaar.
  De pastoor heeft veel gereisd. De hele wereld rond: Europa, Verre Oosten, Afrika, Zuid-Amerika. Hij is overal geweest en was altijd te gast bij katholieke instanties. Hij hield van reizen.
- Maar nu kan het niet meer, zegt hij spijtig. Die tijd is voorbij.
Nu heeft hij alleen nog zijn boeken. Kasten vol boeken. Ze passen ternauwernood in zijn nieuwe onderkomen.
- Veel van die boeken haalde ik bij de Slegte in Amsterdam. Daar ging ik heen als ik 'vrij reizen' had en dan kwam ik terug met een tas vol boeken. Ik hou van boeken. Zelf heb ik ook boeken geschreven.
- Wat voor boeken?
- Leerboeken. Leerboeken over kerkgeschiedenis.
Pastoor Hell spreekt heel zorgvuldig Nederlands. Geen spoor van een Limburgs accent. Is hij geen Limburger?
- Nee. Van oorsprong ben ik een Rotterdammer. Ach ja, 't kan vreemd lopen.
Ik maak een foto van hem. Ik praat niet elke dag met een pastoor. Op de hoek van het park geven we elkaar een hand en nemen afscheid.
  Twee waarnemingen bij de Chinees aan de Puteanusstraat:
1. Man en vrouw krijgen een loempia voorgeschoteld. Man begint smakelijk te eten. Vrouw eet ook wat. Chinese serveerster komt langs om te vragen of het smaakt. Vrouw:
- Nee... En wijzend op de loempia: -Dee is net werm hè. En als-ie net werm is, dan smekt-ie nie...
Man kijkt verbouwereerd op. Zijn loempia is al half verdwenen. Meisje neemt beide loempia's mee terug naar de keuken. Man kijkt beteuterd. Was net lekker aan het eten, krijg je dit. Vrouw zeurt door. Er komen nieuwe loempia's. Gloeiend heet deze keer, maar zonder bestek. Dat euvel is snel verholpen en dan kunnen we eindelijk rustig eten.
2. Een vrouw die kort geleden heeft afgerekend komt ontredderd de zaak weer binnen. Haar auto is weg. Hij stond geparkeerd op het Mgr. Nolensplein, waar we op uit zitten te kijken, en nu is hij weg. Of iemand iets gezien heeft. Nee, niemand heeft iets gezien. Men raadt haar aan zich op het politiebureau te vervoegen om aangifte te doen. Vrouw komt nu ook tot het inzicht dat ze hier bij de Chinees niets te zoeken heeft en gaat weg. Ze moest gewoon even haar verhaal kwijt.
  's Avonds probeer ik Café De Locomotief. Als je de heavy metal en hard rock wegdenkt kun je daar rustig zitten. De dames uit Noord-Holland lopen voorbij en krijgen mij in het oog. Ze komen erbij zitten en we vervolgen ons gesprek. De dames zijn zeer te spreken over de gastvrijheid die hen onderweg ten deel valt. Ze vertellen hoe ze ergens direct na aankomst de sleutel van de boerderij kregen. De bewoners moesten zelf snel weg. Ze kregen ook ergens onderweg spontaan koffie aangeboden. Ze lopen geen bekende route. Dat scheelt. Dan ben je niet de zoveelste die voorbij komt. Anderzijds hebben ze hun leeftijd mee. Twee gezellige tante Pollewops - die laat je niet snel in de kou staan.
De vrouwen willen alles afrekenen - ook wat ik voor hun komst heb gehad. Samen lopen we terug naar ons onderdak voor deze nacht.
  Logboek: -Mijn linkerteen begint problemen te geven. De eerste weken is er altijd wat. Hypothese: druk op de nagel is groter door gewicht rugzak, nagel drukt op vlees, vlees doet zeer en bloedsomloop raakt beknelt, teen wordt gevoelloos. Zoiets zou het kunnen zijn. Zal wel vanzelf weer overgaan zoals de meeste kleine ongemakken.
  Vandaag is de laatste der IJsheiligen aan de beurt: Sint Bonifatius. Evenals Willibrordus een missionaris onder Friezen en Germanen. Beide heren hebben zelfs nog een tijdje samengewerkt. Bonifatius werd ergens tussen 672-675 geboren. Hij stichtte kerken en kloosters - onder andere in het Duitse Fulda. In 747 werd hij bisschop te Mainz.
Bonifatius had de gewoonte heilige eiken van de Germanen om te hakken. Bleven de verwachte natuurrampen uit, dan gold dit als bewijs dat hun goden niet bestonden. Zo hakte hij ook op 5 juni 754 of 755 te Dokkum gewoontegetrouw een heilige eik om. Maar door de Friezen werd hem dat niet in dank afgenomen. De inmiddels tachtigjarige Bonifatius werd samen met 52 geestverwanten vermoord. Zijn schedel is in Dokkum blijven liggen, de rest van het geraamte ligt in Fulda. Dokkum is nu het belangrijkste bedevaartsoord in het bisdom Groningen.