coteau - heuveltje
Vendranges

Vandaag heb ik het paradijs ontdekt. Vanuit Roanne neem je de N7 naar het zuiden en dan is het bij Vendranges rechtsaf. Zelf kwam ik er via een bergetappe.

Bewolkt na regen en onweer. Een vochtig wegdek en lekker fris. Ik volg de Avenue de Lyon (het is de oude N7 - de nieuwe hebben ze om het centrum heen gelegd), steek de brug over naar Le Coteau, koop een demi baguette met water en wandel de stad uit.
De D43 is een weggetje dat steeds hoger klimt. Ten zuiden van Roanne liggen heuvels - uitlopers van het Massif Central. De Loire heeft er een diep parcours in uitgesneden: de Gorges de la Loire. Bij Villerest ligt een grote stuwdam - ondermeer gebouwd om de kerncentrales langs de Loire van voldoende koelwater te verzekeren. Het stuwmeer schijnt ernstig vervuild te zijn, maar nog niet zo erg als het andere stuwmeer, Lac de Grangent ter hoogte van St-Étienne. Lac de Grangent moet al het rioolwater van St-Étienne verwerken en dat is teveel gevraagd.

Heuvels dus en tegen de tijd dat ik Commelle bereik, heb ik me al flink in het zweet gewerkt. Het is tien uur en er is een café. Een sjiek café. Dorpjes als Commelle zijn geen echte Franse dorpjes meer. Ze zijn opgekocht door mensen die elders werken.
In de krant lees ik over de bomaanslag van gisteren, 26 juli, in het Parijse metrostation St-Michel. Deze aanslag en de klopjacht op de daders zal de komende weken het nieuws op de Franse voorpagina's domineren.
 
 
alouette - leeuwerik
chanter - zingen
Roanne kun je nog steeds zien liggen: een witte blokkendoos in de Loire-vallei. Ik maak een foto bij Chante-Alouette omdat ik denk dat het de laatste terugblik is, maar een uur later zie ik Roanne nog steeds liggen - nu vanuit een hogere positie. Wat blijkt? Roanne blijft de hele dag in zicht tot aan de boerderij bij Vendranges!
  St-Cyr-de-Favières is een dorp met zevenhonderd inwoners. Het grote café heeft congé annuel. De eigenaars zijn een maand met vakantie. Dus naar de andere bar. En dat is iets bijzonders. Een oud vrouwtje met lang grijs haar zit achter een grote tafel vol met lege en bijna lege flessen. Twee werklui die voor mij het café zijn binnen gegaan kunnen niet krijgen wat ze hebben willen. Het vrouwtje vertelt een droevig verhaal. Als ik het goed begrijp, zit ze al weken op nieuwe voorraden te wachten die maar niet willen komen.
- Ah bon... zegt de woordvoerder van de werklui. Ah bon...
En hij kijkt mij aan met een gezicht van wat heb ik nou aan mijn fiets hangen. Hier is iets vreemds aan de hand. De mannen slaan een sterk drankje achterover en maken dat ze weg komen. Ondertussen ben ik aan de beurt.
  - Du lait?
- Non.
- Cola?
- Ah non. Attendez...
zegt ze en sloft naar het achterhuis.
Ze komt terug met drie flesjes sap die er zeer oud uitzien. Het is alles wat ze nog aan frisdrank heeft. Ik bekijk de gehavende etiketten. À consommer avant juillet 92. Die hoef ik niet.
- Eau minérale?... probeer ik.
Ze komt terug met een aangebroken literfles.
- Pétillant.
- C'est encore frais?
- Mais oui. Du frigidaire.

Jazeker, het komt uit de koelkast, maar er zit schimmel aan de buitenkant van de fles. Ze schenkt een glas in. Ik neem een klein slokje. De prik is verdwenen. Dat hoef ik ook niet. Tijd om op te stappen.
- Je vous dois combien?
- Six francs.

Het vrouwtje blijft achter in een lege kroeg met lege flessen, wachtend op het volgende slachtoffer.


Na St-Cyr gaat het weggetje steil naar beneden. Ik negeer het bordje Déviation en daal af naar het spoorlijntje - een grappig boemeltje van Roanne naar Balbigny dat regelmatig onder de grond verdwijnt. Het weggetje voert onder de spoorbaan door en in het tunneltje stap ik bijna in vers cement dat eerder genoemde werklui op het wegdek hebben gestort. 'Wandelaar op weg van Groningen naar Middellandse Zee loopt zich vast in cement'.
Een van de wegwerkers komt op het gerucht af. Nee, de eerste paar uur kun je er niet over, maar naast het wegdek staat een muurtje:
- Vous êtes un équilibrist?
Of ik een evenwichtskunstenaar ben.
- Ah, vous êtes très sympa, zegt de man als ik het parcours heb afgelegd.
Sympa is het nieuwe modewoordje. Het klinkt eigenaardig uit de mond van een ruwe wegwerker. Beide mannen trekken zich weer terug in de schaduw van hun camion om verder te eten. Ik klauter uit het dal omhoog en volg hun voorbeeld aan de kant van de weg.
  De D17. Fraaie vergezichten. In de verte zie je de auto's over de Route Nationale rijden. Er komt een dorpje in zicht dat alleen maar Vendranges kan zijn.
Verbeau bestaat uit twee boerderijen. Hier moet ik volgens de kaart linksaf. Een jongetje dat ik de weg wil vragen, vlucht naar binnen. Even later waagt hij zich toch weer buiten en bevestigt mijn vermoeden dat dit het weggetje naar Vendranges is. Een slingerende weg door een dromerig landschap. Stukjes weiland, roodbonte koeien, bosjes, houtwallen en hier en daar een boerderijtje.
  In Vendranges krijg ik een escorte van enkele jochies op de fiets die mij persoonlijk naar een bar-hotel-restaurant begeleiden. Een hotel waar het Office du Tourisme in Roanne niets van wist en waar ik graag zou blijven, maar afspraak is afspraak. Vanuit Vendranges moest ik de D42 nemen, zo heeft Madame Roche mij gisteren telefonisch uitgelegd. Nog steeds stijgt de weg en nog steeds is Roanne in zicht.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Scholen
De Romeinen begonnen de eerste scholen in Frankrijk: de litteratores en de grammatici. Ze waren in elke stad te vinden. Marseille had een universiteit. Eind 5e eeuw waren alle scholen verdwenen.
Vier uur. Een smal weggetje leidt naar het boerderijtje van de familie Roche. Chambre d'hôte à la ferme, zegt het bordje. Odile Roche is een kordate vrouw van een jaar of veertig. Ze is juist bezig de dames van de theevisite de deur uit te werken.
- Aah, le randonneur!
Ze laat me achter in de bijkeuken met een kruik jus d'orange en gaat de logeerkamer in orde maken. Ik zit niet lang alleen. De nieuwe institutrice komt op bezoek. Juf arriveert in een rood autootje. Jaar of dertig. Ze komt er bij zitten. Uit het gesprek tussen de twee vrouwen maak ik op dat enkele dorpjes in de omgeving samen een schooltje onderhouden. Une école primaire - een basisschool. De nieuwe juf komt kennismaken. Omdat ze te ver weg woont om op en neer te reizen, komt ze vanaf september hier door de week op de boerderij logeren. Madame Roche kent alle vragen die je in het onderhavige geval moet stellen. Zo wil ze bijvoorbeeld weten welke methode juf denkt toe te gaan passen in het taalonderwijs. Franse taal is het belangrijkste vak op de basisschool.
  Mijn kamer kijkt uit op de koeiestal en op de heuvels die dit idyllische plekje omringen. Beneden in het dal, zo'n vijftig meter lager, ligt een meertje met een bos. Er staan caravans. Dat moet de camping zijn.
Helderblauwe lucht. Ik ga op verkenning uit. Sproei-installatie boven maisveldje. Dichterbij komend het geronk van een verlaten trekker. Kleine asfaltweggetjes en zandpaden door de heuvels, kinderstemmen bij het meer, vogelgeluiden in het bos, een klaterend beekje dat hier ergens ontspringt en nu haar weg zoekt naar de Loire, degelijke uit geel zandsteen opgetrokken boerderijtjes waar eenvoudige en gastvrije mensen wonen. Ze zaaien, maaien, baren en brengen kinderen groot. Ik heb het paradijs ontdekt.
 
 
Odile Roche zet zich aan tafel om een routeschets te tekenen die ik morgen gebruiken kan. Ik heb haar verteld dat Balbigny me een goede bestemming leek en nu bedenkt ze een route om via een prettige wandeling bij de Loire uit te komen. Ik heb haar mijn IGN-kaart laten zien, maar daar kon ze haar omgeving niet op terugvinden. Laat boeren nooit een kaart zien. Daar begrijpen ze niks van.
In het hoofd van mijn gastvrouw zit een hele andere kaart. Veel concreter dan de kaart waar ik op loop. Eentje met panorama's, weggetjes, bomen, gezichten, namen, kruisen, boerderijen... De routeschets die ze tekent heeft iets van een oude Romeinse kaart. De boerderijen tekent ze als huisjes. Heel belangrijk zijn de kruisen onderweg. Die kent ze allemaal. Ze weet ook wie overal woont, zo'n beetje tot aan St-Jodard - tien kilometer verderop aan de Loire.
De wandeling start natuurlijk op het punt waar we nu zitten. Daar zet ze neer: Roche, chambres d'hôtes - camping. Kan niet missen. Daar moet ik morgen beginnen. De afslagen die ik links of rechts moet laten liggen tekent ze ook. Bij tijd en wijle tuurt onze cartografe in de verte om haar geheugen te raadplegen. Tenslotte tekent ze pijlen in de routeschets om de looprichting aan te geven.
- Il faut suivre les flêches.
- Ah bon.

Eén pijl zou voldoende zijn, maar ze tekent ze langs de hele route. Ik zou plotseling rechtsomkeert kunnen maken. Ondertussen praten we wat.
- Vous avez combien d'enfants?
- Trente.
- Trente enfants?
- Mais non! Trente vaches. Nous avons cinq enfants.

Dertig koeien en vijf kinderen. Of ik praatte niet duidelijk, of ze verwachtte een vraag over koeien. Haar man, André Roche, doet het land en de koeien. Zij de rest.
En wat doen de kinderen in het paradijs? Zij kijken televisie in de huiskamer.
Table d'hôte - maaltijd voor de gasten Odile Roche verzorgt een Table d'hôte. Zij werkt in de keuken en ik zit alleen te eten aan de grote tafel in de bijkeuken. Ze heeft me een Assiette jardinière voorgezet. Lichte groenten. Verder staan er op tafel een mand met warme broodjes, een karaf rode wijn en een karaf water.
Er melden zich gasten voor de camping. Daar gaat Madame Roche ook over. Ze excuseert zich, laat het kokkerellen voor wat het is en rijdt met hen mee om ze een plekje te wijzen. Na een minuut of vijf komt er een meisje uit de woonkamer, wenst me Bon appétit! en gaat poolshoogte nemen in de keuken. De oudste dochter, jaar of achttien, beetje verlegen, maar even slagvaardig als haar moeder waar het de keuken betreft. In een oogwenk serveert ze een dampende schotel: boontjes in roomsaus.
Madame Roche keert terug en kijkt blij verrast.
- Aah. On a vous servi?
- Oui. Autre chef de cuisine.

Na de machtige boontjesschotel wil ze me gâteau aanbieden: eigengemaakt bosbessengebak.
- D'accord - une toute petit pièce.
Koffie met appelgebak kennen ze in Frankrijk niet. Het gebak is opgenomen in de warme maaltijd. De kaasplank weiger ik resoluut. IJs na.
De wereldse mens praat over wat hij heeft gegeten, de spirituele over wat hij heeft gelezen. Le profane parle de ce qu'il a mangé; le spirituel, de ce qu'il a lu.

Ik heb verteld wat ik vandaag heb gegeten. Wat heb ik gelezen? Ik heb Franse Donald Ducks gelezen. Stripboeken - des bandes dessinées. De Maigret heb ik uit en ik heb hem tussen de kinderboeken op de plank gezet. Een surprise. Hoelang zou het duren voor ze hem vinden?