St-Étienne - 3e dag

Zodra je in St-Étienne een stap buiten het centrum zet, leidt de weg omhoog. Zoals gezegd ontstond de stad in het dal van het riviertje de Furens, maar dat stroompje heb ik in de stad zelf niet ontdekt. Het zal wel in de riolering zijn opgenomen. De Furens komt uit in de Loire. Even ten oosten van de stad stroomt de Janon en dat riviertje mondt uit in de Gier die op haar beurt in de Rhône uitkomt. Dit betekent dat ergens in St-Étienne, tussen Furens en Janon, een waterscheiding ligt. Wat met de Furens meegaat komt in de Atlantische Oceaan terecht, wat de Janon meeneemt heeft de Middellandse Zee als eindbestemming.
  Voor het Hôtel de Ville ligt Place Dorian. Een groot plein met een fontein en slechts één bankje. Waarom? Misschien denkt het stadsbestuur: als we er meer bankjes neerzetten gaan er toch alleen maar Arabieren en zwervers op zitten. En dat is vanuit het stadhuis een minder fraai gezicht.
Ook in deze stad krijg ik zin een brief naar het stadsbestuur te sturen met enkele opmerkingen. Dingen die me niet bevallen. Het Bureau du Tourisme bijvoorbeeld. Vanmorgen nog heb ik ze in grote verlegenheid gebracht door te vragen naar logies tussen St-Étienne en de Rhône. Het gidsje met chambres d'hôtes in het departement Loire dat ik in Roanne al bekeken heb, kenden ze niet. Wel hadden ze een gidsje van het Parc Naturel Régional du Pilat. Daar staan ook adresjes in.
  Place Jean Jaurès. Twee mannen proberen voorbijgangers dozen met cake te verkopen. Of ik ook een stukje cake wil. Ik wil wel een stukje cake maar geen hele doos. Dat zeg ik er direct bij. OK. Ik krijg een stukje cake.
- Ça va?
- Pas mal.

Of ik dan toch niet de hele doos wil kopen?
- Non.
Een jongen schooit om sigaretten. Als hij er eentje krijgt, gaat hij naar het volgende tafeltje met dezelfde vraag. Een andere zwerver loopt een paar keer bedelend de straat op en neer en gaat weer tussen zijn kameraden op een bankje zitten. Er zijn er teveel, maar de inwoners houden deze zwerverspopulatie zelf in stand. Je moet ze helemaal niets geven, dan zijn ze zo vertrokken. 't Is hard maar waar.
  's Avonds beproef ik mijn geluk andermaal in het Gouden Wijnhuis. De eigenaar kent me nog en schudt me enthousiast de hand.
- Ça va?
Aardige mensen. De dochter des huizes daalt de trap af in een leuk jumpertje. Ze sluipt naderbij en dan beginnen we van voren af aan:
- Est-ce que vous désirez un apéritif?

Het is 1 augustus. De maand is genoemd naar de Romeinse keizer Augustus (63 vC - 14 nC). De Fransen hebben een sterke neiging hun woorden in te krimpen. Na tweeduizend jaar hebben ze van augustus alleen nog août (spreek uit: 'oet') overgehouden.
Op 1 augustus vierden de Kelten het feest van Lug: Lugnasad. Drusus begon in 10 vC een soort nationale assemblee in Lyon waarin alle zestig Keltische stammen waren vertegenwoordigd. Een vervolg op de Gallische Landdag. Als datum koos hij 1 augustus. Het feest van Lug werd vervangen door een feest ter ere van de keizer. Op 1 augustus 10 vC werd in Lyon ook Drusus' zoon Claudius geboren.