St-Étienne - 2e dag

Bij het Bureau du Toerisme heb ik ze de waarheid verteld. Punt 1: ze zijn niet te vinden, punt 2: ze waren op zondag dicht en punt drie: er hangt geen lijstje met hotels achter het raam. De jongeman hoort mijn tirade geduldig aan.
- C'est vrai...
Maar ze zijn pas verhuisd, zegt hij. Verzachtende omstandigheden. Hij overhandigt me een Plan de Ville en daarop lijkt Parc de Montaud de aangewezen plek voor Tai Ji. Het is een eind buiten het centrum en de weg voert langs een verlaten steenkoolmijn. In St-Étienne werd tot in de jaren tachtig steenkool gewonnen. Dit verklaart de aanwezigheid van Arabieren. Ze werden hier als goedkope arbeidskrachten naar toe gehaald. Hun familie volgde en nu is St-Étienne bezig een Arabische stad te worden. Hoe dat komt? Arabieren vermenigvuldigen zich gewoon sneller dan Fransen. Ze stoppen niet bij twee kinderen. Ze gaan door. Arabische vrouwen tussen de twintig en veertig jaar lopen steevast achter een kinderwagen en zijn dan alweer in verwachting van de volgende. Ik geloof trouwens niet dat ze bijzonder veel van hun kinderen houden, die vrouwen. Ze kijken zelden opgewekt en houden al scheldend hun kroost op het rechte pad.
Rechtse praat? Eenvoudige observaties. St-Étienne is over twintig jaar een Arabische stad. Mij maakt het niets uit, maar ik kan me goed voorstellen dat veel Fransen zich onbehaaglijk beginnen te voelen en dat Jean Marie Le Pen succes heeft met zijn slogan: On n'est plus chez nous - We zijn niet langer onder ons.
 
Crêt des 6 soleils - top van de 6 zonnen

 
Crêt de la Perdrix - top van de patrijs

 
Parc de Montaud ligt tegen een heuvel die je kunt beklimmen. Hij is 645 meter hoog en ze noemen hem 'Crêt des 6 soleils' naar het kunstwerk dat bovenop is neergezet. Alle bergtoppen in deze omgeving heten Crêt. Boven heb je een fraai uitzicht. Ten zuiden van St-Étienne ligt de Mont Pilat. Een gebergte met diverse Crêts die je kunt opzoeken met een Table d'orientation. De Crêt de la Perdrix is de hoogste met 1432 meter.
De toppen van de Pilat trekken me niet. De kortste weg naar het Rhône-dal zou in zuidoostelijke richting zijn - dwars door de Pilat. Dat doe ik niet. Verder naar het oosten nemen de toppen in hoogte af en ik denk er over eerst het dal van de Gier te volgen richting Lyon en dan de doorsteek te wagen op een plek waar de beklimmingen minder vermoeiend zijn. Door het dal van het riviertje de Gier loopt ook de autoroute.
Ik kijk naar de weg waar ik gisteren langs gekomen ben. Achter gindse heuvels ligt Montrond-les-Bains. Het blijft merkwaardig wat zo'n nietig mensje lopend op een dag kan afleggen.
  Bergafwaarts langs de Rue de la Harpe en koffie aan de Place Jacquard. Markt. Ik betrek voor twee franc waspoeder (lessive) bij een wasserette (lavage) en keer terug naar mijn ideale hotel. Het hotel begint op de eerste verdieping met een bar waar de eigenaar vanmorgen het ontbijt serveerde. Teruggekomen op m'n kamer zie ik dat het bed is opgemaakt. Altijd een goed teken.
  St-Étienne begon in de 12e eeuw als een dorpje aan het riviertje de Furens. In 1296 won men al steenkool - eerst voor huishoudelijk gebruik, later ook voor de vuren van de ijzersmeden. Zij maakten messen, zwaarden, degens en tenslotte vuurwapens. In 1746 kwam de Manufacture Royale d'Armes naar St-Étienne en de wapenproduktie werd zo overheersend dat men tijdens de Franse Revolutie de naam van de stad veranderde in Armeville - Wapenstad.
Ook elders in Frankrijk had men belangstelling voor de steenkool. Het allereerste spoorlijntje in Frankrijk liep van St-Étienne naar Andrézieux aan de Loire. Mei 1827 werden de 21 km rails in bedrijf gesteld. De wagons met steenkool werden getrokken door paarden. Bij St-Rambert-sur-Loire maakte men de boten die de steenkool stroomafwaarts transporteerden.
  De industriële revolutie deed de rest. Waar steenkool zit, komt zware industrie. In 1900 had St-Étienne al honderdduizend inwoners. De industrie breidde zich gaandeweg uit door de vallei van de Gier - richting Lyon.
De winning van steenkool is gestopt en St-Étienne is bezig een normale stad te worden. De vergelijking met Luik dringt zich op: steenkool, zware industrie en wapenproduktie. De terrils, de kunstmatige heuvels van mijnafval, liggen hier ook. Ze zijn begroeid, maar aan de kegelvorm kun je zien dat het geen natuurlijke heuvels zijn.
St-Étienne is evenals Luik nooit een toeristische trekpleister geweest. Dat kan veranderen.
  's Middags koop ik een Maigret. Tweedehands: vendre 12 franc, achat 7 franc. Voor 5 franc kun je in deze stad een Maigret lezen. Maigret à Delfzijl hebben ze ook, maar die lijkt me nu niet zo geschikt.
Lezen in het park valt niet mee. De Place Jean Jaurès is vergeven van de klaplopers en het aantal bankjes is beperkt. Opvallend veel zwervers en mensen met een tic. Tweeduizend uren zon per jaar heeft St-Étienne, las ik in een folder. Misschien is er een verband. Veel oude Arabieren ook, die met een literfles mineraalwater op de bankjes neerstrijken. Ze zijn luidruchtig: boeren, laten winden, schrapen hun keel en spuwen. Nee - daar in dat parkje leest het niet geweldig.
Wat opvalt is dat politie volledig ontbreekt. Niet dat ik politie nodig heb, maar ik dacht dat de aanwezigheid van enkele gendarmes de straatjeugd er misschien van zou weerhouden lukraak overal tegenaan te plassen. Sinds mijn aankomst in St-Étienne heb ik nog geen agent gezien. Zouden alle manschappen naar Parijs zijn geroepen na de bomaanslag bij St-Michel? Ook nog geen schoonmaakploeg gezien of wagentjes van Ville Propre. Heeft het te maken met het industriële verleden? Zolang er steenkool gewonnen werd, was schoonmaken natuurlijk onbegonnen werk.
  Ik loop gelijk op met een tram waarin een leuke Française zit. Twee keer ontmoeten onze blikken elkaar. Ze stapt uit, wacht voor een etalage tot ik vlakbij ben en blijft dan tergend langzaam voor me lopen. Toeval? We zullen het nooit weten. Terwijl ik mijn hersens afzoek naar een geschikte vraag (Il fait chaud hein? Ça va? Pourquoi vous êtes descendue du tramway?) komt ze een bekende tegen en blijft staan praten. Ik heb eens ergens gelezen dat een vrouw altijd weet als een man belangstelling voor haar heeft. Ik weet niet of het zo is. Ik heb geen verstand van vrouwen.
Overigens is het hier heel normaal om goedkeurende opmerkingen over vrouwelijk schoon te maken. De vrouwen in kwestie, stellen dit zeer op prijs. Ze doen per slot van rekening ook erg hun best om er appetijtelijk uit te zien. Mannen roepen elkaar op straat toe als er iets bijzonders aankomt:
- Attention!
- Oh-la-la...

En zo loopt ons mademoiselletje onder luide bijval door de straten van de stad.
  Aan Place Grenette, op minder dan honderd meter van het hotel, staat een restaurantje. Maaltijd op het terras totdat er een onweer losbarst vergezeld van plensbuien. Iedereen naar binnen. Zelf ben ik net klaar met eten en neem een koffie om het wachten te korten. Maar na een kwartier begint het ook in het restaurant te regenen. Eerst op één plek en de eters daar zoeken snel een veilig heenkomen, maar later op zoveel plekken dat verder eten onmogelijk wordt. De arme serveerster sleept emmers, pannen en kannen aan. Tragikomisch. In elk geval werkt het op de lachspieren. Alle gasten verlaten het rampgebied. Ze hoeven niet te betalen.
Ik neem een kijkje op de eerste etage. Daar staan twee koks tot aan hun enkels in het water te dweilen. Tot overmaat van ramp valt een deel van de verlichting uit. Kortsluiting. Nog later zitten we helemaal in het donker. Op dat moment ga ik ook maar weg. Einde voorstelling.
De volgende dag lees ik in de krant dat we getuige zijn geweest van een wolkbreuk. In sommige straten van St-Étienne stond het water een meter hoog, zodat de auto's voorbij kwamen drijven. Had ik graag willen zien. Blijk ik achteraf toch nog in het verkeerde theater te hebben gezeten.
Paulus
De man die tijdens de steniging op de kleren van Stefanus paste, was Saulus. Hij werd een fanatieke christen-vervolger. Tot zijn bekering. Daarna verkondigde hij onder de naam Paulus met evenveel fanatisme het evangelie. Met zijn brieven schreef hij een groot deel van het Nieuwe Testament vol.
Saint Étienne. Étienne was de eerste martelaar. Hij werd gestenigd - ergens tussen 31 en 36 nC nadat hij als apostel was opgetreden onder Griekssprekende leden van de christengemeente in Jeruzalem.
Stefanus is de Nederlandse naam voor Étienne. De inwoners van St-Étienne heten overigens: les Stéphanois en de Fransen kennen ook de voornamen Stéphane en Stéphanie. Feestdag van de heilige is 26 december, maar Saint Étienne was zo populair, dat hij zelfs een tweede feestdag kreeg op 3 augustus.
Saint Étienne is ondermeer de patroonheilige van steenhouwers - vanwege de steniging.