St-Étienne

Een goede reiziger weet niet waar hij heen gaat, een voortreffelijk reiziger weet zelfs niet waar hij vandaan komt.
- Chinese spreuk
 
Vandaag wist ik even niet meer waar ik vandaan kwam. Het was tijdens de afdaling naar la Foullaise na een dag lopen in de brandende zon. Door terug te redeneren kon ik mijn punt van vertrek reconstrueren: Montrond-les-Bains. De dagen beginnen op elkaar lijken. Ik wijt de geheugenstoring eerder aan vermoeidheid dan aan voortreffelijke reiseigenschappen. Een leuke ervaring is het niet. Het veroorzaakt een lichte duizeling als je plotseling niet meer weet waar je vandaan komt.
  Montrond-les-Bains dus. Gerechtigheid. De receptioniste is nog niet goed wakker en geeft me honderd franc te veel terug van de briefjes die ik haar in handen duw zodat ik uiteindelijk voor slechts vijftig gulden heb overnacht. Of deed ze het met opzet? Uit medelijden met een arme randonneur? Of werkt ze misschien in stilte aan een zaligverklaring. Je weet het niet. Zelf ben ik heel eerlijk, maar dit soort vergissingen zie ik als een aardige geste van vrouwe Fortuna.
Achteraf geen slecht hotel. De muziek die ze draaiden was goed. Het ontbijt was ook goed. Veel thee bijvoorbeeld en in een echte theepot - geen glas heet water waar je zelf het zakje in moet hangen. En het personeel was ook geschikt. Het goede personeel in het verkeerde gebouw. Dat kan ook nog.

Op zondagmorgen loop ik langs een uitgestorven Route Nationale, net als vorige week vanuit Digoin. Niet lang overigens, want er loopt een parallelweggetje naar Meylieu, waar alle honden aanslaan. Bushokje aan de N82. Half tien en al warm genoeg om T-shirt voor hemd te ruilen.
Cuzieu. Honderd inwoners, aan de N82 en een kasteel. De bakker doet goede zaken. De plattelanders komen met de auto voorrijden om inkopen te doen. Schuin er tegenover is een café. De deur is open - de salle is leeg. Een vrouw stapt uit de bijkeuken.
- C'est ouvert?
- Si vous voulez. La porte est ouverte. Alors...

Alsof ze vergeten is de deur op slot te doen en nu de gevolgen voor lief neemt. Ze schenkt me een grote kop koffie in, zet er een kannetje warme melk naast en trekt zich terug in de bijkeuken om haar naaiwerk weer op te vatten.
De kerk in Cuzieu staat bovenop een heuvel en de kerkgangers zijn in grote getale toegestroomd - ook met de auto. Ik neem een weggetje naar Château Le Grand Clos waar EDF-medewerkers en hun familie mogen verpozen. Rechtdoor gaat een zandpad naar Chamboeuf en achteraf was dat de juiste weg geweest, maar ik weet mijn bestemming voor vandaag nog niet en keer terug naar de N82.
Een kilometer langs de RN. Er ligt een dode hond in de berm. Nog niet zo lang geleden aan- en overreden. Geen aangenaam gezicht. Het inwendige ligt uit elkaar. Bromvliegen stuiven van het kadaver op. Onwillekeurig ga je voorzichtiger lopen.
Badoit
In Veauche maken ze de flessen om het mineraalwater uit het nabij gelegen St-Galmier in te doen. Daar kwam begin 19e eeuw Monsieur S. Badoit als eerste in Frankrijk op het idee om mineraalwater uit de plaatselijke bron in flessen te distribueren. Het werd een groot succes. Badoit mineraalwater is rijk aan koolzuur - pétillant dus.
Laatste weggetje langs de Loire. Prachtig uitzicht op de rivier en met huizen bezaaide heuvels aan de overkant. In Veauche werp ik een laatste blik op de Loire. Hier scheiden onze wegen. Hoeveel kilometer heb ik haar gevolgd sinds Briare? Driehonderd?
In een Alimentation koop ik fris en yoghurt als eerste hulp bij honger en dorst. Daarna het serieuze werk in een drukbezocht café: sandwich fromage en glazen melk. In het café kun je gokken op de paardenrennen. Daar hebben ze speciaal iemand voor in een hokje zitten.
 
La Fouillouse lijkt een goede eindbestemming voor vandaag. Nog tien kilometer. Om één uur verlaat ik Veauche. Siësta. Bij de huizen langs de weg is niemand te zien. In het oosten boven de heuvels hangen donkere wolken. 't Is broeierig en heet en er is onweer voorspeld. Het weggetje loopt dood bij de poort van een fabrieksterrein. Je kunt zien dat de weg hier heeft doorgelopen en toen is er plompverloren een fabriek overheen gebouwd.
De omweg voert langs het Aérodrome de St-Étienne-Bouthéan. Er staan vliegtuigjes te schitteren in de zon. Ik rust uit aan de rand van een maisveld en sla een blikje fris achterover.
Half uur later: tweede tegenvaller. Wegwerkzaamheden hebben de situatie ter plekke volkomen gewijzigd. Ze zijn bezig op- en afritten aan te leggen om het gebied te ontsluiten en de weg die ik wilde nemen is spoorloos verdwenen. Ik probeer een pas aangelegde asfaltweg, maar tevergeefs... hij leidt naar obstakels en kraters die de voortgang belemmeren. Een omweg in noordelijke richting brengt me in het gehucht Lapra. Gunstige bijkomstigheid is dat er een café-restaurant staat - een Routiers zelfs. La Providence heeft mij twee omwegen zien maken en hier snel een café neergezet. Nog zes kilometer naar La Fouillouse.

Het Bois du Roi geeft enige schaduw. Niet veel. Elke Franse stad heeft haar Rue de la République, elke streek haar Bois du Roi. Andersom ben ik het niet tegengekomen. De D10 eindigt met een klim naar Beccaud en een lange afdaling naar La Fouillouse.
  La Fouillouse ligt weer aan de N82 en deze laatste heeft gezelschap gekregen van de autoroute uit Clermond-Ferrand. Samen volgen ze nu het dal van het riviertje de Furens naar St-Étienne. Twee hotels staan er en ze zijn allebei in het weekend gesloten. Sommige Franse hoteleigenaren werken gewoon vijf dagen per week. Sorry - in het weekend geen gasten. Ik informeer eens in een bar, bij de barkeeper en een klant.
Zij vinden het ook vreemd - hotels waar je in het weekend niet terecht kunt. Maar St-Étienne is dichtbij en de klant wil me wel even met zijn auto naar Villars brengen. Hij moet toch die kant op en in Villars is ook een hotel.
- Aah non, c'est pas nécessaire.
Ik loop wel even een eindje door. Ik neem twee Schweppes en praat nog wat met de twee mannen. De barkeeper heeft vroeger eens een fietstocht in Nederland gemaakt. Of ik helemaal alleen op vakantie ben?
- Oui.
- Un solitaire,
hoor ik hem even later tegen de ander zeggen.
Mooi woord: solitaire. Ik heb het opgezocht in het woordenboek: Se dit de quelqu'un qui est seul, qui aime à être seul. En ter illustratie: Se promener solitairement. Dat is wat ik doe: alleen op stap. Solitude is het volgende woord. Eenzaamheid. Absoluut geen last van gehad.

Een kleine tien kilometer naar St-Étienne, langs de N82. Een andere weg is er niet. Maar ik ben er klaar voor en heb er nog zin in ook. Het is vier uur en de ergste hitte is voorbij. Ik smeer m'n voeten nog eens in en begin aan de tocht langs de snelweg. Een mooi effen parcours.
St-Étienne komt snel in zicht. De voorsteden liggen op de heuvels. Langs de N82 staan les grandes surfaces - de grote winkels: een meubelboulevard, alles voor de tuin, showrooms etcetera. En ze zijn vrijwel allemaal open op deze zondagmiddag. Hier halen de inwoners van St-Étienne hun nieuwe bankstellen en ledikanten. St-Priest-en-Jarez is een voorstad. De Cité Agricole ligt hier ook - een soort landbouwkundige faculteit. Ik doe Tai Ji oefeningen achter een heg, uit de zon. Mobilisatie van de laatste krachten. Tot mijn verrassing rijdt er een tram. Le Tramway noemen de Fransen het. Ik wandel verder langs de trambaan en passeer om kwart voor zes het plaatsnaambordje St-Étienne.

Een straat van zeven kilometer lang doorkruist St-Étienne van noord naar zuid. Deze brengt me in het centrum: Place Jean Jaurès. En dan begint een hopeloze speurtocht naar het Bureau du Tourisme. De wegwijzers wijzen alle kanten op en de Fransen die ik er over aanspreek ook. Uiteindelijk weet iemand op een terras mij te vertellen dat de voorlichters net verhuisd zijn en hij legt uit hoe je er komt. Als ik er bijna ben, komt er een auto naast me rijden. De man van het terras is me achterna gereden. Hij wil zeker weten dat ik het vind. Heel aardig. Jammer alleen dat het bureau gesloten is. Heel eigenaardig voor een stad van tweehonderdduizend inwoners. Er hangt geen lijstje met hotels.
Het dichtstbijzijnde hotel is Idéal Hôtel aan de Rue du Theâtre. Achteraf een van de goedkoopste: 110 franc per nacht. Goede kamer, tweehoog, uitzicht op een pleintje, toilet op de gang, geen douche. Ideaal dus.
  Terug naar de Place Jean Jaurès - het centrale punt in de stad. De Place ligt aan weerszijden van Rue Charles de Gaulle, een onderdeel van genoemde noordzuid verbinding. Oostelijk van de straat ligt een parkje met banken waarop hoofdzakelijk oude Arabieren en zwervers rondhangen; aan de westkant een plein met fontein, muziekkoepel en draaimolen. Rondom de Place liggen de terrasjes. Veel bomen en dus veel schaduw. Een goed plekje - un bon coin. Trams doen het goed in het stadsbeeld. Ze klingelen gezellig. Ik bestel een pression en krijg er een schoteltje zoute pinda's bij.
St-Étienne is niet bijzonder toeristisch. Er zitten weliswaar enkele vakantiegangers op het terras en ik hoor ook ergens Nederlands praten, maar de meeste mensen zijn van hier - ze kennen elkaar en verliezen veel tijd met het begroetingsceremonieel van handjes schudden en gekus.

Het Gouden Wijnhuis


Chinese restaurants buiten China heten vaak wijnhuis (jiu jia) of wijnpaviljoen (jiu lou).
 
Menu bij de Chinees (Jin Piu Jia - Het Gouden Wijnhuis) in de Rue M. Dormoy. Meestal zie je bij Chinezen van die slanke obers in de bediening. Hier niet. Hier is het een goedmoedige dikzak van een jaar of dertig. Hij praat voortreffelijk Frans en formuleert allerlei beleefdheidsfrasen. De familie kent ook nog een verleidelijke jongedame die de bestellingen opneemt. Ook aan de mollige kant. Ze loopt als een katachtige: soepel, geluidloos en ontspannen. Licht spottende blik in de ogen.
- Est-ce que vous désirez un apéritif?
- Non merci.
Apéritif
van het Latijnse Aperire - openen. Bedoeld om de appétit te stimuleren. Vandaag heb ik niets nodig om m'n eetlust te stimuleren - die is voortreffelijk. Alles gaat op. Na de twee demi's op het terras drink ik een liter water en de kwart liter rode wijn die bij het menu is inbegrepen. Vochtevenwicht hersteld. Daar komt ze weer aan. De Pink Panther.
- Est-ce que vous désirez un digestif?
Iets om de vertering te stimuleren. Nee, die hoef ik evenmin. Ze vindt het zelf ook onzin, maar dat zinnetje hoort er nu eenmaal bij.
- Non merci. Un petit café s'il vous plaît.
- D'accord.

En weg sluipt ze weer. Intrigerende dame.

St-Étienne is geen schone stad. Jochies plassen tegen de gevels en spugen het plaveisel vol. Ik heb niets tegen Arabieren, maar voor een Franse stad zie je er hier wel erg veel. Arabisch is de taal die je op straat het meest hoort.