Spier
 
Assen is bekend om zijn motorraces op de vierde zaterdag in juni - de TT (Tourist Trophy). Eerst is er een weekje kermis terwijl de renners alvast warm draaien op het circuit. 'De Training' heet dat en zo kwam ik voor het eerst met dat woord in aanraking. Ik weet niet hoe het nu is maar in mijn jonge jaren was de TT voor de Asser jeugd het hoogtepunt in een overigens vrij saai seizoen. Als jochies hingen wij naast onze step bij het moeilijke bochtenwerk. Dit noemden we 'Djoek in de bocht'. Duke was een succesvolle motorrenner in de jaren vijftig. Op de grote dag zelf zaten we 's middags, als het circuit weer leegliep, langs de Overcingellaan om automerken te turven. Ook nummerborden werden nauwkeurig genoteerd. De hele buurt zat daar langs de weg - om al die drommen motorliefhebbers te bekijken. Zoveel auto's zag je het hele jaar niet weer. Op de TT-dag stond er ook een agent bij ons op de hoek van de straat het verkeer te regelen. Heel interessant allemaal.
Stralend blauwe lucht. Door het Asser bos loop ik in de richting van de TT-baan. Het Asser bos ken ik nog steeds als mijn broekzak, maar in de buurt van de ringweg lopen de weggetjes anders dan voorheen. De mooie klimboom aan de bosrand van waaruit we de vijand konden zien aankomen, die staat er niet meer.
Bij de baan aangekomen zie ik een man met een walkie-talkie die de afzetting in de gaten houdt. Ik mag de baan niet op. De TT-baan is nu een 'permanent racecircuit' vertelt hij en verboden terrein voor onbevoegden. Ik schijn bij die onbevoegden te horen.
- Maar.. zo legt de man mij uit. Je kunt om het circuit heenlopen en dan kom je aan de andere kant uit op de weg naar Laaghalerveen.
Dat blijkt te kloppen. Het is een zandweg en dat loopt natuurlijk wel net zo plezierig als de grote weg.
Het Laaghalerveld is een natuurgebied met een fietspad er doorheen. Hier loopt ook het Drenthepad - een lange-afstands-wandeling van Noordlaren naar Havelte. En zowaar: er komen mij wandelaars tegemoet. Twee echtparen. Maar wat je hier vooral veel ziet zijn fietsers en dan weer vooral uit de categorie bejaarden. Ze hebben lunchpakket en thermoskan bij zich. De temperatuur stijgt en ik verwissel de lange broek voor de korte.
Schapen zijn leuk om te zien op een heideveld, maar als ze aan een stuk door jammeren gaat de aardigheid er snel af. Nog niet zo lang geleden suggereerde iemand van de Van Hall directie dat schaapherder misschien wel iets voor mij was. Schaapherder of vuurtorenwachter, zo meende hij. We hadden het over uitstervende beroepen.
Schaapherder zou niets voor mij zijn. Vroeger misschien. Vroeger was alles anders. In oudtestamentische tijden kon je met het hoeden van schapen en geiten een vrouw bij elkaar verdienen. Zeven jaar werkte Jacob tussen de schapen en het leverde hem zijn nichtje Lea op. Nog eens zeven jaar tussen het geblaat en gemekker en hij kreeg nicht Rachel er ook bij. Veelwijverij, huwelijk tussen bloedverwanten en een verkapte vorm van vrouwenhandel. Voor meer informatie: Genesis 29:15-28.
Het bordje van Staatsbosbeheer maakt melding van Schotse Hooglanders - ruigharige koeien met vervaarlijke horens - maar ik zie ze hier niet.
  Hijken ligt aan het Oranjekanaal. Bij de brug staat een café met terras. De koffie is niet klaar en om het de waard niet moeilijk te maken, neem ik wat anders. De man vraagt of ik hier eerder geweest ben want mijn gezicht komt hem zo bekend voor... Nee, ik ben hier nooit eerder geweest.
Buiten zet ik een tafel en stoel in de zon en kijk wat Hijken te bieden heeft. Er komt een trekker voorbij met een lege giertank die nog nadruppelt. Een boer die stront heeft uitgereden. Dan een groepje giechelende schoolmeisjes op de fiets. En daarna de waard met de soep.
  Op de derde dag van zo'n wandeling begin je er pas een beetje in te komen. De gedachten aan thuis en werk raken wat op de achtergrond. Nieuwe onderwerpen dienen zich aan: welke weg zal ik nemen, waar zal ik stoppen, wat eten we vandaag, waar kan ik slapen... Hele elementaire vragen en dat alles in een steeds wisselend decor met na elke bocht in de weg nieuwe avonturen. Zo weinig mogelijk plannetjes maken. Het leven nemen zoals het is. Vandaag begint die stemming een beetje door te breken. Het zomerse weer helpt natuurlijk wel om in de goede sfeer te komen.
- Zal ik je met de auto wegbrengen tot waar het mooi wordt?... vroegen twee mensen vlak voor mijn vertrek uit Groningen.
- En waar wordt het dan mooi?
- Nou, in Zuid-Limburg, in de Ardennen. Noord-Frankrijk misschien...
Ze zijn niet de enigen die zo denken. 'Mooi' is voor hen altijd ver weg en ze hebben grote haast om er te komen. 'Mooi' is een kwestie van mentale instelling, van de juiste stemming. Je omgeving wordt mooi als je hem op een bepaalde manier op je laat inwerken. Het is een kwestie van registratie en interpretatie. En dan maakt het verder niet zoveel uit waar je zit - op de Drentse hei, in Limburg of aan de Loire. Maar dit kun je ze moeilijk uitleggen. Het zijn dezelfde mensen die je bij terugkomst vragen:
- En waar was het nu het mooist?
- Langs de Hoornse Dijk... zeg ik dan. Ik heb nog even gekeken hoe het verderop was, maar geloof me: er gaat echt niets boven de Hoornse Dijk!
Beilen. In Beilen wil ik overnachten. Dus op naar de VVV. Een jongedame brengt het verpletterende nieuws: in Beilen kan ik niet overnachten! Hotels of pensions kent Beilen niet en de adresjes in de omtrek zijn door Duitsers bezet. Nee, als ik ergens wil slapen dan moet ik naar Spier. Motel Spier (Van der Valk) of Hotel De Woudzoom. Ze wil wel even bellen...
Dit zijn nu van die logementen die je probeert te vermijden. Ze zijn te duur en veel te decadent voor een eenvoudige wandelaar. Maar goed, ik heb geen keus en de dame reserveert een kamer van een kleine honderd gulden per nacht, in Spier.
- Het is maar vier kilometer verderop, zegt ze in alle ernst.
Later op de dag, in Spier, zie ik op de ANWB-wegwijzer: Beilen 6 km. Over de snelweg. Wandelend leg je zo'n acht km af. Twee uur lopen dus. Maar het is een leuke route over het Koninginnepad door het Terhorsterzand en de temperatuur stijgt nog steeds, al loopt het tegen het eind van de middag. Zweten in T-shirt en korte broek.
Ik heb hier eerder gelopen. Twee jaar geleden. Ons geheugen zit zo in elkaar dat bij het zien van bekende plekjes ook weer de bijbehorende herinneringen naar boven komen. Ergens in een bocht bij een bankje zie ik in gedachten de twee vrouwen die me destijds achterop reden. Toen ze voorbij waren hoorde ik de een in plat Drents tegen de ander zeggen: - Dee lup allènig.
Het is zeven uur geweest als ik Hotel De Woudzoom bereik alwaar ik neerplof op het terras om eerst iets aan mijn dorst te doen. Maar als er na tien minuten nog niemand komt opdagen, zoek ik mijn heil bij de buurman aan de overkant van de weg. Daar is een vlotte bediening. Ik zit naast een oude Canadees in legerjack, baret op z'n hoofd en een sigaar in de mond. Hij legt aan zijn vrouw uit hoe de bevrijding van dit stukje Nederland vijftig jaar geleden verliep.

's-Avonds eet ik bij dezelfde buurman - een schnitzel op precies te zijn. Aan het tafeltje tegenover me zit een irritant drietal. Twee ervan, man en vrouw, kijk ik op de rug. De derde, een man van een jaar of vijftig, zit met het gezicht naar me toe. Hij neemt steeds een hap, legt dan mes en vork weg, vouwt z'n handen onder de kin en vervolgt zijn betoog. Zijn blik rust afwisselend op z'n tafelgenoten en op mij. Het gesprek gaat erover hoe goed ze eigenlijk allemaal bezig zijn. De man loopt hard, heeft z'n zaakjes na een recente scheiding keurig geregeld en is kortom een onuitstaanbare zelfgenoegzame kwibus. De vrouw kijkt af en toe opvallend achterom naar mijn tafeltje en begint dubbel te praten vanwege overmatig drankgebruik. Voor morgen hebben ze een stukje Pieterpad op het programma staan, hoor ik.

In De Woudzoom zit ik met het verkeerde budget in het verkeerde decor. Ik maak nog een ommetje in de avondschemering en ga vroeg naar bed. Bij het zachte geruis van de A28 dat door het open tuimelraam naar binnen komt, val ik vrijwel onmiddellijk in slaap. De volgende dag in Zuidwolde zie ik een boekje liggen: 'Vrienden op de fiets' met particuliere adressen in heel Nederland. Ik kijk bij Beilen. En ja hoor, daar staan ze, drie in getal. Logies & ontbijt voor f 25,- tot f 30,-. Maar dat weet het VVV in Beilen niet. Daar laten ze wandelaars rustig twee uur doorlopen en schepen ze met een kostbare overnachting op...