Sittard

Regen voor acht uur heeft geen duur. (Nederlandse weerspreuk)
For morning rain leave not your journey. (Engelse weerspreuk)
La pluie du matin n'arrête pas le pèlerin. (Franse weerspreuk)
 
- Geen mooi weer om te wandelen, zegt Martin als hij het ontbijt opdient.
Het is mistig en het miezert een beetje. Ik loop door een beukenlaan, kom langs een klooster en sla de Patersweg in. Veel blaffende honden in deze buurt. Ik hoop dat ze allemaal goed vast zitten. De meeste bewoners hebben ze in een grote kooi opgesloten.
Aspergestekers in de regen. Een treurig tafereeltje. Maar misschien vinden ze dat ook wel van een wandelaar die gehuld in een poncho eenzaam door de regen sjokt.
In Susteren kom ik weer op het Pieterpad. Dat pad maakt hier een grote omweg door het IJzerenbosch en daar zie ik op dit moment de grap niet zo van in. Ik ga recht op de spoorlijn af en hoop op koffie bij het stationnetje van Susteren. Is er niet. Wel klaart de lucht op en de regen stopt. Regen voor acht uur heeft geen duur - is een Nederlandse weerspreuk. Ik doe mijn Tai Ji oefeningen op een verlaten spoorwegemplacement.
  Sint Willibrordus stichtte een abdij in Susteren in 714. De grond en het geld kreeg hij van Pepijn van Herstal. De Pepijnenfamilie stimuleerde het missiewerk. Zo schonk Pepijn de Korte (vader van Karel de Grote) het huidige Sint-Odiliënberg rond 750 aan drie Angelsaksische missionarissen die er een kerk bouwden.
Het klooster in Susteren was overigens geen lang leven beschoren. Het werd in 822 door Noormannen verwoest. Als je ergens iets over Noormannen leest, is dat altijd in combinatie met verwoesten. Daar waren ze erg goed in. Ze kwamen over de Maas tot aan Maastricht.
Tussen 950 en 1050 werd het klooster van Susteren herbouwd.

 
Verder naar Nieuwstadt langs het spoor. Dit is Nederland op z'n smalst: zeven kilometer grondgebied tussen België en Duitsland. Opklaringen werken door in de menselijke geest en opgewekt volg ik het smalle pad naar het zuiden. Vanavond komt Bert naar Sittard en het is een prettig idee om na bijna drie weken lopen eindelijk weer eens een oude bekende te zien. Toevallig heb ik hier vier jaar geleden ook met Bert gelopen. Toen liep hij mee op drie zomerse dagen van Maastricht tot Echt. Bij elke bocht in de weg komen herinneringen boven. Zo werkt het geheugen - het heeft een aanknopingspunt nodig en dan duiken de herinneringen op. Alle indrukken van de vorige tocht liggen er nog - je kunt er alleen niet zomaar bij.

Nieuwstadt. Het café is op woensdag gesloten. Weer geen koffie. De supermarkt is wel open. Ik zoek een lunch bij elkaar en eet hem op, gezeten op de stoep van een herenhuis. Uitzicht op een plein vol auto's. De kerkklokken gaan te keer alsof het einde der tijden is aangebroken. Jaja, een hoop kabaal, maar geen herberg voor een passerende wandelaar. Ik gooi de lege verpakkingen in een afvalbak en loop verder.
Het weggetje voert door een nog nadruipend Limbrichterbos vol vogelgeluiden. Kasteel Limbricht. 'Hartelijk Welkom' zegt een groot bord bij de ingang en ze beloven een restaurant, theehuis, hotel en wat niet al. Heel aantrekkelijk. Ik loop door de poort naar de binnenplaats. Een klein bordje bij de deur: open vanaf 17.00 uur. Jaja, hartelijk welkom. Maar niet voor vijf uur.
Limbricht
Limbricht bestond al in de Romeinse tijd. Er zijn opgravingen geweest, maar wie wil zien wat ze naar boven haalden, moet naar Keulen. Daar ligt het.
Als ik rond twee uur de winkelstraten van Sittard bereik, begint het te regenen. Plensbuien met onweer deze keer. Ik ga een lunchroom binnen voor het eerste kopje koffie. Geduld - de eigenaresse moet zich eerst zien los te maken uit een telefoongesprek met haar dochter. Ze heeft haar kleinzoon een trapauto voor zijn verjaardag gegeven en wil nu horen hoe hij in de smaak gevallen is. Ze excuseert zich voor de vertraging en vertelt mij het verhaal ook nog eens in geuren en kleuren.
- Ik mag mensen graag blij maken, zegt ze.
- Nou dat komt goed uit. U kunt mij heel blij maken met een kopje koffie.
  De VVV van Sittard ligt niet ideaal en is bovendien lastig te vinden. Ik vraag een juffrouw om de goedkoopste logeergelegenheid.
- In Sittard hebben we alleen hotels.
- Geen particuliere adressen?
Een norse man komt achter de juffrouw staan en zegt:
- Nee. We hebben hier alleen hotels en de goedkoopste is Hotel Auveleberch in Limbrichterveld.
- O.
- Als u wilt kunt u hier een kamer reserveren, zegt de juffrouw die het nu weer overneemt.
- Hier?
- Ja. Wij verzorgen ook reserveringen.
Een nieuwe truc. De VVV doet de boekingen en incasseert het geld. Je zou je onderweg tussen VVV en hotel eens kunnen bedenken... Ik betaal f 120,- voor een tweepersoons kamer in een onbekend hotel en zoek daarna tussen de kaarten van de ANWB-winkel die bij de VVV in zit. Ze hebben geen nauwkeurige kaarten van het stuk België onder Zuid-Limburg. Een zeer behulpzaam meisje ('Ik ben hier stagière' ) komt er bij staan, maar ach... dat helpt niet. Alle gedetailleerde kaarten houden bij de grens op. Zo langzamerhand begin ik me af te vragen of ze België al in kaart hebben gebracht.
  In Hotel Auveleberch staat een bloeddorstige dobermannpincher mij op te wachten.
- Hij doet niks...
Moest er ook nog bij komen. Alleen de aanwezigheid van het monster bezorgt me al de kriebels. Keurige kamer verder. Telefoon, TV, douche, toilet - allemaal dingen die ik liever op de gang zie.
Tussen de buien door inkopen in Sittard. Onderbroeken en zakdoeken bij Zeeman, een stukje zeep bij de Hema, een nagelknipper bij V&D en een paar ansichten bij de boekhandel. M'n oude nagelknipper gooi ik met pijn in het hart in de prullenbak. Ik heb hem ruim dertig jaar geleden gekocht bij een muziekzaak in Assen. Hij heeft de vorm van een gitaartje. Het was mijn Beatle-periode. Ik kocht hem voor de aardigheid, maar het ding leek bestemd voor de eeuwigheid. Pas het laatste jaar knipt hij minder goed. Voorwerpen die je lang gebruikt stijgen in waarde. Wat is nou een nagelknipper? Maar als je hem dertig jaar gebruikt en hij heeft je op alle reizen vergezeld, dan wordt het haast een stukje van jezelf, iets dierbaars, een relikwie zeg maar. Iets van de eigenaar gaat in het voorwerp zitten.
Een helderziende die ze inschakelen bij een verdwijning, wil een voorwerp van de verdwenen persoon hebben om zich op te concentreren: een kledingstuk, horloge, pen... De schoenen van een halfgod als Elvis Presley brengen meer op dan mijn eigen stappers. En de gelovige die een bedevaart naar de relikwieën van een heilige onderneemt, denkt ook dat er nog iets van de man bij zijn gebeente rondwaart.
Reliquiae = overblijfsel De katholieke kerk kent trouwens vier soorten relikwieën: een gave heilige, een stukje van een heilige, een voorwerp dat de heilige heeft aangeraakt (!) en tenslotte een voorwerp dat in aanraking is geweest met de schrijn van de heilige. De katholieke kerk heeft de magische denkwereld van de primitieve mens in huis gehaald, aangewakkert en uitgebuit. Daar waren ze goed in. De bevolking wilde meer goden. Konden ze krijgen: uitvinding van de heiligen. De bevolking wilde voorwerpen waar magische kracht vanuit ging. Konden ze krijgen: relikwieën. Het was: u vraagt, wij draaien. Maar ze vroegen wel flink wat kijk- en luistergeld.
We dwalen af. Mijn nagelknipper. Het doet je wat om zo'n gevalletje botweg af te danken. Ik heb thuis een vest dat al bijna even lang meegaat. Dat vest gaat niet weg. Dat vest, dat ben ikzelf.
  Als na zes uur de winkels niet langer bescherming bieden tegen overdrijvende buien, zoek ik een pizzeria op. De avond krijgt een eigenaardig verloop. Vanaf zeven uur kijk ik elk uur in de stationshal. Om negen uur nog geen Bert. Ik bel z'n vriendin. Bert is onderweg opgehouden door regen en onweer. Dat kan kloppen. Hier plenst het ook. Ik zoek het dichtstbijzijnde café - een lokaaltje met TL-verlichting en drie dronkelappen. Met druipende poncho stap ik er binnen. Ze kijken verbaasd op van achter hun glaasjes. Een verzetje.
- Regent het buiten?
- Ik dacht het wel ja, maar ik kan me vergissen.
Ik drink een warme chocolademelk en lees De Telegraaf. Om half elf zie ik de Honda van Bert voor het station langs rijden.
  We praten bij in een café aan de Grote Markt. Ik loop weer in m'n oude schoenen. Een enorme opluchting. Bert is onderwijskundige. Hij helpt mee de nieuwe tandheelkunde studie in Groningen opzetten. Een jaar of vier geleden moesten ze van Den Haag in Groningen met tandheelkunde stoppen. Er kwamen teveel tandartsen. Nu kunnen ze in Groningen weer van voren af aan beginnen. Dat is hogere politiek. Dat snappen gewone stervelingen niet. Het Van Hall Instituut helpen ze om zeep door het van Groningen naar Leeuwarden te verplaatsen. Geruild tegen een orkest nota bene, alsof het een spelletje kwartet betrof.
Wiegel: - Mag ik van jouw uit de serie Begerenswaardige Objecten: het Van Hall Instituut?
Vonhoff: - En mag ik dan van jouw het Frysk Orkest?
Zo moet het ongeveer gegaan zijn.
  De naam Sittard is volgens de legende ontstaan toen Karel de Grote hier langs kwam en vroeg hoe laat het was. Het was later dan hij dacht en de keizer riep: Si tard? - Zo laat al? En daar zou dan Sittard uit voortgekomen zijn. In werkelijkheid is Sittard afgeleid van Apud Siter - tegen de bergflank. Die berg is de Kollenberg (kollen zijn heksen) ten zuidoosten van de stad.
Sittard kreeg in 1243 stadsrechten. Aan de Markt staan mooie oude pandjes, maar er heeft zich een foeilelijke V&D tussen weten te wringen. Daar hebben ze een 19e eeuws stadhuis aan opgeofferd.
Bestuurders? Je hebt particuliere stichtingen nodig om je er tegen te wapenen. Een stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen is niet voldoende. Je hebt er ook eentje nodig voor Instandhouding Kleine Stadselementen - anders breken ze de hele boel af.