Sancerre - 2e dag
 
De Rue St-Martin komt uit op de varkensmarkt en daar staat het Bureau de Poste. De PTT-medewerkers, bezorgers (mannen) en lokettistes (vrouwen), beginnen de dag met een petit café of sterker in de bar van Hôtel de France. Heel gezellig. Ze bruisen van energie. En dan plotseling: 'Au travail!' Als één man staan ze op om aan het werk te gaan.
De barkeeper is een rustige en bescheiden jongeman. Consciëntieus en competent. Het maakt veel uit wie je in zo'n bar neerzet. Hôtel de France heeft een goede keuze gemaakt.

Na het onweer van afgelopen nacht is het vanmorgen een stuk koeler. Dat geeft mij gelegenheid mijn lange broek aan te trekken en de korte te wassen. Elke dag heeft zijn eigen mogelijkheden.
Op zo'n heuvel is het woekeren met de ruimte, maar de jeu de boules -veldjes ontbreken niet. Ze zijn bijzonder geschikt voor Tai Ji, vooral ook omdat jeu de boules zelf pas tegen de avond op gang komt. Er tegenover liggen flats en dat valt me tegen van Sancerre. In een middeleeuws stadje horen ze niet. Maar als je zo weinig ruimte hebt, is de verleiding natuurlijk wel groot.
  Café des Arts aan de Nouvelle Place. Er zitten wijnboeren en ze drinken hun eigen witte wijn. De wijnboer: pet op, blauw werkjasje aan en bruin verbrand gezicht. Ik zie dat ze vijf franc voor een glas betalen. Later op de dag bestel ik ook een glas Sancerre en betaal er vijftien franc voor.
De wijnstreek heet Le Sancerrois. Le Sancerre est un vin blanc et fruité, lees ik in een folder. Fruité - smakend naar vers fruit. Je moet hem 'jong en fris' drinken en hij schijnt het goed te goed bij fruits de mer en vis.
Voor het toilet van Café des Arts moet je buitenom. In de Franse cafés lijkt alles prima voor elkaar. Je waant je bij wijze van spreken in de beschaafde wereld. Totdat je naar het toilet moet. Dan gaat de klok plotseling honderd jaar terug.

Inkopen. Sancerre heeft een tweede boekhandeltje en daar vind ik zowaar IGN-kaartnummer 27! Ondertussen kan ik er nog maar anderhalve dag op lopen. Toch koop ik hem. Voor de volledigheid. Ik raak aan de Serie Verte verknocht.
De betaalautomaten in Sancerre hebben het niet op mijn giromaatpas begrepen. Ik verzilver een kascheque op het Bureau de Poste. Omdat ik ondertussen mijn girosaldo uit het oog ben verloren bel ik 's avonds met Erik. Of hij een giro-enveloppe wil open maken om te kijken hoeveel geld ik nog heb.

Op de Esplanade de la Porte César kun je over de reling hangen en je blik laten dwalen over de Loire vallei. Een fraai panorama. Heel in de verte zie je twee witte stipjes: de koeltorens van Belleville. Beneden, aan de voet van de heuvel, liggen de speelgoedhuisjes van St-Satur.
In de Romeinse tijd woonden in deze streek de Biturgiërs - een machtige Keltische stam. Bourges (Avaricum) was hun versterkte nederzetting. De Biturgiërs waren goed in het smeden van wapens. Er zit hier veel ijzererts in de grond. Ook in later eeuwen bleef dit het gebied van de ijzersmeden. Tot in de 19e eeuw lag het centrum van de Franse staalindustrie bij Nevers, verder stroomopwaarts.
St-Satur heette in de Romeinse tijd Gordona. Het lag aan de Loire èn aan de Romeinse weg van Bourges naar Cosne, die er overigens grotendeels nog ligt. In de 11e eeuw kwam er een klooster, Abbaye de Saint-Satur, en de monniken specialiseerden zich in de wijnbereiding.
In de vroege Middeleeuwen lieten de graven van Sancerre bovenop de heuvel een kasteel bouwen en achter dat kasteel ontstond een stadje. Van het kasteel is niet veel over.
Sancerre en St-Satur groeiden ongeveer even snel. Beide hebben nu ruim tweeduizend inwoners. Aldus de informatie op de Table d'Information. Die infopanelen hebben overal dezelfde uitvoering. De tekst is handgeschreven in oud schrift en omkaderd door advertenties van de plaatselijke middenstand.
 
 
 
 

Man carries his own web.
-Bhagwan
Nederlanders ontbreken niet in Sancerre. Ze zitten op terrasjes, genieten van het uitzicht op de Esplanade, kopen ansichten en wijn en lopen te zeuren. Hun probleempjes van thuis hebben ze allemaal ingepakt en meegenomen. Daar lopen ze hier nog steeds mee rond. 'De mens draagt zijn eigen web' is een uitspraak van Bhagwan. Waar de mens ook neerstrijkt, hij weeft overal hetzelfde wereldje om zich heen. Rond elk stelletje en elk gezinnetje hangt een wolk van ditjes en datjes. De gesprekken die ik opvang gaan over relaties, over de hond, de kinderen, het weer, de prijzen... De hersentjes malen maar door - steeds rond dezelfde thema's. Het maakt niet uit of ze hier in Sancerre zitten of bij hun thuis achter het huis. Niet één landgenoot heb ik gesproken. Ik lees de Figaro. Dat schrikt voldoende af.
Hoewel. Ik heb één Nederlander gesproken. 's Avonds. Een vrachtwagenchauffeur uit Mijdrecht die ik op een pleintje bij z'n wagen zag staan.
- Wat kom jij hier doen? vroeg ik.
- Nou wat dacht je? vroeg hij.
- Wijn ophalen.
- Precies.
In Nederland distribueren ze de wijn naar slijterijen. Ik vroeg hem of hij ook nog iets uit Nederland mee nam. Nee. Hij kwam altijd leeg naar Frankrijk. In Frankrijk hebben ze niks uit Nederland nodig.
  De dag vliegt om. Ik ben niet van de heuvel af geweest. Voor het avondeten vervoeg ik me bij Hôtel Le Saint-Martin aan de gelijknamige straat. Een copieus menu du jour voor zestig franc. Tot besluit krijg ik de ijskaart onder de neus geduwd om een dessert uit te kiezen. Helaas - er is geen ruimte meer.
Toerisme heeft meestal een verdervelijke invloed. Bij een vaste stroom toeristen gaat de prijs omhoog en de kwaliteit naar beneden. Het bedienend personeel wordt nonchalant en brutaal. Maar niet in Sancerre. Hier blijven ze kwaliteit leveren tegen een normale prijs. Hoe komt dat? Hebben de wijnboeren een goede invloed op de rest van de bevolking? Zij beoefenen hun vak met hart en ziel en hebben kwaliteit hoog in het vaandel staan. Of heeft het ermee te maken dat Sancerre van oudsher een protestants bolwerk is? Al vanaf 1534. In 1517 hing Marten Luther zijn stellingen op aan de kerkdeur in Wittenberg.
Jean Calvin, die de Franse Reformatie op gang bracht, studeerde in Bourges en kreeg in deze streek veel volgelingen. De Sancerrois waren protestant en bleven het, ook na de bloedige Bartholomeusnacht in 1572. Maarschalk de la Châtre belegerde het stadje in 1573 met twintigduizend manschappen. Het kostte hem zeven maanden om de bewoners tot overgave te dwingen.