Sancerre

Een concert voor kranen en toilet. Het hotel ontwaakt. Een ontbijtjuffrouw heeft de dienst overgenomen. Ze hoort me de trap afkomen en zegt Bonjour nog voor ik de bar binnenstap. Ik ben de eerste. In de ontbijtzaal is het aangenaam koel. De deuren naar het terras staan open. Waar wil ik eten: binnen of buiten? Binnen, want daar staan de tafels al gedekt. De rust wordt ruw verstoord als het Nederlandse gezelschap hun ontbijt komt opeisen.
- Bonjour, zegt iemand tegen mij.
- Bonjour, zeg ik.
- Et bon appétit, zegt een ander.
- Merci...
Ik ben hier namelijk incognito. Ze weten niet dat ik Nederlander ben. Een van de dames heb ik gisteren een handdoek gebracht, maar ik zou niet weten wie. Aan de andere kant denkt zij vermoedelijk dat ze met een van de twee fietsers te doen had. Die heeft ze immers Nederlands horen praten.
De ontbijtjuffrouw heeft moeite met afrekenen. Ze voert haar berekeningen uit op op een pocket-calculator en krijgt er steeds iets anders uit. Het bedrag schommelt rond de driehonderd franc, dus leg ik die maar vast op de bar. Uiteindelijk krijgt ze er tweemaal achtereen hetzelfde bedrag uit. Ze kan het nauwelijks geloven en wil al weer opnieuw beginnen. Tijd om in te grijpen:
- Allez. C'est combien?
Ik doe de rugzak om en klik de riempjes vast.
- Trois cents et cinq, zegt ze met plotselinge overtuiging.
Ik leg er tien franc bij en wens haar 'Au revoir'.

Het jachthaventje van Léré bezit een toiletgebouwtje. Er hangt zelfs toiletpapier! Boten liggen er niet - die zijn net als ik vroeg op weg gegaan om zoveel mogelijk te profiteren van de koele ochtenduren.
Maandag is uit restauratief oogpunt een lastige dag in Frankrijk. Zondag is geen probleem, dan is alles open, maar op maandag hebben bars en restaurants de gewoonte hun poorten te sluiten. Ook in Léré. Ruim duizend inwoners, maar op maandagmorgen kun je er geen koffie krijgen.
Ik maak een enveloppe klaar voor Groningen. Twee IGN-kaarten (inmiddels loop ik bij gebrek aan beter alweer op een Michelinkaart) en een paar sokken die ik in Montargis heb aangeschaft. Ze bevallen niet. Het resultaat biedt ik aan op het postkantoortje van Léré dat wèl open is. De lokettiste wil de sokken eerst met grote spoed naar Groningen sturen - de expresse-sticker zit er al op. Na enige overreding - 'C'est pas urgent!' - berust ze in het Tarif Économique.

Het jaagpad langs het kanaal is aan het verdwijnen. Er verschijnen steeds meer distels en brandnetels op mijn pad. Ik neem mijn toevlucht tot de drukke D751 en daar rijdt een bekende voorbij in een Renault-4: de ouwe baas uit La Bonne Humeur. Hij ziet me niet.

Tot Ménétreau hou ik de drukke snelweg vol. Daar sla ik linksaf een wit weggetje in naar Le Grand Sort. Ik loop tegen een oud kanaaltje aan en volg het zandpad ernaast tot Château du Peseau. Schaduw genoeg, maar de muggen hebben de schaduw ook ontdekt. Dit gebied behoort tot de oude uiterwaarden van de Loire. Het Canal Latéral ligt hier maar liefst vijf kilometer van de Loire verwijderd. Ze hebben het kanaal tegen de voet van de heuvels aangelegd. De dorpen liggen daar ook.
  Tai Ji in de schaduw. Zweten geblazen. Het is eigenlijk al te laat en te warm. Tai Ji in de vroege ochtend is natuurlijk veel beter, maar vreemd genoeg kan ik 's morgens niet om zes uur wakker worden.
Voor de brug naar Cosne-sur-Loire staat een restaurant, tevens hotel. Er zitten een paar mannen aan het Menu du midi. Het gezin zelf zit ook aan de maaltijd. Ik vraag een sandwich en krijg van mevrouw een enorm stuk pain waarvan ik de helft opeet. Deze vrouw vindt het maar niks dat ik het menu niet neem en dat laat ze merken ook. Ze ruimt mijn tafeltje af nog voor ik ben opgestapt. Dat hoort niet zo.

Ik twijfel. De brug over naar Cosne-sur-Loire om een hotel te zoeken is de eenvoudigste variant. Het alternatief is terug naar het kanaal en proberen in de hitte door te stoten naar St-Satur dat pakweg tien kilometer verderop ligt.
Ik loop door. Een weggetje dat volgens een verkeersbord dood loopt, maar volgens de kaart niet en in werkelijkheid evenmin. Een aardig pad dat in een boog terug naar het kanaal voert. Bij het sluisje van Bannay staan hoge bomen met veel schaduw. Pauze. Ik zou zo onder een boom in slaap kunnen vallen. Je krijgt zo'n lekker lui en loom gevoel van al dat lopen en zweten.

Drie uur. Verder over het jaagpad. Het is net vol te houden. Af en toe een boom. De heuvels aan de overkant van het kanaal staan er vol mee: Bois des Charnes. Achteraf was dat een verstandiger route geweest. Na een half uur lopen - pauze in de schaduw van een brug. Vermoeiend stukje.
Vier uur: St-Satur in zicht. Eerst naar het centrum. Cola op een overdekt terras. Smaakt goed. Flesje water van de bakker - smaakt nog beter. In St-Satur zie ik geen leuk hotel en ik besluit er Sancerre van te maken. Op de kaart staan allemaal wegen die er in een kring omheen lopen. Ik denk aan een vestingstadje of zoiets. Dat is het inderdaad, maar Sancerre blijkt ook boven op een heuvel te liggen en al die wegen slingeren in grote cirkels naar boven. Komend vanaf St-Satur heb je trouwens eerst geen idee dat de heuvel bewoond is. Het dorp ligt aan de achterkant. Je moet ook achterom naar binnen.
Een vermoeiende klimpartij als afsluiting van deze etappe, langs de autoweg en in de zon. Ik heb een conditie waar ik zelf van sta te kijken. 'Ik wist niet dat ik het in me had', om met Heer Bommel te spreken.
 
 
 
 


 
Remparts - oude stadswallen
Ik drink een pression in de eerste bar van Sancerre die ik in het vizier krijg. Zelden heeft het koude bier zo goed gesmaakt. Via smalle straatjes kom je op de Nouvelle Place en daar is het Syndicat d'Initiative, bemand door de bekende mooie maar niet zo slimme Française. Om te beginnen beweert ze zonder blikken of blozen dat in Sancerre alles vol zit en vraagt of ik geen tent bij me heb. Beneden aan de Loire kan ze namelijk een hele goede camping aanbevelen.
- Je n'ai pas de tente.
Daarna verwijst me naar een dorp twintig kilometer verderop. Daar schijnt een goedkoop hotel te staan waar plek genoeg is. Heel fijn, maar...
- Je suis à pied.
- Aah. Peut-être vous pouvez essayer un hôtel à St-Satur.

Een hopeloos geval. Alsof ze instructie heeft gekregen om mannen met rugzak zo snel mogelijk Sancerre uit te werken. Ik leg haar geduldig uit dat ik er net een vermoeiende klimpartij op heb zitten en nu in Sancerre wil overnachten. Ze krijgt mij niet van deze heuvel af.
Dat helpt iets. Ze komt met een chambre d'hôte op de proppen. In Sancerre. Eentje van 285 franc.
- Vous avez une liste avec des hôtels à Sancerre? Je veux essayer moi-même.
Die heeft ze. Een vrouw die tussen de folders snuffelt, heeft alles gehoord. Ze biedt aan om me met haar auto ergens naar toe te brengen, als het in Sancerre niet lukt een slaapplaats te vinden.
- Aah. Très gentil. J'espère que c'est pas nécessaire.
Dan legt ze me uit waar ik haar op het terras kan vinden. Ze blijft er nog twintig minuten zitten, zegt ze.
Gewapend met de lijst loop ik naar buiten en bel het goedkoopste hotel: Hôtel de France. Ze hebben een kamer vrij - 179 franc. Geregeld. Ik steek m'n duim omhoog tegen de vriendelijke mevrouw op het terras en loop het syndicaat weer binnen om de jongedame een plattegrond te vragen.
- Réussi?... vraagt ze verbaasd.
- Mais naturellement. Hôtel de France était complètement vide.
Ze gelooft me niet, maar nu staan we tenminste quitte. Ik geloofde haar ook niet.

Hôtel de France aan de Rue Saint-Martin is een gouden greep. Ik boek direct voor twee nachten. Een rustdag lijkt niet onverstandig. Ik loop alweer zes dagen achtereen.
Sancerre is een alleraardigst stadje. Heel toeristisch en heel veel wijnhandelaren. De caves uit de buurt hebben hier allemaal een winkeltje voor de verkoop. De witte wijn van Sancerre schijnt beroemd te zijn. Ik heb een gebrekkige wijnkennis. Van Sancerre had ik tot vandaag nooit gehoord en ik ben zuiver toevallig op deze heuvel verzeild geraakt.
Schilderen doen ze er ook. De beroemde wijn trekt het soort toeristen dat ook schilderijen koopt. Op een binnenplaatsje achter het hotel is het atelier van een schilder.
Bij de boekhandel aan de Nouvelle Place ontbreekt weer precies kaartnummer 27 uit de IGN-serie. De volgende kaart ligt er wel: nummer 36 (Nevers-Autun). Die koop ik alvast.
 
 
 
Maigret à Sancerre
Deze Maigret speelt in St-Satur. Heeft Simenon zich in de plaatsnaam vergist?
Hôtel-Restaurant Les Remparts biedt een Menu du Jour van 55 franc. Ik loop naar binnen en vraag de gastvrouw of dit aanbod ook 's avonds geldig is.
- Oui. Si vous voulez.
Ik wil wel. Ze hebben een terras op de Remparts des Dames, met uitzicht over de hellingen. Op het terras dineert een internationaal gezelschap.
Observatie: oudere man met buik in gezelschap van leuk jong vrouwtje en het is niet z'n dochter. Sexuele bereidheid in ruil voor voedselgift - je ziet het bij meer diersoorten. Behalve een dikke buik zal hij ook wel een dikke portefeuille hebben.
 
 
Esplanade - uitkijkplaats
Stilte voor de storm. 's Avonds laat begint het te onweren. Nog niet direct in Sancerre. Vanaf de Esplanade kun je de buien in de verte over de heuvels zien trekken. We staan er met een groepje naar te kijken. Grillige bliksemflitsen in de Nièvre. Donar is aan het donderjagen.
Donar was de Germaanse dondergod. Jupiter had de regie bij de Romeinen. Donderdag en jeudi werden naar de dondergod genoemd. En de Kelten? Zij vereerden de hemelgod Taranis, wat ook 'donderaar' betekent.
Een plotselinge windvlaag brengt de boomkruinen in beweging. Dan een donderslag vlakbij, achter ons. Het gezelschap stuift uit elkaar. Mensen vluchten de auto in en maken dat ze weg komen. In een god van de donder gelooft niemand meer, maar voor onweer heeft iedereen een heilig ontzag.
Ik wandel terug naar het hotel door een uitgestorven Rue St-Martin. Er waait een stuk krant voorbij. Het lijkt een onheilspellende scène uit een Western. Once upon a time in Sancerre...