- Tot ziens meneer!
Rotheux

Het ontbijt van Hôtel Ibis speelt zich af in het souterrain. Het is weer eens zo'n doe-het-zelf buffet, maar ik moet toegeven: ze zijn goed voorzien. Om half acht ben ik de eerste. Mijn rugzak heb ik alvast meegenomen en ik laat er stiekem een hele lunch in verdwijnen. Zo krijg ik toch nog waar voor mijn geld. Tandjes poetsen in het toilet, afrekenen en wegwezen. Prima hotel, Ibis, als je het ergens kunt declareren.

De Fédération du Tourisme de la Province de Liège aan de Boulevard Sauvenière opent haar poorten om half negen en ik ben er net iets eerder dan de mademoiselle die de zaak ontsluit. Het wordt een speciale confrontatie. De dame doet of ze mijn Frans niet verstaat. Ze weet niets, heeft niets en begrijpt niets. Ze heeft geen kaarten, geen adressen, geen wandelgidsen. Rien du tout. Helemaal niets. Ik had evengoed bij de slager aan de overkant kunnen binnenlopen. En ondertussen kijkt ze erbij alsof ik oneerbare voorstellen doe. Zodra ze merkt dat ik weg ga, leeft ze helemaal op:
- Au revoir monsieur!... klinkt het uit de grond van haar hart.
Dan maar zonder gids of goede kaart de Ardennen in. Mijn plan is om dwars over te steken naar Dinant. Daarbij kan ik een stukje GR576 volgen en later nog de GR575. Op mijn 1:100.000 kaart van de provincie Luik staat het verloop van deze paden ruwweg aangegeven. De kunst is nu het begin van de Grande Randonnée te vinden.
Ik verlaat de binnenstad via de Pont Albert I, wandel langs de Maas tot waar de Ourthe uitmondt en volg deze stroomopwaarts. Dat brengt me in Angleur en daarachter beginnen de beboste heuvels van de Ardennen. Kelten en Romeinen offerden aan de godin van de Ardennen, Arduenna, alvorens ze een tocht door haar gebied ondernamen. Deze gewoonte is in onbruik geraakt. Zelf neem ik eerst een kop koffie voor ik de Ardennen inga.
Ar-Den is het Keltische woord voor eik. Ardu is het Keltische woord voor hoog. Ardennen verwijst dus naar hoog land of land van eiken. In het Latijn werd het Arduenna Silva - Ardennenwoud.
Eiken zie je niet veel meer in de Ardennen. Dennen wel. Begin twintigste eeuw zijn ze aangeplant om industriehout te leveren. En nu we het toch over de Kelten hebben. De eik was voor hen een heilige boom. Ze hadden een hoofdgod, Taranis, en deze werd in de gedaante van een eik vereerd. Handig - want die eiken stonden overal.

Aan de rand van Angleur vind ik zowaar de markering van de GR576. Een smal bospaadje voert omhoog. Daarna kan ik de markering niet terug vinden en kom al snel op een asfaltweg die langzaam naar boven klimt. Op een voetbalveld stap ik over in m'n korte broek en doe Tai Ji tussen de doelpalen. Het belooft een warme dag te worden.
Arduenna
Keltische godin van de jacht. Ardennen als werkterrein, afgebeeld als mannetjeszwijn en door de Romeinen gelijkgesteld aan hun godin Diana.
 
Sart-Tilman. Ik koop een krant en zoek plek op een terrasje. Er komen drie Nederlanders bij me aan het tafeltje zitten. Man, vrouw en dochter. De laatste is onderwijzeres en heeft wat problemen met haar echtgenoot, hoor ik. Ze praten vrijuit want ik lees een Franstalige krant. In zo'n geval moet je of direct een opmerking maken, of helemaal niet. Na een paar minuten is het al te laat. Je zou ze in ernstige verlegenheid brengen als je met een Hollands zinnetje kwam. Ik zeg niks.
De universiteit van Luik is in de jaren zeventig naar Sart-Tilman verhuisd. Ik loop de campus op en informeer eens in het universitaire boekwinkeltje. Weten ze daar misschien waar de GR loopt? Nee. Hebben ze dan misschien een goede kaart van dit gebied? Ook niet. Tot zover de universiteit van Luik.
Naast de ingang van de campus staat een bankgebouwtje. Daar wissel ik de rest van mijn goede Nederlandse geld voor Belgische speelgoedbiljetten.
 
 



Agricole - landbouw
Een uur later. Boncelles. Op een bankje bij de kerk eet ik m'n Ibis-lunch. Naast me staat een patatkraam, maar die heb ik niet nodig. Waar zullen we nu eens heen gaan? Ik prik Plaineveau als volgende bestemming en neem een paadje door het Bois de la Vécqûée. Helaas gaat het pad aan de overkant van de snelweg N63 niet verder zodat ik een paar kilometer langs de autoweg moet lopen. Plainevaux stelt niet veel voor, maar ze hebben een winkel met blikjes fris. Hebben ze ook een kaart van dit gebied? Ah non... daarvoor is het nog te vroeg in het seizoen, zegt de man. Er zijn nog geen toeristen.
Na Plainevaux komt een afdaling en dat is jammer. Het altijd jammer om in heuvelachtig terrein hoogte prijs te geven, want het betekent dat je daarna weer moet klimmen. Ergens rechts loopt een leuk weggetje in de goede richting, maar het is alleen voor Agricole bestemd en staat niet op de kaart. Ze zouden de ANWB eens een paar dagen met een voorraadje paddestoelen de Ardennen in moeten sturen.
Ik volg de hoofdweg naar beneden tot waar hij bij een zijriviertje van de Ourthe uitkomt. Bonsgee heet het hier. De brug over en dan is het weer klimmen en zweten geblazen. Schitterend weer. Enkele camions halen me in. Kreunend en schakelend kruipen ze omhoog.

Ondertussen is het vier uur geweest en ik besluit om in het volgende dorp maar eens naar logies te vragen. Het volgende dorp is Rotheux. Ze hebben er een kroegje - geen kamers. De vrouw van de kroegbaas belt naar een gehucht in de buurt. Ze heeft wel eens gehoord dat je daar iets kon huren. Op het terrasje wacht ik haar bevindingen af. Jawel - ze hebben daar kamers, maar die kun je alleen overdag huren! Nee - als ik wil overnachten dan moet ik in Liège zijn. Dat ligt hier niet zo ver vandaan, zegt ze, en er gaat een bus. Ze legt me uit hoe ik bij de bushalte kom.
Een flinke tegenvaller, maar toch ook wel grappig en terecht. Je kunt natuurlijk niet ongestraft zowel Maastricht als Luik in één dag afdoen en vervolgens zonder gids of goede kaart de Ardennen doorkruisen.
  Terug naar Luik. De bus van half zes. Het wordt mijn eerste bustocht sinds tijden. Geen last van fobieën. Integendeel. Een mooi tochtje met onderweg bekende punten. Daar kwam ik het bos uit en daar zat ik voor de kerk... Bij Ougrée komen we via een fraaie afdaling weer in het Luikse Maasbekken en om tien over zes sta ik in het Parc d'Avroy. Terug bij af.
Nu eens proberen een goedkoop hotel te vinden. De eerste is 1750 franc zonder ontbijt. Moet beter kunnen. Dan eentje in Outre-Meuse (de wijk op de rechter Maasoever) voor 2100 franc. Dan eerst een café in om mijn spijkerbroek aan te trekken. In deze stad val je op in een korte broek.
Hôtel Ramada schuin tegenover de provinciale VVV ziet er vaal en grauw genoeg uit om goedkoop te zijn. Van buiten lijkt het op een kazerne. Maar Ramada is niet goedkoop: 6000 franc per nacht! Non merci! En ja hoor. Ook deze baliedame komt met een offre spéciale: 3000 franc, gewoon omdat ik het ben. Toe maar! De helft er af. Wat een sjacheraars. Wegwezen. Terwijl ik de deur uitloop roept ze me nog wat na, maar ik versta het niet meer. Misschien heeft ze er 1500 van gemaakt... Ik weet het niet. Bonsoir! roep ik en loop de boulevard weer op. Zouden ze hier alles wat ze gasten boven het minimumtarief afzetten in eigen zak mogen steken? Het heeft er alle schijn van. Een tip voor wie in Luik logeert: doe na het noemen van het bedrag even een paar passen in de richting van de deur. Het kan duizenden francs schelen!
  Naar het station - de plek waar je vaak goedkope hotels kunt vinden. Stom dat ik er niet eerder aan heb gedacht. In de Rue sur la Fontaine staat Hôtel Berger: 1000 franc en nog 200 voor le petit déjeuner. Lijkt erg gezellig. Een licht aangeschoten hotelier legt een en ander uit. Hij neemt het gammele liftje naar boven - ik neem de trap. Een kamer vierhoog met balkon op het zuiden. WC op de gang, zoals het hoort en sleutel van de douche bij de receptie verkrijgbaar. De douche kost niks, maar zo houden ze het energieverbruik in de gaten.

plat du jour - dagschotel
 
 
 
Ik eet ergens aan de Boulevard de la Sauvenière. Plat du jour - een soort lasagne. In mijn omgeving wordt weer stevig gekust. Vooral de ober heeft het er druk mee.
Je zou het niet zeggen, maar ooit stroomde de Maas op de plaats van deze boulevard. Luik heeft namelijk evenals Parijs een Île de la Cité gehad - een eiland in de binnenstad. Er was een tweede Maasarm waar nu Boulevard d'Avroy, Boulevard de la Sauvenière en Rue de la Regence lopen. Rond het jaar 1000 werd deze rivierarm gekanaliseerd en in 1844 gedempt.

's-Avonds bij terugkeer in het hotel zit een oude Arabier TV te kijken. Een paar uur geleden zat hij er ook al. Af en toe mummelt hij iets tegen een vrouw die in de keuken met breipennen in de weer is. De man vertrekt om een uur of elf. Misschien iemand uit de buurt die hier tot bedtijd mag blijven zitten.
Morgen een rustdag. Ik vraag of ik een tweede nacht kan blijven. Geen probleem.