Tegelen en Tegula
De Romeinen bakten hun dakpannen (Tegula), in kleine oventjes (Tegularia). De naam Tegelen is van Tegula afgeleid. Het Nederlandse 'tegel' ook.

Legio
Romeinse legerafdeling bestaande uit 4-6 duizend man.
Afleidingen: legioen en légion (Fr.). Huidige betekenis van legio: ontelbaar veel.
Legio XXX Ulpia Victrix werd geformeerd door Keizer Trajanus (een van zijn voornamen was Ulpius) - vermoedelijk in 101 nC. Dit legioen was meer dan honderd jaar lang gelegerd in Germania Inferior.

Dakpanstempels
Ook in de buurt van Nijmegen, bij de Duivelsberg aan de weg naar Xanten, liggen kleigroeves uit de Romeinse tijd. Daar werden eveneens dakpannen door het leger gebakken. Ze dragen het opschrift EXGERINF - EX(ercitus) GER(manicus) INF(erior) - het leger van Neder Germanië.
Roermond
 
Café de Grens, ergens op het stippellijntje dat Nederland van Duitsland scheidt. Maandagmorgen twaalf uur.
Vanmorgen heb ik me met enige moeite weten los te rukken uit de plakboeken van mijn hospita. Het waren de bekende vakantiekiekjes. Dezelfde personen in een wisselend decor: mevrouw Knapen en haar vriendinnen in de bergen, aan het strand en voor de kerk. Herinneringen aan busreizen die ze maakte. De foto's gingen vergezeld van stickers met teksten als Proost!, Hier zou ik altijd willen blijven!, Het was weer gezellig! en andere.
- Handig, die stickers... merkte ik op.
- Ja, zei ze. Maar ge moet nog wel de juiste foto bij de tekst zoeken. Dat is heel veel werk!
Afijn, ik was toch nog voor negen uur de deur uit. Vandaag kan ik m'n tijd goed gebruiken. Ik wil naar Roermond. Tussen Venlo en Roermond heb ik geen geschikt logeeradres. Ik kreeg nog een stickertje mee van mevrouw Knapen. Als ik weer in Venlo kwam moest ik van te voren even bellen en zeggen dat ik hier eerder had gelogeerd. Dan zou ze een mooiere kamer voor me reserveren. Goed bedoeld, maar aan mijn kamer mankeerde niets.

De IJsheiligen zijn voorbij. Stralend blauwe lucht. Ik volg het roodwit gemarkeerde pad. Het bos in bij camping De Onderste Molen. Tegenliggers op de Jammerdaalse Heide (allemaal bos): een ouder echtpaar in volledige bepakking. Ze lopen kamperend van Maastricht naar Vorden.
Tegelen - het land van groeven en afgravingen. Er zit hier goede klei in de grond om bakstenen en dakpannen van te bakken. De Rijn heeft de klei gebracht, zo'n twee miljoen jaar geleden; de Romeinen kwamen met de techniek. Stenen en pannen bakken is wat er sinds mensenheugenis in Tegelen gebeurt. De oudste groeven zijn de Romeinse kleigroeven. Elk legioen fabriceerde haar eigen bakstenen en dakpannen. Het legioensstempel werd in de dakpannen gebakken. Zo is op de Krekelbergsheide ten zuiden van Belfeld in 1982 een militaire pannenoven opgegraven waarin dakpannen met het stempel LEG XXXVV (Legio XXX Ulpia Victrix) werden gebakken. De produkten uit deze oven zijn teruggevonden in Genooi, Belfeld en Tegelen.

Tegelen heeft trouwens ook een Sint-Martinuskerk. Met de oud-pastoor heb ik gisteren gesproken.
Na de laatste huizen van Tegelen doe ik Tai Ji. In drie kwartier tijd passeren twee wandelaars. Op maandagmorgen is het rustig langs het Pieterpad.
Het pad loopt langs de rand van Nederland. Af en toe is het een steile rand. Als je niet oppast val je pardoes in Nederland. Je loopt hier op het hoge terras van Rijnafzettingen en aan je rechterhand ligt het dal dat de Maas er later heeft uitgesleten. Links het Reichswald. Zo moet het hele gebied van de Germanen er in de Romeinse tijd hebben uitgezien: onafzienbare wouden. Maar in diezelfde Romeinse periode begon op grote schaal de ontbossing rond de Maas. De bossen maakten plaats voor uitgestrekte landerijen die vanuit een Villa Rustica werden beheerd. Inmiddels is aan Nederlandse kant al het land tot aan de Duitse grens in cultuur gebracht.
In een schuilhut ontmoet ik een jongen en een meisje. Ze proberen hun nieuwe wandelschoenen uit tussen Venlo en Roermond.

De Witte Steen - zo heet de plek waar twee cafés staan: Café De Grens en Café De Witte Steen. De Witte Steen was een Middeleeuwse gerechtsplaats en daarvoor stond er hoogstwaarschijnlijk een Romeinse mijlpaal. Hier begint de Prinsendijk - een kilometerslange rechte weg langs de bosrand. Het is een stuk van de Romeinse weg tussen Heerlen (de Latijnse naam was Coriovallum - legerplaats) en Xanten (Colonia Ulpia Traiana).
Romeinse mijlpaal - Milia
Een Milia was duizend passen van een Romein - ongeveer 1 km. Mijl, het Engelse mile (mijl) en het Franse mille (duizend) komen er vandaan.
Zie ook bij Millingen aan de Rijn.
 


 

There is no doubt that until the nineteenth century communication between one part of Europe and another was never so rapid and so safe as during the early Christian era.
-The Legacy of Rome
Een citaat uit het Pieterpadboekje:

De kaarsrechte Prinsendijk werd al in 1535 aangeduid als steenweg. Dit soort routes was in de 16e eeuw zeldzaam en duidt op een Romeins verleden. Zij hielden bij de aanleg al rekening met de bodemgesteldheid. Vanwege de handel wilden ze een weg zo dicht mogelijk bij de Maas, maar de natte broekbossen op de Maasoever verhinderden dat. Bovendien trad de Maas dikwijls buiten zijn oevers. Dus legden zij de weg aan op de verhoging tussen het laagterras (Meerlebroek) en het hoogterras (Brachterwald).

Romeinen waren zeer goed in wegen bouwen. Meestal waren het soldaten die de wegen aanlegden. Elke Romeinse soldaat had een schop in zijn uitrusting. In eerste instantie werd een weg aangelegd voor militaire doeleinden - de Via Militaris. Later diende ze natuurlijk ook handel en verkeer en werd het een openbare weg - een Via Publica.
De oudste Romeinse weg is de Via Appia, in 312 vC aangelegd van Rome naar Capua. Naarmate Rome zijn gebied vergrootte werd ook het wegennet uitgebreid. Daarbij sloot men zoveel mogelijk aan op het bestaande wegennet in de veroverde gebieden. Omstreeks 100 nC kon je in het hele keizerrijk reizen over goede wegen.
Volgens voorschriften uit die tijd moest de totale breedte van een Via Publica minstens 40 voet (11.84 meter) bedragen. Vaak waren ze echter tweemaal zo breed. De wegen bestonden uit een aantal lagen grind en hadden een enigszins bol weglichaam om het regenwater af te voeren. Met opzet werd stenen plaveisel achterwege gelaten, ook op die plaatsen waar voldoende steen aanwezig was. Grindwegen boden weliswaar meer weerstand aan de wagenwielen, maar daar stond tegenover dat je comfortabeler kon reizen. In hun rijtuigen konden Romeinen zelfs traktaten en gedichten schrijven.
Ook na de Romeinse tijd bleven de wegen in gebruik. Vaak was de wegverharding zo solide dat die tot op de dag van vandaag de ondergrond vormt van moderne autowegen.
Mansiones
Mansio = verblijfplaats, herberg.
Het Engelse mansion en het Franse maison stammen ervan af.
 
 
 
Langs de weg had je gelegenheden waar je kon overnachten: Mansiones, een soort herbergen. De afstand tussen twee van die pleisterplaatsen was 30 à 40 kilometer, wat overeenkwam met de normale dagmars van een Romeinse soldaat.
Daarnaast waren er de Mutationes: plaatsen waar je van paarden kon wisselen. Ze werden voornamelijk gebruikt door de keizerlijke postdienst, de Cursus Publicus. De plaatselijke bevolking moest deze halteplaatsen kosteloos onderhouden en deed dat niet altijd van harte.
Op wegenkaarten van die tijd waren alle steden, rivieren en pleisterplaatsen aangeven. Helaas is er niet één van de originele kaarten overgebleven. We hebben alleen een slordige kopie uit de Middeleeuwen, de zogenaamde Peutingerkaart - genoemd naar de plaats waar hij is vervaardigd. Op de Peutingerkaart komen ook de wegen voor die aan weerszijden van de Maas (Mosa) naar het zuiden liepen.
Je had ook speciale wegbeschrijvingen van A naar B, de Itineraria - vroege voorlopers van het Pieterpadboekje. Bewaard gebleven zijn de Itinerarium Antoninianum, een beschrijving van 225 routes door het Romeinse keizerrijk en de Itinerarium Burdigalense, een routebeschrijving uit de 4e eeuw voor de pelgrimsreis van Bordeaux naar Jeruzalem.
Via
De Romeinse weg of straat heette Via (meervoud Viae). Het Franse voie (weg) is ervan afgeleid.
Nederlandse betekenis: weg, langs. Komt ook voor in viaduct: brug over weg.
Viaticus = tot de weg of reis behorend. Hieruit ontstond het Engelse en Franse voyage - reis.
De Romeinen kenden aparte beschermgoden voor wegen en nog weer andere voor kruispunten en splitsingen. Daarnaast kenden ze Silvanus, de god van wouden en velden. En dan waren er nog diverse plaatsgebonden goden door wier territorium de reis ging. Zo was er bijvoorbeeld de godin Arduenna die het in de Ardennen voor het zeggen had.
Voordat een Romein op reis ging, legde hij zekerheidshalve een gelofte, een Votum, af tegenover alle relevante goden. Lieten deze de reis voorspoedig verlopen, dan kregen ze van hem een kleinigheidje - een gedenksteen met inscriptie of zoiets.
Voor wat, hoort wat. Ook elke bedevaart berust op dit principe. Niets menselijks is de goden vreemd.
  Het is aardig lopen over een Romeinse weg en ik zou graag zien dat het stipje in de verte zich ontwikkelde tot een Romeinse strijdwagen die in volle vaart voorbij kwam stuiven. Maar het is een Limburger op een bromfiets. Misschien zie je hier Romeinen, als je er lang genoeg loopt - flarden uit het verleden die je alleen ziet als de omstandigheden gunstig zijn.
Swalmen is niks. Een dorp waar de racebaan N271 doorheen loopt. Een dorp waar moeders als klaarover hun kroost naar de overkant moeten brengen. Bij een oversteekplaats met stoplichten nota bene. Rood licht alleen schrikt de razende monsters kennelijk onvoldoende af. Een dorp ook met veel cafés waarvan er niet één open is. Ik heb alle deuren geprobeerd, maar je kunt er niet in. Swalmen dient vermeden te worden. Ik weet nu waarom het Pieterpad er met zo'n grote boog omheen loopt. Ik neem de kortste weg naar Roermond: het fietspad langs de snelweg.

In de berm ligt een huis-aan-huis blaadje. Ik raap het op en loop al lezende Roermond binnen. Interessante lektuur. Een interview met een Indonesische vrouw. Ze is all-round therapeute: paragnoste, masseuse en helderziende. Ze heeft haar stek goed uitgezocht. In deze goedgelovige streek heeft ze een bloeiende praktijk. Ze noemt enkele zeer concrete therapieën. Ik noteer:
Voor kinderen die de slaap niet kunnen vatten. Zet een glas water op hun slaapkamer. Na elke nacht moet je het oude water weggooien en 's avonds weer een vers glas water klaar zetten. Dit maakt de kinderen allengs rustiger.
Tegen hernia en andere rugklachten. Geef de patiënt een paar ferme klappen op de billen. Dit verlicht de pijn onmiddellijk. Ik vermoed dat de patiënt nu vooral zijn billen voelt. De rugklachten raken daardoor tijdelijk op de achtergrond.
Ik zie het voor me.
- Rugklachten zegt u? Juist. Doet u uw broek maar even naar beneden.
Een paar klappen op de billen en dan...
- Ja kleedt u zich maar weer aan. Dat wordt dan f 75,- alles met elkaar.
Dit soort interviews lees je niet in de Groninger Gezinsbode.
  Eindelijk een pleisterplaats. Een cafetaria. Ik heb honger gekregen en werk een slaatje en een broodje kroket naar binnen. Of ik hier even kan bellen. Natuurlijk. De man zet het toestel op het buffet en ik bel enkele adressen uit het lijstje van Ome Piet.
Eerste zit vol. Tweede.
- Met Trudy.
- Met Hielke. Kan ik vannacht bij u slapen?
- U loopt het Pieterpad?
- Ja.
- Ja, nou eigenlijk doe ik het niet meer - logies en ontbijt. Het is wat moeilijk te combineren met m'n huidige werk.
- Aha.
- Ja, ik moet namelijk 's-morgens al vroeg op...
- Nou, dat is geen bezwaar. Ik wil 's morgens graag vroeg op stap.
- O. Heeft u nog meer adressen?
- Ja. Ik heb er nog een paar.
- Laten we dan afspreken dat u mij terug belt als u verder niets kunt vinden.
- OK.
Dat is iets.
- Valt niet mee... zeg ik tegen de cafetariahouder die mijn gesprekken met belangstelling volgt.
De derde is mevrouw B.
- Ik doe niet langer logies en ontbijt.
- O nee?
- Nee, ik heb daar slechte ervaringen mee. Ik ben er bang voor geworden. Nu heb ik een familielid bij me in wonen.
- En dat bevalt?
- Ja, ja. Dat is meer vertrouwd hè.
Mijn lijstje met goedkope adresjes is uitgeput. Ik laat me door de patatbakker de weg naar de VVV uitleggen en arriveer er juist voor vijf uur. Ze bevelen me Hotel Willems aan: f 60,- per nacht. Dilemma. Het goedkoopste is Trudy terugbellen, maar dat doe ik niet. Ik neem de kamer in Hotel Willems aan de Godsweerdersingel, vlakbij het station.
  De stadswandeling van de VVV is een historisch allegaartje van kapellekes, kathedralen en gotische geveltjes. Maar wat in het Roermondse centrum vooral opvalt zijn de geveltjes van de hedendaagse uitbaters: Grieken, Italianen, videoshops en friettenten. Zonder overgang tussen oude hofjes uit de 16e eeuw. De vergunningverlening is soepel. Toch zijn er wel een paar mooie oude middeleeuwse straatjes overgebleven en Roermond maakt een gezelliger indruk dan Venlo.
De stad heeft veertigduizend inwoners en ligt, zoals de naam al doet vermoeden, op de plaats waar de Roer in de Maas uitmondt. Hier in de buurt heeft men een altaar gevonden dat was gewijd aan Rura, de godin van de Roer. Het stamt uit de Romeinse tijd. De Romeinen hadden natuurlijk hun eigen goden, maar ze waren gewend om zekerheidshalve ook de plaatselijke goden te vereren.
In de buurt van Roermond bevond zich een oversteekplaats in de Maas. Al voor de Romeinse tijd kwamen hier een aantal wegen bij elkaar.
Gelre en Kleef
Omstreeks 1030 gaf de Duitse Keizer twee broers (Rutger Flamens en Gerhard Flamens) elk een stuk gebied. Dat was het begin van de graafschappen Gelre en Kleef.
Na 1417 werden het hertogdommen.

 
Klooster van Roermond
Het was een klooster van de orde der Cisterciënzers. De orde werd in 1209 gesticht door Franciscus van Assisi. De monniken dragen een bruine pij en sandalen. In Roermond zitten nonnen.
De geschiedenis van Roermond als stad begint pas in de 13e eeuw. Het gebied was in bezit van de graven van Gelre (het gebied om Roermond heette Opper Gelre) die op deze plek een klooster lieten bouwen. Later kwamen er nog meer kloosters en in korte tijd stond er een stad die vooral bekend werd om haar lakenfabricage en bierbrouwerijen.
Roermond is een bisschopstad. De kathedraal is gewijd aan Sint Christoffel, de beschermheilige van reizigers. Hij staat in bladgoud uitgevoerd op de torenspits. De heilige is niet alleen bekend in Roermond. Hij is internationaal actief. Saint Christophe heet hij in het Frans - patron des voyageurs et navigateurs. Zijn beeltenis kun je over de hele wereld aantreffen in auto's, vrachtwagencabines, stuurhutten en cockpits. Op zijn feestdag, 25 juli, laten gelovigen nog steeds hun auto's inzegenen om ze tegen ongelukken te beschermen. Zoals gezegd: de Romeinen hadden aparte goden voor wouden, wateren, wegen en wat niet al - voor alles wat je onderweg kon tegen komen. De taak van al die goden werd overgenomen door Sint Christoffel. Een heilige van dit formaat mag niet onbesproken blijven. Wie was Christoffel?
  Christophorus was de volledige naam. Drager van Christus - betekent het. Hij werd geboren in Syrië en heette eerst Reprobus - de verworpene. Later pas, na zijn doop, werd het Christophorus.
Maar nu het verhaal...
Christoffel is een grote sterke man en hij wil zich in dienst stellen van de machtigste persoon ter wereld. Eerst is hij in dienst van een koning. Op zekere dag komt er een minstreel langs om voor de koning te zingen. De koning slaat een kruis bij een passage die hem angst inboezemt.
- Waarom doet u dat? vraagt Christoffel.
- Ik sla een kruis om mij tegen het kwaad van de duivel te beschermen.
Aha, denkt Christoffel, de duivel is dus machtiger dan de koning. Hij verlaat de koning en gaat in dienst van de duivel. De duivel vertoont echter ook een zwak trekje. Hij reist altijd met grote boog om kruispunten heen.
- Waarom doet u dat, vraagt Christoffel.
- Ik wordt bang als ik bij kruispunten het kruisteken van Christus zie staan. Hij is sterker dan ik.
Christoffel verlaat de duivel en gaat op zoek naar Christus. Maar hoe vindt je Christus? Dat is niet zo eenvoudig. Daarom gaat hij eerst bij een kluizenaar in de leer.
- Je moet iets nuttigs doen, zegt de kluizenaar. Je moet iets doen waar je goed in bent. Dan weet hij je wel te vinden.
Christoffel bouwt een hut bij de rivier en helpt mensen het water oversteken. Daar is deze sterke man bij uitstek geschikt voor.
Op een zekere nacht roept er een kind van de overkant om te worden overgezet. Tijdens de overtocht wordt het kind zwaarder en zwaarder. Bovendien slaat het weer om. Alle elementen werken tegen. Ternauwernood bereikt Christoffel de andere oever. Wat blijkt? Hij heeft Christus overgezet en met hem de last van de hele wereld op zijn schouders gedragen. Christoffel zou omstreeks 250 de marteldood gestorven zijn.
Christophorus
Christophorus werd een bekende voor- en achternaam. Denk bijvoorbeeld aan Christophorus Columbus, 'ontdekker' van Amerika, en Warren Christopher, minister van buitenlandse zaken onder Bill Clinton. Beide toevallig reislustige types.
Een mooi verhaal nietwaar? Het Vaticaan dacht er anders over. Christoffel moest weg. Sneu voor Roermond, maar in 1969 werd Christoffel door het Vaticaan van de heiligenlijst afgevoerd. Waarom? Omdat hij nooit zou hebben bestaan. Het was een legende.
Hoe kun je je eigen achterban zo voor het hoofd stoten? Hebben de goede gelovigen al die eeuwen zijn hulp voor niets ingeroepen...
Er worden de laatste tijd vaker heiligen geschrapt. In het Vaticaan zijn ze bezig met een grote schoonmaak. Ze halen de bezem door de heiligenkalender. De goedheiligman Sint Nicolaas viel in 1970 door de mand. In zijn bestaan geloven ze ook niet meer.
  De rondjes volgen elkaar in snel tempo op in Café Willems. De biljartclub speelt en de baas doet zelf ook mee. Ze tappen meer bier dan ze opdrinken. Een zeer goede biljarter heeft een stopzinnetje. Zodra iemand hem complimenteert, zegt hij: - Hou toch op, hou toch op...
De mannen houden bij toerbeurt de puntentelling bij. Eerst krijg je 'poedel' - dat is nul punten. Daarna 'één punten - noteren één punten', 'twee punten - noteren twee punten', enzovoort. Het café ziet blauw van de rook en er zitten louter stamgasten. Voor de hotelgasten is er een aparte ingang.
  Nu we al diverse heiligen de revue hebben laten passeren, is het misschien wel aardig om ons eens te verdiepen in heiligverklaringen. Hoe wordt je heilig?
Het is een lange weg. Zalig komt eerst. Zalig kun je worden als je naar het oordeel van de katholieke kerk zeer goed geleefd hebt. Van zaligen en heiligen wordt aangenomen dat ze vanwege hun onberispelijke levenswandel regelrecht naar de hemel gaan.
Sinds vierhonderd jaar heeft het Vaticaan een soort Ministerie van Zaligverklaringen. Dit ministerie neemt zelf geen enkel initiatief. Het proces van zaligverklaring komt op gang als blijkt dat bepaalde personen na hun dood door de gelovigen vereerd worden. Bisschoppen kunnen dergelijke personen uit hun bisdom voordragen voor een zaligverklaring.
Dan volgt jaren van onderzoek. Men probeert voldoende bewijsmateriaal te verzamelen. Wonderen bespoedigen het proces en van martelaars staat bij voorbaat vast dat ze zalig zijn. Uiteindelijk komt er een rechtszaak kompleet met officier van justitie en verdediger. Deze twee functies zijn vertaald in Advocaat van de Duivel (Advocatus Diaboli) en Advocaat van God (Advocatus Dei). De advocaat van de duivel probeert zo veel mogelijk tegen de zaligverklaring in te brengen. Na een zaligverklaring kan de zaligverklaarde het via een soortgelijk parcours eventueel ook nog tot heilige brengen. Als de Paus weer eens een of ander land bezoekt, neemt hij de nieuwe zalige en heilige landgenoten mee als een soort kadootje.
De huidige politiek van het Vaticaan is om het kalmer aan te doen met nieuwe Europese heiligverklaringen. De andere werelddelen zijn achterop geraakt - zij hebben veel minder heiligen per vierkante meter en dat is natuurlijk niet eerlijk. De inhaaloperatie is in volle gang.
Legenda
Latijn: wat gelezen moet worden.
In het Middelnederlands werd 'legende': voorlezing uit de bijbel of uit een heiligenleven. Via het Frans kreeg het de betekenis van een oud verhaal dat je met een korreltje zout moet nemen.
De verering van heiligen is spontaan ontstaan in de beginjaren van het christendom. De bisschop gaf zijn goedkeuring. Pas in 1171 bepaalde de paus dat heiligverklaringen waren voorbehouden aan de Heilige Stoel. In 1634 werd dit uitgebreid tot de zaligverklaringen. Daarvoor bestond het begrip 'zalig' trouwens niet. Alle heiligen van het eerste uur stierven een marteldood. De eerste die heilige werd zonder martelaar te zijn geweest, was Martinus, de bisschop van Tours.
In de 13e eeuw schreef Jacobus de Voragine de Gouden Legende (Legende Aurea) - een fantasievolle beschrijving van heiligenlevens. Zo werd de eerste bisschop van Maastricht, Sint Servaes, een achterneef van Johannes de Doper en van Nicolaas van Myra (Sinterklaas) wist hij te melden dat deze reeds als baby op vastendagen de moederborst weigerde.
Pater Johannes Bollandus verzamelde in Brussel een groep jezuïeten om zich heen die de levensbeschrijving van heiligen (hagiografie) wetenschappelijk aanpakte. Het eerste deel van hun Acta Sanctorum verscheen in 1643. De groep, de Bollandisten, bestaat nog steeds en ze zijn nu in de buurt van deel zeventig aangekomen. Een estafette door de eeuwen heen. Als het werk af is zullen zo'n 25.000 heiligenlevens beschreven zijn. Van de Gouden Legende blijft weinig over. Diverse heiligen vallen bij kritische beschouwing door de mand. Reden waarom ze in sommige bisdommen de Acta Sanctorum op de lijst van verboden boeken hebben geplaatst. Want als de heilige niet meer bestaat, dan kun je de lucratieve bedevaart naar zijn relikwieën ook verder wel vergeten.