Roanne
 
Vier mannen in overalls vertrekken als ik beneden het café binnen stap.
- Allez Monique - à samedi prochaine.
Het is acht uur, maar de zaak was al om half zeven open. En voor die tijd heeft Monique nog kans gezien om toilet en douche schoon te maken en inkopen te doen. Nu staat ze sigaretten te verkopen aan bekenden en onbekenden. Ze vertelt dat ze vorig jaar september met vakantie in Nederland is geweest. Drie week regen en toch heeft ze het naar de zin gehad. Monique zou het denk ik overal wel naar de zin hebben. Markante vrouw. Helaas - de reis gaat verder.
- En profitez hein, zegt een visser aan het kanaal. Quand c'est pas trop chaud.
Je moet er even van profiteren zo 's morgens vroeg, als het nog niet te warm is. Voor vanmiddag hebben ze weer ver boven de 30º C voorspeld.
De gebruikelijke tafereeltjes langs het kanaal. Een jongeman die buiten ontbijt aan een tafeltje bij de sluis. De vakantiehulp. Mannen die zitten te vissen. 'Salut' zeggen ze als antwoord op mijn 'Bonjour'. Een sluiswachter die met een trekker de oevers schoont. Werklui die een boom omzagen. De boom valt languit in het kanaal. Ze staan er beteuterd bij te kijken. Amateurs of al vroeg aan de Pernod. Als er scheepvaart was, zou deze nu enige uren gestremd zijn. Maar er is geen scheepvaart. Een hele tijd niets en dan weer een groep mannen. Deze leggen een steiger aan. De volgende nieuwe jachthaven.
Hôtel Le Cornillon is een hotel naast de sluis. Begonnen door de vrouw van de sluiswachter? De combinatie sluiswachter-hotelhouder lijkt niet gek. Sluiswachters langs dit kanaal hebben een zee van tijd en ze wonen op mooie plekjes. Je hoeft natuurlijk niet direct een hotel te beginnen. Je kunt ook eerst een chambre d'hôte van trois épis in je sluiswachterswoning inrichten, met subsidie, en kijken hoe het loopt. Al wandelend zie ik weer vele mogelijkheden.
  Op aanbeveling van Pierre blijf ik het kanaal volgen tot in de haven van Roanne. Het is een stukje om, maar het is de beste weg. Een viaduct met een oude bekende: de N7 naar het zuiden. In Nevers heb ik hem voor het laatst gezien.
Half twaalf. In een cafeetje aan de haven wil ik aan een tafeltje plaats nemen, maar dat mag niet van mevrouw. De tafeltjes zijn bestemd voor mensen die het déjeuner bestellen. Koffie moet je staande opdrinken:
- Il faut le consommer au comptoir!
Ongelooflijk, temeer daar alle tafeltjes nog onbezet zijn. Soms kunnen die Fransen me echt kwaad maken. Maar ik geef haar nog een kans:
- Madame, je suis un peu fatigué.
- Tant pis,
zegt het mens.
Het gesprek aan de bar stokt. De mannen kijken me aan. Wat zou hij doen? Het is niet moeilijk. De bezwete randonneur pakt zijn rugzak weer op, gespt de riempjes vast en loopt naar de deur.
- Quelle hospitalité! zegt hij.
Als ik buiten ben barst de discussie los.
- Oui mais... klinkt de schelle stem van de vrouw.
Aha, ze is in de verdediging, denk ik wraakzuchtig. Toch nog een mooi resultaat.



 
 
 
Roche - rots
Roanne. Vijftigduizend inwoners en twee voorsteden van elk tienduizend. Ik volg de Rue Jean Jaurès en Avenue Alsace-Lorraine naar het station. Daar staat het Bureau du Tourisme du Roannais. Het hoofdkwartier. Van hieruit moeten ze straks al die toeristenstromen coördineren. Ik krijg een lijst met hotels en een onduidelijk gekopieerd plattegrondje van Roanne. En nu ik er toch ben vraag ik gelijk naar logies ten zuiden van de stad. Zijn er hotels of chambres d'hôtes?
- Attendez, zegt de baliemedewerkster en haalt er een jongedame bij die mij alles over chambres d'hôtes kan vertellen. Zij heeft ze namelijk allemaal persoonlijk geïnspecteerd en épis toegekend. Heel aandoenlijk. Na enig speurwerk belanden we in Vendranges, hemelsbreed 15 km ten zuiden van Roanne. Een kamer op de boerderij.
- Trois épis, zegt ze. Très confortable et à quatre kilomètres du Château de la Roche.
- Très intéressant. Mais je suis à pied.
Château de la Roche
ligt in de Gorges de la Loire. Een bezienswaardigheid. Ze noteert naam en telefoonnummer op een papiertje. Toevallig heet de familie: Roche.
Tenslotte vraag ik informatie over Roanne zelf. Ze geeft me een foldertje met musea en kastelen in de omgeving. Dat is niet wat ik zoek.
- Il n'y a pas une promenade ou..?
- Vous voulez une visite guidée?
- Aah non...

Dat hoeft nu ook weer niet. Tenzij met een van deze dames misschien. Maar het juiste zinnetje schiet me pas op straat te binnen:
- Oui, avec vous ce soir?
  Hôtel Terminus tegenover het station valt zonder meer af. Bij het tweede hotel sturen ze de hond op me af. Die valt ook af. Het derde is Hôtel de France aan de Rue A. Roche. Er zit veel Roche in de lucht vanmiddag. Een groot ouderwets hotel met een hôtelière van de oude stempel. Ze legt me de spelregels uit. Op een papiertje noteert ze een cijfercombinatie waarmee ik 's avonds naar binnen kan en ze staat er op dat ik de routine in haar aanwezigheid uitprobeer. Het werkt. Ik boek voor twee nachten. Mijn arme rug kan een dag rust goed gebruiken.
In Hôtel de France kun je alleen maar slapen. Voor het ontbijt verwijst madame me naar de brasserie op de hoek. Keurige eenpersoonskamer met bed, bureau en douche-cabine - 140 franc. Uitzicht op de daken.
Bril
Les lunettes zeggen de Fransen. Afgeleid van lune - maan.
'De maantjes' is het dus eigenlijk.
Twee brillezaken tegenover elkaar aan de Rue Charles de Gaulle. De bril (les lunettes zeggen de Fransen) krijgt een soudure. Aan het eind van de middag kan ik hem weer ophalen. Kost me 56 franc. Nogal prijzig voor een simpel lasje.
Een hele dag zonder bril. Moet ik vaker doen. Het is een goede oefening voor de oogspieren. Je ziet niet echt scherp, maar is dat nodig? Kijk eens om je heen. Wat zou je graag scherp willen zien?
 
 
Zien zonder bril
Een week na terugkeer in Groningen ging mijn bril weer kapot. Nieuw montuur rond dezelfde glazen. Toevallig kwam ik enkele dagen later in de bibliotheek een boek tegen van Aldous Huxley (bekend van Brave New World): Beter leren zien zonder bril. Hij beweert dat in de meeste gevallen helemaal geen bril nodig is en geeft oefeningen om oogspieren en voorstellingsvermogen te trainen. Alles gebaseerd op natuurlijk regeneratievermogen. Want, zo schrijft hij, na een genezen botbreuk blijf je toch ook niet met krukken rondlopen?
Waarom krijgt iedereen dan een bril voorgeschreven? Om opticiens en oogartsen aan het werk te houden uiteraard. Opticiens bepalen de norm voor goed zien. Zelf schijnt Huxley bijna blind te zijn geweest en met deze oefeningen normaal zicht te hebben terug gekregen.
Mijn nieuwe montuur zat niet lekker. Ideale gelegenheid om Huxley's ideeën uit te proberen. Ik heb het drie weken vol gehouden. Toen werd ik vermanend toegesproken door een kennis. Ik was haar op straat rakelings gepasseerd zonder te groeten! Ik had haar zelfs aangekeken, maar de blik afgewend. Einde experiment. Sindsdien draag ik weer een bril.
Maréchal Foch
Maarschalk Ferdinand Foch (1851-1929) is een militair die in de meeste steden wel een straat of pleintje heeft weten te veroveren.
Hij was commandant van de Franse strijdkrachten in de Eerste Wereldoorlog.

Het winkelcentrum van Roanne bestaat uit twee loodrecht op elkaar staande houwdegens: Rue Charles de Gaulle en Rue Maréchal Foch. Voetgangersgebied. Ik koop een Maigret voor tien franc in een tweedehands boekhandel en ga ermee naar het terras van Bar Alsacienne. Het beste terras in Roanne.
Ik eet bij de Chinois-Vietnamien. In Frankrijk is de combinatie Chinois-Vietnamien even populair als in Nederland het Chinees-Indonesisch restaurant. Beide landen hebben de Chinees met de keuken van een oude kolonie opgescheept.