Reims
Durocortorum was de Romeinse naam. Uit het Latijnse Remis (woonplaats van de Remi) ontstond de huidige plaatsnaam Reims, op dezelfde manier als uit Parisis (woonplaats van de Parisi) de plaatsnaam Paris voortkwam.
Reims - 2e dag

Volgens een oude legende zou Reims zijn gesticht door Remus, de broer van Romulus die zelf de stichting van Rome op zich nam. Maar dit hoef je niet te geloven. Zeker is dat de stam van de Remi hier aan de oever van het riviertje de Vesle al voor de komst van de Romeinen een versterkte nederzetting had. Tijdens Keizer Augustus werd Reims hoofdstad van de provincie Belgica en kreeg alle faciliteiten van een Romeinse stad.


Stadsmuur
Reims heeft in de Romeinse tijd drie stadsmuren gehad. De eerste beschermde 90 ha. Onder Augustus kwam er een tweede die 550 ha omsloot en begin 4e eeuw, ten tijde van de Germaanse invallen, trokken de inwoners zich terug op 56 ha en gebruikten de vier oude stadspoorten weer.

Porte
Uit Latijnse porta - poort, toegang
De Romeinen legden steden aan volgens een vast patroon en zo leek elke nieuwe stad een beetje op Rome.
Om te beginnen kwamen er twee brede straten die haaks op elkaar stonden: de Cardo (hoofdstraat) en de Decumanus (kruisstraat). De Cardo liep bij voorkeur noordzuid. De overige straten liepen parallel aan deze twee zodat je iets kreeg wat op een dambord leek. Elk ruitje van de stadsplattegrond heette een Insula - een eiland.
In Reims is het assenkruis van de hoofdstraten iets gedraaid. Ze volgen ruwweg de richting van de heerwegen Bavay-Reims-Châlons(-s-Marne) en Soissons-Reims-Triër.
Om de stad lag een muur en Cardo en Decumanus kwamen uit bij de vier stadspoorten. Als je Reims verliet in de richting Bavay (de oude heerweg is nu de RD366 en D966 naar Vervins) kwam je door de Porte Mars. Deze staat er nog. Van origine is het een triomfpoort uit de derde eeuw. Later is hij in de vestingwerken opgenomen. Volgens mijn gidsje liggen er nog sporen van de strijdwagens in het wegdek onder de middelste boog. Ik heb ze niet gezien.

Bij het kruispunt van de hoofdstraten lag het Forum. Dit was gewoonlijk een geplaveid rechthoekig plein omgeven door zuilengalerijen - vergelijkbaar met de Place Ducale in Charleville. Aan het Forum stonden stadhuis (Curia), stadstempel (Capitolium), een gebouw voor vergaderingen, rechtspraak en stadsadministratie (Basilica) en verder vond je er winkels en kantoren.
Basilica
Langwerpig zuilengebouw voor handel en rechtspraak.
In de laat-Romeinse tijd stonden de basilicas model voor Christelijke kerken en ze werden ook wel tot kerk omgebouwd. Vandaar 'basiliek' voor kerkgebouwen.
Het Place du Forum is nog steeds een centraal plein in de Reimse binnenstad. Een deel van de oude zuilengalerij (Porticus) is bewaard gebleven. 'Cryptoportiques' zegt het bordje dat bij de ingang staat, 'IIIe siècle après Jésus-Christ, Galerie semi-souterraine Gallo-Romaine'.
Het is vanaf 15 juni geopend. Ik ben een week te vroeg.
 
 
Templum
Oorspronkelijk de plek waar een Romeinse vogelwichelaar (Augur) zijn waarnemingen verrichtte. Uit het vogelgedrag (vlucht, geluid en eten) werd de toekomst voorspeld.

 
 


 
Porticus
Overdekte zuilengalerij. Soms was er onder de Porticus ook nog een ondergrondse zuilengalerij - een Cryptoporticus. Deze diende als overdekte markt en voor opslag van goederen waarover tol werd geheven.
De stadstempel zal in Reims niet hebben ontbroken, maar hij is niet teruggevonden. Vaak werden er in later eeuwen kerken overheen gebouwd - het tempelfundament werd overgenomen en de tempelstenen opnieuw gebruikt. In de fundering van diverse kerken kwamen bij verbouwing resten van Romeinse tempels aan het licht. Zelfs in Nederland: bij restauratie van de Hervormde kerk te Elst kwamen twee Romeinse tempels tevoorschijn.
De stadstempel heette Capitolium - genoemd naar een van de zeven bergen waarop Rome is gebouwd, de Capitolinus, en waar de tempel voor Jupiter staat. De stadstempel bestond uit het centrale heiligdom (Cella) met daaromheen een zuilengang. In de tempel stonden beelden van de staatsgoden Jupiter, Juno en Minerva. Verering van deze goden was min of meer verplicht, want met hen vereerde je het Romeinse Rijk en de keizer.

Jupiter was de Romeinse oppergod. Hij was de baas over alle andere goden en opvolger van de Griekse Zeus. Godin Juno was zijn vrouw. Zij hield zich bezig met het huwelijk en het krijgen van kinderen. Minerva was hun dochter. Minerva was beschermster van wetenschap, kunst en ambachten. De Franse naam voor donderdag, jeudi, herinnert nog aan Jupiter.
Er waren nog andere tempels. In een garnizoensplaats als Reims kon je een tempel voor de oorlogsgod Mars verwachten. De Romeinse maandag was aan de god Mars gewijd. Het Franse mardi is er vanaf geleid.
  Elke stad van enige betekenis had ook een amfitheater. In Gallië hadden 37 steden een amfitheater. Hier in Reims heeft hij ten westen van de weg naar Bavay gelegen, een halve kilometer voorbij Porte Mars. Het amfitheater is niet teruggevonden en alleen bekend uit middeleeuwse teksten. In de buurt loopt nog een weg die Rue du Mont d'Arène heet.
Men vermoedt dat er ook nog een Romeins theater in de omgeving van Place du Forum heeft gestaan. Vaak komen dergelijke monumenten toevallig, bijvoorbeeld via graafwerkzaamheden, aan het licht. Zo kwam het Forum van Bavay tevoorschijn na een Duits bombardement in de meidagen van 1940. Ook Reims werd zwaar gebombardeerd door de Duitsers (in de eerste Wereldoorlog), maar dit heeft geen Galloromeinse monumenten opgeleverd.
Ook het openbare badhuis - de Thermen (thermae = warm) - was een verplicht onderdeel van Romeinse steden. Je kon er baden, zwemmen, sporten, spelen, flaneren, lezen, discussiëren... Het was de ontmoetingsplaats bij uitstek. Het benodigde water werd aangevoerd via een Aquaductus - de Romeinse waterleiding. Het water kwam uit hooggelegen bronnen, vaak tientallen kilometers van de stad verwijderd. De inwoners haalden hun water bij fonteinen en andere tappunten. In Reims zijn de Thermen onder de kathedraal teruggevonden.
  Aan alles komt een eind. Ook aan het leven van een Galloromein. De begraafplaatsen lagen buiten de stadsmuren aan de heerwegen. Op veel plaatsen zijn de Romeinse grafheuvels nog in het landschap zichtbaar. Uit de Romeinse tijd dateert trouwens de gewoonte de graven te voorzien van grafopschriften om de herinnering aan de overledene levend te houden.

Aardig is de vergelijking van Romeinse steden met de standaardopzet van oude Chinese steden. Robert van Gulik tekende ze fraai in zijn Rechter Tie verhalen. Ook daar had je vierkante ommuurde steden met twee hoofdstraten eindigend in een poort bij alle vier windrichtingen. Andere straten hielden zich ook aan het dambordpatroon. Op het kruispunt van hoofdwegen stond het gerechtsgebouw - tevens administratief centrum van het district. Tempels waren er ook: bijvoorbeeld die van de stadsgod en van Confucius. Was er een garnizoen gelegerd, dan stond er eveneens een tempel voor de oorlogsgod. Het badhuis was ook een vast onderdeel van Chinese steden en had daar dezelfde sociale functie. Begraafplaats en executieruimte lagen buiten de stadsmuur.
Er zijn meer interessante overeenkomsten tussen beide keizerrijken. Misschien kom ik er nog eens op terug.
 
 
 
 
 
Vanuit Reims liepen er wegen in alle windrichtingen. Met de klok mee: naar Trier, Metz, Bar-le-Duc, Châlons-s-Marne, Morains (nu een gehucht), Soissons (en vandaar verder naar Amiens en Boulogne-sur-Mer), Bavay en de weg naar Charleville waarover ik zelf Reims binnenkwam.
Een verkeersknooppunt van oudsher dus en bang voor verkeer zijn ze in Reims dan ook niet. De Autoroute de l'Est Parijs-Metz hebben ze dwars door de stad gelegd en als je dat wilt, ben je met de auto via een afslagje ter hoogte van de Cathédrale binnen een paar minuten in hartje centrum.
En je hebt niet alleen de oostwest verbinding Parijs-Metz, maar er is ook nog de verbinding Calais-Troyes (A26) die je vanuit het noorden op de Autoroute du Soleil brengt. En al dat verkeer raast door Reims heen, op nog geen duizend meter van de Cathédrale.
Echt storend is het niet. In één brede corridor liggen het riviertje de Vesle, de autoroute en het Canal de l'Aisne à la Marne. En wat ligt er tussen autoroute en kanaal? De chemin de halage ! Jawel. Er loopt een zandpad dwars door Reims.
 
 


 
 
 
Saint-Exupéry
Antoine de Saint-Exupéry (1900-1944) was schrijver en vliegenier. Vol de nuit en Terre des hommes waren zijn bekendste boeken. In 1944 keerde hij niet terug van een verkenningsvlucht. Vermoedelijk is hij ergens in de Middellandse Zee neergestort.
Stralend weer vandaag. Ik sta om half zeven op en ga op zoek naar een geschikt plekje voor Tai Ji. De Promenades bij het Gare SNCF zijn me te druk. De kleine parkjes gaan pas om negen uur open en dus zoek ik het aan de overkant van de autoroute waar het grote Parc Léo Lagrange ligt. Ideale plek. Tai Ji aan de rand van een vijver.
Dit is het park waar de Reimse joggers hun rondjes lopen. Daarbij zit ook een nieuwsgierige Chinese jongeman die zijn parcours aanpast om mij vaker te zien. Tja - dat krijg je ervan als je je door de Westerse beschaving laat inpakken. Als ik het park uit loop, haalt een Fransman mij in.
- C'était vous, avec des... en hij zwaait met zijn armen.
- Oui, c'était moi.
Hij wil er meer van weten en we lopen samen terug naar de binnenstad.
- Tai Ji... leg ik uit, maar het zegt hem niets.
- Ces sont des exercices chinois.
- Aah...

In de Parijse parken heeft hij ook wel eens mensen zo bezig gezien. Hij vertelt dat Parijzenaars ze een speciale naam hebben gegeven:
- On les appelle: des adorateurs du soleil.
Zonne-aanbidders, omdat ze er 's morgens vroeg bij zijn en hun oefeningen uitvoeren als een plechtig ritueel.
- C'était quel parc à Paris?
- Jardin de Luxembourg.
Dat weten we ook weer. Zelf houdt hij het op hardlopen. Marathons. Hij heeft onlangs (21 april) de marathon van Rotterdam gelopen. De man speelt onderweg voor gids. Hij wijst me op de Vesle waar ons pad langs loopt en verderop staat het Centre Culturel Saint-Exupéry, waar buitenlandse studenten een talencursus volgen.
- Vous connaissez Saint-Exupéry?
- Oui, oui. L'écrivain. Le Petit Prince.

Het sprookje Le Petit Prince was in mijn middelbare schooltijd populair op de Franse boekenlijst. Het is een heel dun boekje.
- C'est ça.
- Vous allez où?
- Rue Linguet.

Die kent hij goed want zijn ouders wonen er. We lopen over de Pont de Vesle en nadat hij me nog enkele bezienswaardigheden heeft aangeraden nemen we afscheid.
  Hôtel Linguet serveert een très petit déjeuner: één croissant en een paar ringetjes stokbrood. Wel een flinke pot thee. Goed hotel verder. Later op de dag is het bed op mijn kamer weer keurig opgemaakt.
Ik maak een grote enveloppe voor verzending gereed. De eerste twee IGN-kaarten kunnen er in, twee filmrolletjes en een Maigret. Ik stuur het hele zaakje naar mijn broer in Groningen - ter bewaring. De verzending kost slechts vijftien franc - Tarif Économique.
  Het syndicaat bij de kathedraal is nog niet van me af. Vandaag zit er een jongedame achter de balie. Ik leg haar uit dat ik vanuit Reims naar Châtillon-sur-Marne wil wandelen en dan zo verder langs de Marne. Of ze mij aan adressen kan helpen. Ze raakt geïnteresseerd, pakt de kaart erbij en gaat met haar wijsvingertje op zoek naar de Marne, ergens ten noorden van Reims. Ik wijs haar aan waar de rivier de laatste tijd stroomt.
- Vous n'êtes pas d'ici?
- Aah oui mais...

Ze gaat op zoek in een gids met alle hotels van Champagne-Ardennes. Dat kost tijd en ik stel voor om het zelf te doen.
- Ah non!
Ze rust niet eerder voor ze het eerste hotel gevonden heeft.
- Et voilà! Ville-en-Tardenois!
Zo'n twintig kilometer van Reims en in de goede richting. Ze zet er triomfantelijk een kruisje bij en geeft me de gids mee. Gratis nota bene! Een fraaie gids met cultuur-historische bijzonderheden en alle hotels, restaurants en gîtes van Givet tot aan de Marne! Die gids had ik de afgelopen weken heel goed kunnen gebruiken. Nu heb ik haast niets meer aan.
  Op het plein voor de kathedraal is het druk. Kleine en grote gezelschappen. Veel Amerikanen en Japanners, en als je goed luistert, hoor je ook Nederlands praten. Van de Notre-Dame zijn voldoende ansichten te koop, maar toch wil iedereen zijn eigen fotootje maken. En dat valt niet mee want de kathedraal is groot en probeer hem maar eens helemaal op de foto te krijgen. Je ziet de fotografen steeds verder terug lopen.
Ik ga naar binnen. Binnen is een winkeltje waar je behalve kaarsen bijvoorbeeld ook overzichtskaarten van de kruistochten kunt kopen. Ik sluit me aan bij de toeristen die met de klok mee door de kerk heen schuifelen. Reisleidsters spreken hun volgelingen in vele talen toe. Je kunt ergens een paar franc inwerpen - dan licht er een paar minuten lang een paneeltje op. Er ligt een folder met de geschiedenis van de kathedraal. Keuze uit vier talen. Het Nederlands is daar ook bij.
  Café bij de kathedraal. De postbode komt binnen om staande aan de bar een petit café te nuttigen. De leren tas met brieven zet hij met een zwierige zwaai naast zich op de bar. De postbode schudt handjes, praat met deze en gene en vervolgt zijn route op een gele fiets. Vermoedelijk is het een dagelijks terugkerend ritueel. Fransen houden van vaste gewoontes.
  De bouw van de huidige kathedraal begon in 1211, maar daarvoor hebben er ook al kerken in Reims gestaan. In de 2e en 3e eeuw begon het christendom komend vanuit het zuiden van Gallië (via de Rhône vallei) in deze streken door te dringen. De missionaris Saint Sixte nam Reims voor zijn rekening. Aan het eind van de 3e eeuw had het christendom de Romeinse godenwereld zo goed als verdrongen en werd het zelfs de officiële staatsgodsdienst. Nog een eeuw later namen de bisschoppen het bestuur van de Romeinse machthebbers over.
De eerste kerk van Reims werd in 401 gebouwd op initiatief van bisschop Saint Nicaise. Zes jaar later (407) werd de man voor de deur van zijn eigen kerk vermoord tijdens een Germaanse strooptocht. Reims had zijn eerste martelaar.
Eén van de volgende bisschoppen was Saint Rémi (Remigius 450-533) die op een gedenkwaardige Kerstdag in het jaar 496 hier in Reims de Frankische koning Clovis doopte.
 
 



- Is dit het koninkrijk der hemelen dat je me beloofd hebt?
- Nee, maar het is het begin van de weg die er naar toe leidt.
Er is een kleine anekdote aan verbonden. Aan het eind van de doopceremonie komen Clovis en bisschop Rémi naar buiten waar een menigte hen begroet met gejuich en vuurwerk. Clovis, gekscherend:
- Est-ce là le royaume du ciel que tu me promets?
Rémi, onverstoorbaar:
- Non. Mais c'est le commencement du chemin qui y conduit.
  Het dopen was in die tijdeen geliefkoosde bezigheid. Men hield niet van half werk. Je ging volledig kopje onder en de meeste kerken hadden er een bijgebouwtje voor: de baptistère. Anders werd het in de kerk zo'n knoeiboel.
De bekering was een handige zet van Clovis want daarmee verzekerde hij zich van de medewerking van de kerk bij zijn verdere veroveringen. Het jaar 496 is gebaseerd op de kronieken van Gregorius van Tours, maar in een recent (serieus) boek over de Merovingers las ik dat het jaar 508 meer in aanmerking komt. Ondertussen zijn al wel de voorbereidingen voor het 1500-jarig jubileum van de doopplechtigheid (Noël 1996) in volle gang. Ter gelegenheid hiervan komt zelfs de Paus, le Saint Père Jean-Paul II, in 1996 naar Reims.
Clovis begon de dynastie van de Merovingers. Later trokken de Pepijnen de macht naar zich toe en in 750 nam Pepijn de Korte, met toestemming van de paus, het koningschap over. De kroning vond plaats in Soissons, maar een standbeeld van Pepijn de Korte is hier in de kathedraal van Reims terug te vinden.
Vanaf de 11e eeuw togen alle Franse koningen naar de kathedraal van Reims om zich door de bisschop te laten kronen.
  De lunch. Bij de bakker kun je kiezen uit verschillende formules. Ik kies de Formule Parisienne: sandwich plus boisson voor vijftien franc. In het park tegenover de Gare SNCF eet iedereen zijn lunch op en dus ga ik er maar tussen zitten.
In de loop van de middag zoek ik het Parc Léo Lagrange weer op om er een Maigret te lezen. Studenten liggen in het gras met collegedictaten, moeders met wandelwagentjes lopen rondjes om de vijver, peuters voeren de eendjes stukjes stokbrood. Ik word er slaperig van. Franse parken kun je alleen maar jaloers op zijn. Fransen houden van hun parken. De Galliërs zijn natuurlijk geweldige druktemakers, maar op z'n tijd mogen ze zich graag in alle rust op een bankje in het park terugtrekken. Zo houden ze hun yin en yang in evenwicht.
  Liggen er bekende boten in de haven? Nee. Het zou me ook verbaasd hebben, want ik heb een flink stuk van de waterwegen afgesneden. Ik koop een krant en lees hem zittend op de trappen van het Palais de Justice. Mensen wachten op de bus. Op het trottoir zit een bedelaar naast een transistorradio. Muziek bij het werk. De bussen in Reims klingelen vrolijk als ze wegrijden. Reims bevalt me. Ik zou het er heel lang kunnen uithouden.