Reims

Helderblauwe lucht. Om acht uur serveert de patron zelf het petit déjeuner. Geroosterd stokbrood deze keer met thé de tilleul - lindebloesemthee. Fransen hebben iets met lindebomen. Ze gebruiken het woord graag in namen van huizen en straten. Lindebloesem werkt kalmerend (het is un calmant) en misschien werkt op Fransen het woordje alleen ook al kalmerend.
- Vous allez où? vraagt Monsieur Boucton als ik bij hem in het kantoortje afreken.
- À Reims.
- À Reims? Mais c'est une très grande ville!
- Oui, je sais.

Hij denkt dat Reims niet geschikt is voor wandelaars. Maar juist omdat Reims een grote stad is, ga ik er heen. Ik vertel hem dat ik geen hekel heb aan grote steden. Integendeel.

 



Saint Étienne
Étienne was een apostel. Niet een van de twaalf eerste, maar eentje van later datum. Stefanus is de Nederlandse naam. Hij werd gestenigd in Jeruzalem - ergens tussen 31 en 36 nC. Hij was de eerste martelaar en werd een populaire heilige. Veel Franse kerken en plaatsen dragen zijn naam.
Vieux-lès-Asfeld heeft geen bakker. Van het ontbijt heb ik een stuk stokbrood over gehouden. Verder bezit ik nog een half flesje Vittel. Later blijkt dat ik het met dit rantsoen tot Reims moet doen.
De route loopt pal zuid. Bij een kruispunt staat een crucifix - Jezus aan het kruis. Deze beeldjes bij kruisingen en splitsingen zijn zeer talrijk. De meeste staan op de kaart aangegeven en enkele hebben zelfs een naam: la Croix ... De crucifixen geven mij houvast. Niet in spirituele zin, maar als oriëntatiepunt. Hoogspanningsleidingen zeggen me ook niks, maar ik zie ze graag op de kaart staan. Je kunt je er op oriënteren.
Poilcourt-Sydney is het eerste dorp. Wel een kerk, geen bakker. Een gehucht aan het riviertje de Mesnil dat op de Aisne afwatert. De strook rond het riviertje is bos. Verder alles akkerbouwland, zover je kijken kunt - graan vooral, maar ook de betteraves van meneer Guyot. Tai Ji op een paadje langs de bosrand. Geluid van zagen en vallend hout. Mannen in overalls zagen een stuk bos om.

Verder zuidwaarts over de D37. Op de grens van twee departementen gaat hij vloeiend over in de D274. Een grenspaal aan de kant van de weg memoreert dat we Ardennes verlaten en Marne binnengaan. Département de la Marne - nummer 51. Hoofdstad Châlons-sur-Marne.
De volgende groenstrook: rond het riviertje de Suippe. In St-Étienne-sur-Suippe denk ik een bar te zien, maar bij nadere inspectie blijkt het pand te zijn dichtgetimmerd.

Na St-Étienne-sur-Suippe verlaat ik het asfalt en neem een zandweg over een heuvel. Boven heb je een aardig uitzicht over de dorpjes en de verbindende wegen. Heel in de verte zie ik de kathedraal van Reims - een klein wazig vierkantje. Grappig. Daar moet ik vandaag zien te komen. Er rijdt een boer voorbij in een oude Renault-4. Hij volgt de zandpaden tot de grote weg en geeft dan vol gas. Een kwartier later komt hij terug. Voor de tweede keer steken we allebei de hand op.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Mercurius
Romeinse god van handel, overvloed en zakelijk succes.

Mercredi (woensdag) is afgeleid van het Latijnse Dies Mercurii = dag van Mercurius.
Onderaan de heuvel staat bij een splitsing van zandwegen weer een kruis. Vanwaar al die kruisen?
Kruispunten en splitsingen waren gevaarlijk. Niet omdat je er zoals tegenwoordig door Franse snelheidsduivels kunt worden overreden, maar omdat ze dachten dat er heksen voorkwamen. Heksen zouden bij voorkeur op kruispunten uitrusten. Van oudsher was men dan ook gewend om op een knooppunt van wegen de hulp van goden in te roepen. In de Romeinse tijd waren de beelden van Hermes en Diana op kruispunten te vinden. De Griekse god Hermes was boodschapper der goden en dus zelf ook veel op pad. Hij beschermde reizigers en wegen. Door de Romeinen werd Hermes gelijkgesteld aan hun god Mercurius. Mercurius was zeer populair in dit deel van het keizerrijk. Hij leeft nog voort in een dag van de week. Vandaag is het woensdag - mercredi in het Frans. Mercredi is de dag van Mercurius.
Diana
Romeinse godin van de jacht. Tevens beschermster van vrouwen.
In de Ardennen werd ze wel gelijkgesteld aan de Keltische jachtgodin Arduenna.
Diana was de met pijl en boog gewapende godin van de jacht. De Romeinse godenwereld werd opgevolgd door de christelijke religie en Mercurius en Diana maakten plaats voor Jezus aan het kruis en de Maagd Maria. En zo zijn ze daar gekomen, bij die kruispunten.
 
 
 
Wanneer ik echt in de benauwdheid zit, bid ik altijd tot goden van uitgestorven volken; die zijn als kind zo blij, als ze voor een enkele keer nog eens een karweitje mogen opknappen.
-De zwerftocht van Belcampo
Belcampo


 
 
De macht van de goden wordt in overeenstemming met onze behoeften beperkt: de één geneest paarden, een ander mensen, deze de pest, die schurft, weer een ander de hoest, deze geneest de ene soort jeuk en die een andere; de één laat druiven groeien, de ander knoflook; deze heeft de zorg voor de ontucht, die voor de handel (ieder ambacht heeft zijn eigen god); de een heeft zijn gebied en aanzien in het oosten, de ander in het westen ...
-Essays
Montaigne

Maar wie beschermde nu de reizigers? De Keltische goden waren vergeten, Hermes was weg, Mercurius leefde niet meer en Jezus en Maria hadden al zo veel te doen. Je kunt je voorstellen dat de Middeleeuwse bevolking het ééngodendom wel erg kaal vond. Eigenlijk geloofden ze niet dat één god het allemaal kon opknappen. Ze waren een grote club goden gewend met ieder hun eigen taak. Elk had een facet van het dagelijks leven onder zijn of haar hoede en je vereerde natuurlijk de god die speciaal voor jouw opkwam. En dat mocht niet meer. Er was maar één god en die was nog naijverig ook, zo lezen we in het Oude Testament. Hij hield er niet van als je naast hem nog andere goden vereerde. Wat te doen?
Het leidde tot de uitvinding van de Heiligen. Het godenvacuüm werd opgevuld met een onafzienbare reeks Heiligen die zich tot op de dag van vandaag uitbreidt. Maria, moeder van Jezus werd heilig, zijn vader Jozef werd heilig. De apostelen werden heilig, pausen werden heilig, bisschoppen werden heilig, monniken, nonnen ... iedereen kon na zijn dood heilig worden verklaard. Er kwamen beelden van heiligen, de jacht op hun relikwieën werd geopend, ze kregen allemaal een taak toebedeeld en ze werden vereerd. En zo had je de oude goden weer terug in een ander jasje. Saint Christophe nam de taak van Mercurius over. Hij werd beschermheilige van de reizigers. En ik kan me heel goed voorstellen dat reizende kooplui een stuk geruster op pad gingen nu ze wisten dat er boven weer iemand was die speciaal voor hen een oogje in het zeil hield.
Aan het eind van de zandweg moet ik kiezen. Rechtsaf naar Bourgogne dat met zijn zevenhonderd inwoners vast wel een herberg bezit, of linksaf naar Fresnes-les-Reims met driehonderd inwoners waar voorzieningen twijfelachtig zijn. Maar vanuit Fresnes kun je over een oude Romeinse weg naar Reims lopen. Dat geeft de doorslag. Linksaf dus. In Fresnes loop ik een rondje om de kerk, maar er is inderdaad niks. Bij wijze van lunch eet ik, gezeten op de stoeprand, m'n laatste stukje stokbrood, drink de laatste slokken water en vervolg mijn weg.
Na twee kilometer, bij Fort de Fresnes, begint de Romeinse weg: een lang zandpad dat recht op de kathedraal van Reims af gaat. Het is er uitgestorven. Je ziet er haast geen Romeinen meer - wel konijnen. Ik let goed op en speur naar overblijfselen van de oude beschaving, maar alles wat ik zie zijn hulzen, blikjes, wikkeltjes en lege flessen...

Dit is de weg die bij Château-Porcien de Aisne oversteekt. Iets zuidelijker loopt de Romeinse weg van Reims naar Trier die je nog kunt volgen tot Semuy aan de Aisne.
Het is eigenaardig lopen over een weg van bijna tweeduizend jaar oud. Je loopt in het voetspoor van Romeinse soldaten en ik stel mij de legioenssoldaten voor die na een lange dagmars net als ik de Civitas van de Remi in zicht kregen. Ze waren zwaarder bepakt dan ik. Men schat het gewicht van hun uitrusting en bepakking op zo'n veertig kilo! Als wapens droegen ze speer, dolk en zwaard. Ter verdediging hadden ze een houten schild en verder nog een bronzen helm en een harnas van metalen stroken. Tot hun uitrusting behoorde ook een schopje of houweel en daarmee legden ze wegen als deze zelf aan. Verder hadden ze nog een knapzak aan een lange stok over de schouder hangen met daarin een rantsoen voor drie dagen.
Veteranen
Van het LatijnseVetus - oud.
Vergelijk de Franse afleiding vieux.

 
 
 
 
Colonia
Van Colonus - boer.
Colonia Agrippina werd Köln in het Duits en Cologne in het Frans.
Romeinse soldaten tekenden voor 25 jaar. Op hun 45ste zwaaiden ze af als veteranen. Als Romeins soldaat zou ik zelf over twee maanden afzwaaien. Pas na het verlaten van de krijgsdienst mochten de veteranen trouwen - een maatregel die het aantal weduwen beperkte. Veel veteranen bleven wonen in de streek waar ze gelegerd waren. Ze konden gratis een paar hectare land krijgen als ze zich vestigden als kolonist. Diverse steden in Frankrijk zijn begonnen als Colonia van veteranen, bijvoorbeeld Lyon (43 vC) en Orange (35 vC). In Duitsland heeft Keulen er zijn naam aan over gehouden.
De kathedraal groeit gaandeweg. Op een gegeven moment zie ik zelfs twee blokjes boven de Reimse skyline uitsteken. Weer iets later blijkt uit het ene blokje rook te komen, zodat de ander vrijwel zeker de kathedraal is.
Twee uur. Bétheny - een voorstad. Eerst naar een café om de dorst te lessen. Onderweg naar de binnenstad doe ik een supermarkt aan en nuttig de uitgestelde lunch op een bankje in een stukje propriété privée bij een flatgebouw.
Rue de Betheny is het vervolg op de Romeinse weg. Er liggen een paar hotels op de route, maar ik wil eerst naar het Syndicat d'Initiative.
Ze zitten vlakbij de Cathédrale en gezellig is het er niet. Een echte Gaulois laat zijn vrouwelijke collega's zien hoe je zwervers behandelt. Een arrogante haan tussen de kippetjes - Frankrijk in het klein. Hij geeft me een folder met alle hotels van de stad en verder mag ik het zelf uitzoeken. Volgende klant. Maar ik zeur lekker door. Of hij ook een plattegrond heeft van de stad. Jawel, maar die kost 25 franc. Zelf heb ik in Rethel al een betere gekregen - gratis. Volgende vraag: heeft hij logeeradressen van dit departement? Hij waarschuwt me weer dat het geld kost - 30 franc deze keer. Ik vertel hem dat ik geld bij me heb en het boekje wel even wil zien. Hij gaat op zoek - zeer tegen zijn zin. Het is een boekje met chambre d'hôtes in de Marne. Ik koop het.
  Uit het lijstje met hotels bel ik vervolgens de allergoedkoopste: Hôtel Le Linguet - 85 franc per nacht en ze hebben een kamer vrij. Het ligt dichtbij het stadhuis aan de Rue Linguet. Als ik naar buiten loop begint het onverwacht te plenzen. Mensen zoeken dekking in portieken en met nog enkele drenkelingen schuil ik in de entree van een bankgebouw.
Hôtel Le Linguet is een keurig hotelletje, eenvoudig, schoon en met aardige mensen. Ik boek direct voor twee nachten. De vrouw schrijft een getal van vier cijfers op een briefje. Ik verbaas me over de hoogte van het bedrag, maar het blijkt een geheim nummer te zijn waarmee ik 's avonds het etablissement binnen kan. Driehoog zit ik, met over de daken uitzicht op de kathedraal die in de steigers staat.
  Reims heeft een fraaie binnenstad met veel voetgangersgebied. Overdekte winkelstraten zijn er ook en je ziet er een overwegend jonge bevolking. Reims is een studentenstad. Het valt me op dat de dames er steeds leuker uit beginnen te zien. De vrouwen van de Remi mogen er zijn. In de boekhandel kwam er een Française naast me staan die mijn veteranenhart sneller deed kloppen. We stonden allebei in een Routard-gids te bladeren en er zat spanning in de lucht. Ze wachtte op het eerste zinnetje en ik hàd wat moeten zeggen, maar heb het niet gedaan. Tant pis!

's Avonds een Chinees aan de Rue de Tambour. Ik werk mijn verslag bij en probeer me niet te ergeren aan de waardeloze bediening van een Chinese jongen met Franse manieren. Hij ijsbeert door het restaurant, rookt sigaretten, belt met zijn vriendin en hervat zijn gedrentel. Enige gast.
Franse Chinezen laten je apart voor de rijst betalen: tien franc voor een boule de riz nature. Belachelijk. Ook hier serveren ze het goedkope Menu du Jour alleen tussen de middag.