Ponthierry
 
Zeer goed geslapen in dit uitermate rustige hotel. Weer eens een ontbijt dat je zelf bij elkaar mag zoeken. TV bij het ontbijt schijnt onvermijdelijk te zijn. Op de vroege zaterdagochtend kijken we naar een hobby programma. Hobby is ook een Frans woord.
Gisteravond heb ik in Juvisy een coiffeur gezien met redelijke prijzen. Daar ga ik eerst heen, want het haar begint me voor de ogen te hangen. De man is voor de hele morgen volgeboekt.
- Il y a tout le monde, zegt hij. Désolé.
Het kapsel is in dit land een serieuze aangelegenheid. Aan je verschijning mag van alles mankeren, als je haar maar goed zit. Raar eigenlijk, al die zorg voor dat kleine bosje haar dat er na een lange evolutie van onze vacht is overgebleven.

Vanuit Draveil probeer ik de rechter Seine-oever. Er loopt een pad en alles lijkt goed te gaan tot ik bij een brug kom en niet verder kan. De brug is afgezet met hek en prikkeldraad. In een ander land zou je dan van te voren een bordje met 'Doodlopende weg' hebben gezien. Hier niet. Er komt een man aan lopen die zijn hond uitlaat.
- Vous pouvez continuer. C'est fréquemment violé.
- Oui? C'est possible?
- Mais oui. Autrement c'est un grand détour hein...

Anders wordt het een flink stuk omlopen. Dat leek mij ook al. De man raadt me aan om de brug stapje voor stapje over te steken. Sommige planken zijn verrot.
Eerst de rugzak over het hek en dan er zelf achteraan. Vervolgens met de rugzak over één schouder voetje voor voetje het boogbruggetje over. Dit loopt eigenaardig. Sommige planken zijn inderdaad half weggerot. De gemeente Draveil moet zich diep schamen.
Zodra ik een echte weg zie, neem ik hem. De weg voert door een betere buurt. Een asfaltweggetje waar geen auto's mogen komen. Ze hebben het afgesloten met twee halve rioolbuizen. Links kapitale panden verscholen achter hoge hekwerken, rechts uitzicht over de velden. Tai Ji dus.
Er komt een wielrenner voorbij. - Tai Ji! roept hij. Dan een moeder met een kind aan de hand. Het kind blijft achterom kijken.

Soisy-sur-Seine is het eerste echte dorp na Parijs. Ik bezoek er de boulanger, de Alimentation (in Arabische handen), een Bureau de Tabac voor een nieuwe télécarte, haal een nieuwe voorraad francs uit de muur en drink een grand café crème in een brasserie waar iedereen staat te krassen. Een nationale verslaving. Zouden Fransen er extra gevoelig voor zijn? Ze zijn verslaafd aan alcohol, tabak en gokken. In welk ander land vind je goktips voor de paardenrennen in de nieuwsuitzending?
Ik zoek de Seine op en volg een paadje dat overgaat in een rijspoor van een graanveld. Het loopt leuk totdat er weer een zijriviertje van de Seine opduikt. Ik had hem al op de kaart gezien en rekende op een bruggetje. Is er niet. Er ligt wel een boomstammetje overheen, maar dat word me net iets te gek. Ik volg het riviertje stroomopwaarts en probeer met takken en stenen een doorwaadbare plaats te maken. Lukt niet. Een polsstok zou uitkomst bieden. Uiteindelijk hou ik de bruggenbouw voor gezien en zoek de bewoonde wereld op. Dat is de N448 en als ik daarop uitkom, ben ik in een uur tijd hemelsbreed twee kilometer opgeschoten. Ik heb mijn lesje geleerd en besluit de rest van de dag het zoeken naar jaagpaden te staken.
Juist op de plek waar ik na dit oponthoud de snelweg betreedt, heeft de voorzienigheid een wegrestaurant neergezet. Heel sportief. Ik neem er een sandwich pâté met twee glazen melk en betaal er 25 franc voor. De prijs voor melk verzint de patron ter plekke. Zelf zit hij met een twee vrienden aan een tafeltje mosselen te eten. Een smulpartij.
  De zon breekt door. Ik volg de N448. 't Is niet geweldig, maar in zuidelijke richting is er niets beters. Bij Saintry-sur-Seine neem ik de D39E en die loopt beter. In een parkje stap ik over in de korte broek en vervolg mijn weg naar Morsang-sur-Seine. De temperatuur stijgt en m'n voeten beginnen zeer te doen. Pauze bij La Commerie. Ik geef m'n voeten een zalfbeurt en kijk naar de verrichtingen op een tennisbaan.
Morsang-sur-Seine zelf heeft geen café, maar verderop is wel iets. Aan het eind van een bochtige oprijlaan komt een sjieke tent in zicht. Een verlaten terras. Het is drie uur geweest en het déjeuner is voorbij. Binnen staat een in het wit geklede ober bestek te poetsen. Hij brengt me een cola met veel ijs en wil er vijftien franc voor hebben.
Tussen Morsang en Seine-Port liggen grote huizen aan het water. Witte villa's met parkachtige tuinen onder een helderblauwe lucht. Hier is geen ruimte meer voor een chemin de halage. Achter de huizen liggen jachten bij steigertjes afgemeerd. Geen mens te zien. Voor mijn komst was het er rustig. Nu gaan de herdershonden te keer. Ze blaffen elkaar wakker. De hekken rond de Franse propriétés zijn tenminste twee meter hoog. Heel ongezellig. Een hoog hekwerk, één of meer herdershonden en het bordje 'Propriété Privée' - dat is de verdedigingslinie van de Franse kapitalist.
Tijd voor een nieuwe revolutie? De laatste is al weer driehonderd jaar geleden en in die tijd is de gelijkheid behoorlijk scheef gegroeid.

Seine-Port houdt zich niet aan mijn vuistregels. Boven de twaalfhonderd inwoners verwacht ik dat een dorp een wandelaar kan herbergen. Seine-Port heeft er dertienhonderd, ligt aan de Seine, tussen de bossen, maar heeft geen hotel. Op het marktplein scholen jongelui samen. Bij afwezigheid van het syndicaat voor initiatieven steek ik mijn licht bij hen op. Geen hotel?
- Non, ici il n'y a pas d'hôtel.
- Et une chambre d'hôte?
- Non plus. Il n'y a rien du tout à Seine-Port. Seulement des retraités.

Alleen gepensioneerden. Ze lachen wat. Ik vraag of er dan een hotel in Ponthierry is, vier kilometer zuidwaarts?
- Non plus. Mais il y a des hôtels à Vert St-Denis.
Dat ligt zes km naar het oosten, zowat tegen Melun aan en buiten de route. Quoi faire? Eerst een petit café in de plaatselijke brasserie. Ik stel dezelfde vragen aan de barman. Hij beweert stellig dat er in Ponthierry wèl een hotel is - naast het station. Het lijkt de gok waard. Met een station en de N7 in de buurt ben ik in geval van nood snel in Melun.
  Drie kilometer klunen langs de snelweg. Weliswaar door een bos - Bois de Ste-Assise - maar toch geen onverdeeld genoegen. Inmiddels is het vijf uur geweest en ik heb het voor vandaag wel gezien. In Ponthierry staat bij het station inderdaad een hotel: Le Robinson. De baas neemt me van top tot teen op en zegt dat hij vol zit. Hij verwijst me naar een auberge aan de N7. Daar hebben ze kamers.
Weer twee kilometer lopen. De auberge is gesloten. Niets wijst op kamerverhuur. Ik loop achterom de keuken binnen en vind er de kok die voorbereidingen treft voor het avondeten. Ze hebben geen kamers. Nooit gehad trouwens, zolang hij hier werkt tenminste en dat is toch al weer vijftien jaar. Maar, zo zegt hij, een eind verder langs de snelweg ligt een heel groot hotel. Ik vraag of hij dat wel heel zeker weet, want anders stap ik net zo lief direct op de bus. Ja, ja - hij weet het heel zeker. Hij schat schat dat het zo'n twee kilometer lopen is. Goed. De laatste kilometers langs de RN7 loop ik op karakter. In Ponthierry is de Route Nationale een drukke winkelstraat, daarna wordt de bebouwing dunner en er verschijnt een aankondiging van een tweesterren hotel. Het hotel bestaat echt.
  Hôtel Apollonia is een groot complex. Je kunt er ook appartementen huren. Buiten op het terras is een party aan de gang. Sjiek geklede dames en heren met drankjes en opgespelde orchideeën. Voor een wandelaar is de gelegenheid totaal ongeschikt. De receptioniste bevestigt dit vermoeden zodra ze mij de prijs van de kamer vertelt: 290 franc per nacht plus 40 franc voor het petit déjeuner. Het alternatief is de bus naar Melun. Het is half zeven en ik heb zin in een douche. Op sommige dagen heb je gewoon pech.
Ze wil graag dat ik direct betaal. Aan het eind van de dag zie ik er niet zo kredietwaardig uit. Het briefje van vijfhonderd franc stelt haar gerust.
 
 
 
 
 
 
 
 
In het najagen van hun doelen falen mensen vaak als ze het succes zijn genaderd. Daarom, als iemand aan het eind even behoedzaam is als aan het begin, zal hij niet falen.
-Dao de Jing
Als je een goede conditie hebt, herstel je snel van vermoeienissen. Na een douche ben ik alweer voldoende fit om Ponthierry op goedkope menu's te onderzoeken. En dan blijkt dat ik op weg naar mijn dure hotel niet goed heb opgelet. Ik ben een restaurant-pension voorbij gelopen! Een onvergeeflijke blunder. Vaak zie je alleen wat je verwacht te zien. Toen ik hier voorbij liep, keek ik uit naar een groot hotel en ging er daarbij stilzwijgend vanuit dat er verder niets was. Als ik hier had lopen zoeken naar de eerste de beste slaapplaats, dan had ik het pension beslist opgemerkt. Moraal: je moet tot het laatst toe alert blijven.
Ons brein heeft zijn zwakke punten. Ik herinner me een parallel uit de denksport. Je hebt een goede dam- of schaakpartij gespeeld, maar winst lijkt er niet meer in te zitten en in gedachten heb je je al verzoend met remise. Het wordt remise. En dan blijkt na afloop, bij analyse dus, dat je in het eindspel toch nog ergens de winst hebt gemist. Dezelfde denkfout: je verwacht het niet en daarom zie je het niet.
  Ponthierry heeft een Chinees met airco. Poulet impérial want hier willen ze het Menu du midi niet 's avonds serveren. Het is een mooie zomeravond en ik wandel door bos en buitenwijk. Langs de RN7 staat een restaurant van de Buffalo Bill keten - heel onfrans. Ik bel met Erik. Hij komt overmorgen naar Frankrijk en we spreken af in Fontainebleau.