Pierrefitte-sur-Loire

Forêt de Germigny heet het bos onder Bourbon-Lancy en door dit bos loopt de GR3. Enkele kilometers eerder heeft zich de E3 erbij gevoegd. Aan het Canal de Briare heb ik hem voor het laatst gezien. Toen zette hij koers naar Auxerre. Nu heeft hij de Morvan achter zich liggen en de volgende bestemming is het Massif Central.

Ik ben om zeven uur opgestaan en was acht uur op weg. Hoever kan ik vandaag komen voordat de hitte ondraaglijk wordt? Vanuit Bourbon-Lancy eerst een klim door de wijk Les Buttes - de heuvels. En dan begint het bos.
Het is lekker koel in het bos, maar echt plezierig loopt het niet. De route is slecht aangegeven en juist op die plekken waar je wel een hint zou kunnen gebruiken, ontbreekt de markering. Dat is een van de redenen om geen Grande Randonnée te volgen. Zonder topoguide verdwaal je en wil je van de gidsen verzekerd zijn, dan moet je ze van te voren inslaan en er een rugzak vol van meenemen. Onderweg zijn ze niet te koop.
Ik probeer het groene stippellijntje op de kaart te vertalen in het goede bospaadje. De bosrand en dan een karrespoor in een weiland. Het leidt naar een asfaltweggetje. Verwarrend, want op de kaart staat geen asfaltweggetje. Er hoort zelfs geen pad te lopen.
Een boerderijtje, wat volgens de kaart le Vezon zou kunnen zijn. Ik loop heel moedig het erf op en wordt ogenblikkelijk ingesloten door vijf honden. Oorverdovend geblaf. De vraag is: wie valt het eerst aan? Ik voel me als Daniel in de leeuwenkuil en zie me al tussen de Faits Divers in de krant staan: Randonneur Hollandais dévoré par les chiens. Een boerin komt uit de stal lopen om me te ontzetten. Het asfaltweggetje voert naar de grote weg - zegt ze. De grote weg is de D979.
Ik neem me voor om de IGN-kaartenmakers een lijstje te sturen met recente wijzigingen in het Franse landschap.
  Als je een eind hebt omgelopen, dan ben je geneigd snel door te wandelen om de verloren tijd in te halen. Dat is niet goed. Dus eerst Tai Ji op het asfaltweggetje en dan pas langs de D979 naar St-Aubin-sur-Loire, waar ik kwart over tien arriveer.
Koffie in een kaal café. Demi baquette, blikje fris en een banaan in een winkeltje. Verder langs de D979. Ik had de GR3 willen volgen, maar die kan me nu verder gestolen worden. Twee kilometer langs de snelweg en dan een binnenweggetje langs twee gehuchten. Ondertussen is het eigenlijk al veel te warm om te lopen.
 
Bij de brug over de Loire staat een leuk restaurantje met moeder en dochter. Ze maken een Salade composée en daar drink ik een kan water bij leeg, twee glazen melk en een cola. Ik heb dorst. Er staat een piano, maar ik weet me te beheersen. Het hotelgidsje vermeldt een hotel in Pierrefitte-sur-Loire: Hôtel du Port. Aan het kanaal dus. Pierrefitte ligt zes kilometer verderop. Dat moet ik kunnen halen.
Om één uur begin ik aan het laatste stuk. Bloedheet. Eerst de Loire over met een verandering van departement: département d'Allier. Dan het jaagpad langs het kanaal. Een goed pad, maar geen schaduw. Gekkenwerk. De opmerking van de man in Fumay speelt me door het hoofd:
- Vous êtes un commando?
Toen nog niet, maar het begint er wel steeds meer op te lijken. Ik rust twee keer uit onder een boom op een stukje van zes kilometer.
  Een klein hagedisje slaat op de vlucht en schiet pardoes over de kademuur het kanaal in. Ach wat zielig, denk ik en maak aanstalten voor een reddingsoperatie. Het is niet nodig. Het beestje kronkelt behendig door het water naar de kant. Ik wist niet dat hagedissen kunnen zwemmen.
Het gehucht l'Enfer - de Hel. Heel toepasselijk. Om half drie ben ik in Pierrefitte.
  Bar-Hôtel-Restaurant du Port ziet er gloednieuw uit. Een Logis de France - fraai gelegen aan het kanaal, even buiten het dorp. Een man van middelbare leeftijd zit in de receptie - de eigenaar. Hoewel, volgens mijn gidsje staat het hotel op naam van zijn vrouw - Madame Talon.
Rustige man verder. Hij heeft een kamer van honderd franc. Douche en toilet op de gang. Of ik bereid ben deze voorziening met een andere kamer te delen? Geen probleem. Ik ben bereid ze met het hele hotel te delen. De baas brengt me persoonlijk naar de kamer. Het is er donker - de luiken zijn gesloten. Tien meter onder het raam ligt het kanaal. Ik heb weer eens een ideale plek gevonden.
Pierrefitte
Het boek Itinéraires Romains en France noemt Pierrefitte bij de indices toponymiques: namen die kunnen helpen bij de reconstructie van het Romeinse wegenstelsel. Pierrefitte is kennelijk een naam die ver in de historie teruggaat.
Verderop langs de weg naar Digoin staat Château d'Estrées. Ook dit is een aanwijzing. Estrée is 'straat' in het oudfrans. Vergelijk het Engelse street. Alles afgeleid van het Latijnse strata - plaveisel. Langs voormalige Romeinse wegen liggen veel plaatsen met de naam Estrée.
Achter het hotel is een watersportcentrum in aanbouw - een Plan d'eau. Zwembroek aan en er op af. 't Is een kale boel, maar het water is koel. Het bordje Baignade interdite mag op zo'n ideale zwemplek natuurlijk niet ontbreken.

Pierrefitte-sur-Loire moet vroeger een leuk dorp zijn geweest - voor de komst van de vrachtauto. Het ligt aan een Route Nationale en de nauwe hoofdstraat zit verstopt met camions die elkaar proberen te passeren. In die straat is nu zelfs voor Fransen geen leven meer mogelijk. De bewoners zijn weggetrokken. Enkele panden liggen er verlaten bij. Zwartgeblakerd en verwaarloosd. De camions vernielen de Franse dorpen. Zou er niet wat minder vervoerd kunnen worden?
Ik koop de Figaro en een doosje sigaren en hou me de rest van de middag koest op het terras van Hôtel du Port.
Gabriel Thiollier-Alexandrowicz. Itinéraires Romains en France, Éditions Faton, 1996. Er liggen geen scheepjes in de nieuwe jachthaven van Pierrefitte. Waarom niet? Heel eenvoudig: omdat er geen bomen staan. Ze hebben aan alles gedacht, maar zijn vergeten bomen te planten. Niemand is zo gek in de volle zon af te meren. Geen bomen, geen bezoek.
In het restaurant van Hôtel du Port krijg ik gezelschap van een Française - een jaar of dertig, enigszins nerveus type. Ik hou het op een onderwijzeres. Ze vertelt de serveerster dat ze heel weinig eetlust heeft en dat ze dus van alles niet al te veel wil. Vervolgens houdt ze de vork in haar rechterhand en de krant in haar linker. Zo eet en leest ze verder. Haar blik dwaalt geen moment van de krant. Zolang ze die leest, kan haar niks gebeuren. Als die gekke vreemdeling nu maar geen gesprek begint...

's Avonds, als de zon verdwenen is, arriveren de gasten. Het terras loopt vol. Duitsers, Nederlanders en later nog een stel Zweden in een oude Saab. Sfeervol. Een hotel aan het kanaal met een verlicht terras op een zwoele zomeravond. Af en toe een plons: een vis die even voelt hoe het buiten is.