Gulik
Gulik was een graafschap. Gulik komt overeen met de Duitse plaatsnaam Jülich. Jülich lag aan de Romeinse weg van Keulen naar Maastricht. Het heette Juliacum en was oorspronkelijk dus het bezit van ene Julius.
Pey
 
Het postkantoor in Roermond opent om negen uur. Ik informeer naar de pinmogelijkheden in Frankrijk. De jongeman is er niet zeker van. Hij denkt dat je in alle grote plaatsen met je giropasje terecht kunt, maar hoe zit het op het platteland? Hij beveelt aan om Franse Traveller Cheques mee te nemen - voor noodgevallen.
- Hoe lang denkt u in Frankrijk te blijven?
- Geen idee. Eén maand, twee maanden...
Het worden cheques met een totale waarde van f 3000,- uitgevoerd in diverse coupures. Daar moet ik de eerste klappen mee kunnen opvangen. Een bijzonder beleefde en consciëntieuze jongeman, deze Postbank medewerker. Het is 'meneer' voor en na. Een half uur later is het geregeld. Ik moet alle cheques ondertekenen en dan mag ik weg. Ik koop twee krentenbollen bij de bakker en kijk nog even bij de ANWB aan het Stationsplein of ze een geschikte kaart van België hebben. Hebben ze niet.

De uitvalsroute is niet geweldig. Ik loop Roermond uit op dezelfde wijze als ik er binnen gekomen ben, over het fietspad langs de N271. Daarna neem ik de eerste zandweg naar het zuiden. Het is de Gulikerweg - een weg die in elk geval teruggaat tot in de Middeleeuwen en het kaarsrechte verloop doet zelfs een Romeins verleden vermoeden.
Na een slinger over Lerop volgt het Pieterpad een fink stuk van de Gulikerweg. Zelf laat ik St-Odiliënberg links liggen en loop over andere wegen recht op Montfort af. Het landschap begint zachtjes te glooien. Tai Ji aan de bosrand met uitzicht op de Clauscentrale (1978) en het kerkje van Maasbracht dat naast de centrale in het niet valt. Het is zonnig en frisjes.

Mijn linker grote teen begint zorgen te baren. Vermoedelijk is mijn linkerschoen te klein geworden. Na een paar honderd kilometer lopen zou je voet iets langer kunnen worden. Moest je nieuwe schoenen ook niet altijd passen aan het eind van de dag, als je voeten op hun grootst zijn? Hoe het ook zij: ik loop niet lekker meer. De teen in kwestie is gevoelloos. Al een paar avonden vertroetel ik hem in warm water, maar het haalt niets uit. Na drie weken lopen, ben ik uitgekeken op mijn nieuwe Völkl-schoenen. Ik wil m'n oude stappers terug.



Montfort
Een oud plaatsje. Er ligt een ruïne van een slot uit de 13e eeuw en in de buurt zijn kampen teruggevonden uit de prehistorie.
Tijdens bombardementen in de tweede wereldoorlog werd het dorp totaal vernield. Honderdtachtig bewoners vonden de dood.
Montfort. Ik loop een café binnen. De baas is bezig de pijltjes uit een dart-apparaat te peuteren. De muziek staat hard en de muziek blijft hard staan als ik ga telefoneren om logies te regelen. Waarom? Vier jaar geleden kon ik in Echt geen kamer vinden. Hotel Du Commerce bij het station was net die dag gesloten en verder zag ik geen hotel. Taxichauffeur bij het station gevraagd. Deze raadde me een hotel in Pey aan. Ik met die taxi naar Pey. Het hotel stond er, maar ze hadden geen plek. Met dezelfde taxi terug naar het station. 'Wat moet ik die man in rekening brengen?' vroeg de chauffeur aan de centrale. De meter stond op dertig gulden, maar ik was geen spat opgeschoten. Ik kwam er vanaf met een tientje, nam de trein naar Roermond en zocht daar een hotel. Zoiets maakt je voorzichtig. Vandaar mijn telefoontje met het Hof van Herstal in Pey.
- Heeft u nog een kamer vrij voor één persoon?
- Moment, ik zal even kijken.
Een tijdje niks en dan:
- Ja?
- Ja, hallo.
- Ja?
- U heeft nog een kamer vrij?
- Voor hoeveel personen?
Iemand anders dus. Op zijn verzoek geef ik hem mijn volledige adres in Groningen inclusief het telefoonnummer. Daar heeft hij helemaal niets aan, maar hij is er erg blij mee.
Vanaf Montfort hou ik me aan de voorgeschreven route. Het pad loopt langs de bosrand - mijn favoriete type. Onderweg smeer ik m'n grote teen nog maar eens in met Hirschtalg, pel een sinaasappel, laat een echtpaar passeren en strompel verder naar de volgende bank. Daar staat een infopaneel over het onderhoud van houtwallen. Ik citeer de leerzame tekst:

Voor het voortbestaan van de houtwal is onderhoud noodzakelijk. Anders groeit de wal uit tot een rij hoge bomen waar geen struiken meer in staan. Ze beschut dan nauwelijks meer tegen de wind. Deze krijgt dan vrij spel en het zand van de akkers gaat verstuiven (erosie). Ten dele verliezen ze ook hun waarde voor de natuur.

En dan volgen de richtlijnen voor het onderhoud. Deze lijken me niet bestemd voor wandelaars. Misschien dat beginnende boeren uit de omgeving naar dit bord fietsen om te kijken wat ze nu weer moeten doen. Ik weet het niet. Het bord is er neergezet door de stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen (IKL) die zich in Limburg zegt in te zetten voor het behoud van houtwallen, holle wegen, kleine bosjes, poelen, knotbomen en hoogstamboomgaarden. Een mooi initiatief. Nu nog een stichting IGL voor instandhouding van de grote landschapselementen en Limburg kan de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Overigens - de IKL verzorgt ook onderhoud en markering van het Pieterpad in de provincie Limburg.
  Hotel-Restaurant Hof van Herstal ligt buiten de bebouwde kom aan de weg van Echt naar Brunssum. Een mooi oud gebouw in een rustige en bosrijke omgeving. Ik krijg een kamer aan de zuidkant. Douche en grote teen in warm water. Misschien moet ik eens naar een pedicure. Misschien heb ik opzij teveel nagel weggeknipt waardoor nu de hele last op een plekje drukt waar geen eelt zit. Het blijft gissen. Ik bel met Bert in Hoogkerk. Hij loopt twee dagen mee en komt morgen met m'n oude schoenen naar Sittard. We maken een flexibele afspraak op het station. Vanaf zeven uur kom ik daar elk uur kijken.
  - Wilt u hier ook eten? vroeg de hotelier toen ik om vier uur binnenkwam.
- Wat heeft u te eten?
- Van alles. Niet te duur hoor!
Om zes uur betreed ik op kousevoeten het restaurant. Ik neem het goedkoopste gerecht (f 23,50). Ik ben in handen gevallen van een meesterkok, zo lees ik op de menukaart. Martin de Meesterkok. Het is de hotelier zelf die zijn gewone plunje heeft omgewisseld voor het kokstenue: ruitjesbroek, wit jasje en hoge koksmuts. Er loopt ook een ober rond. Overdreven, want er zit haast niemand. Gewoontegetrouw neem ik een kopje koffie na. Een vergissing. Het kopje koffie is een halve lunch.
  's Avonds trek ik mijn schoenen weer aan en maak nog een wandeling langs de snelweg. Je ziet hier veel dure auto's rijden, vooral veel Mercedessen. Je ziet ook opvallend veel Afrikanen en andere buitenlanders langs de weg lopen. Zij logeren in het asielzoekerscentrum Pepijn. Het bestaat nog maar een paar maanden. Als ik bij het hotel terug kom stuurt Martin juist twee Oost-Europese vrouwen van zijn terras. Tegen mij:
- Niet dat ik discrimineer of zo, maar ik wil ze hier niet hebben.
- Nee?
- Nee. Weet je wat het is? Als ik dit geworden laat en het terras vol zit met asielzoekers dan ben ik binnen de kortste keren al m'n klanten kwijt.
- Dat zou best eens kunnen.
- Dat is zo. Bovendien heb ik met de leiding van het centrum afgesproken dat ze hier niet mogen komen. Ik kan ze hier echt niet gebruiken.
Hij heeft gelijk, maar voor de asielzoekers is het een hard gelag. Die mensen lopen maar wat met hun ziel onder de arm tussen Pey en Echt op en neer.
  Wat betekent Hof van Herstal? Ik vraag het aan Martin de Meesterkok. Hij gaat op zoek naar een stuk papier. Iemand heeft het eens uitgezocht en opgeschreven. Maar het papier is zoek. Hij vertelt er iets over. Een zekere Pepijn zou de hofmeier zijn geweest van de familie Herstal en er is een verband met de Pepinusbrug over de Pepinusbeek die hier vlakbij ligt.
Het fijne van zijn verhaal ben ik vergeten, maar ondertussen weet ik er meer van. Grote figuren werpen hun schaduw vooruit. De Pepijnen zullen ons tot Parijs blijven achtervolgen. Pepijn van Herstal was de overgrootvader van Karel de Grote en Herstal is een plaatsje ten noorden van Luik waar deze man bezittingen had.
Na de Romeinse tijd gingen de Villae Rusticae langs de Maas over in Frankische handen en de familie van de Pepijnen (Pippiniden heten ze ook wel) wist op veel van deze landerijen beslag te leggen. Ze bezat onder meer gebied bij Maastricht, Meerssen, Susteren en Aken. Misschien hadden ze hier bij Pey ook bezittingen. Zou Pey niet zelfs van Pepijn kunnen zijn afgeleid?