1 Rue Soufflot
2 Notre Dame
3 Palais de Justice
4 Sainte-Chapelle
5 Place Dauphine
6 Place Saint-Michel
7 Musée (Hôtel) de Cluny
8 Rue de la Montagne Ste-Geneviève
9 Montagne Ste-Geneviève
10 Rue du Mouffetard
11 Église St-Germain-des-Prés
12 Arènes de Lutèce
13 Tour St-Jacques
Parijs - 2e dag

Alleen door deze grote stad ben ik Fransman, een stad groot door haar vele inwoners, door haar gelukkige ligging, maar bovenal groot en onvergelijkelijk door haar vele uiteen lopende attracties; zij is de trots van Frankrijk en één van 's werelds edelste sieraden.
-Essais
Montaigne

De eerste nacht in Hôtel du Commerce is geen succes. Lawaaierig, warm, rokerig en muf. Niettemin reserveer ik er een nachtje bij, maar neem me voor op zoek te gaan naar iets beters.
Eerst Tai Ji in Jardin du Luxembourg. Acht uur is het als ik er aankom en een Chinese jongedame is al bezig met haar leerlingen. De hele dag blijft ze Tai Ji les geven. Er staat ook een oudere man die onbekende oefeningen doet. Soms lijkt het even op Tai Ji, maar dan bevriest hij plotseling in een bepaalde positie en blijft minutenlang zo staan. Het lijkt me geen erkende sport.
Ik ga op zoek naar een boulanger en een potje thee aan de Rue Soufflot die van de Jardin naar het Panthéon leidt. In het café zit een enthousiaste Fransman die iedereen verbaast met zijn encyclopedische kennis. Hij weet vooral veel van de Franse geschiedenis en haalt zijn aanknopingspunten uit de krant van vandaag.

De vroegste geschiedenis van Parijs speelt op Île de la Cité. Parijs begon als zandbank in de Seine. De Galliërs kwamen er in de derde eeuw vC, maar ook daarvoor hebben er al mensen gewoond. Ze hebben hier een 4000 jaar oude boot gevonden. De Galliërs van de Parisi-stam noemden hun woonplaats Lutèce, dat 'woonplaats in het water' zou kunnen betekenen. De Parisi waren schippers. In Lutèce trokken ze zich terug bij dreigend gevaar.
Voor de huidige Notre-Dame, ter hoogte van Point Zéro van waaruit de kilometertelling naar alle Franse steden begint, lag één van de ingangen naar de onderwereld. Hij werd bewaakt door Cernunnos - de Keltische god van vruchtbaarheid en welvaart, tevens meester der dieren. Zijn beeld is te zien in Musée de Cluny. De god heeft een gewei en zit met gekruiste benen als een yogi. Onderzoekers vermoeden dat deze god ook al vereerd werd door rendierjagers uit de prehistorie.

Het begint te regenen en ik schuil in de Notre-Dame, waar de mis op het punt staat te beginnen. Notre Dame (Onze Vrouw) is uiteraard Maria, moeder van Jezus. Zo'n vijftien miljoen mensen schijnen de kerk jaarlijks te bezoeken. Merkwaardig is dat de toeristen, Japanners vooral, tijdens de mis gewoon doorgaan met fotograferen. Als het koor begint te zingen, vlucht ik de kerk uit.
  Bij de kerkingang zitten drie bedelende zigeunervrouwen met kleine kinderen op schoot. Die kinderen lenen ze van kennissen - zo las ik in de krant. Kleine kinderen doen het goed in de bedel-business. Wat ik er in de loop van de week van zie is het volgende. 's Morgens vroeg worden de vrouwen gebracht door mannen die hun auto's op veilige afstand van de kathedraal parkeren. Zolang er toeristen komen, zitten de vrouwen weeklagend bij de ingang. En 's avonds, als de drukte afneemt, pakken de vrouwen hun handeltje bij elkaar en lopen kwiek en kwebbelend de stad in.
 
Gallische Landdag
Jaarlijkse bijeenkomst van Keltische druïden en stamhoofden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 






Sequana
Sequana was niet alleen de naam van de Seine, maar ook de naam van de godin die de rivier onder haar hoede had. Bij de bronnen van de Seine zijn honderden houten beeldjes gevonden. Restanten van bedevaarten naar de woonplaats van de godin. De beeldjes laten zien wat de vragensteller mankeerde.
In De Gallische Oorlog lezen we dat Caesar in 52 vC de Gallische Landdag verplaatst naar Lutèce, de stad der Parisi. Dit is de eerste keer dat Parijs in de geschiedschrijving voorkomt.
Het jaar 52 vC was ook het jaar van de Gallische opstand onder leiding van Vercingetorix. Hij werd bij Alesia (Alise-Ste-Reine in de Morvan) verslagen, maar wordt nu door de Fransen als grote verzetsheld vereerd. De Parisi hadden ook mee gedaan aan de opstand en toen Caesars luitenant Labienus hun woonplaats naderde, staken de bewoners de stad in brand en gingen er vandoor.
In de eerste eeuw nC werd de stad herbouwd. De Romeinse naam van de Civitas werd Lutetia Parisiorum. Het eiland in de Seine werd al snel te klein en men ging elders bouwen. De rechter Seine-oever was moerassig (je vindt het nog terug in de naam van de wijk Le Marais - het moeras) en dus breidde de stad zich uit op de linker oever. In het gebied van het huidige 5e en 6e arrondissement (Quartier Latin en zuidelijker) bevonden zich onder meer Forum, Arena (Rue Monge) en Thermen (Boulevard St-Michel).
De tempels voor verering van de Galloromeinse goden stonden op eerder genoemd plek voor de Notre-Dame en op een heuvel op de linker oever. Onder het plein voor de Notre-Dame (Place du Parvis) ligt een archeologische crypte waar je Galloromeinse ruïnes kunt zien. Uit die tijd is ook een altaarzuil bewaard gebleven die de Parijse schippers schonken aan Keizer Tiberius (regeerperiode 14-37 nC). Op de zuil staan Keltische en Romeinse goden.
De naam Lutetia werd eind vierde eeuw vervangen door Paris. De Seine heette in de Romeinse tijd Sequana.
 
 
Île St-Louis
Île St-Louis bestond oorspronkelijk uit twee eilandjes: Île des Vaches en Île Notre-Dame. Er lag nog een vierde eilandje in de Seine, het Île de Louviers, maar dit werd aan de rechter oever vastgemaakt en heet nu Quai Henri IV.
Square Jean XXIII heet het parkje achter de Notre-Dame en je kunt er goed toeristen observeren. De Japanners hebben de overhand, maar ik vermoed dat in de loop van de dag de hele wereld hier wel voorbij komt. Ik sla er de Routard op na. Wat zeggen ze over het Île de la Cité? Veel informatie natuurlijk over de Notre-Dame, maar ze wijzen ook op een tweede eiland in de Seine: Île St-Louis dat via de Pont St-Louis met Île de la Cité verbonden is. Aldaar drink ik een petit café staande aan de bar. Zo hou je het net op 6.5 franc. Als je gaat zitten kost hetzelfde kopje 13 franc.
Cité
Binnenstad. Cité is afgeleid van het Latijnse Civitas.


Île
Île is een restant van het Latijnse Insula - eiland. De Romeinen gebruikten Insula niet alleen voor eilanden. Woonblokken in steden noemden ze ook Insulae. En ook het gebied dat tussen twee rivieren in lag kwam in aanmerking voor de naam Insula. Uit de Romeinse geschiedschrijving kennen we het Insula Batavorum, waarmee vermoedelijk het land tussen Maas en Waal bedoeld werd. Ook in het hedendaagse Frankrijk gebruikt men île nog in ruimere betekenis. Het Île de France bijvoorbeeld, is de regio rond Parijs.
Île St-Louis is genoemd naar de Franse koning Louis IX (1214-1270). Een populaire heilige. St-Louis in de VS werd naar hem genoemd en zo leeft hij zelfs voort in de St-Louis blues! Hij leidde twee kruistochten die vertrokken vanuit de zuidfranse plaats Aigues-Mortes. Palestina was in handen gevallen van de Sultan van Egypte. Deze gedachte was voor de gelovigen onverdraaglijk en in 1250 scheepte men zich in voor de zevende kruistocht. Er volgde een veldslag met de Egyptenaren en Louis IX werd gevangen genomen. Pas vier jaar later keerde hij in Frankrijk terug - maar niet met lege handen. Louis had opmerkelijke relikwieën bij zich: een stuk van het Heilige Kruis, de spijkers waarmee Christus werd gekruisigd, de doornenkroon, een veer uit een vleugel van de aartsengel Gabriël en nog wat kleingoed. Op Île de la Cité liet hij een kerk bouwen om de kostbaarheden in onder te brengen. Het werd de Sainte-Chapelle die geheel uit glas-en-lood is opgetrokken - bereikbaar via het Palais de Justice. De relikwieën liggen nu in de Notre-Dame.
Louis IX leidde een sober leven en had hoge opvattingen over vrede en gerechtigheid. De tweede kruistocht heeft hij overigens nauwelijks meegemaakt. Hij stierf aan de pest vlak na de ontscheping bij Carthago.

Saint Louis
De Franse historicus Jacques Le Goff schreef onlangs een monumentale biografie over Saint Louis:
Jacques Le Goff: 'Saint Louis'. Gallimard 1996.
In de Routard valt mijn oog op een goedkoop hotel aan Place Dauphine - een rustig pleintje met bomen en bankjes achter het Palais de Justice. 'Een klein, charmant ouderwets hotel in een huis van 400 jaar oud dat uitkijkt op een van de mooiste pleintjes van Parijs' vermeldt de Routard. Dat lijkt me wel wat. Hôtel Henri IV is het enige hotel op het eiland. Een aardige man in een ouderwets kantoortje vertelt me dat ze voor morgenavond zijn volgeboekt. Jammer.
  Ik was van plan om mij wat geschiedenis betreft, te beperken tot de eerste duizend jaar van onze jaartelling. Voor Louis IX heb ik een uitzondering gemaakt en nu moet ik alweer een uitzondering maken, want Henri IV wil ik er ook bij hebben. Die man kom je overal tegen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 








Je veux que chaque laboureur de mon royaume puisse mettre la poule au pot le dimanche.
Henri IV
Na Louis IX was Henri IV de eerste koning die weer tot de verbeelding sprak. Hij leefde van 1553-1610 in de tijd van Hugenoten en godsdienstoorlogen die het land verdeelden. Zelf begon Henri IV als protestant en het katholieke deel van de bevolking weigerde hem als koning te erkennen. Parijs was katholiek en er was een list voor nodig om het in bezit te krijgen: Henri bekeerde zich tot het katholieke geloof. 'Paris vaut bien une messe', moet hij gezegd hebben. Parijs is me wel een mis waard.
Een paar jaar later was hij weer overtuigd protestant. In 1598 kwam hij met het Edict de Nantes dat vrijheid van godsdienst garandeerde en een eind maakte aan de godsdiensttwisten.
De koning was een levensgenieter. Hij hield bijzonder veel van vrouwen en het koninklijke zaad schoot vrucht bij tal van maîtresses. Zo'n vijftien telgen zijn bekend. Uiteindelijk bracht hij zijn kinderen naar St-Germain-en-Laye want in het Louvre begonnen ze hem voor de voeten te lopen. Hij mocht namelijk graag te paard door de gangen van het gebouw galopperen.
Gewone mensen lagen Henri IV na aan het hart. Hij vond bijvoorbeeld dat elke Fransman zondags poule-au-pot (kip-in-het-pannetje) moest kunnen eten. Het gerecht staat in Parijs nog bij diverse restaurants op de menukaart. Henri IV had een zeer bekwame minister in de persoon van zijn vriend de Hertog van Sully. Deze haalde belastinggeld binnen, liet wegen en bruggen bouwen (Pont de Sully verbindt Île St-Louis met beide oevers), maakte van Le Marais een woongebied, ontwierp Place Dauphine en maakte een begin met het Canal de Briare, de verbinding tussen Seine en Loire.
  Henri IV werd vermoord toen zijn koets vastzat in een verkeersopstopping (in Rue de la Ferronnerie ter hoogte van huisnummer 11 - de geschiedschrijving is op dit punt zeer precies). Hij werd vermoord door een fanatieke katholiek, een zekere Ravaillac. Deze man was helemaal te voet vanuit Angoulême naar Parijs gekomen om de koning te vermoorden. Een droom had het hem zo bevolen. Ravaillac werd in vijf stukken gesneden - voor straf. Daarna viel hij niemand meer lastig. Je vraagt je af of hij zijn eigen einde er bij gedroomd heeft.
Île de la Cité verlaat ik via de oudste brug van Parijs - de Pont Neuf. De nieuwe brug dus. Op de Pont Neuf staat een standbeeld van Henri IV te paard. Hij was het die de brug liet voltooien.
 
 
 
 
 
 



- Wij zijn vrienden!
- O ja?
- Vanmorgen groette ik je, maar je zag me niet.
- Nee. Wat wil je?
- Ik heb papieren nodig om in Frankrijk te blijven. Jij gaat mij helpen. Ik heb 150 franc nodig om papieren te kopen.
- Wat voor papieren?
- Een vergunning om in Frankrijk te blijven. Als ik papieren heb, kan ik werk zoeken - om geld te verdienen.


 
 
 
- Waar kom je vandaan?
- Sri Lanka. Ik ben een Tamil. Ik kwam hier met de boot.
- Illegaal?
- Ja. Ik kwam naar Marseille. Ik heb nu negen dagen buiten geslapen in Parijs. Weet je - op straat. Ik heb niets te eten. Maar jij gaat mij helpen.
- Ik ben bang van niet.
- Vanmorgen groette ik je omdat ik zag dat jij anders was. Andere mensen geven niets. Maar jij bent niet zo.
- Misschien ben ik anders, maar ik kan je geen geld geven. Waarom ga niet ergens zitten om te bedelen. Misschien krijg je meer dan 150 franc in één dag.


 
 
 
 
 
 
- Nee.
- Waarom niet?
- Om de politie. Ik heb geen papieren.
- OK, maar ik kan je geen geld geven. Ik heb het zelf nodig.
's Middags - Jardin du Luxembourg. Er komt er een jongeman in een oude leren jas op me af. Ik heb hem hier vanmorgen vroeg ook al heb gezien. Toen zwaaide hij enthousiast en ik dacht dat hij mij per abuis voor een bekende hield. Nu komt de ontknoping. Hij geeft me een hand, schuift een stoel bij en begint met:
- We are friends!
- Really?
- This morning I greeted you, but you did not see me.
- No. What do you want?
- I need papers to stay in France. You will help me. I need 150 franc to buy papers.
- What kind of papers?
- Papers for permission to stay in France. If I have papers I can find a job - to earn money.

Hij ziet er eerlijk genoeg uit, maar het is natuurlijk vreemd dat je voor 150 franc een verblijfsvergunning zou kunnen krijgen. Of ze hebben hem wat op de mouw gespeld, of hij gebruikt dit verhaal om geld van mensen los te krijgen. Hij lijkt een jaar of vijfentwintig, wild haar, brede glimlach afgewisseld met een wanhopig gezicht.
- Where're you from?
- Sri Lanka. I'm a Tamil. I came here by boat.
- Illegal?
- Yes. I came to Marseille. I now slept outside in Paris for nine days. You know - in the streets. I have nothing to eat. But you will help me!
- I'm afraid not.
- This morning I greeted you because I saw that you were different. Other people give nothing. But you are different.
- Maybe I'm different, but I can't give you money. Why don't you sit down somewhere and beg for money. Maybe you get more than 150 franc in one day.

Dat zeg ik niet zomaar. Ik heb eens met Parijse bedelaars gepraat. Ze stonden op camping Bois de Boulogne. Jongens waren het nog. Duitsers. Ze vertelden me dat ze soms door de politie werden opgepakt. Niet omdat ze bedelden. Dat mocht. Maar omdat er J'ai faim (Ik heb honger) op het bordje naast het geldbakje stond, terwijl ze op die dag al honderden francs bij elkaar gebedeld hadden. En dat mocht niet van oom agent: zeggen dat je honger hebt met honderden francs op zak. Die Duitse bedelaars waren op dat moment aan het sparen voor een vakantie naar Spanje.
- No.
- Why not?
- Because of the police. I have no papers.
- OK, but I can't give you money. I need it myself.

Hij sputtert nog wat, maar ik hou voet bij stuk. Heel langzaam slentert hij weg. Een Tamil - down and out in Paris.
  Quartier Latin. In 1253 stichtte Robert de Sorbonne een college dat speciaal bestemd was voor arme studenten. Het werd de universiteit van de Sorbonne. Het Quartier Latin was het gebied dat bij de universiteit hoorde. Tot aan de Franse Revolutie was Latijn er de voertaal - vandaar de naam.
's Avonds schuifelen drommen toeristen door de smalle straatjes van het Quartier Latin op zoek naar een geschikt plekje om te eten. De restauranthouders staan persoonlijk voor hun etablissement om de gerechten aan te prijzen. Het zijn rasechte manipulators - in alle talen. Zodra mensen stilstaan of treuzelen, gaan ze voor de bijl.
Chinezen doen dit niet. Bij hun loopt het zo wel vol. Wat wil je? De Chinees waar ik binnenstap in de Rue Sevérin biedt een compleet menu voor 48 franc! Pâte Impériale (loempiaatjes met sla en dipsaus) - Poulet au curry - Glace. Een aardige Chinese ober doet voor hoe ik de loempiaatjes moet eten. Je wikkelt ze in een slablad, dipt ze in het sausje en neemt de eerste hap. Zo hoort het.

Saint Sevérin
In België ben ik door een plaatsje met dezelfde naam gekomen. Je had een vijfde-eeuwse bisschop Severinus (severus = streng; sévère in het Frans) in Keulen die later heilig werd. Hij werd beschermheilige van de stad Keulen, maar zijn verering verspreidde zich over heel West-Europa. Zijn de kerken naar hem genoemd?
Het is een mooie avond en heel druk op straat. Vanuit het restaurant kijken we tegen een zijmuur van de Église Saint-Sevérin.
Tegen de kerkmuur zit een bedelaar. Hij heeft een nest jonge honden bij zich. Dat is zijn attractie. Die jonge hondjes moeten het geld opbrengen. De francs stromen binnen. Verderop probeert een straatzanger Hey Jude te zingen, zichzelf begeleidend op de gitaar. 't Is te hoog gegrepen. Hey Jude is een moeilijk nummer, vooral om te zingen. Het klinkt nergens naar. Maakt niet uit. Er zijn altijd wel toeristen die iets geven.
  Tegenover me zit een Japanse jongedame te eten. Later komt er een Chinees ogende jongeman binnen die aan het tafeltje naast haar plaats neemt. De ober en hij kennen elkaar. Terwijl ze praten zoekt de Japanse jongedame het toilet op. De Chinees vraagt of hij weet wie de eenzame Japanse is. Nee - hij heeft geen idee.
- Première fois ici...
Ze is hier voor het eerst. De jongeman gaat er eens goed voor zitten. Zodra het meisje terug is vraagt hij in het Engels:
- Chinese?
- Japanese.

En wat er daarna gezegd wordt weet ik niet, want ze schakelen over op Japans. Ze schuiven hun tafeltjes bij elkaar en het lijkt een gezellige avond te worden.