Arrondissement
Elk departement is opgedeeld in arrondissementen. Parijs binnen de boulevard périphérique is een departement - nummer 75. De stad heeft 20 arrondissementen.
Parijs

Parijs is groot. In welk arrondissement zal ik mijn geluk beproeven? Voor mijn dagelijkse Tai Ji oefeningen heb ik graag een park in de buurt en het beste park is Jardin du Luxembourg. En dus heb ik in de Routard twee goedkope hotelletjes in die buurt uitgezocht. Beide 140 franc. Reserveren kun je er niet - zegt de gids. Je moet je er 's morgens voor tien uur melden. Het werd kwart over tien, maar bij Hôtel du Commerce in het Quartier Latin was ik nog op tijd: een eenpersoonskamertje vierhoog aan de straatkant. Maar nu eerst terug in de tijd.

Bij het ontbijt hebben ze de TV aanstaan. Een kinderprogramma en je kijkt er onwillekeurig naar. Half negen op weg. De glorieuze intocht kan beginnen: Avenue de Paris, de Boulevard Périphérique over bij Porte de Vincennes (foto!), Cours de Vincennes, Place de la Nation. Grote rotonde - even zoeken naar het juiste paadje: Boulevard Diderot. Het loopt plezierig over de brede trottoirs van de boulevards. Er is een hoop te zien - meer dan op een jaagpad langs de Marne. Gare de Lyon waar een Office du Tourisme is, maar met mijn Routard moet ik nu zonder kunnen. Over Pont d'Austerlitz passeer ik de Seine (foto!).
Ondertussen moet ik nodig plassen. Er zijn van die dagen dat je gewoon even moet plassen. Dat is op het jaagpad eenvoudig - hier niet. In de Jardin des Plantes hoop ik een urinoir aan te treffen. Het is er niet en nu staan er weliswaar voldoende bomen in deze tuin, maar daar staan bordjes bij - bordjes met Latijnse namen. En het watert niet lekker tegen een boom waar een bordje met een Latijnse naam bij staat. Het lijkt niet in de haak en ik weet ook niet of ik me in een rechtszaak Quercus Robur versus Hylkema staande zou kunnen houden. Uiteindelijk urineer ik als een doorgewinterde clochard ergens tegen een voorgevel in de Rue Cuvier. Overmacht. Hier sta ik, ik kan niet anders.

Rue de la Montagne Sainte-Geneviève. Een schilderachtig straatje dat de heuvel opklimt. Monsieur Mattuzzi van Hôtel du Commerce geeft me zijn visitekaartje. Reuze praktisch. Dat kaartje kun je aan de taxichauffeur geven na een avondje stappen. Verder krijg ik van hem twee gerafelde vaatdoekjes. Hij noemt ze serviettes - handdoeken. In die hoedanigheid gebruik ik ze niet. In de loop van de dag maak ik een sopje en dweil er de vloer mee aan. Daarna kan ik er op sokken rondlopen zonder te blijven vastplakken.
Hôtel du Commerce is bezig te verzakken. De kamer ligt niet waterpas. Je klimt een stukje van het raam naar de deur. Eerst dacht ik dat ik me het verbeeldde, maar toen ik de vloer schoonmaakte wist ik het zeker: het water stroomde naar het raam. Water vergist zich niet.
  Het is na elven als ik in Jardin du Luxembourg arriveer. In een hoek van het park zijn ze bezig met Qi Gong oefeningen onder leiding van een Chinese leraar. Steeds weer dezelfde beweging - minutenlang. Niet interessant om naar te kijken. Het betere werk zie je zuidwestelijk van Palais du Luxembourg - onder de bomen. Verschillende vormen van Tai Ji, stokvechters, zwaardvechters, mensen die voor zichzelf oefenen en mensen die een cursus volgen. Leraren geven les in de open lucht. Overal in het park staan stoeltjes en dus kun je op je gemak al het moois bekijken. Het meest interessant is een dame die zeer bedreven is in Tai Ji. Er staat een oude Chinees naast die summiere aanwijzingen geeft. De dame blijkt later zelf ook les te geven. In deze ambiance kan ik natuurlijk niet achter blijven. Ik werk mijn repertoire af. Na zeven weken wandelen heb ik eindelijk een plek gevonden waar je met Tai Ji niet opvalt. In hartje Parijs.
  De speurtocht naar tandenstokers wordt voortgezet en met succes bekroond. Parijs kent verscheidene Grands Magasins. Warenhuizen. Je vindt ze in de buurt van de Rue de Rivoli: La Samaritaine, Bazar de l'Hôtel de Ville. De Bazar heeft tandenstokers en ik zie ze net op tijd want ik ben er finaal doorheen.
Wat ik ook zoek maar niet vind, is een goedkope joggingbroek. Zo'n broek lijkt me handig als de spijkerbroek in de was zit of natgeregend is. Verder zou ik hem als pyjamabroek kunnen gebruiken. Maar in de Rue de Rivoli hebben ze geen goedkope joggingbroeken.
  Au Vieux Campeur is een serie winkeltjes in het Quartier Latin. Vakantie en vrije tijdsbesteding is de gemeenschappelijke noemer, maar ze hebben elk hun specialiteit. Zo is er ook een winkeltje dat alleen maar kaarten en gidsen verkoopt. De beste verzameling die ik tot dusver heb gezien. Ik koop er IGN kaart nummer 21: Paris-Montargis. Die heb ik nodig als ik verder loop, al weet ik nog niet of ik verder loop. Parijs is een goede eindbestemming.
  Als je in Parijs bent, lees je Le Parisien. En dat doe je bij voorkeur op een bankje in het park - één van de weinige plekken in deze stad waar je kunt gaan zitten zonder dat het geld kost. Ik zit in de Jardin en kijk tussen de bedrijven door naar een dame van een jaar of dertig die met twee zwaarden bezig is. Ze kwam er zeer vastberaden aanwandelen, aanschrijden was het meer, met een koker op haar rug. Er speelde een glimlachje om haar lippen, maar verder was het geen schoonheid, zodat mijn aandacht enigszins verslapte. Toen ik echter even later uit mijn krant opkeek, maaide ze op enkele meters afstand met twee zwaarden denkbeeldige tegenstanders omver. Dat maakte haar plotseling weer interessant. De zwaarden zijn versierd met kwastjes aan een koord. Allemaal voor het effect. Tai Ji Sword noemt mijn Chinese juf het. Die kan het ook en volgens haar is het niet moeilijk. Maar toch: alles wat iemand tot in perfectie beheerst is mooi om te zien - moeilijk of niet. Deze Parijse samoerai beheerst de kunst niet perfect, maar het is aardig om naar te kijken. Vermoedelijk heeft ze ondertussen thuis het meubilair aan diggelen liggen en oefent nu hier verder.
 
 
 
 
 
 
 
Miyamoto Musashi. De strategie van de Samoerai, Karnak, 1981.
Volgens de legendarische Japanse zwaardvechter Musashi (1584-1645) zijn er overigens maar twee serieuze houwen: de houw van boven naar beneden (om iemands hoofd te splijten) en de houw opzij (om het begin van een tweedeling te maken). De rest is aanstellerij en leidt slechts via omwegen tot het resultaat. Het resultaat moet zijn: het doden van de tegenstander. Musashi hielp zelf in zijn carrière zo'n vijftig collega's naar de andere wereld. Naast een klassiek geworden boek over zwaardvechten - De strategie van de Samoerai - zijn er van deze vechtjas subtiele pentekeningen bewaard gebleven.
  In de noordwest hoek van Jardin du Luxembourg zijn ze 's middags bezig met ongevaarlijke vechtsporten: dammen, schaken en kaarten. Vooral veel schaken, want daarmee kun je je intellectuele status opvijzelen. Twee spelers hebben vier stoelen nodig. Twee ervan zetten ze met de zittingen tegen elkaar aan. Daarop komt het bord te liggen. Op de andere twee installeren de spelers zichzelf en dan zie je meestal nog een kring van staande en zittende belangstellenden. Het publiek onthoudt zich niet van commentaar. Een Fransman kan natuurlijk niet zijn mond houden als hij iemand een slechte zet ziet doen. Iedereen mag zich met de partij bemoeien. Het is een sociaal gebeuren.
Vanuit heel Parijs komen de enthousiaste denksporters in de loop van de middag naar het park. Bord en stukken hebben ze bij zich in een tas. Voor geval het gaat regenen is er een afdakje waar ze de partijen kunnen voortzetten. Maar dan moet het wel heel hard gaan regenen. Zo hard, dat de stukken bij wijze van spreken van het bord drijven, want anders spelen ze gewoon door. Zoals alle enthousiaste amateurs denkt ieder op de volgende zet een winnende slag te slaan.