Ouzouer-sur-Trézée
 
Hoe warm het was en hoe ver. Het eerste stukje ging nog wel. Eerst ben ik het dorp in geweest voor het verplichte bezoek aan de bakker. Daarna liep ik langs de Port de Plaisance en de camping, stak bij een sluisje het kanaal over en vervolgde mijn tocht over het jaagpad.
Lange rijen populieren. Ze steken af tegen de blauwe lucht. Volstrekte rust, totdat je weer een sluisje nadert. Dan hoor je geruis van water dat door de sluisdeuren ontsnapt. Daarna de geluiden uit de sluiswachters-woning: kinderstemmen en het blaffen van een hond. En dan het volgende stuk kanaal. Vissen springen boven het water uit en laten er zich met een luide plons weer in vallen. Plotseling geritsel en weer een plons - een waterdier dat een goed heenkomen zoekt. Gedurende enkele kilometers is het jaagpad niet meer dan een spoor in het gras.

Dammarie-sur-Loing. Tai Ji in de schaduw van de bosrand. Het is dicht bij de brug waar menig verbaasde weggebruiker passeert. Ik kan er niets aan doen. Het is de eerste goede Tai ji plek die ik zie en na de oefeningen wil ik koffie drinken in Dammarie.
Elf uur en de temperatuur loopt steeds verder op. Koffie in een onrustig café waar een enthousiast omaatje achter de bar het hoogste woord heeft. Op het kruispunt verdringen vrouwen zich om het busje van de slager. Je ziet het vaker. Een boucherie kan in een dorp als dit met vierhonderd zielen niet meer uit en nu komt de slager langs met vlees. Het café combineren ze met een épicerie. Ze hebben er ook kranten, tijdschriften en speelgoed (jouets). Ik doe er inkopen, maar als er geen eind komt aan het gekwebbel van de huisvrouwen bij de kassa, zet ik mijn boodschappen netjes terug op de schappen en verlaat de winkel.
  De sluiswachters onderhouden het jaagpad op één oever. Op de andere oever heeft de natuur vrij spel. Onderlinge afspraken maken ze natuurlijk niet, die sluiswachters, en richtlijnen zijn er evenmin en zo slingert het jaagpad over de sluisjes van de ene naar de andere kant.
Als ik in Rogny-les-Sept-Écluses aankom, heb ik net een lang stuk in de brandende zon afgelegd. De eerste Bar-Tabac heeft geen sandwich - wel melk en schaduw. Auberge des Sept Écluses heeft ook geen sandwich, maar ze kunnen wel een salade klaarmaken. Dat is ook goed. Met de ober overleg ik wat er allemaal in die salade zou kunnen zitten. Een serieuze aangelegenheid. Ik ben de enige gast op een pas schoongespoten terras en bevindt mij onder een parasol. Serveersters leggen met veel zorg de couverts voor het déjeuner. Zo te zien wordt er een grote invasie verwacht. De salade is uit de kunst: groenvoer, rijst, vruchtjes, noten... geserveerd met warme broodjes. Ik eet alles op, stuur er twee cola achter aan en reken af.
  Rogny-les-Sept-Écluses ontleent zijn naam aan de zeven sluisjes die men vroeger nodig hadden om de scheepjes over de 23 meter hoge heuvel ten zuiden van het dorp te tillen. Ze liggen er nog, de sluisjes, trapsgewijs tegen de heuvel op. Met veel moeite zijn ze begin 17e eeuw aangelegd. De boeren wilden hun land niet afstaan en saboteerden de werkzaamheden. De sluisjes deden dienst van 1642-1880. Daarna groef men een kanaal om de heuveltop heen. Je vraagt je af waarom ze daar niet eerder op gekomen zijn.
De heuvel is trouwens het hoogste punt van het Canal de Briare. Hierna laten de sluizen de scheepjes bergafwaarts zakken naar het dal van de Loire. In Rogny verlaten we ook eindelijk de Loing. Het kanaal gaat nu op eigen gelegenheid verder.
  Het loopt goed met een volle maag en een geleste dorst. De zon staat hoog en ik kan hem niet langer ontlopen, maar de hitte is draaglijk. Mijn witte hoedje moet me beschermen tegen een zonnesteek. Zonnebrandolie heb ik de hele reis nog niet gebruikt. Ter hoogte van de sokken, de broekspijpen en de mouwen vertoont de huid een abrupte overgang van bruin naar wit. Het valt alleen op als ik onder de douche sta.
Veel sluisjes na Rogny en ze zijn allemaal bemand. Op deze zinderende zaterdagmiddag ligt de scheepvaart nagenoeg stil. De sluiswachters hebben een schaduwrijk plekje in hun tuin opgezocht en liggen daar te snurken. Heel verstandig. Alleen een buitenlander is zo gek om in deze hitte door te lopen.

Een roodwitte markering. Tour de Puisaye - een rondwandeling. Jaja, denk ik bij mezelf, die Fransen hebben door het hele land prachtige Randonnées uitgestippeld, maar de eerste Franse wandelaar moet ik nog steeds tegenkomen. Een uur later rust ik uit aan Étang de la Gazonne - een meer dat ze hebben aangelegd om het kanaal op peil te houden. En wat komt daar aangelopen? Ik kan mijn ogen nauwelijks geloven. Een groep Franse wandelaars! Net als ik beweer dat een 'Franse wandelaar' eigenlijk een contradictio in terminis is, komen er maar liefst twintig van deze uiterst zeldzame exemplaren voorbij. En ze zeggen nog 'Bonjour' ook! Merendeels vrouwen en veel bagage hebben ze niet. Vermoedelijk zijn ze voor één of twee dagen op stap. Enkele dames hebben wel zin om ook even aan de oever van het meer te vertoeven, maar dat mag niet. De gids maant tot doorlopen. Tja, dat krijg je als je met een groep op pad bent. Het gezelschap verdwijnt al babbelend in noordelijke richting. En toen was ik weer alleen. Tja, dat krijg je als je alleen op pad bent.
Hm, er zaten een paar dames bij die best een eindje met me hadden mogen meelopen. Misschien hadden ze het nog gedaan ook. Dagdromen achteraf. Bij dat treuzelende groepje lag mijn kans:
- Asseyez-vous mesdames.
- Mais notre guide. Il faut...
- C'est moi qui serai votre guide madame.

Zou dat niet precies het avontuur geweest zijn waar ze vandaag op gehoopt hadden? Ach ja - weer te bescheiden geweest. Bij wijze van compensatie pel ik een sinaasappel en gooi de schillen naar de overkant van het kanaal.
  Tegen vier uur stap ik Hôtel-Bar-Tabac de la Marine binnen in Ouzouer-sur-Trézée. Wat Ouzouer betekent weet ik niet, maar hoe langer je naar de kaart kijkt, hoe meer je er van ziet liggen. Vandaar: sur-Trézée. De Trézée, zo las ik later op de dag, is een oud verbindingskanaal tussen de Loire en de Loing, aangelegd in de Romeinse tijd! Je blijft je over die Romeinen verbazen. Ook toen had men Loire en Seine dus al met elkaar verbonden. Ik vraag me alleen af hoe ze er water in hielden, want de sluis moest nog worden uitgevonden.
Briare ligt een kleine tien kilometer verder. 't Is mooi geweest voor vandaag. Ik vraag de eigenaar of hij een kamer vrij heeft.
- Bien sûr!
Hij trommelt zijn vrouw op die mij wegwijs maakt. De ingang is achterom. Prima kamer. Het is er koel, want de zon kan er nauwelijks bij komen. Enig minpuntje is dat je voor het toilet naar buiten moet.
- On est en campagne, hein... zegt de vrouw als verklaring.
Dat is waar. Maar zo achtergebleven zie je het in Nederland toch niet meer op het platteland en zeker niet in een hotel.
  Ook Ouzouer heeft een Port de Plaisance. Er ligt één huurbootje. De dorpen aan het kanaal hebben veel geld geïnvesteerd in maritieme voorzieningen. Voor de vaargasten staat er een nieuw gebouw met toiletten, douches en ontspanningsruimte. In Ouzouer-sur-Trézée combineren ze het met een pétanque terreintje en marktplein. Op een infopaneel staat tussen de reclameteksten iets over de geschiedenis van het dorp. Daar lees ik over een Galloromeins verleden. Ik vertrouw die teksten nooit helemaal. Elk dorp kiest haar wortels zo ver mogelijk terug in de tijd. Ik vermoed dat de tekstschrijver pas krijgt uitbetaald als hij tenminste eenmaal het woord Gallo-Romaine of César weet in te lassen.
  In het enige restaurant van Ouzouer staat brochette op het menu. Barbecue. Een jongedame vraagt of ik binnen of buiten dans la cour wil eten. Buiten. Daar zit de familie ook. Ik ben de enige gast en ze zetten me nogal opvallend midden op het erf aan een tafeltje. Achter in de cour staat het barbecue-apparaat. De baas komt in actie. Hij wakkert het vuur aan met spiritus, voegt houtskool toe en legt er twee staafjes met vlees op. De familie volgt het ritueel met gepaste eerbied. Ondertussen brengt de dochter des huizes me een salade. Dan heb ik alvast iets te eten zolang pa met zijn vuurtje bezig is. De dochter heeft haar wimpers in de gauwigheid verkeerd bevestigd. Volgens mij zitten ze te hoog. Verder is ze wel aardig. Er arriveert een tweede gast. Een man uit het dorp met veel praatjes en weinig voortanden.
Als de brochettes klaar zijn, kijkt ieder vol belangstelling hoe de vreemdeling die op gaat eten. Welnu, de vreemdeling schuift de aangebrande stukjes vlees gewoon van het staafje en eet dan met mes en vork zijn bord leeg.

Avondwandeling door het dorp. Pittoreske straatjes en een Église Saint-Martin. Op een picknickbankje bij de haven schrijf ik mijn verslag.