Orange - 2e dag
 
Hôtel de la Gare is een heel oud hotel. Het stamt uit de 19e eeuw, te oordelen naar de foto's die er hangen. Ik denk dat het er al stond voor de treinen kwamen en dat ze de spoorweg er later langs hebben gelegd. Drie vrouwen hebben de leiding: oma, moeder en dochter. Ze zijn alle drie geknipt voor het werk: consciëntieus, vriendelijk en competent. Ma serveert het ontbijt in een soort serre en als ze even niets te doen heeft, gaat ze op het terras zitten krantje lezen. Vanochtend in alle vroegte hoorde ik haar het terras aanvegen en de zitjes installeren. Ik besluit een dag in Orange te blijven.

De Avenue Frédéric Mistral leidt van het station naar het centrum. Frédéric Mistral (1830-1914) was een Provençaals dichter en schrijver. Elke Provençaalse plaats van enige betekenis heeft wel een straat of plein naar hem genoemd. Mireille (1859) was zijn belangrijkste werk. Mireille werd een van de meest populaire meisjesnamen in de Provence. Mistral had zijn regionale taal Le Provençal hoog in het vaandel. De taal is nu op sterven na dood, al zie je nog wel plaatsnaam- en straatnaambordjes waarop naast de Franse- ook de Provençaalse naam staat. Officieel is dit verboden, maar Parijs staat het oogluikend toe.

De mensen van de Provence hechten sterk aan hun eigen cultuurgoed en zoals overal heb je er fanatieke regionalisten tussen zitten. Frédéric Mistral dankt zijn populariteit aan deze club. Voor de identiteit van de groep heb je helden en symbolen nodig. Chinese strategie nummer 14: een lijk nieuw leven inblazen. Als auteur is Mistral allang verdwenen en niemand leest nog iets van hem, maar hij werd het symbool voor alles wat met de Provence te maken heeft en in die rol leeft hij voort.
Le Provençal
Le Provençal behoorde tot de Langue d'Oc - de groep talen die in Zuid-Frankrijk werd gesproken en later door de Langue d'Oïl werd verdrongen.
In 1539 werd bij het Verdrag van Villers-Cotterêts het gebruik van alle regionale talen in officiële documenten verboden. Dit geldt nog steeds.
Het Office du Tourisme aan de Cours Aristide Briand. Maandagmorgen negen uur. Twee jongedames achter de balustrade en verder geen klanten
- Qui?
- Moi,
zeggen ze allebei.
Ze geven me een plattegrond en een folder over Orange. De laatste in het Nederlands. Volgende keer zeg ik dat ik uit China kom. Ik vraag of ze een wandeling langs de hoogtepunten hebben.
- Vous voulez une visite guidée?
Nu ken ik m'n tekst:
- Ah oui. Avec vous ce soir?
- Ah non...

Jammer. Zover reikt hun voorlichtingstaak niet.
  Er komt een Franse auto naast me rijden. Ze vragen de weg naar Vallon Pont d'Arc. Een kaart hebben ze niet. Ik stuur ze naar de N7 en beveel ze aan om bij Pont-St-Esprit de Rhône over te steken. Later heb ik heb het nagekeken. Het is inderdaad de kortste weg - de file op de brug niet meegerekend.

Orange heeft twee attracties: de Arc de Triomphe en het Théâtre Antique. Beide uit de Romeinse periode. Tijd voor een stukje geschiedenis.

Colonia
Bij het stichten van kolonies liet Rome zich vooral leiden door strategische overwegingen. Het eerste doel van de semi-militaire nederzetting was om het veroverde gebied permanent onder controle te houden. Alle Colonia werden dan ook van een stadsmuur voorzien, zelfs als het met de dreigingen uit de regio niet zo'n vaart liep. Een Colonia begon met tenminste drieduizend kolonisten, vrouwen en kinderen niet meegerekend.
Colonia Firma Julia Secundanorum Arausio was de volledige naam van de stad die de Romeinen in 35 vC stichtten. Ze kozen daarvoor een oude nederzetting van de Keltische stam der Cavari. Aan de naam kun je zien dat het ging om soldaten van het tweede legioen van Julius Caesar. Orange begon dus als veteranenkolonie, zoals veel steden in de oude Provincia Narbonensis: Aix-en-Provence (122 vC), Narbonne (118 vC), Arles (46 vC), Béziers (35 vC) en Nîmes (21 vC). Arausio werd later verbasterd tot Orange, wat in het Frans zowel sinaasappel als oranje betekent.
De plek had strategische waarde. Er ligt hier een 105 meter hoge heuvel en ten noorden daarvan stroomt het riviertje de Meyne (Araus is waarschijnlijk de oude naam). Dit maakte de stad goed verdedigbaar.
De Colonia kreeg rond 10 vC een stadsmuur die binnenstad en heuvel omsloot. In het kerkhof ten oosten van de heuvel staan nog wat stukken overeind en aan de weg naar Roquemare is de zuidwest-poort teruggevonden.



 
Romeinse weg
De N7 buigt bij het riviertje de Aigues linksaf naar Piolenc. De Via Agrippa liep rechtdoor, waar nu de D11 ligt.
Arausio brengt het tot een dertiende plaats in de toptwintig van Galloromeinse steden die een Franse archeoloog eens samenstelde. Lyon voert de lijst aan. Parijs komt pas op de 21e plaats. Christian Goudineau stelde zijn toptwintig samen op grond van 35 criteria: aanwezigheid van forum, amfitheater, tempels, aquaducten, etcetera.
De N7 en Rue Victor Hugo laten zien waar de Cardo liep. De Decumanus lag iets ten zuiden van Rue St-Martin en Rue de la République. Het Forum bevond zich noordelijk van het theater. Er is een honderd meter lange muur gevonden (Rue Pontillac) die vermoedelijk de westelijke begrenzing vormde.

Bij opgravingen in de Rue de la République hebben ze marmeren stenen gevonden waarop elk openbaar lapje grond van Arausio staat ingekerfd: het Romeinse kadaster. Schaal 1:5000. Uit het kadaster blijkt dat het gebied van Arausio zich naar het noorden toe uitstrekte tot aan Montélimar. De kadastersteen was meestal op het Forum te vinden. Zo kon iedereen zien welke percelen nog vrij waren.
Het kadaster maakt melding van verscheidene tempels. Eén daarvan stond onder tegen de heuvel aan, naast het theater.
Het kadastersysteem werd in opdracht van Keizer Vespasianus (regerend van 69-79) ingevoerd, onder andere 'om te voorkomen dat publiek terrein abusievelijk door particulieren in bezit wordt genomen'. Merkwaardig genoeg is Orange opnieuw bezig een veteranenstad te worden. Retraités heten ze nu en ze hebben abusievelijk complete buitenwijken, inclusief straten, in bezit genomen en tot privé bezit verklaard.
 
 
 
Triomfboog
De Triumphus was de plechtige intocht in Rome die de Senaat een veldheer toestond na een belangrijke overwinning. Julius Caesar hield de zijne in 46 vC. Bij die gelegenheid werd Vercingetorix, de Gallische vrijheidsstrijder, door wurging om het leven gebracht.
Over de datering van de Triomfboog lopen de meningen uiteen. De een zegt 20 vC, een ander houdt het op 20-25 nC. Hij is opgedragen aan keizer Tiberius (keizer van 14 nC - 37 nC). Vroeger liep de Via Agrippa er onderdoor; nu loopt de Route Nationale er omheen. De poort staat midden op een kleine rotonde in de N7.
De Arc is in verval. De taferelen op de poort brokkelen af. De poort heeft het tweeduizend jaar volgehouden en hij was bestemd voor de eeuwigheid, maar de bouwers hebben zich verkeken op de uitlaatgassen van de Route Nationale. Die zijn met de sloop begonnen. Tegen het eind van de middag staat hier een lange file. Allemaal auto's die Orange in willen. Nog een paar decennia hebben ze nodig, denk ik. Dan is er niets meer op de poort te zien.

Het water voor Thermen en fonteinen haalden de Romeinen uit de buurt van de Mont Ventoux. Het aquaduct kwam uit bij de triomfboog. Langs de Avenue Guillaume le Taciturne (Willem de Zwijger) liggen nog enkele resten.
  Volgende bouwwerk. Het antieke theater. De zitplaatsen hebben ze heel praktisch tegen de heuvel ten zuiden van de stad aangebouwd. Tot dusver heb ik alleen de hoge achterkant gezien, de toneelmuur die het theater van de stad scheidt. 'De mooiste muur in mijn koninkrijk', moet Lodewijk XIV gezegd hebben. Voor een bezoek aan het Théâtre Romain moet je betalen - vijftien franc. Buiten de voorstellingen om, wel te verstaan. Ik peins er niet over om de Fransen geld te geven voor iets wat ze er zelf niet hebben neergezet. Het is bovendien geheel in strijd met de Romeinse traditie. Voorstellingen in Romeinse theaters waren gratis. Ze werden de bevolking aangeboden door bestuurders en rijke weldoeners ter plekke. Het volk kreeg brood en spelen.
Beklimming van de heuvel kost niets. De heuvel heet Colline Saint-Eutrope naar een bisschop uit de 5e eeuw. Vijftig meter rechts van de kaartverkoop kun je via een pad naar boven. Ik zeg het maar even. Ze hebben een paar grote keien in de weg gelegd om de beklimming te ontmoedigen. Die hindernis neem je en dan heb je vijf minuten later het beste uitzicht op het theater dat je je maar kunt wensen - en niet alleen op het theater, maar ook op de hele streek rond Orange. Gratis en voor niets.
In een nis van de toneelmuur staat het imponerende standbeeld van de man die de naam van de huidige maand voor zich opeiste: Keizer Augustus (63 vC - 14 nC). Wie was Augustus?
Zijn echte naam was Gaius Octavius. Zijn vader overleed toen hij vijf jaar oud was. Hij werd geadopteerd door oudoom Julius Caesar die hem bij testament tot erfgenaam maakte. Na de moord op Caesar in 44 vC spoedde de jonge Octavius zich naar Rome om zijn rechten op te eisen. Maar er waren meer kapers op de kust. Pas in 27 vC, na een reeks burgeroorlogen, kreeg hij het volledige Romeinse Rijk in handen. De Senaat schonk hem, op zijn verzoek, de eretitel Augustus - Verhevene. Elke keizer na hem droeg deze titel.

Imperator
Behalve keizer was Augustus ook nog Imperator - hij had het hoogste gezag over leger en vloot. Het Imperium was het gebied waar dit gezag werd uitgeoefend. Vandaar Imperium Romanum - het Romeinse Rijk.
Van de titel Imperator zijn het Engelse emperor en het Franse empereur afgeleid.
Augustus bezorgde het Romeinse Rijk een periode van grote bloei. Privé was hij minder gelukkig. Eerste huwelijk kinderloos, dochter Julia uit tweede huwelijk wegens lichtzinnige levenswandel verbannen, twee kleinzoons jong gestorven, geen kinderen van zijn derde vrouw behalve dan die welke ze al had: Drusus en Tiberius. Augustus adopteerde ze allebei. Drusus zijn we al enkele keren tegen gekomen. Het laatst als gouverneur van Gallië, zetelend in Lyon. Hij stierf in 9 vC na een val van zijn paard. Zijn broer Tiberius volgde keizer Augustus op na diens dood in 14 nC.
Keizer Augustus beschouwde het hele leven als een toneelstuk. Op zijn sterfbed vroeg hij: - Heb ik mijn rol goed gespeeld?
  Het theater van Orange is het best bewaard gebleven Romeinse theater. Het bood plaats aan negenduizend toeschouwers. Ze zijn nog steeds bezig met de restauratie, maar er worden al wel weer voorstellingen gegeven. Vanavond ook. Een zanger. Onschuldig vermaak tegen een hoge prijs. Wat kon je zien als je hier tweeduizend jaar geleden stond?
In elk geval geen avondvoorstellingen, want Edison en Philips moesten nog geboren worden. Op het programma stonden mime en pantomime. Pantomime was een soort ballet waarin een verhaal werd uitgebeeld. Mime was een revue: losse schetsen met veel improvisatie, seks en gruwel. Je had schetsjes die eindigden met de ter dood veroordeling van de boef. Zo kon het in de slotakte voorkomen dat de betreffende acteur plaats maakte voor een echte boef die reeds veroordeeld was. Deze werd dan bijvoorbeeld gekruisigd, op een brandstapel getild of aan stukken gescheurd door een beer. Het zal hier allemaal gebeurd zijn.
  Het meest populair waren echter de voorstellingen waarin mensen elkaar naar het leven stonden: de gladiatorengevechten. Uit Orange is het grafschrift bekend van een gladiator met 53 overwinningen. Een uitzondering. In de eerste eeuw van onze jaartelling ging een gladiator gemiddeld tien gevechten mee. In later eeuwen, toen het publiek bloeddorstiger werd, daalde dit gemiddelde tot vijf.
In 264 vC vond voorzover bekend het eerste gladiatorengevecht plaats, in Rome, als onderdeel van lijkspelen. Lijkspelen waren ook al bij de Grieken bekend. Als een prominent persoon overleed werden ter zijner nagedachtenis spelen georganiseerd. Tot in Caesars tijd waren gladiatorengevechten verbonden met lijkspelen en nog redelijk onschuldig.
Daarna werden de gladiatoren professionals en was het afgelopen met de bezorgdheid van het publiek. Men wilde bloed aan de paal. Als een gladiator zich gewonnen gaf wilde het publiek beslissen over leven en dood. Ze schreeuwden 'Mitte' (laten gaan) of 'Iugula' (kelen).
 
 
 
 
Gegevens over Romeinse theaters en wat er voorviel ontleende ik aan:
M.A. Wes. Caesar in Gallië, God in Frankrijk: notities van een toerist, Ambo, 1995.
Vrijwel altijd waren de gladiatoren slaven of krijgsgevangenen. Er kwamen scholen waar ze hun opleiding kregen en die tevens fungeerden als uitzendbureau. De keizer zelf had de grootste uitzendorganisatie. In Gallië kon je ondermeer keizerlijke gladiatoren betrekken uit Nîmes en Autun. De keizerlijke gladiatoren waren de beste en de duurste. Deze handel leverde de keizer veel geld op.
Wat de handel in gladiatoren nog bevorderde was de verplichting voor stadsbesturen eens in de zoveel tijd gladiatorengevechten te organiseren en te bekostigen. Deze bepaling werd ook wel opgenomen in de stichtingsoorkonde van nieuwe Colonia.
Met de organisatie van gladiatorengevechten kon je je status aardig opvijzelen. Keizer Augustus zelf beroemde zich erop dat hij in acht shows in totaal tienduizend gladiatoren had laten aantreden. Hij bepaalde in 22 vC dat gewone stervelingen zich in hun shows dienden te beperken tot een maximum van 120 paren.
Amfitheaters zijn de bouwwerken die speciaal voor gladiator- en dierengevechten werden gebouwd. In Gallië waren 37 steden met een amfitheater. Maar gladiatorengevechten kon je in principe overal houden.
Voetbalstadions zijn de amfitheaters van onze tijd en wat zich daar op emotioneel gebied afspeelt is ook niet veel soeps. Wie zou voor de vraag 'leven of dood' willen zijn overgeleverd aan een uitzinnig voetbalstadion?
In de nadagen van het Romeinse Rijk werden gladiatorengevechten verboden. Dat was onder Keizer Honorius (regerend van 395-423).

Amfitheater
Uit het Griekse Amphitheatron - rondom-schouwplaats.
Van de Romeinse Keizers naar het Nederlandse Koningshuis is op deze heuvel maar een kleine stap. Op de Colline St-Eutrope ligt de ruïne van het kasteel van de Oranjes. In 1544 erfde Willem van Nassau-Dillenburg, bijgenaamd 'de Zwijger', het prinsdom Orange. Vanaf dat moment mocht hij zich Prins van Orange noemen. Het staatje was soeverein, had recht op een eigen leger en een eigen vlag (orange-blanc-bleu). We praten over iets van 12 km lang en 25 km breed.
Er rustte geen zegen op het bezit van Orange. Het was de tijd van de Reformatie en Willem was protestant. Daardoor kwam het prinsdom ongelukkigerwijs als protestantse enclave te liggen in Le Comtat Venaissin dat de paus toebehoorde. Le Comtat Venaissin besloeg de huidige Vaucluse. Het was van de paus van 1274-1791. Tot aan de Revolutie dus. Avignon was de hoofdstad.
Orange werd een toevluchtsoord voor Franse protestanten. Dat kon niet goed gaan. In 1561 al werd Orange door pauselijke troepen uit het naburige Avignon ingenomen. Een jaar later veroverden de protestanten het weer terug.
In 1620 bouwde Prins Maurits een kasteel op de Colline St-Eutrope en liet de stad ommuren. Voor dit doel werden de nog overeind staande Romeinse bouwwerken gesloopt.
Het was een gevecht tegen de bierkaai. Er bleef altijd trammelant. De Franse koningen stonden elk moment klaar om het prinsdom in te nemen. In 1660 slechtten Franse troepen de verdedigingswerken en in 1674 maakten ze het kasteel met de grond gelijk.
Uiteindelijk werd Orange in 1713 bij het Verdrag van Utrecht aan Frankrijk overgedragen. Daarbij werd overeengekomen dat de familie Nassau zich tot in lengte van jaren prinsen en prinsessen van Orange mogen blijven noemen. En dat hebben ze tot dusver volgehouden.
Orange heeft overigens nooit officieel bij Nederland gehoord. Het was privébezit van de familie Nassau.
  Vanuit de stad kun je ook met een toeristentreintje de heuvel op en die heuvel is groter dan ik dacht. Er ligt een park waar het goed toeven is. In tegenstelling tot andere Franse parken zie je hier nu eens geen zwervers en dronkelappen. Ik drink iets op het terras bij de piscine en daal via de Montée des Princes d'Orange af naar de binnenstad.
In de Avenue Frédéric Mistral klampen twee kampeerders mij aan. Een jongen en een meisje. Ze komen van de trein. Of ik weet waar de camping ligt. Dat weet ik. Camping Le Jonquier - drie sterren en...
- Assez loin d'ici.
Ik geef ze mijn plattegrondje mee. Na de eerste Franse zinnen zegt het meisje:
- Je suis Hollandaise. Lui est Français.
- Dan kunnen we ook Nederlands praten...
En dus praten we een tijdje Nederlands.
  Ik deel het hotelzwembad met een jongen van een jaar of tien. Marcel. We doen wie het langst onder water kan blijven. Hij wil dat ik in het Frans tel - un, deux, trois... - anders vertrouwt hij het niet.
-Trente-et-un, zeg ik als hij zijn hoofd weer boven water steekt.
Shorts was geen probleem. Ik heb het netjes aan madame gevraagd. Ze begreep het eerst niet, daarna begreep ze het wel en zei 'Pas de problème', en tenslotte verontschuldigde ze zich omdat ze me eerst niet begreep. Een mooi afgerond geheel. Haar 'Pas de problème' was het antwoord op mijn vraag en vrijwel iedereen zou het daarbij hebben gelaten. Maar daarna kwam ze nog met een verontschuldiging die diende om mijn eventuele irritatie over haar aanvankelijk onbegrip weg te nemen. 'Grondig handelen' zouden taoisten dit noemen: zo handelen dat je geen sporen nalaat. Als je dat kunt, leef je volmaakt.
  Orange is een aangename stad. Hoogtepunt evenwel is Hôtel de la Gare zelf, waar de mistral door de platanen waait en waar pas aangekomen reizigers neerstrijken op het terras. Er zit een rustgevende regelmaat in de wereld rond het station. Af en toe raast een TGV voorbij. Andere treinen kondigen ze aan met een 'Ding-Dong' en dan het bericht. Even later hoor je gierende remmen. Trein gearriveerd. Reizigers lopen het station uit en staan te knipperen in het felle zonlicht. Ze nemen een taxi, wandelen de stad in of zoeken een plaatsje op het terras. Daarna keert de rust terug. Moeder en dochter brengen de drankjes rond. Oma achter de tap. De dochter heet Justine. Een jaar of vijfentwintig. Ze lijkt op haar moeder: geen opvallende schoonheid, maar wel heel bijzonder. Het haar draagt ze in een vlecht achter het hoofd.
  De vrouwen hebben zich ontfermd over een herdershond die is aan komen lopen.
- C'est un chien abandonné, zegt ma tegen me.
Hij ligt op het terras bij de deur. De hond is bekaf, heeft nog niet één keer geblaft en kijkt heel zielig. Dit blijft er van een herder over als je zijn baas en territorium weghaalt. Alle agressie is verdwenen. Justine brengt hem een bakje water. Ze zet het opzij van het terras neer.
- Viens ici!... zegt ze tegen de herder.
Hond kijkt.
-Viens ici!
Hond staat moeilijk op en strompelt naar het bakje. Drinkt bakje in één keer leeg. Justine zit erbij en aait het beest. Justine et le chien perdu - is dat geen mooie titel voor een kinderboek?
Nog meer dan Montélimar doet Orange me denken aan Assen uit de jaren vijftig. Aan de lange warme zomerdagen die ik spelend zoek bracht in de buurt van het station.
  De oom van Marcel spaart télécartes. Hij laat ze 's avonds op het terras aan iedereen zien. Drie albums vol. De man geeft enthousiaste toelichting bij de bijzondere exemplaren. Hij heeft een catalogus bij zich met de prijzen en hij heeft ook een lijstje gemaakt van de exemplaren die hij nog niet bezit. Iedereen heeft recht op een hobby. Je moet tenminste voor één ding warm kunnen lopen. Justine wil de albums ook zien. Zou het haar echt interesseren of doet ze het om de man een plezier te doen?
Man en vrouw van jaar of dertig zitten iemand op te wachten. Bij elke trein is er hoop, dan weer teleurstelling. Hij is er niet bij. Pas laat op de avond komt de verwachte persoon opdagen. Roerende omhelzing tussen nieuw aangekomene en vrouwspersoon. Vrouw vraagt waar hij toch bleef.
- Ça m'énerve, zegt ze.
Ze maakte zich ongerust.

Een zwerver die zijn slaapzak overdag bij de bar in bewaring geeft, krijgt de herdershond mee. Het gaat niet van harte. De hond blijft liever hier. Ik kan hem geen ongelijk geven. Dit is het beste hotel dat ik in Frankrijk ben tegen gekomen.