Homo erectus
Homo erectus verscheen een miljoen jaar geleden in Europa. Hij werd honderdduizend jaar geleden opgevolgd door de Neanderthaler en Homo sapiens. De Neanderthalers stierven 33.000 jaar geleden uit; Homo sapiens (de verstandige mens) houdt het goed vol.
Ommen
 
Sommige mensen kunnen zich maar moeilijk kunnen voorstellen dat je lopend van de ene naar de andere stad kunt komen. Zij kennen Nederland alleen van de autosnelweg en je hebt erbij die denken dat je als wandelaar op de vluchtstrook van deze autowegen bent aangewezen. Dat is niet zo. Er zijn gelukkig meer wegen die van A naar B leiden en als wandelaar probeer je een route uit te stippelen waarbij je auto's zoveel mogelijk vermijdt. Wandelen is een primitieve manier van voortbewegen en dat gaat niet samen met ronkend snelverkeer. Meestal is de wandelweg langer dan de autoweg, maar die paar extra kilometer loop je in ruil voor rust.
Vanuit Zuidwolde neem ik dus niet de N48 naar Ommen zoals mijn hospita dacht, maar ik ga over Wemmenhove en volg de Sjoert naar de vlek Nolde. Aldaar Tai Ji aan de rand van het bos.

Het riviertje de Reest is hier de grens tussen Drenthe en Overijssel. Het stroomdallandschap van de Reest ontstond na de voorlaatste ijstijd (25.000 vC) toen het smeltwater ergens heen moest. Op dezelfde manier ontstonden Drentse Aa en vele andere riviertjes in Noord- en Midden Nederland. Aan de Reest heeft men wapens en werktuigen gevonden van rendierjagers, die in deze streek zo'n tienduizend jaar geleden zonder vaste woon- of verblijfplaats rondzwierven.
Het zijn niet de oudste bewoners van Nederland. Homo erectus (de rechtop lopende mens) kwam, zo las ik in een boekje met archeologische wandelingen, al een kwart miljoen jaar geleden in deze contreien voor! Uiteindelijk stammen wij van deze mensen of hun tijdgenoten af. Neem een gemiddelde vermenigvuldigingsleeftijd van 25 jaar (dat deelt lekker) en je komt op een reeks van tienduizend voorouders! Voor ieder van ons loopt er zo'n lange voorouderketen terug tot in de oertijden, tot waar onze opa's rendierjagers waren. Een fascinerende gedachte. En reken maar dat wij afstammen van de allersterksten! De echte overlevingskunstenaars die het klaarspeelden kinderen ter wereld te brengen voordat ze zelf naar de eeuwige jachtvelden gingen. Eén groot overlevingsgevecht gedurende al die millennia. Al die moeite om - ja waarom eigenlijk? Om een verwend volkje van televisiekijkers en autorijders te produceren...
Met deze en vergelijkbare gedachten bereik ik de volgende nederzetting van Homo sapiens: Balkbrug.
  Balkbrug heeft een aardig terras op een splitsing van wegen naar Ommen en De Wijk. Met het voorbij denderende vrachtverkeer doet het denken aan een Frans dorp waar de Route Nationale doorheen loopt. Wat er ook door Balkbrug loopt is het Overijsselpad - een lange-afstands-wandeling van Havelte naar Buurse. Waarom tussen twee van die gaten? Omdat de wandeling, evenals het Drenthepad, van het ene natuurvriendenhuis naar het andere loopt. Ze starten en eindigen dus ergens midden in het bos.
Overigens kun je tegenwoordig geen uur meer in Nederland lopen of je kruist wel een of andere wandelroute. Aan lange-afstand-wandelingen heeft Nederland nu zo'n vierduizend kilometer roodwit gemarkeerde weggetjes. Voeg daarbij de NS-wandelingen, stadswandelingen, knapzakroutes, struunroutes, zwalktochten, etcetera en je begrijpt waarom er in Nederland geen konijnepaadje meer te vinden is of er loopt wel een wandelroute langs.

 
Het blikje cassis dat ik in Balkbrug gekocht heb is nog koel als ik rond het middaguur in Ommerschans mijn rugzak wegzet om op een vlonder bij de vijver een krentenbol te eten. Een schans was een verdedigingswerk van aarde waarachter je je kon verschansen. Bij een schans hoorde een gracht, maar die kreeg je natuurlijk vanzelf als je een wal opwierp. De vijver in Ommerschans is alles wat er van de gracht over is. Er staat een groot huis naast de vijver en de vrouw des huizes verlaat fietsend het erf om de hond uit te laten. De hond komt luid blaffend op mij af en de vrouw stapt van de fiets om een praatje te maken. Voorspelbaar
Ze wonen hier nu twee jaar. Ja het was hun al opgevallen hoeveel wandelaars er langs hun huis liepen.
- Ik noem ze altijd Pieterpadlopers.
Dat zet ik even recht. Ik kan haar meedelen dat ze aan het Overijsselpad woont. Daar heeft ze nog nooit van gehoord. Ik vertel haar ook dat ze op deze plek heel goed Logies met ontbijt kan beginnen, maar daar heeft ze geen oren naar. Ze heeft het zo druk genoeg, met haar man en kinderen.
- En met de hond, zeg ik.
- En met de hond, zegt zij en roept het beest naar zich toe. Ze heeft plotseling haast. De hond krijgt een riem om en daarna vervolgt ze haar rondje Ommerschans. Om twee uur moet ze de kinderen van het zwembad halen.

Na Ommerschans probeer ik zowel de autoweg als het Overijsselpad te ontlopen. Dit brengt me op de Verlengde Grensweg alwaar een afwisselend grommende en blaffende hond mij de weg verspert. In zo'n geval blijf ik meestal staan tot er iemand naar buiten komt. Het is een man deze keer.
- Loop maar door hoor. Hij doet niks.
- Ja, ik kijk wel uit.
- Robbie..! Robbie hier..! roept hij.
Maar Robbie komt niet. Zo vaak komt er niet een onbekende voorbij. Daar wil Robbie even optimaal van profiteren. De man moet het mormel hoogstpersoonlijk in z'n nekvel grijpen en van de weg af trekken.
- Hij doet niets hoor, zegt de man nog een keer.
- Heel fijn.
The sharp, cruel note of the dog's bark is in itself a keen annoyance, and to a tramp like myself, he represents the sedentary and respectable world in his most hostile form.
-The Cevennes Journal
Robert Louis Stevenson


 
Op voetreis in Nederland. Geen dorp ben ik binnengelopen, geen boerderij gepasseerd en geen buitenhuis voorbij gegaan of 's mensen beste vriend gromt er, likt er, rolt er met de ogen en springt er als een wolf op en neer, vol verlangen om 's mensen medemens tussen zijn tanden te krijgen.
-Voetreiziger
Gerard van Westerloo

Opgelucht loop ik verder over de Grensweg. Dat is een duidelijk nadeel van je eigen route uitstippelen. Je komt langs weggetjes waar de honden geen wandelaars gewend zijn. Een kilometer verder zit ik al weer op het Overijsselpad.
Honden vormen de grote plaag voor wandelaars. Dat is altijd zo geweest. De rotbeesten duiken in alle reisverslagen op.
Pelgrims op reis naar Santiago de Compostella droegen een pelgrimstaf die uitliep in een scherpe punt - daar kon je lastige honden mee van je lijf houden. Het verhaal gaat dat je met zo'n staf naar de wat oudere honden maar hoefde te wijzen, of ze hielden het voor gezien. Deze hadden al eens met de punt kennis gemaakt. Herman Post kreeg voor z'n vertrek naar Rome van z'n collega's een modern apparaatje om honden af te schrikken. Het geeft voor honden een onverdraaglijke piep. Mij gaven ze een kompas bij mijn vertrek, maar ik wou dat ik zo'n apparaatje gekregen had! Zelf heb ik het nooit ergens zien liggen.
Voor honden kan ik geen enkele waardering opbrengen. Ze schijten, blaffen, grommen en bijten. Onze steden liggen vol met hondedrollen, op het platteland vergaat je horen en zien en eens in de zoveel tijd wordt er iemand gebeten als het niet erger is...
 
 
Vijf mei nadert en één straat in Ommen staat geheel in het teken van de bevrijding. De voortuinen tonen tafereeltjes uit de oorlogsjaren. De knapste is die waar ze een complete huiskamer uit de jaren veertig hebben nagebouwd: man en vrouw (poppen) luisteren naar Radio Oranje. En je hoort Wilhelmina en Churchill, op een bandje natuurlijk, maar het is toch heel echt. En dat allemaal in een gewone straat in een gewoon stadje ergens in Nederland. Gemaakt door gewone mensen, zonder kunstenaars opleiding en dus zonder subsidie. Als deze lui er even voor gaan zitten maken ze een openluchtmuseum. Opnieuw spijt het me dat ik geen fototoestel bij me heb.

De jongedame van de VVV is uiterst efficiënt.
- Ik zoek een kamer.
- Wat voor kamer?
- De goedkoopste.
- Ik heb zojuist mevrouw K. aan de lijn gehad en die heeft nog een kamer vrij. Kijk ze woont hier...
En op een plattegrondje tekent ze waar ik zijn moet. Mevrouw K. woont in een grote vrijstaande woning op de hoek van de straat. Het is een dame van in de zeventig, schat ik. Ze brengt me naar een kamer op de begane grond in een soort aanbouw. Er staan twee bedden.
- Daar kunt u één uit kiezen, zegt ze.
- Aha.
- De douche is boven. De trap op en dan aan uw rechterhand.
Ik douche, was sokken, T-shirt en onderbroek en hang het zaakje buiten aan de lijn te drogen. Wasknijpers liggen volgens mijn hospita in de wasmand in de schuur, maar ik zie ze niet. Zonder gaat ook. Na deze huishoudelijke beslommeringen gaan er wat spulletjes in mijn linnen schoudertas en door de openstaande achterdeur loop ik via het paadje de tuin uit en de stad in.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Mijn gedachten slapen in als ik ze laat stilzitten. Mijn geest werkt niet als mijn benen hem niet in beweging zetten.
-Essais
Montaigne
Mijn zinnen heb ik gezet op een fototoestel. We gaan het vervolg van deze historische voettocht in enkele momentopnamen vastleggen. Het wordt een goedkoop toestelletje voor f 69,- van Thaise makelij. De man van de fotowinkel is zo vriendelijk het toestel te voorzien van een rolletje waarmee ik 36 opnamen kan maken. Het bijbehorende flitsapparaatje wijs ik met kracht van de hand. Er staan mij geen nachtopnames voor ogen en bovendien is zo'n fototoestelletje alleen al breekbaar genoeg in mijn volle rugzak.
Foto's zijn leuk - maar achteraf had ik in plaats van een fototoestel liever een cassetterecorder gekocht. Om onderweg sprankelende invallen in te spreken en om geluiden en gesprekken vast te leggen. De mooiste en eenvoudigste zinnetjes komen onder het lopen in je op. Als je 's avonds op de plaats van bestemming bent en je gaat er op je kamer of in een restaurant voor zitten, dan zijn alle zinnetjes verdwenen. Op zo'n moment kun je alleen nog via diep nadenken iets van onderweg tevoorschijn halen.
De benen zijn de molens van het denken. Al lopend kun je goed nadenken, of beter: al lopend komen gedachten vanzelf. En wat vanzelf komt is beter dan wat je met moeite bedenkt. Is een wandeling daarom ook niet een ideale gelegenheid om met iemand van gedachten te wisselen? Om bij te praten met iemand die je goed kent of om kennis te maken met iemand die je nog niet kent ?
De eerste maaltijd in de open lucht. In afwachting van de pizza bekijk ik de handleiding bij m'n nieuwe fototoestel. Het wisselen van een filmrolletje is specialistenwerk, zo lees ik. Dat kun je beter aan vaklui overlaten. Zelf foto's maken wordt gelukkig oogluikend toegestaan.
  Hier in Ommen ben ik weer op het Pieterpad terecht gekomen. Vanuit Rolde beslaat het officiële traject vijf dagetappe's. De aanbevolen pleisterplaatsen zijn: Schoonloo, Sleen, Coevorden en Hardenberg. Mijn route over Beilen duurde drie dagen. Twee dagen winst en iets origineler dan de gebaande wegen.

Enige historische notities. Ommen ligt op een heuveltje ten noorden van de Vecht. De oude weg vanuit het noorden naar de plaatsen aan de Overijsselse Heuvelrug kruiste hier de Vecht op een doorwaadbare plaats en op zo'n plek ontstond vaak een nederzetting. Later kwam er een overzetveer en nog later - in 1496 - werd het veer vervangen door een brug. Bisschop Otto III gaf Ommen in 1248 stadsrechten vanwege haar strategische ligging.
En de Overijsselse Vecht? Die ontspringt bij Münster en mondt iets ten noorden van Zwolle uit in het Zwarte Water. Vecht en Regge waren eeuwenlang de vaarverbinding tussen het Overijsselse platteland en de steden Zwolle en Kampen. Men bevoer de rivieren met de zomp - een scheepje met een platte bodem.