Nevers - 2e dag

'Ze hebben hier een non op sterk water' schreef ik op een ansicht. Maar ik heb me vergist - ze hebben haar luchtdicht verpakt. Sainte Bernadette heet ze en ze trekt elk jaar een half miljoen bezoekers. Ze ligt opgebaard in het Couvent St-Gildard en de pelgrims arriveren met busladingen tegelijk. Er staan ook Nederlandse bussen. Zelf heb ik Bernadette niet gezien. Dode mensen trekken me niet zo en ik ga er zeker niet voor in de rij staan. Wat bezielt die lui om van heinde en ver naar een dode te komen kijken? Nu eens geen haar, tand, arm of been van een heilige, maar een volledig gaaf exemplaar! Is er veel veranderd in de denkwereld van de gelovigen sinds de middeleeuwse bedevaarten? Ik betwijfel het. Destijds kwamen ze vaak onder dwang en lopend. Nu komen ze uit vrije wil en met De Jong Intratours. Ik weet niet wat erger is.
Maar wie was Bernadette? Bernadette Soubirous heette ze en als veertienjarig meisje zag ze in een grot te Lourdes achttien keer de Maagd Maria. De geschiedschrijving is heel nauwkeurig op dit punt: ze zag de verschijningen tussen 11 februari en 16 juli 1858. Dankzij deze gebeurtenis groeide Lourdes uit tot het grootste bedevaartsoord in de christelijke wereld.
Wat doe je als je achttien keer de Maagd Maria ziet? Je stelt je onder behandeling of je gaat in een klooster. Bernadette koos voor het laatste. Vanaf 1866 verbleef ze als ziekenverzorgster en hulpkosteres in dit convent waar ze in 1879 op 35-jarige leeftijd stierf.
En nu komt een staaltje legendevorming uit het recente verleden. Haar lichaam zou dertig jaar na haar dood in ongeschonden staat zijn opgegraven! Volgens een andere bron werd het lichaam zelfs drie keer opgegraven: in 1909, 1919 en 1925. Het bleek telkens volledig intact. We beschikken over een ooggetuigeverslag. Twee doktoren die bij de grafschennis van 22 september 1909 aanwezig waren, verklaarden onder ede:

Wij hebben geen enkele geur bemerkt. Het lichaam was bedekt met het ordegewaad dat vochtig was. Het hoofd was naar links gekeerd. Het gezicht was matwit. De neus was perkamentachtig en mager. De mond stond zeer licht open en vertoonde de tanden die nog vaststonden op hun plaatsen. De handen, die kruisgewijs over de borst lagen, waren met hun nagels volkomen geconserveerd en hielden nog een verroeste rozenkrans vast.

Dit was een overtuigend bewijs van haar heiligheid. Men nam geen verdere risico's en Bernadette werd luchtdicht opgebaard in een glazen schrijn. Een handige zet die de Neverse middenstand geen windeieren legde. De officiële heiligverklaring volgde in 1933.
Ach nee, zo gek veel is er niet veranderd sedert de Middeleeuwen. Nog steeds worden er heiligen uitgevonden en aan de stoffelijke resten wordt goed verdiend.
  Quatorze Juillet begint met kanonschoten - om acht uur. In plaats van kruitdampen ruik ik echter de geur van geroosterd brood. In Hôtel Villa du Parc ruikt het 's morgensvroeg naar geroosterd brood. Buiten is het licht bewolkt. Een verademing na alle hitte van de afgelopen dagen.
Ontbijt in het souterrain. Twee grote tafels staan er, waar je aan kunt schuiven. Dat bevordert het contact tussen de hotelgasten. Ik zie geen mensen met wie ik contact zou willen leggen.
  Place Carnot. De inwoners van Nevers maken zich op voor het grote defilé. Ze zoeken een plaatsje achter de dranghekken en kletsen honderduit in afwachting van het spektakel. Politiemensen en militairen hebben hun gala-uniform uit de kast gehaald. Oude mannetjes lopen in hun beste pak en hangen scheef van de onderscheidingen. Op een dag als deze kun je laten zien wat je waard bent of waard was. Er arriveert een afdeling van de motorbrigade. Vijftien agenten stoppen langs de stoeprand, schakelen tegelijk hun motoren uit en stappen tegelijk af - alle rechterbenen zwaaien sierlijk over het zadel. Mooi ingestudeerd en tamelijk lachwekkend.
  Ik wacht het defilé niet af. Ik wil iets van Nevers zien. Het Office du Tourisme aan de Avenue Pierre Bérégovoy is goed uitgerust. Een aardige dame schiet me aan en geeft me een handvol folders, waaronder een stadswandeling.
- Quelle langue préférez-vous?
- Français.

De stadswandeling is opvallend aangegeven met een blauwe streep die simpelweg over trottoir en wegdek is getrokken. Je kunt op deze manier moeilijk mislopen en het maakt omslachtige en storende uitleg in de folder overbodig. Geniaal. Soms kunnen Fransen iets verrassend eenvoudig oplossen. Op cruciale plekken in het parcours staan Tables d'Information en op historische panden is een informatieve tekst aangebracht.
Een groot deel van het centrum is voetgangersgebied. Tot in de jaren zestig liep de RN7 dwars door de binnenstad. Nu leiden ze hem er omheen. Tweemaal tijdens de wandeling kom ik een dame tegen die vanmorgen het ontbijt nuttigde aan de andere tafel. Ze geeft geen blijk van herkenning.
Nevers heeft een kleine vijftigduizend inwoners en het is de hoofdstad van departement Nièvre. De Nièvre komt hier in de Loire uit en verder stroomafwaarts ligt ook de monding van de Allier - de zusterrivier van de Loire die eveneens in het Massif Central ontspringt.
 
 
 
Aardewerk
Faïence heet het aardewerk in Frankrijk. Faenza was het Italiaanse centrum van geglazuurd aardewerk.
Un peu d'histoire...
In 1565 trouwde Louis de Gonzague, hertog van Mantua, met Henriëtte van Kleve en verwierf daarmee het hertogdom Nevers. Hij liet een fraai paleis in goudgeel zandsteen optrekken: het Palais Ducal. Verder haalde hij Italiaanse porceleinmakers naar Nevers. De stad werd een begrip op aardewerkgebied. Wat in Nederland Delfts Blauw is, is in Frankrijk Bleu de Nevers.
Na zijn dood in 1580 nam zoon Charles de Gonzague het hertogdom over. Hem zijn we al eerder in Charleville tegengekomen. Daar ontwierp hij een nieuw centrum en liet de stad naar zich noemen. Charleville dankt aan hem de Place Ducale. De familie Gonzague had het hertogdom Nevers in handen van 1565-1659.
Bezoekers aan het Palais Ducal worden door de hertog persoonlijk toegesproken via een goed bewaard gebleven videoband uit de 16e eeuw. Hij vertelt dat hij in Italië is geboren, samen met de koning opgroeide aan het hof in Frankrijk en met zijn been trekt ten gevolge van een wond die hij opliep au service du roi. Tenslotte zegt hij vijftig meter verderop begraven te liggen in de Cathédrale St-Cyr-et-Ste-Juliette. Maar, zo besluit hij zijn relaas, in gedachten ben ik nog steeds bij u. Je suis votre contemporain. Ik ben uw tijdgenoot.
  Fantasie en werkelijkheid halen Fransen moeiteloos door elkaar. Wat wil je in een land waar ieder licht beneveld ronddwaalt? Ik vlucht de paleistrappen op tot ik niet verder kan en sta dan midden in een receptie die het gemeentebestuur aanbiedt ter gelegenheid van de 14e juli. Ze bieden drankjes en hapjes aan en wie ben ik om het gebodene te weigeren? Wie er precies zijn uitgenodigd weet ik niet. Er loopt een aantal zwaar gedecoreerden rond. Laten we zeggen dat ik hier Nederland vertegenwoordig - een speciale afgevaardigde met stevige trek. Muzikanten van de militaire kapel hebben hun tuba's en trommels aan de kant gelegd en spoelen hun dorstige kelen. Politiemannen staan met hun pet in de ene hand en een aperitief in de andere.
- Vive la République. Vive la France! roept iemand.
De 14e juli is een soort koninginnedag, maar dan zonder koningin. De koning en koningin hebben ze bij de revolutie een kopje kleiner gemaakt en dat vieren ze eigenlijk. Meer een soort omgekeerde koninginnedag dus. Maar ondertussen missen de Fransen hun vorstenhuis wel, al zullen ze het niet snel toegeven. Nu richten ze hun verering op de president van de republiek. Na het aftreden van François Mitterand werd in alle 34.000 (!) Franse gemeenten zijn staatsieportret vervangen door dat van Jacques Chirac.
 
 
 
 
 
Noviodunum Aeduorum
Noviodunum is Keltisch voor wat in Frankrijk nu Château-Neuf heet: nieuwe vesting. Caesar vermeldt in De Gallische Oorlog ook Noviodunum Suessionum. Dit is het huidige Soissons.
Aeduorum: van de Keltische stam der Aedui.
Wat is er nog meer in het Palais Ducal? Er staat een aquarium met alle vissoorten die in de Loire zwemmen. Verder hebben ze een permanente tentoonstelling over de historie van Nevers. Ergens achterin het gebouw ligt wat Galloromeins materiaal, maar het bewijsmateriaal uit die periode valt tegen. Toch moeten Caesar en de zijnen hier geweest zijn. In zijn boek De Gallische Oorlog noemt hij Noviodunum Aeduorum als de plaats waar hij alle gijzelaars uit Gallië had ondergebracht. Men denkt dat dit Nevers was. In Noviodunum Aeduorum lag een Romeins garnizoen en ze bewaarden er het geld van de staatskas, het koren en de bagage. Hier hield men ook paarden achter de hand, die uit Italië en Spanje waren geïmporteerd. En gijzelaars dus. Alle Gallische stammen die zich aan Caesar onderwierpen, stuurden hem gijzelaars toe. Dat wilde het gebruik in die dagen. Het idee was dat de stam niet in opstand zou durven komen zolang Caesar over gijzelaars beschikte. Het waren niet de eerste de besten - veelal zonen van de Keltische adel. Overigens weerhield deze regeling de Gallische stammen er niet van om toch de strijd met de Romeinen aan te binden.
 
 
 
 
 
 
Caesar beklaagde zich over de wispelturigheid van de Galliërs. De Gallische stammen waren bereid elk moment in opstand te komen. Niet omdat ze ontevreden waren, maar gewoon omdat ze wel weer eens wat anders wilden. Die wispelturigheid vindt je nog steeds terug in de Franse volksaard. On aime changer. Het moet altijd weer anders. Niet voor niets is Parijs het wereld-modecentrum. Niet dat de kleding van vorig jaar niet goed was, maar dit jaar moet het gewoon weer anders.
En soms moet het radicaal anders, zoals bij de revolutie van 1789. Oude Keltische koppensnellerspraktijken herleefden. Twintigduizend hoofden rolden van de guillotine, inclusief de hoofden waarin de revolutie was bedacht. Einde van de monarchie - begin van de chaos. Op 14 juli 1789 bestormde de Parijse bevolking de Bastille - de staatsgevangenis - en liet geen steen op de andere. De 14e juli werd gekozen voor viering van de revolutie. Maar wat valt er nu eigenlijk te vieren?
  De brasserie aan de Place Carnot serveert gratis négus bij de consumpties. Een zoetigheidje met kokossnippers - een lokale lekkernij. Op de terrasstoeltjes zitten jongelui te dommelen die de afgelopen nacht hebben doorgefeest.
  En na de Romeinen? In de 4e eeuw werd Nevers een bisschopstad. De stad heette toen Nevirnum. Vanaf die tijd zullen er kerken zijn geweest. Bij restauratie van de Cathédrale St-Cyr-et-Ste-Juliette (noodzakelijk geworden na een Engelse bombardement in 1944) werd een doopkapel uit de 6e eeuw gevonden. Je kunt er met een stenen trapje in afdalen. Het ruikt er bijzonder muf.
Église St-Étienne is de oudste kerk van Nevers. Hij is er neergezet onder auspiciën van Cluny. In 1096 werd het Romaanse kerkje ingewijd. Op dezelfde plek had een Ierse monnik in de 7e eeuw ook al een kerk laten bouwen. Niet lang geleden ontdekte men onder het koor van de huidige kerk drie sarcofagen uit de Merovingische tijd. Het aardige van katholieke kerken is dat ze vrijwel altijd open zijn. Ik ben binnen geweest. Negen eeuwen kijken op u neer.
  Een verhaal uit de Merovingische periode. Thierry II was koning van Bourgondië en Orléans. Hij liep aan de leiband van zijn grootmoeder Brunhilde. In 590 kwam een Ierse monnik, Columbanus (Saint Colomban) voor missiewerk naar het vasteland en stichtte een groot aantal kloosters in Frankrijk, waaronder eentje in Luxeuil. Ik vermoed dat hij ook de Ierse monnik is die de voorloper van de Église St-Étienne op zijn naam heeft staan.
Hij kreeg veel invloed, ook op Thierry II die vaak naar Luxueil kwam. Columbanus berispte hem over zijn relaties met allerlei concubines. Het koninklijke nageslacht hoorde te ontspringen aan een edele koningin, zo zei hij, en niet uit bordelen lijken voort te komen. Thierry beloofde beterschap, maar Brunhilde wilde niets van een koningin weten. Dat zou het einde van haar macht betekenen. Brunhilde liet Columbanus gevangen nemen. Hij werd in Nevers ingescheept en naar Nantes gebracht, alwaar hij op de boot naar Ierland werd gezet.
Maar zie: er stak een storm op en het schip werd teruggeworpen op het strand en bleef daar drie dagen muurvast zitten. Iedereen begreep dat het niet Gods bedoeling was dat Columbanus terug ging naar Ierland. Men zette hem en al zijn bagage overboord en ziedaar: onmiddellijk kwamen er een paar grote golven die het schip vlot trokken. Columbanus mijdde Bourgondië de rest van zijn leven. Hij kwam uiteindelijk in Italië terecht.
De geschiedenis van de mislukte verbanning speelt omstreeks het jaar 609.
  Middagconcert in de muziekkoepel van Parc Roger Salengro. Eerst een politiekapel die wat mij betreft nog wel een tijdje had mogen door oefenen; daarna een uitstekend walsorkest. De stoeltjes van het park hebben ze in een halve cirkel om de koepel neergezet. Maar de zon is weer gaan schijnen en de toehoorders pakken de een na de ander een stoeltje weg en gaan ermee in de schaduw zitten. Enthousiast publiek. In het Palais Ducal zag ik een foto uit de vorige eeuw van dezelfde muziekkoepel - ook met een muziekoptreden en publiek. De mannen droegen hoge hoeden. Hoeveel eeuwen zullen in dit park nog dezelfde walsen klinken?
  Op eetgebied is 's avonds alles gesloten. Alles, behalve de Chinees aan de Rue 14 Juillet. Hoewel - ze twijfelen nog. Ze willen wel, maar ze vragen zich waarschijnlijk af of het wel gepast is om vanavond open te zijn. De deur van het restaurant staat open maar er brandt geen licht en er zit niemand. De Chinese dame draagt gewone kleren en doet of ze de vloer aanveegt. Ik loop naar binnen. Ik loop vandaag overal naar binnen.
- Vous voulez manger?
- Oui. Si c'est possible...
- Asseyez-vous.

Ze geeft me de kaart, trommelt haar man op, ontsteekt de lampions, stuurt haar dochtertje de zaak uit en trekt haar mooie jurk aan. Het restaurant is geopend.
Het duurt maar even of de volgende gasten dienen zich aan en binnen een half uur zit het restaurant vol. Er zijn mensen die voor het raam de menulijst bestuderen en doorlopen. Ze komen onherroepelijk terug. Er is geen alternatief. Een Chinese jongeman parkeert zijn brommer voor het raam: een oproepkracht. Ook hij werpt zich in de bediening.
  's Avonds tegen elven trekken de mensenmassa's naar Pont de Loire. Daar is vuurwerk beloofd - feu d'artifice. Enkele amateurs verzorgen met hun vuurpijlen het voorprogramma. Sfeervol, al duurt het wachten lang. Ik loop terug naar het hotel. In het park maakt een accordeonorkest zich klaar voor een middernachtelijk concert. Twee ongelooflijk dikke dames, moeder en dochter, staan er met een drankstalletje. De klanten moeten nog komen. De vrouwen begeven zich op de dansvloer. Ze lijken geen weerstand te kunnen bieden aan de accordeonklanken. Het doet me denken aan twee dansende beren in een tekenfilm. Een Fransman staat hoofdschuddend naar het tafereeltje te kijken.
Nevers viert feest tot in de kleine uurtjes. In Bourgogne is het devies: L'art et le plaisir de vivre.