Nevers
 
De RN7 is de snelweg van Parijs naar het zuiden. Van Briare tot Roanne volgt ze de Loire, maakt een doorsteek naar Lyon, begeleid de Rhône tot Avignon, buigt af naar het oosten, stuit op de Middellandse Zee bij Cannes, gaat als kustweg verder naar Menton en steekt daarna de Italiaanse grens over.
De RN7 volgt het tracé van oude Romeinse wegen. Ze dienen vaak nog als fundering van de huidige asfaltweg. Eigenlijk maak ik deze wandeling een eeuw te laat. Honderd jaar geleden kon je nog rustig lopen over oude wegen. Paard en wagen had je toen. Wie haast had nam tram of trein. Maar niemand had haast.
Voor vandaag heb ik een route langs de Loire uitgestippeld en in het eerste deel van de etappe zit drie kilometer autoweg - langs de RN7. Op weg naar Fontainebleau heb ik ook al een stukje van de RN7 gelopen. Elke etappe kent zijn dieptepunten. Toch loop ik liever drie kilometer langs de Route Nationale dan een eind om. Het is de afweging tussen opschieten en wandelplezier. Overigens valt het mee met de drukte. Ze hebben een ruime by-pass om La Charité heengeleid, zodat op dit stukje alleen lokaal verkeer passeert.
La Marche. Geen café; wel een jeu de boules terreintje aan de Loire en in de schaduw. Het is warm. Voor later op de dag is onweer voorspeld.
Vanuit La Marche loopt er een pad langs de rivier. Eerst vakantiehuisjes en gazonnetjes aan het water waar Fransen hun weekendcaravan hebben neergezet. Daarna verdwijnen de laatste tekenen van beschaving en slingert het pad door heuvels en dalen. De kaart laat weten hoe hoog je zit: 161m, 205m en elk hoogtepunt valt samen met een vergezicht. Aan de overkant van de Loire zie je de dorpjes langs het kanaal liggen.
Twee zwarte puntjes op de kaart. Het pad loopt er tussendoor. Boerderijen zijn het en twee grote honden staan me op te wachten. Blaffend en grommend. Ik hou me koest en wacht tot er iemand naar buiten komt: een vrouwtje gewapend met een stok. Ze jaagt de honden het erf op.
- Ils sont pas méchants.
- On ne sait jamais.
- Enfin. C'est un beau jour pour marcher hein?
- Oui.

Fransen houden helemaal niet van honden. Ze hebben die honden alleen maar om hun propriétés te beschermen.

Germigny-sur-Loire leek me groot genoeg voor een bar - zeshonderd inwoners. Het overtreft mijn verwachtingen: Germigny heeft een bar-restaurant-pizzeria. Komt goed uit want het is half één, etenstijd dus en buiten waan je je in een oven.
Binnen flirt een jongedame met de barkeeper. Ze heeft twee kleuters bij zich, maar het zijn niet haar nakomelingen. Een kinderjuffrouw? De kleuters schuiven voorzichtig bij mij aan tafel. Het jochie zet het lege colaflesje tegen zijn mond en doet of er nog iets inzit. Z'n zusje imiteert de pantomime met mijn lege glas.
Een Salade Niçoise. De barkeeper dekt eerst zorgvuldig de tafel in het eetzaaltje. Eten is in Frankrijk een serieuze bezigheid. Een demi Vittel - de helft drink ik op en met de andere helft vul ik m'n lege kwart liter flesje. Ook het overblijvende brood verdwijnt in mijn rugzak. De middagetappe kan ik met vertrouwen tegemoet zien. Ik zit op een goede plek en nog wel volkomen onverwachts. Mijn reisleidster La Providence heeft het weer prettig geregeld.
 
 
 
 
Fleur
Uit het Latijnse Floris, Flos - bloem, bloesem.
Flora was de Romeinse godin van bloemen en de lente. Fauna was de godin van de dieren.
Germigny-sur-Loire is een Ville fleurie. Wat is een Ville fleurie? Een bloemenstad. Je kunt je ervoor aanmelden bij het Nationale Comité ter opfleuring van steden en dorpen. Vervolgens maken de inwoners er wat moois van. Ze versieren niet alleen hun eigen tuinen en opritten met bloemen, ook per straat wordt actie ondernomen: hanggeraniums aan de lantaarnpalen, bloembakken langs de pleintjes... Kortom: ze overdrijven zoals alleen Fransen dat kunnen.
Ik denk dat er op zekere dag iemand van het Comité langs komt om de plaats een soort Appellation fleurie controlée te geven en vanaf dat moment mogen de bewoners onder het plaatsnaambordje een tweede bordje bevestigen met: Ville fleurie. Maar ik moet toegeven: het ziet er fleurig uit. En een gemeenschappelijk doel komt de sociale betrekkingen ten goede. Zo'n geranium hangt er niet een-twee-drie. Dat vereist uitgebreid overleg: wie koopt ze, wie betaalt ze, wie hangt ze op en wie geeft ze water? Geloof maar dat er flink vergaderd is. In een tijd waarin religie en oude dorpsstructuren wegvallen, moet je iets nieuws verzinnen om het zaakje bij elkaar te houden. De oude Chinezen wisten het al: geef het volk een gemeenschappelijk doel en alle scheidsmuren vallen weg.
  Uit de colleges planologie herinner ik me dat je nieuwe stadswijken nooit helemaal 'af' mag opleveren. Je moet er opzettelijk witte plekken in laten. Je vergeet de telefooncel, het speeltuintje, de verharde weg, groenvoorzieningen. Niet om de nieuwe bewoners te pesten. Nee, nee. Zo geef je ze gelegenheid zich te organiseren in comités en actiegroepen om een einde te maken aan deze wantoestanden. Dat is heel goed voor het buurtleven en de sociale contacten. Het is manipulatie natuurlijk, maar misschien is manipulatie gerechtvaardigd als er iets moois uit groeit.

Voorbij Germigny liggen twee kastelen, Clamour en Soulangy, en tussen die kastelen loopt een pad. Althans volgens de kaart. Met gemengde gevoelens volg ik het pad dat steil afdaalt. Het is altijd vervelend om een eenmaal verworven hoogte prijs te geven. Je weet dat je vroeg of laat weer naar boven moet. Deze keer is het vroeg. Al na een paar honderd meter vertrouw ik het pad niet meer en keer terug naar de D174. Een vermoeiende bezigheid.
De weg stijgt nog steeds. Op het hoogste punt staan bomen en een bankje. Rust. M'n doornatte T-shirt leg ik te drogen in de zon. In een uur tijd ben ik weinig opgeschoten. Germigny ligt hemelsbreed op twee kilometer. Aan de andere kant van de heuvel ontwaar ik heel in de verte een kathedraal. Dat kan alleen de kathedraal van Nevers zijn.

Verder over de D174. Ik loop altijd links van de weg. Het zit er zo diep in dat ik me er op betrap zelfs op zandpaden links te lopen. Op autowegen is links lopen noodzakelijk om niet door achterop komende Fransen te worden overreden. De auto's wijken nauwelijks uit. Fietsers zien ze wel. Daar rijden ze in een grote boog omheen. Voor wandelaars hebben Franse automobilisten een blinde vlek. Het ergst zijn oude vrouwen en jongemannen. Zij gaan geen millimeter opzij. Voer voor (verkeers)psychologen.
  Mag ik een gokje wagen? Oude vrouwen houden angstvallig vast aan de rechter weghelft. Fietsers moeten ze met een boog omheen - dat hebben ze van hun rij-instructeur geleerd. Wandelaars kwamen ze tijdens de rijlessen niet tegen. Franse jongemannen zijn snelheidsduivels in blikken doosjes: arrogant, egoïstisch, opschepperig, filmsterallures, onuitstaanbaar, noem maar op. Zij zien uitwijken als teken van zwakte of misschien ook wel als een persoonlijke capitulatie.
Hoe het ook zij, een lopend onderzoek over honderden kilometers Franse asfaltweg wijst uit dat van alle autorijders de oude vrouwtjes en jonge mannetjes voor wandelaars het meeste gevaar opleveren.
  Een vrouw van een jaar of vijftig. Ze loopt naast een brommer. Ik vraag of ze pech heeft.
- Non, non...'
Ze loopt voor de aardigheid. Ik heb nog nooit iemand voor de aardigheid naast een brommer zien lopen en zeker niet in deze hitte. Natuurlijk heeft ze pech of geen benzine, maar wil het niet toegeven.
De weg volgt de Loire en daarin wordt gezwommen en gesparteld ondanks alle bordjes Baignade interdite. Bij deze temperatuur is de verleiding te groot.

Fourchambault begint met een kazerne en een grauwe elektriciteitscentrale. Ze hebben een mooie promenade aan het water, maar verder lijkt het me geen gezellig stadje. Fourchambault was eens het centrum van de Franse staalindustrie. Ik rust uit op een muurtje in de schaduw van de kerk. Het is de voorbereiding op het laatste stukje naar Nevers. Eigenlijk geloof ik het wel voor vandaag, want ik heb lang genoeg gelopen. Maar Fourchambault is niks. Dus beloof ik mezelf morgen een rustdag en loop verder. Morgen is het 14 juli - quatorze juillet - viering van de Franse revolutie. Dat gaan we in Nevers eens van dichtbij bekijken.
  De D167 naar Nevers. Op de kaart is het een secundaire weg. In werkelijkheid is het een drukke snelweg. Er is geen keus. Ik zoek nog even verkoeling in de schaduw van een heg en begin om half vijf aan een dubieuze tocht over smeltend asfalt. Gekkenwerk, maar een mens kan veel hebben. Toch moet ik uitkijken. Een opkomende hoofdpijn bewijst dat ik vandaag al te lang in de zon heb gelopen.
Vijf uur. De weergoden schieten te hulp. Aan het firmament verschijnen wolken met donderkopjes die in korte tijd de zon aan het oog onttrekken. Nu proberen voor de bui in Nevers te zijn.

Vauzelles is een buitenwijk. Er staat een café langs de weg en daar loop je vanzelf naar binnen als je dorst hebt. Aan de bar stort een man zijn hart uit bij een vrouw. O, wat kunnen ze lekker zielig doen, die Fransen. De bardame staat in de huiskamer de was te strijken. Die hoeft het geweeklaag niet allemaal aan te horen.

Ik nader de binnenstad en daar knallen de eerste donderslagen. De bui is dichtbij. Van Nevers heb ik gisteren een plattegrond gekregen. In het centrum ligt Parc Roger Salengro en daar staan twee hotels. Het zijn niet de goedkoopste, maar ze zijn strategisch gelegen. Als ik Rue de Lourdes insla, vallen de eerste druppels. Perfecte regie vandaag.
Hôtel Villa du Parc. Kan niet beter. Mooi ouderwets hotel in handen van twee mooie ouderwetse dames. Ik krijg een kamer aan de voorkant met uitzicht op het park - honderddertig franc. Balkondeuren. Geen balkon. Ook geen douche; wel wastafel en bidet. Er staat een bureautje met een schemerlamp en op het dressoir ligt een stapeltje damesbladen. Buiten daalt een plensbui neer op de bomen van het park en door de openstaande balkondeuren komt een vlaag koele lucht naar binnen. Ik heb voor twee nachten geboekt, maar op deze kamer zou ik het veel langer kunnen uithouden.
  Een eenvoudige Chinees aan de Rue du 14 Juillet. Man kookt, vrouw bedient in Chinees gewaad, klein meisje gluurt de eetzaal in. Weer valt het me op hoe bedreven de Franse gasten zijn in het eten met stokjes. Ik werk m'n dagboek bij en noteer: 'Zwaarste etappe tot dusver? Een kleine dertig kilometer met veel heuvels en heel veel zon.'
Avondwandeling langs de Cathédrale St-Cyr-et-Ste-Juliette en door Middeleeuwse straatjes: Rue du Cloître-St-Cyr, via trappetjes naar de Rue St-Genest (voormalige hoerenbuurt) die afdaalt naar de Quai des Mariniers. Pont de Loire. Grote muggen dansen op de brug. De RN7 gaat ook over de brug. Alles moet over deze brug. Ook de duizenden pelgrims naar Santiago de Compostella die in Nevers de Loire oversteken.
's Avonds beginnen de festiviteiten: muziekkorps, wielerronde in het centrum, orkestje op de Place Carnot. Veel volk op de been. De terrasjes zitten bomvol.