local - boemeltje
voie - perron
départ - vertrek
 
 
 
 
 
 



Interdit à tous véhicules - Verboden voor alle voertuigen
Namen

De Local naar Liège, Voie 7, Départ 9.26. Eigenlijk een halve rustdag vandaag. De rugzak heb ik achtergelaten in Taverne de Rome, waar ik vanmorgen het petit déjeuner heb genuttigd. Daar heeft de ober hem in de kast gezet. Gewapend met een schoudertasje ben ik op weg voor een ontspannen wandelingetje op de vrijdagmorgen. Het is droog.
Vanuit de trein heb ik gezien dat ik de overkant moet hebben - de rive droite. Het betonnen jaagpad loopt er nog steeds. Het jaagpad lijkt op een streep Duitse autobaan, maar dan zonder auto's. Interdit à tous véhicules staat er op de bordjes - wat wil je nog meer? Ik wandel langs allerlei achtertuintjes die op de Maas uitkomen. De honden die er wonen slaan de een na de ander aan. Schitterende uitzichten. De vieze fabrieken liggen achter ons en bij elke stap worden de heuvels hoger en groener.

 
We naderen Marche-les-Dames met de eerste rotsen. De naam verwijst naar een klooster voor adellijke dames. Alle Belgen kennen het plaatsje omdat Koning Albert I hier bij het bergbeklimmen op 17 februari 1934 door een val van de rots om het leven kwam. De zeventig meter hoge rots heet nu officieel Rocher du Roi Albert; in de volksmond is het de Roche Fatale. Het werd een bedevaartsoord. De gelovigen grijpen elke kans op een bedevaart met beide handen aan.

Belgisch Koningshuis
De koning is zo'n beetje het enige dat Walen en Vlamingen verbindt. Misschien is hij daarom zo populair. Toen België in 1830 werd opgericht (nadat een volksopstand een einde maakte aan 15 jaar Nederlands bewind) gingen ze op zoek naar een geschikte koning. Het werd de Engelsman Leopold van Saksen-Coburg. Zijn nazaten zitten nog steeds op de troon. Sinds 1993 is het Koning Albert II - de jongere broer van Boudewijn.

 



Godron - varkenskop
De Hortensia haalt me in. Schipper en vrouw zwaaien uitbundig. Ik maak een foto van het goede schip. Het Duitse gezelschap zit op het voordek van het uitzicht te genieten. Het slepertje dat ik gisteren bij Huy zag, duwt nu een boot stroomopwaarts. Dat is zo aardig van langs de rivier lopen: je ontmoet dezelfde mensen en boten in een wisselend decor.
Na het hoge viaduct van de autobaan bij Lives-sur-Meuse komt Namen in zicht. Vlak voor Namen heb je een grote sluis waar de Hortensia ligt te schutten. Lopen gaat net zo snel als varen.
De chemin de halage gaat over in een boulevard - Quai de la Meuse. Er loopt een forse vrouw voor me, aan de ene hand een kleuter, aan de andere een hond aan de riem. De hakken van de vrouw zijn gespleten - zo'n twee centimeter voetinwaarts. Geen prettig gezicht. Je verwacht bloed op die diepte, maar het is er niet. Ze loopt op veel te kleine schoenen, met de riempjes onder de hakken.
Pauze langs de waterkant met uitzicht op Point Godron - het punt waar Maas en Sambre samenvloeien. Er staat een standbeeld van Koning Albert I te paard. Daarachter ligt de rots Champeau - aan weerszijden uitgesleten door Maas en Sambre. Een bijzonder strategische plek en dus ligt er bovenop de rots een Citadelle.
Sinds mensenheugenis is hier gevochten. Waarschijnlijk heeft Julius Caesar op deze plek de Aduatukers en Condruzen tot overgave gedwongen. De Aduatukers waren Kelten die het gebied tussen Namen, Luik en Tongeren bewoonden. De naam is terug te vinden in de Romeinse naam voor Tongeren: Aduatuca Tungrorum. Vermoedelijk hadden ze hier bovenop de rotsen een versterkte nederzetting - een Oppidum.
In de Romeinse tijd ging men aan de voet van de rots in de Maasvallei wonen. Namen was geen echte stad in die tijd. Het was een Vicus, evenals Maastricht, Visé, Huy, Andenne en Dinant.

Namen is de meest belegerde stad van België. Alle buurlanden hebben de plaats wel een paar keer in handen gehad. De stad leed het laatst in de tweede wereldoorlog. Toen kwamen in augustus 1944 Amerikaanse vliegtuigen de spoorbrug over de Maas bombarderen. En passant namen ze de binnenstad mee en lieten 342 doden achter.

De Hortensia meert af aan de overkant: Rue des quatre fils Aymon. Goed bekeken. Een ligplaatsje naast het oude centrum. Op de Pont des Jambes steekt een dronken vrouw pardoes de weg over. Haar hondje vertrouwt de oversteek niet en dribbelt zenuwachtig heen en weer. Ik regel het verkeer tot ze de overkant heeft bereikt. Wat kun je verder doen?
De fundering van de Pont des Jambes stamt uit de Romeinse tijd. Vanuit Namen liep een Romeinse weg naar Arlon die hier de Maas overstak.
Marché aux Légumes - groentemarkt Koffie op de Marché aux Légumes, het leukste pleintje van de stad. Ze geven je gelijk een hele kan vol en de prijs valt mee. Als je hier om je heen kijkt dan zie je dat Belgen vasthouden aan hun eigen bier. Maes, Stella Artois, Diekirch, Jupiler, Leffe... het zijn louter Belgische biersoorten die je op reclameborden boven de cafés aantreft. Hoe anders is dat in Frankrijk. Daar heeft Heineken de markt overgenomen. Uitspreken kunnen ze het overigens niet, die Fransen. Ze kunnen de 'h' niet zeggen. 'Eineken' noemen ze het.
  Waalse observaties.
Zullen we met de mannen beginnen? Ik heb al vermeld dat ze elkaar kussen. Maar afgezien van dit verwijfde trekje zijn het echte mannetjes. Haantjes en macho's met imponeergedrag. Opscheppers dus en ze lijken me niet erg betrouwbaar. De Waalse mannen doen me denken aan verkopers van tweede-hands auto's: een heel verhaal, grote bezwerende gebaren, veel overtuiging, maar uiteindelijk wordt je belazerd. Neem me niet kwalijk - ik generaliseer.
En de vrouwen? De vrouwen zijn vaak het aanzien meer dan waard. Ze doen ook erg hun best om er zo appetijtelijk mogelijk uit te zien. Daarbij accentueren ze hun sterke punten. Mooie borsten? OK - een decolleté of lekker strak truitje. Mooie benen? OK - korte rok. Heel slim.
En de jeugd? De jongelui gedragen zich geheel volgens de boekjes over puberaal gedrag. Ze hebben gekke haardosjes en maken een hoop trammelant.
  En hoe zou het ondertussen in het Office du Tourisme zijn? Weten ze daar meer dan hun Luikse collega's? Nee. Ze kunnen de toeristen in maar lieftst vier verschillende talen te woord staan, maar daar heb je weinig aan als ze op elke vraag het antwoord schuldig blijven. Dan zwijgen ze in alle talen.
Logeeradressen verderop langs de Maas hebben ze niet. Kaarten ook niet. Ja, madame heeft nog wel een goedkoop adresje in Namen zelf. Ze meldt dit uit eigen beweging en drukt me een folder in handen. Non merci. Daar heb ik nu niks meer aan.
De jacht op kaarten gaat 's middags door. Weliswaar heb ik topoguide van de GR 126, maar de route daarin beschreven bevalt me maar matig. Hij voert teveel langs gehuchten met aucune ressource - met helemaal niets dus. Zo'n wandeling is alleen interessant als er een SRV-wagen achter je aan blijft rijden.
Namen heeft een KNAC-winkel en daar hebben ze kaarten. Mijn favoriete schaal 1:50.000 is in dit deel van de wereld niet leverbaar. Van de 1:25.000 kaarten zou ik tot de Franse grens voor vijftig gulden nodig hebben. Uiteindelijk koop ik een kaart van 1:100.000 - een Franse kaart van Charleville-Mézières en omstreken. De omstreken beginnen al in Profondeville, 15 km onder Namen. Hier in Namen zit je dan ook al heel dicht bij de Franse grens. Givet, waar de Maas België binnenkomt ligt op minder dan vijftig kilometer. De kaart is nummer 5 uit de Serie verte van het IGN (Institut Géographique National).
IGN-kaart
De IGN-kaart werd de eerste van een lange reeks uit dezelfde serie - van België tot aan de Middellandse Zee.
Taverne de Rome. Iemand van het personeel staat erop mijn rugzak naar boven te dragen. Via een ingewikkeld gangenstelsel proberen we samen het juiste kamernummer te vinden. Op strategische punten zitten lichtknopjes. Leuke kamer met uitzicht op de daken. Douchecabine op de kamer. Lekker chaotisch allemaal, maar heel gezellig met zo'n café onder aan de trap. Vandaag hebben ze spaghetti bolognaise als plat du jour en dat lijkt me wel wat. De bolognaise saus zit er apart bij in een juskom. En dan is er nog een schoteltje geraspte kaas. De ober van gisteravond is teruggekeerd. Als ik de helft niet op kan, denkt hij dat niet smaakt. Met veel moeite stel ik hem gerust.
  Vanuit het café heb je een mooi uitzicht op Place de la Station. Half Namen komt hier voorbij en voor het café vertrekt de bus naar Profondeville. Opvallende naam overigens: Place de la Station. Je zou Place de la Gare verwachten. Het Nederlands heeft 'station' weliswaar aan het Frans ontleend, maar hier zegt men gare. De Vlamingen, in hun poging elk Frans woord te vermijden, gebruiken 'treinhalte' in plaats van station. De haat voor elkaars taal zit er diep in. In de vijftien jaar onder de Nederlandse Koning Willem I kregen de Walen het Nederlands als landstaal opgedrongen. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd Frans de officiële taal. Op scholen en in het officiële leven was het allemaal Frans wat de klok sloeg. Honderd jaar lang hebben de Vlamingen hun eigen taal moeten wegslikken. Pas in 1930 werd de (Franstalige) universiteit van Gent officieel vernederlandst en pas in 1932 werd het hele onderwijs in Vlaanderen eentalig Nederlands. Is het dan gek dat Vlamingen een hekel aan Frans hebben?
  En nu we het toch over de twee talen hebben. Hoe komt het dat er zo'n scherpe taalgrens door het land loopt? Dat komt door de Romeinse weg van Keulen naar Boulogne. Jawel. Toen tegen het einde van het keizerrijk de invallen van de Germanen steeds talrijker werden en de Romeinen de Rijngrens niet langer konden verdedigen, trokken ze zich achter deze weg terug. De heerweg werd de nieuwe verdedigingslinie. Het gebied erboven werd aan de Germanen (ofwel Franken) overgelaten. Aan weerszijden bleven Kelten wonen, maar de Keltische adel ten zuiden van de weg nam vanaf de 3e eeuw de taal van de Romeinen over. Ten noorden van de weg gebeurde dit niet. En zo ontstond er een taalgrens langs de oude Romeinse weg van Tongeren naar Bavay.
De Walen hebben ook nog een eigen taal: het Waals. Het Waals is iets anders dan het Frans. In het Waals bijvoorbeeld spreken ze de 'h' wel uit. Walen kunnen dus wel 'Heineken' zeggen. Beide talen komen voort uit de oude Romeinse soldatentaal. Het Waals lijkt er volgens deskundigen nog heel sterk op.
 
 
- Goedenavond meneer. Een muntstukje misschien?
- Nee.
- Meneer, ik wens u niettemin een zeer goede avond.
Ook in Namen wonen bedelaars. Op mijn avondwandeling ontmoet ik een heel beleefd exemplaar.
- Bonsoir monsieur. Une petite pièce peut-être?
- Non.
- Monsieur, je vous souhaite quand-même une très bonne soirée!

Hij wenst me niettemin een zeer goede avond. Een grijns van oor tot oor. Je zou je haast schuldig gaan voelen omdat je niets gegeven hebt. En dat is natuurlijk precies de bedoeling. Hoeveel mensen zouden er niet op hun schreden terugkeren om de man alsnog wat te geven?
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



Merde! - Shit!
's-Avonds in de taveerne laat het lefgozertje zien wat flipperen is. Het mannetje is achter de flipperkast helemaal in z'n element. Hij rukt aan de kast, schopt ertegen, vloekt als het nodig is en vergeet alle klanten. Ze moeten naar de flipperkast toe komen om af te rekenen. De kast maakt een vreselijk kabaal. Hij steunt en piept er over. Het apparaat heeft zijn meester gevonden. In grote letters licht het woord Champion op en de punten stromen binnen.
In het café zit een morsig publiek. Jan-met-de-pet, een enkele zwerver, vrouwen die wachten op de bus of op een man die hen komt versieren.
En wat doe ik? Ik lees in mijn Maigret, maar het schiet niet op. Een jongedame zit naar me te lonken. Niet mijn type. Stug doorlezen dus. Wacht eens, nu gaat zij nu haar geluk aan de flipperkast beproeven. Om aandacht te trekken natuurlijk. Ze bakt er niets van en na een lange reeks van Merde, merde, merde... geeft ze het op.