Namêche
 
De patron serveert om acht uur een mager ontbijt bestaande uit drie sneetjes brood, één kop thee en flaconnetjes met confiture. Zuinigjes, maar voldoende om Huy te halen. Bij het afrekenen vraag ik de baas of hij hotels langs de Maas kent richting Namen. Nee, die kent hij niet. Hij haalt zijn hotelgids erbij. Dezelfde die ik heb, maar dan van een jaar geleden. Niets - Rien. Hij kan me wel een hotel in Namen aanbevelen - vlak bij het station.

Het is bewolkt maar droog. Ik volg het fietspad langs de Maas en laat de onheilspellende kerncentrales steeds verder achter me. Huy in zicht. Hoei in het Vlaams.
Het is niet druk op de weg. De Belgen hebben een vrije dag ter ere van Ascension - Hemelvaart. Het is de dag waarop gelovigen de élévation miraculeuse au ciel de Jésus-Christ herdenken. Zoals misschien bekend ging Jezus eerst gewoon dood - hij werd gekruisigd. Na drie dagen stond hij weer op uit zijn graf. En alsof dit nog niet genoeg was, kwam hij een tijd later ook nog met de wonderbaarlijke hemelvaart. Sommige mensen kunnen zo overdrijven.
In zuidelijke streken viert men ook Maria-Hemelvaart. L'Assomption, 15 augustus, is in Frankrijk een nationale feestdag en dus een vrije dag - un jour de congé.
De wonderbaarlijke hemelvaart is overigens een oud thema. Het idee vind je ook terug bij de Chinese onsterfelijken die bij voorkeur op een wolk naar gene zijde verdwenen als hun tijd gekomen was. Het zijn de verhalen over taoistische kluizenaars die zich in de bergen terugtrokken. Daar werden ze ouder en ouder en dan waren ze plotseling verdwenen. Je vond er nooit iets van terug.
Een hedendaagse aanhanger van deze zienswijze vond ik onlangs in de persoon van Jacques: tuinman-filosoof van het Van Hall Instituut. Hoe het ter sprake kwam weet ik niet meer, maar we kregen het over de eindigheid van ons aardse bestaan. Met bepaalde mensen heb je het daar vrij snel over.
- Maar ik ga niet dood, zei Jacques.
- O nee?
- Nee. Ik ga op in het licht!
- Aha. En wat houdt dat in?
- Dat je van mij niets terug vindt. Lichaam en ziel gaan op in het licht...
Ik vind alles best. Maar als deze techniek algemeen bekend wordt, dan kunnen onze begrafenis-ondernemers het verder wel schudden.

 


- Het is open vanaf tien uur.
- En het is nu?
- Vijf voor tien.
- Tot ziens.
 
 
 
Huy
Huy ligt op de plek waar de Hoyeux (de snelste rivier van België) in de Maas uitmondt. Sedert de 7e eeuw hebben ze er tinindustrie. In 925 schonk graaf Amfrid, de laatste graaf van Huy, zijn bezittingen aan het prinsbisdom Luik.
Huy. Negen uur. Pont de l'Europe en dan rechtsaf langs de Quai D'Arona waar ik een geschikt parkje ontwaar voor mijn oefeningen. De paden zijn keurig aangeharkt en verder is er nog niemand.
Op de hoek van Avenue Delchambre en Rue Bodart is een café open. De eigenaar kijkt me vreemd aan. Vermoedelijk heeft hij me aan de overkant Tai Ji zien doen. Het café is leeg op een mannetje na dat staat te flipperen.
Aan de rand van het park bevindt zich een kraampje waar ze eten en drinken verkopen. Het bordje zegt Ouvert maar er is niemand. Terug naar het café. En wat ik al vermoedde: het is de kraamhouder die staat te flipperen. Ik vraag hem hoe laat zijn handeltje opengaat.
- C'est ouvert à partir de dix heures.
- Et c'est maintenant?
- Dix heures moins cinq.
- Au revoir.


De rest van mijn ontbijt eet ik bij de bakker. Deze is natuurlijk gewoon open op Hemelvaart en hij heeft er een lunchroom bij. Over de Pont Roi Baudouin (Koning Boudewijn) loop ik na deze korte kennismaking Huy weer uit. Ik volg de boulevard op de rive gauche. Aan de overkant ligt de Citadelle. Vroeger stond er een prinsbisschoppelijk paleis. Nu staat er een fort dat er omstreeks 1820 door Hollanders is neergezet als onderdeel van de 'Belgische barrière'. Deze barrière diende om herhaling van een Franse inval zoals van Napoleon te voorkomen. Vanaf deze oever kun je naar de Citadelle met een kabelbaan - le téléférique. Voor een Nederlander is Wallonië een goede voorbereiding op Frankrijk. Je ziet onderweg veel Franse woorden en ze zetten de Nederlandse vertaling er steeds bij.

Spits - péniche
Vrachtschip voor de binnenvaart.

 

De boulevard gaat over in een chemin de halage. Hij staat niet op de kaart, maar ligt er wel. Een spits en een slepertje varen me achterop. Daarachter volgen nog wat plezierjachten. De Duitse jachten haal je er zo uit. Die varen te hard. Ter hoogte van Wanze, een paar kilometer verder, is een jachthaven. Ik hoor er Nederlands praten.
Het jaagpad kent fraaie gedeelten, maar ik kom ook over fabrieksterreinen, loswallen, stortplaatsen en soms moet ik een stukje omlopen omdat de weg onbegaanbaar is. Veel afval, veel troep en veel achterstallig onderhoud. Er staan nogal wat smerige fabriekjes langs de Maas die de boel verzieken. België is een mooi land, maar de Belgen zijn slechte rentmeesters. Weet je wat we doen? We sturen alle Belgen het land uit en laten ze er pas weer in als ze een bewijs van goed gedrag kunnen overleggen.
In Bas-Oha woont een boulanger aan de waterkant. Pauze. Bij Java begint de provincie Namen en even later kom ik langs een keurig hotel. Maar voor een hotel is het nog veel te vroeg.

 
 

- Wat is de beste kant om naar Namen te wandelen? De rechteroever of de linkeroever?
- Een moment. Er zitten wielrijders op het terras. We moeten het hen vragen.





 
- Goede reis!
Andenne is de geboorteplaats van Karel Martel, grootvader van Karel de Grote. Ik breng er een uurtje zoet op een zonnig terras. Het is er goed toeven. De eigenaresse serveert de gasten stukjes koud gehakt en later neemt haar zoontje deze mooie taak over. Uit de menulijst kies ik een croque-monsieur: een tosti met ham en kaas. Je hebt ook een croque-madame. Dan ligt er nog een ei bovenop.

Binnen bel ik met een particulier adresje in Marche-les-Dames en krijg de zoon des huizes aan de lijn. Pa en ma zijn niet thuis. Of ik later wil terugbellen. Dan een vraagje voor de caféhoudster:
- Pour marcher à Namur, quel est le meilleur côté? La rive droite ou la rive gauche?
- Un moment. Il y a des cyclistes à la terrasse. Il faut leur demander.
En ze betrekt het hele terras bij de discussie. Het onderwerp wordt met veel enthousiasme tot op de bodem uitgespit. Rive gauche tegen rive droite. Rive droite wint met ruime meerderheid. De mensen op het terras zwaaien me uit:
- Bon voyage!
Toch wel aardige mensen, die Walen.
Aan de overkant geef ik eerst m'n voeten een beurt. Er komen een man en vrouw aan fietsen. Nederlanders. Ze inspecteren de kade bij de brug. Hun boot, de Hortensia, ligt aan de andere kant van de brug tegen een hoge kade. Ze zoeken iets beters. Ze varen met Duitse vrienden stroomopwaarts naar Namen en Dinant.
- En wat doe jij ?
- Ik loop stroomopwaarts.
- Waarheen?
- Naar het zuiden.
- Hoe ver naar het zuiden?
- Dat weet ik nog niet.
De rive droite dus. Een goede raad - een mooi geelachtig betonnen pad langs de waterkant. Je hebt hier vaste stekjes voor de hengelaars. Opklapbare zitjes met nummer en naam.
Sclayn is een gat, maar er is een café open. Buiten lacherige schoolmeisjes, binnen luidruchtige pubers, pokeraars en blauwe rook. De TV staat hard en niemand kijkt. Een poolbiljart met daarboven een grote kapotte kroonluchter. Twee mannen pakken hun keu uit het rek en beginnen een partij biljart. Sclayn op Hemelvaart. Terug naar de Maas en verder naar het zuiden over de gele klinkerweg.



- Nee, er is geen hotel in Namêche.
- Kan ik bellen?
- Maar natuurlijk!
 
 
 
 
belle-mère - schoonmoeder
Een rij tot woonboot omgebouwde spitsen. Slangen en kabels over de kade. Mannen spuiten hun auto schoon, vrouwen halen de was binnen en kinderen lopen je voor de voeten. Het ademt de sfeer van een woonwagenkamp.
Een flinke bui. Gelukkig loop ik in m'n korte broek. In zo'n geval heb je altijd nog een droge lange broek om aan te trekken. Ik schuil een tijdlang in een portiek, steek de brug over, wacht weer een plensbui af in een portiek en bereik Café de la Gare. Kun je hier ergens overnachten?
- Non, il n'y a pas d'hôtel à Namêche.
- Je peux téléphoner?
- Mais bien sûr!

De telefoon staat op de bar, waar mannen staan te praten. Andermaal probeer ik Marche-les-Dames, dat nu nog maar vier kilometer verder ligt. Ik krijg een vrouw aan de lijn. Met één oor dicht gedrukt vang ik op dat het vanavond niet uitkomt. Nee, ze heeft haar belle-mère op bezoek. Vandaar. Het lijkt een smoesje, maar misschien ben ik achterdochtig.
Namen is nog tien kilometer. Het is vijf uur en het regent. Dus neem ik de trein. Er gaat er eentje om half zes. Een kaartje kopen komt er niet van. Het stationsloket is gesloten en het treintje rijdt zonder conducteur. Uit het raam van de trein kijk ik naar de Maas in de regen. Je kunt Luik en Namen vergelijken met twee magneten. Als je binnen hun invloedssfeer komt, wordt je er 's avonds naar toe gezogen.
 
 
 
 
 
 


- U blijft hier vannacht?
- Nee. Ik moet iets goedkopers vinden.
Namen in de regen. Het Office du Tourisme staat vlakbij het station, maar het is dicht. Geen nood - hotels genoeg aan de Avenue de la Gare. De eerste twee zitten vol. De derde ook, tenzij... Tenzij een oude Engelsman met lang wit haar, die bij de receptie in een telefoongids zit te bladeren, hier vannacht niet blijft slapen.
- Vous restez ici ce soir? vraagt de receptioniste.
- No, zegt de Engelse Vitalis, I have to find something cheaper.
Welnu, in dat geval heeft ze een kamer voor mij: 1500 franc zonder ontbijt.
 
 
 

poulet au curry - kip kerrie
 
 
 
 
 
 
 




- Een kamer voor morgen, alstublieft.
- Voor morgen?
- Ja. Ik kom morgen.
- Maar u bent al hier!
 
 
 

- Eén persoon?
- Ja. Ik ben alleen.
- Niet getrouwd?
- Nee. En u?
Ondanks de regen zijn er veel mensen op straat. Namen lijkt een gezellige stad. Iets beter dan Luik wat gebedel en geboefte betreft. Mijn oog valt op Le Mandarin. Een Chinees. Het wordt poulet au curry en het bord gaat finaal leeg. Ik had nog iets in te halen.
's-Avonds haal ik voor het eerst geld uit een Belgische automaat. Met gemengde gevoelens zie ik mijn giropas in het apparaat verdwijnen, maar het ding werkt feilloos. Ik regel ook nog even een goedkopere kamer voor morgenavond. Tegenover het station in café Taverne de Rome verhuren ze chambres voor 1200 franc. De ober is niet snel van begrip.
- Une chambre pour demain. S'il vous plait.
- Pour demain?
- Oui. J'arrive demain.
- Mais vous êtes déja ici!

Na nog wat heen en weer gepraat begint het hem te dagen. Hij pakt er een formulier bij.
- Une personne?
- Oui. Je suis seul.
- Pas marié?
- (?) Non. Et vous?

Hij wel dus. Een nieuwsgierig obertje. Ik steek een hoofd boven hem uit en zo groot ben ik niet. Een 'lefgozertje' zouden ze in Holland zeggen.

's-Avonds zit ik nog een tijdlang met m'n grote teen in warm water. Hij is nog niet in orde. De teen is een beetje gevoelloos. Buiten blijft het regenen. Ik ga vroeg naar bed en lees een paar hoofdstukken in mijn Maigret.