Montpellier
 
Ik eet een croissant bij het ontbijt en bedenk me dat ik een week geleden geen croissant naar binnen kon krijgen. Het kan verbeelding zijn, maar ik heb de indruk dat ik na Avignon in nog betere conditie ben dan ervoor. Alles eruit en dan opnieuw beginnen. Daar knap je van op. Een catharsis als het ware. Misschien moet ik vaker overgeven.

Ik reken af bij iemand van de equipe - 674 franc alles bij elkaar.
- Bicyclette?
- Non, à pied.
- Bravo!

De commissaris staat zich te scheren voor het open raam. Hij wil weten waar ik vandaan kom en naar toe ga.
- À Montpellier.
- Et après?
- Pays-Bas
- Aussi à pied?
- Ah non. Par TGV.

Hij laat me gaan. Ik wandel naar de haven van Carnon, koop croissants en water bij de bakker en verlaat het dorp via de D21e. Helderblauwe lucht.
Viaduct over het kanaal. Ik maak een foto richting Sète. Het kanaal loopt dwars door een meer - Étang de Pérols. En onafscheidelijk loopt daar links van het kanaal het jaagpad, zover je kijken kunt. Eens zal ik naar deze plek moeten terugkeren. Ooit begint hier een volgende wandeltocht. Carnon-Bordeaux of zoiets. Ik heb er nu al zin in.
Pérols. Een bar met louter mannen. Ze hebben hun zaterdagse inkopen gedaan en benutten de gelegenheid om iets te drinken en bij te praten.
Een weggetje door licht heuvelachtig terrein. De zonnebloemen zijn klaar voor de oogst. Montpellier in de verte en grote winkels dichtbij, waar de Montpelliérains hun interieur kopen.
Een buitenwijk van Boirargues, over het erf van Mas Rouge en dan de autoroute. Eindelijk zie ik een geschikt Tai Ji plekje. Er komen een eend (auto) en een eekhoorntje voorbij. Vijftig meter verderop staat het bordje Montpellier.

Een hulpvaardige inwoner wijst me ongevraagd de weg naar het centrum. Het is de weg die hij zelf met de auto zou nemen. Ik verzeil ergens onder de grond. Ze leiden het autoverkeer hier onder het centrum door. Terug dus en verder op gevoel. Ik beland precies waar ik zijn wil: Rue A. Ollivier met Hôtel de Paris.
 
In de receptie zit een kort aangebonden jongeman van ergens in de twintig. Hij geeft me de sleutel van een donkere en muf ruikende kamer, met een raam dat uitziet op drie muren. Hoe dit hotel aan twee sterren komt is me een raadsel. Terug naar de receptie.
- Vous avez une autre chambre avec l'air frais?
- La chambre vous plaît pas?
- Non. Pas du tout.

Ik krijg de sleutel mee van een andere kamer - kamer 15, voor aan de straat. Kamer 15 is bezet. Een vrouwenstem:
- C'est qui?
- C'est moi.

Ik ga me niet voorstellen door een dichte deur.
- On a vous donné cette chambre?
- Oui.
- Attendez...

Vrouw van de eigenaar. Een beweeglijk donker typetje. Ze heeft zich in deze kamer teruggetrokken om zich te verkleden. Zegt ze. Het is de enige plek in het hotel waar ze zich rustig kan verkleden. Heel eigenaardig.
Een goede kamer, alleen het toilet werkt niet. Het eerste wat ik zie, zijn de uitwerpselen van de vorige gast. Het is een chemisch toilet. Ik druk op de knop. De pot begint veelbelovend vol te lopen, maar vergeet vervolgens het zaakje met het bekende slurpende geluid in te slikken. Da's jammer. Beter geen toilet op de kamer dan een toilet dat het niet doet.
Twee sterren? We zitten vrij zuidelijk. Die hotelsterren zullen hier wel gewoon te koop zijn.
  Montpellier is een grote stad - tweehonderdduizend inwoners. De buurt waar ik zit lijkt iets op het Parijse Quartier Latin. Veel eettentjes. Het hotel ligt op honderd meter van Place de la Comédie - het centrale plein van Montpellier. Daar onderdoor loopt de ondergrondse verkeersader - Avenue Frédéric Mistral. Ook hier is de man present. Place de la Comédie gaat over in de Esplanade Charles de Gaulle - een brede schaduwrijke flaneerstrook met aangrenzend parkje. Montpellier is een mooie stad. Helaas - de bedelaars zijn terug in het straatbeeld en de drugsdealers brengen hun spul aan de man in de Esplanade. Ik zwerf door het centrum, haal een foldertje met stadswandelingen bij het Office du Tourisme, koop een Maigret en breng de rest van de dag lezend door.
  Uit alle goedkope aanbiedingen kies ik een Formule 56 franc met aangevreten slabladen en een oude kip. Uitzicht op een stelletje. Jongedame is met haar vriendje uit eten en heeft om hem te behagen een bijzonder laag decolleté aangebracht. Af en toe gaat ze rechtop zitten om het zaakje te promoten. Vriendje glimlacht maar wat en probeert er niet de hele tijd naar te kijken.
Gare SNCF. Als je in Montpellier 's morgens om 8.45 de TGV naar Parijs neemt, dan ben je 's avonds om 22.15 terug in Groningen. Wonderbaarlijk. Maar de computer zegt het - dus zal het wel zo zijn.

Mijn huidige hotel bevalt me niet. Daarom regel ik voor morgenavond een kamer in het paradijs. Hôtel Le Paradis - Rue Baudin - section piétonne. Voetgangersgebied. Rustige buurt.