Monthermé
 
Het is 1 juni. Vanaf vandaag ben ik werkloos - au chômage zeggen ze hier. Werkloos klinkt negatief. Liever zeg ik dat ik vanaf vandaag weer vrij man ben, eindelijk verlost van werk dat mijn gezondheid ernstig ondermijnde. Een punt achter zeven jaar in de automatisering.
Ze geloofden het niet toen ik mijn ontslagbrief schreef. Eerst een uitnodiging van personeelszaken. Of ik even langs wilde komen. Ik vertelde dat het serieus bedoeld was. Maar waarom geen ziekteverlof of gewoon verlof of onbetaald verlof of ander werk binnen de school? Wilde ik niet. Ik wilde weg en niemand in de weg zitten. Of ik wel besefte dat ik op mijn leeftijd (boven de veertig ben je in Nederland bejaard) nergens anders aan het werk zou komen? En of ik wel wist dat als je zelf ontslag nam, je geen aanspraak kon maken op een werkloosheidsuitkering en zelfs kans liep op een strafkorting op de bijstand? Dat laatste wist ik niet, maar voorlopig had ik veel teveel geld om überhaupt voor bijstand in aanmerking te komen.
Ik ontving een brief van de directie, waarin ik werd bedankt voor mijn inspanningen. Men zou nog van alles in het werk stellen om de 'werksituatie' te verbeteren en tot de ontslagdatum kon ik op mijn besluit terugkomen. Die termijn nu is verstreken. Sinds vanmorgen weten ze het zeker: hij is weg.
Ook mijn naaste kennissen konden het maar moeilijk geloven. Zelfs in telefoongesprekken van de afgelopen maand kwam de vraag steeds terug:
- En ga je nu echt weg bij Van Hall?
En dat zijn dan mensen waarvan ik dacht dat ze me een beetje kenden. Raar is dat.
 
 
 
 
 


Chinese spreuk


Autre aspect: vanaf vandaag zit er alleen nog maar een dalende lijn in mijn girosaldo. Het voegt een avontuurlijk element toe aan deze expeditie. Als ik maar lang genoeg doorloop, komt er op een gegeven moment geen geld meer uit de automaat. Daarna heb ik nog mijn Franse cheques en als die op zijn, dan heb ik helemaal niets meer. Dan ben ik een echte zwerver geworden. Het gaat hard trouwens: gemiddeld verdwijnt er honderd gulden per dag.
De Chinezen hebben er een aardige zegswijze voor: zuo chi shan kong. Als je het woord voor woord vertaalt staat er: 'Zit eet berg weg'. Vrij vertaald: 'Als je alleen maar stil zit en eet, dan zal je fortuin snel op zijn al is hij zo groot als een berg.' Mensen denken wel eens dat je lang werk hebt om iets in het Chinees op te schrijven. Is niet zo. Chinezen zijn goede verstaanders - ze hebben aan minder dan een half woord genoeg.

De theepot staat warm te draaien in de magnetron. Eigenaardig. Het krantje ligt weer klaar en ik lees iets over wegwerkzaamheden aan de D988 tussen Fumay en Revin. Helaas is de weg niet voor het autoverkeer gesloten. Mevrouw wil graag mijn naam en adres hebben voor haar gastenboek. Ik betaal driehonderd franc voor twee dagen en vertrek.
Twee kilometer ten zuiden van Fumay liggen een sluis en een spoorbrug. Ook aan deze sluis wordt gewerkt. Om bij het jaagpad aan de overkant te komen zou ik de spoorbrug over moeten. Maar ik ben niet brutaal genoeg en daar krijg ik behoorlijk spijt van want het loopt bepaald onaangenaam langs de snelweg naar Revin. Ik loop links uiteraard - dan zie je de apen in hun karretjes aankomen. Maar je hebt ook Fransen die je van achteren bij inhaalmanoeuvres zowat van de sokken rijden. Ze hebben de brutaliteit om juist in te halen op de plek waar ik loop. Franse automobilisten hebben een blinde vlek voor wandelaars. Die zien ze niet. De laatste paar kilometer voor Revin ligt er een pad langs de Maas. Weliswaar staat er een bordje met Propriété privée, maar afgezien daarvan is de overlevingskans hier beduidend hoger.

Revin ligt in een Maaslus. In twee lussen eigenlijk. Een lus in een rivier is kennelijk een goede plek om een nederzetting te beginnen. Dit brengt me op het volgende gedachtenexperiment:
Stel je hebt een kaart van een onbekend gebied met daarop slechts de natuurlijke gesteldheid aangegeven: rivieren, meren, zeeën, bergen, grondsoort en delfstoffen. Zou het dan niet mogelijk zijn om te voorspellen waar mensen gaan wonen? Wat zijn de strategische plekken waar je vestingen kunt verwachten? Welke daarvan kunnen uitgroeien tot dorpen of steden? Wat zijn agrarisch interessante plekjes en waar verwacht je ontwikkeling van industriestadjes? Waar komen de havensteden, waar liggen de steden aan rivieren en meren. Welke wegen gaan er lopen. Waar kruisen ze elkaar en waar ontstaat op zo'n kruispunt misschien ook weer een plaats? Enzovoort. Een oefening in het zoeken naar aanknopingspunten en verbanden leggen. Je zou het eens kunnen proberen met een onbekend land. Ik denk dat je een heel eind komt. Geef mij de natuurlijke gesteldheid, en ik zal u zeggen waar de steden en dorpen liggen...
Wat rivieren betreft is nu in elk geval duidelijk dat je bewoning kunt verwachten bij de monding van zijrivieren en in rivierlussen waar je rondom een natuurlijke verdediging hebt.
  Bij Revin sturen ze de boten via een sluisje de tunnel in - 550 meter ondergronds om de lus af te snijden. Op het postkantoor probeer ik of ze in dit land inderdaad mijn Franse Traveller Cheques kunnen verzilveren. Een test.
Ik presenteer de jongedame achter het loket drie cheques van 500 franc.
- Ooh-la-la!... zegt ze en een ogenblik later is het hele postkantoor in rep en roer. Dit type cheque hebben ze nog nooit gezien. Het voltallige personeel komt er bij en de cheques gaan van hand tot hand. Ze proberen de cheque terug te vinden in het computerprogramma, maar zonder resultaat. Quoi faire?
De lokettiste belt met experts van de centrale. Die stellen haar gerust. Ze mag de cheques aannemen en ze vertellen haar hoe ze het aan de computer moet uitleggen. Tot mijn verbazing trekt ze er commission vanaf en zo blijft er van mijn 1500 franc slechts 1452 over. Ik vraag me af of dit klopt, want zo wordt er twee keer op dezelfde cheque verdiend, maar ik ga hier niet over zeuren. Inmiddels staat er een flinke rij achter me.
Voor de PTT-medewerkers zelf zijn mijn cheques natuurlijk een welkome onderbreking. Eindelijk gebeurt er weer eens wat en dan werkt iedereen enthousiast mee om van een mug een olifant te maken.
  Op de T-splitsing van de D988 met de D1 ligt een café met een terras. Koffietijd. Er staat een jongen te liften. Hij wil naar Fumay. Op slappe momenten haalt hij een stiletto tevoorschijn, laat het lemmet een paar keer tevoorschijn springen, wrijft er liefkozend langs en laat het moordwapen weer in zijn broekzak glijden. Lekkere jongen. Een man in een Renault-4 neemt hem mee.
De volgende serieuze plaats aan de Maas is Monthermé. Hemelsbreed ligt het niet zo ver weg, maar als je de S-bochten in de Maas volgt (en andere mogelijkheden zijn er niet) dan is het vanaf hier nog zo'n twintig km. Met het stuk vanaf Fumay erbij wordt dat samen dertig. Ik ga het proberen. Voorbij Revin ligt er een mooi weggetje langs het water. Tot de brug bij Laifour staat het niet op de kaart. Een meevaller. Bij het sluisje van Orzi haal ik de Marijke in. Ik voorspel de bemanning dat we elkaar nog wel vaker zullen zien. Zodra de sluis uit zicht is stap ik over in mijn korte broek. De temperatuur stijgt.
De wandeling voert door een fraai natuurgebied. Het mooiste stukje Maas tot dusver. Af en toe een écluse automatique met een sluiswachterswoning ernaast die te koop staat. Bij Mont Malgré Tout doe ik Tai Ji in de schaduw van een eikenboom.
Een spoorbrug, weer een sluisje en daarna het Canal Latéral à la Meuse. Er vaart een Australisch zeiljacht langs met een éénkoppige bemanning: een langharige jongeman met een petje op. Hij zal op wereldreis zijn en nu binnendoor varen naar België en Nederland. Aan de overkant liggen de hoge heuvels van de Rochers des Dames de Meuse en daar is een verhaal aan verbonden.
De drie Heren van Hierges (nu een grensdorpje bij Aubrives) gingen op kruistocht en lieten hun vrouwen onbeheerd achter. Deze vrouwen werkten volgens het principe 'uit het oog, uit het hart' en hadden al snel een andere vrijer. Als straf voor deze trouweloosheid veranderden de drie dames in steen. En nu staan ze daar, al eeuwenlang, als waarschuwend voorbeeld voor ontrouwe echtgenotes.
  Aan deze kant van de Maas (rive droite) liggen verder geen dorpen. Bij Laifour heb je de laatste mogelijkheid om de andere kant op te zoeken. Ik blijf aan deze kant. Mijn knapzak bevat een flesje mineraalwater en twee croissants. Eens kijken of we daarmee de afstand kunnen overbruggen. Het geheim is natuurlijk: pauzeren. Ook op dit traject van Revin naar Monthermé dwing ik me elk uur tot een pauze van een kwartier. Pauzeren is het geheim van lange-afstandslopen. Zorg ervoor dat je niet moe wordt. Als je moe bent is het eigenlijk al te laat. Uitrusten als je moe wordt is goed, maar veel beter is: uitrusten voordat je moe wordt. Uitrusten als preventieve maatregel. We hebben het al eens over het optreden van blaren gehad. Hier geldt hetzelfde principe: voorkomen is beter dan genezen.
  Petite Commune is een gehucht van een twintigtal huizen. Vermoedelijk hebben ze jarenlang leeggestaan (enkele staan nog leeg), maar nu zijn er mensen bezig ze op te knappen. Er draait een cementmolen. Pauze.
Er vaart een péniche langs, Mon Désir. Even later tuffen twee mannen in een slepertje voorbij. Ze komen uit Arnhem. Een slepertje als plezierboot. Een paar honderd meter verder ligt het landgoed Grande Commune.
Mairupt Ferme aan de overkant heeft iets van een spookkasteeltje. Het ziet er onbewoond uit. Een hond die aanslaat bewijst het tegendeel.


- Un autre!
- Nog één... zeg je in het Nederlands als je nog een keer hetzelfde besteld.
- Un autre (een andere)... zeggen de Fransen. Alsof de eerste niet goed was.
Tegen half zes komt een zonovergoten Monthermé in zicht. Op de camping verhuren ze gîtes. Helaas heb ik geen slaapzak.
Monthermé is weer een plaatsje in een lus van de Maas. Het Syndicat d'Initiative aan de Rue Pasteur is gesloten en ik neem gemakshalve Hôtel Franco-Belge er tegenover. Een verkeerde keus. Er staat een goedkoper en veel gezelliger hotel bij de brug. Na mijn gebruikelijke douche en waspartij ga ik daarheen. In de bar wordt driftig gekaart. De mannen houden hun pet erbij op. Ik vraag een pression - een tappilsje. Maar zo eenvoudig gaat dat niet. Twee giechelende jongedames achter de tap leggen me uit dat ze maar liefst vier verschillende soorten tappils hebben.
- Un, deux, trois, quatre. Voilà!
En ze wijzen de vier tappunten aan. Wat zal het zijn?
- N'importe quelle... zeg ik en van die soort neem ik er later nog twee.

Hun restaurant opent pas half acht, maar om het wachten draaglijk te maken brengen de jongedames bij elke pils een schaaltje zoute pinda's mee. Ach ja - in dit logement had ik graag willen slapen.
Een van de Françaises trekt om half acht andere kleren aan en nodigt me uit om in het restaurant plaats te nemen. Druk krijgt ze het niet want na mij komen alleen nog twee Nederlandse vrouwen binnen. Ze staan met een caravan op de camping. De twee zijn overal geweest en onder het eten halen ze oude herinneringen op. Ik begrijp dat ze het overal 'vreselijk leuk' hebben gehad en dat ze steeds weer 'ontzettend' moesten lachen. Maar hier in het restaurant kan er geen lachje af. 'En weet je nog toen...' en dan komt er weer een stomvervelend verhaal. Jammer dat ik het allemaal kan volgen.
- Qu'est-ce que vous désirez comme dessert? Fruit, crème caramel, tarte, glace ...?
- Glace.
- Quel parfum désirez-vous?

En dan vuurt ze weer een salvo af: - Vanille, fraise, café, chocolat...
We zitten in een keuzerijke omgeving.
Monthermé
De naam lijkt op warmwaterbronnen te wijzen. Is niet het geval. Een zekere bisschop Ermel (6e eeuw) gaf zijn naam aan het stadje. Mont-Ermel heette het eerst.
Monthermé heeft drieduizend inwoners. Het ligt (bijna) aan de monding van de Semois - een sterk meanderend riviertje waaraan ook het Belgische stadje Bouillon ligt. De Europese wandelroute E3 volgt de Semois een eind.

Monthermé heeft diverse panorama's in de aanbieding, vanaf de Roche à 7 Heures bijvoorbeeld. Maar vanavond heb ik geen zin in klimpartijen en beperk me tot enig geslenter door de straten.