Mondragon

Helderblauwe lucht. Azuurblauw, zeg maar. Het belooft een warme dag te worden. Retour de la chaleur, las ik gisteren in de krant. Ik ontbijt samen met een Pools gezinnetje en verlaat Pierrelatte over de D13e. Hij voert naar het gehucht Les Blaches. De koeltorens van de kerncentrale komen in zicht en de lucht wordt draderig. Centrale Nucléaire du Tricastin. Veel kassen in deze buurt - krijgen ze afvalwarmte van de centrale?
Enkele kilometers voor het dorp met de eigenaardige naam Lapalud, loop ik een nieuw departement binnen: Vaucluse, nummer 84, hoofdstad Avignon.
Hier begint de Provence.

Weggetje binnendoor naar Pont-St-Esprit. De mistral doet zijn best. Hij schijnt vaak samen te gaan met een blauwe lucht. Landrovers zijn populair in deze streek. Er stopt er eentje om mij te vragen of ik weet waar die-en-die woont.
- Non. Désolé.
Je kunt niet alles weten.
Op de Pont van Pont-St-Esprit staat een file. Een rij ronkende auto's in de zinderende hitte op een brug van meer dan een kilometer lang. Ik haal ze allemaal in. Meest buitenlanders. Eenmaal aan de overkant blijkt dat ze moeten invoegen op een rotonde.

Pont-St-Esprit heette eerst St-Saturnin-du-Port en het ontstond in de 10e eeuw rond een klooster van Cluny aan de monding van de rivier de Ardèche. Toen het dorp groter werd, wilde men graag een brug. In de wijde omgeving was er namelijk geen brug over de Rhône. Waarom niet? Omdat de Romeinen tussen Vienne en Arles geen bruggen hadden nagelaten. De Fransen spreken graag over de Galloromeinse beschaving, maar toen het Romeinse deel wegviel duurde het wel even duizend jaar voordat onze Galliërs op eigen kracht bruggen en kerken gingen bouwen. Deze brug werd gebouwd tussen 1265 en 1309. Twaalf mannen werkten aan de brug alsmede een mysterieuze dertiende die het werk zeer bespoedigde: de Heilige Geest. Vandaar de naam: Pont-St-Esprit.

 
Pont-St-Esprit
Vijfentwintig pijlers heeft de Pont en negentien dateren uit de Middeleeuwen. Ze waren zeer berucht. Menig vaartuig werd door het woeste Rhônewater tegen de pijlers gekwakt. Schipbreuk onder de brug.
Passagiers gingen veiligheidshalve bovenstrooms aan land en stapten honderd meter na de brug weer aan boord.
Pont-St-Esprit zelf is een verkeersopstopping. Het stadje is toegangspoort tot de Ardèche. Het Office du Tourisme is op zaterdag gesloten. Ik had niet anders verwacht. Ik bestel ergens frites met cola en kom tot de conclusie dat de plaats mij allerminst bevalt. Ik was van plan hier te blijven om morgen langs de rechter Rhône-oever verder te lopen - in twee etappes naar Avignon. Maar ik zie er van af. Mondragon is de dichtstbijzijnde plaats in de goede richting en dus switch ik weer naar de rive gauche.
Opnieuw de Pont, nu in omgekeerde richting. Dezelfde file, andere auto's. Een vakantieganger hangt uit zijn raampje en roept:
- Ein Unfall?
- Nein. Eine Rotunde.
- Ach so.

Stroomafwaarts zijn ze bezig een nieuwe brug te bouwen. Een metalen. Deze werklui zullen het zonder Heilige Geest moeten doen, maar nu hebben ze hijskranen en ander materieel tot hun beschikking.
Aan het eind van de brug liggen hotel en restaurants en het gehucht heet heel toepasselijk Le Bout du Pont - het eind van de brug. Ik ben een uur lang in het departement van de Gard geweest.

Ik volg een stukje van de GR4. Deze wandeling begint in Royan aan de Atlantische Oceaan en eindigt in de buurt van Nice. Hij komt nu uit de Ardèche, steekt bij Pont-St-Esprit de Rhône over en klimt achter Mondragon de bergen in. Een rustig weggetje.

Mondragon ligt aan de Autoroute du Soleil en aan de N7. Op de heuvel achter het dorp staat de ruïne van een kasteel. Er hangen witte lakens uit de ramen. Heel eigenaardig. Heeft de laatste kasteelvrouwe de was buiten laten hangen? Drie hotels. De goedkoopste is Hôtel Le Sommeil du Roi - de slaap van de koning. Logis de France zegt het uithangbord. Kamers vanaf 110 franc. Beneden hebben ze een Bar-Tabac waar de jeugd zich vermaakt. Keiharde muziek. Een forse barkeeper in joggingbroek begeleidt me naar de kamer. Het hotelgedeelte is in orde - de rest lijkt niet in de haak. Ik vraag me af of het bordje Logis de France nog actueel is, of dat het er na een glorieuzer verleden is blijven hangen.
  Elders in het dorp zie ik geen goedkope restaurants, zodat ik voor de warme hap terugkeer naar het hotel. Ze hebben een Resto Rapide. Kunnen ze ook een soort menu serveren?
- Oui. Bien sûr!
Of ik maar ergens wil gaan zitten. Achter de bar is een tuintje met struikgewas, twee tafeltjes en een boom waaraan een schommelbank hangt. Een vrouw van een jaar of dertig komt de tafel dekken en de bestelling opnemen. Ze noemen haar Margot.
Ik krijg gezelschap van een andere hotelgast. Hij neemt plaats aan het andere tafeltje. Ik laat hem eerst rustig zijn menu uitzoeken en begin dan een praatje. Het is een Franse wandelaar! Monsieur Deveaux. Hij volgt de GR4 naar de Middellandse Zee en is vanmiddag ook door Pont-St-Esprit gekomen. We krijgen het over de file (bouchon) en hij is de eerste Fransman die ik zijn autorijdende landgenoten voor gek hoor verklaren. De man praat binnensmonds en omdat hij onder het praten ook nog eet, kan ik hem moeilijk volgen.
De maaltijd is goed, maar de ambiance laat te wensen over. Jongens lopen uit de bar de tuin in en gaan doodgemoedereerd tegen de heg staan plassen. De barkeeper incluis. Enkele wensen ons daarbij 'Bon appétit!' Ook komen er jongens speciaal naar buiten om na een flinke rochel in de bloembak te spuwen.
 
 
 
 
 
 
Grandes Randonnées
Ook na mijn tocht had ik er moeite mee uit te leggen waarom ik geen GR's heb gevolgd. De mensen die ik sprak hadden liever gezien dat ik als een idioot slalommend met een rugzak vol topoguides heuveltje op heuveltje af door het Franse landschap was getrokken. Zo zouden ze het zelf gedaan hebben, zeiden ze. Gesteld natuurlijk dat ze ooit kans hadden zien uit hun stoel overeind te komen.
Mijn collega wandelaar komt uit St-Étienne. Monsieur Deveaux is 57 jaar en heeft een volledige kampeeruitrusting bij zich. Alles bij elkaar 12 kilo. Niet veel. Dat ik rivieren volg vindt hij maar niks. Zelf zweert hij bij de Grandes Randonnées. Als ik eenmaal met een topoguide een GR zou lopen, zo beweert hij, dan zou ik nooit anders meer willen. Ik probeer hem uit te leggen wat ik op GR's tegen heb, maar hij laat zich niet overtuigen.
De wandelroutine van Monsieur Deveaux bestaat uit twee uur lopen en dan een uur pauze. Vanmiddag heeft hij ergens tussen Pont-St-Esprit en Mondragon een uur in een boomgaard liggen slapen. En toen hij wakker werd zag hij boven zich de rijpe appels hangen. Hij plukte er eentje en at hem op.
- Aah, c'était délicieux!
Drie weken heeft hij uitgetrokken voor de wandeling van de Ardèche (gisteren liep hij over de Pont d'Arc in de Gorges de l'Ardèche) naar Cassis, even ten oosten van Marseille. Om half elf wenst hij me 'Bonne nuit' en gaat naar bed.
 
 
 
(*) Ik heb het in een gidsje opgezocht. Hôtel Le Sommeil du Roi is inderdaad een Logis de France.
Tot diep in de nacht is het beneden een vreselijke herrie en ik kan de sommeil du roi heel moeilijk vatten. In m'n dromen hoor ik voortdurend iemand 'Margot!' roepen.
- Margot! Margot!
Ik kijk op m'n klokje. Half drie. De muziek is gestopt. Dronkelappen schreeuwen nog wat na en nog steeds klateren de waterstralen onder mijn raam. Is dit een Logis de France? (*)