Het kloosterleven is een verzacht mensenoffer.
-De zwerftocht van Belcampo
Belcampo

Meaux
 
Koortsachtig nachtje. Oorzaak? Moe in combinatie met te weinig eten en drinken? Of zitten er slechte vibraties in de lucht - als gevolg van al die weggegooide levens? De Keltische druïden brachten mensenoffers aan hun goden. De katholieke hogepriesters vragen eigenlijk hetzelfde van hun personeel - alleen duurt hier het offer een leven lang.
Ik ontbijt tussen een dertigtal Franse schoolkinderen. De leerkrachten zitten er ook bij. Ze negeren me en praten alleen met elkaar. Nonnen serveren het ontbijt. Er lopen ook enkele in burger. Stagiaires wellicht. Ze praten Pools.
De moederoverste vraagt of ik vandaag ook nog blijf. Aardig aangeboden, maar ik vertrek. Nadat ik het foldertje over Jésus-Christ ongemerkt weer op het stapeltje heb gelegd, loop ik om half negen de poort van de Poolse missie uit en daal af naar La Ferté. De winkelier van gisteren doet juist zijn deuren open.
- Ç' a été?... vraagt hij. Hoe was het?
- Très bien. Une salle pour moi-même.
- Voilà!

Deze keer in de betekenis van: - Zo zie je maar!


 
 
 
 
De chemin de halage houdt het niet lang vol. Tot Morintru-en-Bois. Daarna de D3 die de spoorbaan volgt. Er stopt een Renault-4 en de bestuurder biedt mij spontaan een lift aan. Hij kan zich niet voorstellen dat iemand hier voor zijn lol loopt.
Ussy-sur-Marne. Tussen de bomen aan de Marne staan tenten. Een camping municipal. Bij gebrek aan plaatselijke horeca gebruik ik het campingtoilet. De zon breekt door de wolken heen en ik doe mijn Tai Ji oefeningen voor de deur van een grote schuur. Een jongen zoemt met een trekkertje grasmaaiend over de camping, een vrouw hangt de was op en de kerkklok slaat tien uur. Als de jongen klaar is met grasmaaien, parkeert hij zijn apparaat naast de schuur en gaat het dorp in. Later komt hij terug en nu ik de weg niet meer blokkeer, opent hij de schuurdeuren om zijn trekkertje naar binnen te rijden. Eerder durfde hij me niet te storen. Grappig.
Ook bij Ussy loopt het jaagpad dood en ditmaal wordt het de D3E - nog steeds langs de spoorbaan. Het zijn de treinen van en naar Parijs die hier langs snellen - les rapides. In het sprookje Le Petit Prince praat het prinsje met een wisselwachter. Het prinsje heeft nog nooit een trein gezien, want hij komt van een asteroïde - van asteroïde B 612 voor wie het precies wil weten.
 
 
Antoine de Saint-Exupéry. Le Petit Prince, Gallimard, 1945.
Een verlichte sneltrein, bulderend als de donder, deed het seinhuisje trillen.
- Ze hebben veel haast, zei de kleine prins. Wat zoeken ze?
- Dat weet de machinist zelfs niet, zei de wisselwachter. Opnieuw denderde er een sneltrein voorbij, nu van de andere kant.
- Komen ze al weer terug?... vroeg de kleine prins.
- Dat zijn niet dezelfden, zei de wisselwachter. Het is een uitwisseling.
- Waren ze niet tevreden, daar waar ze waren?
- Men is nooit tevreden waar men is, zei de wisselwachter.
-Le Petit Prince
Antoine de Saint-Exupéry

Autoroute de l'Est. Volksverhuizingen in beide richtingen. De één wil zo snel mogelijk naar Parijs, de ander wil er zo snel mogelijk vandaan. Met de auto is het vanaf dit punt nog vijftig kilometer naar het Parijse centrum. De autootjes die ik nu naar het westen zie rijden, zijn er binnen een half uur. Mij kost het nog twee dagen. Zou dit een verslag van een autotocht zijn, dan ging de volgende zin over Parijs. Nu duurt het nog vele pagina's voor we in Parijs aankomen. Dat is het verschil tussen lopen en autorijden: tien bladzijden tekst.

 

jumeaux - tweelingen
Bij Changis-sur-Marne begint de Marne aan een grote lus. Ik steek de rivier over naar St-Jean-les-Deux-Jumeaux met de bedoeling de lus af te snijden. Koffie in een restaurantje met een norse barkeeper - het type waarop Fransen patent schijnen te hebben. Het is hem eigenlijk te min om een buitenlander te bedienen. Was hij aardiger geweest, dan had hij meer aan me kunnen verdienen, maar nu haal ik een lunch bij de Alimentation van een Algerijn. Voor de kerk staan bankjes en daar eet ik de waren op.
Twee vage figuren slenteren op me af. Zwervers - jongens van een jaar of twintig. Als ik het goed begrijp zijn ze bang dat ik hier in St-Jean-les-Deux-Jumeaux ga bedelen. Dat hebben ze liever niet, want dit is hun stek. Ik kan ze geruststellen. Ik ben niet van plan hier te gaan bedelen. Of ik dan misschien geld voor hun heb? Nee, dat heb ik niet. Ik leg ze uit dat ik mijn geld zelf nodig heb. Ze verwijderen zich.
Zoiets hoef ik niet over na te denken. Het is een principe. Ik ben niet naar Frankrijk gekomen om er de bedelaars te onderhouden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Il fait froid
- Il fait froid, zeggen de Fransen. 'Il' is onze lieve Heer die in Frankrijk nog steeds het weer regelt. 'Hij maakt het koud.' Als het regent, zeggen ze: -Il pleut .
'Il faut que...' is een andere uitdrukking waarin le Seigneur een rol speelt: 'Hij wil dat...' Je vertaalt het met: 'moeten' of 'nodig zijn'.
Wie een rivierlus afsnijdt, moet klimmen. Dat is een axioma. Het uitzicht wordt steeds beter. De autoroute komt weer in beeld - een lang lint tussen de heuvels. Monceaux-les-Meaux ligt boven op de berg. Er staat een kasteel of wat er nog van over is en naast de kasteelmuur gaat de weg steil naar beneden, naar Trilport. Donkere luchten en veel wind.
Een café in Trilport. Een potig mannetje rolt verse biertonnen naar binnen en drinkt twee demis aan de bar om even bij te praten. Met een À la prochaine! neemt hij afscheid. In het café staan twee deuren tegen elkaar open tot de baas er achter komt dat het buiten frisjes is.
- Il fait froid, zegt hij en doet de deur dicht.
Ondertussen had ik al een tochtvrij plaatsje opgezocht. Thee met ei. De gekookte eieren liggen in een schaaltje op de bar. Ze hebben een krant en ik werk mijn verslag bij. Haast heb ik niet, want ondertussen is het gaan regenen. Bovendien doen m'n voeten zeer - de voetzolen wel te verstaan. Blaren zitten er niet. Misschien is de looplaag te dun geworden. Hoog tijd voor een weekje pauze in Parijs.
Trilport ligt aan de Marne. Een dorp van drieduizend inwoners. Van hieruit is het nog vijf kilometer naar Meaux - langs de vierbaans RN3. Eerst probeer ik de Marne te volgen (op de rechteroever) maar moet er voor de derde keer vandaag van af zien. De RN3 dus - over het fietspad. Van Trilport tot aan Meaux is het langs de weg volgebouwd met hotels, meubel- en autogiganten, supermarkten en allehande reclameborden.

De Marne heeft in deze streek een parallelle tak: het Canal de l'Ourcq. Meaux ligt in een lus van deze gekanaliseerde tak en naast dit kanaal zie ik vanaf de grote weg goede wandelpaden lopen. Het is dus mogelijk om Meaux op een leukere manier te bereiken. Via een omweg weliswaar, maar zoals zo vaak: de mooiste weg is de omweg.
  In het verlengde van de RN3 ligt een gezellige winkelpromenade. Ik stap bij een bakker binnen voor koffie met koek. Volgens de bakker ligt het syndicaat vlakbij de Cathédrale St-Etienne en dit klopt. Ik word geholpen door een jong meisje. Maar zo jong als ze is, ze heeft al een klein decolleteetje en ze gunt bezoekers een blik op de delicatessen in aanbouw. Haar moeder zit er ook. De goedkoopste hotelkamer kost negentig franc. Ze belt.
- Oui, c'est un monsieur.
Dames zien ze er liever niet en dat begrijp ik zodra ik in het hotel arriveer. Het is een mooi pand aan de Marne, maar de kamers zijn goor. De douche durf ik niet te gebruiken - schimmelkolonies op het houtwerk. Vanuit de kamer heb je een prachtig uitzicht op de rivier en de boulevard, maar in de kamer zelf kun je niet op sokken rondlopen. Het beddegoed is het enige dat er schoon uitziet. Handdoek ontbreekt. Een uur later koop ik een nieuwe handdoek bij de Prisunic (een soort Hema) en gebruik mijn oude exemplaar om de vloer mee aan te vegen.
  Het hotel-café-restaurant is in handen van Arabieren. Vrouwen zie ik er niet. De barkeeper is een jongeman van een jaar of twintig. Hij speelt de vlotte jongen. Als ik weer beneden kom, krijgen we een grappig misverstand. Hij zegt:
- Il y a un problème avec votre chambre. Je peux vous aider.
Ik begrijp dat er een probleem is met mijn kamer. Een dubbele boeking misschien? Zonder enige spijt zou ik hier weer opstappen. Maar dat is het niet. Ik heb de 's' gemist. Hij zei:
- S'il y a un problème... Als er een probleem is, dan wil hij me wel helpen. Vreemd dat je met één letter erbij een totaal andere zin krijgt.
- Ah non. Il n'y a pas de problème.

Meldi Meaux is een stad met een kleine vijftigduizend inwoners. In de Romeinse tijd was het de Civitas van de Meldi - een kleine Keltische stam die tussen Seine en Marne woonde. De Romeinse naam was Latinum of Lantinum. De plaats lag aan de Romeinse weg van Senlis naar Chailly-en-Brie, Sens en Auxerre. De weg waar nu de kathedraal aan staat was de Decumanus. Waar het forum lag, weet men niet. Ten noorden van de stad (bij Croix St-Faron) is een amfitheater terug gevonden. Er liggen ook nog twee tempels op een plek die al voor de Romeinse tijd (4e eeuw vC) als heiligdom was ingericht.

Een brasserie in de binnenstad. Het is er druk. De werkdag zit er op en de Fransen komen bij van alle vermoeienissen. Dit is het land waar ze elkaar 's morgens 'Bon courage' toewensen voor ze naar hun werk gaan. Alsof ze naar het front moeten.
Een van de klanten krijgt plotseling grote haast. De man grijpt z'n tas, snelt de deur uit, de straat op, springt voor auto's langs en belandt uiteindelijk bij iemand in de auto die daar al een tijdlang doodgemoedereerd tussen het toeterende verkeer staat te wachten. Ondanks al het geclaxonneer, vindt iedereen de solo-aktie prachtig.
Frankrijk moet je bekijken met een borrel op. Dat doen de Fransen zelf ook. Daarom beginnen ze ook 's morgens vroeg al te drinken. Ze nemen eerst een borrel in hun stamcafé. Beneden een bepaald promillage is het leven hier niet vol te houden.
Panta Rei
Panta Rei - alles stroomt. Zo vatte Plato de leer samen van de Griekse filosoof Heraclitus (ca 500 vC). Niets is vaststaand - alles is bezig te ontstaan of te vergaan.
Het Chinese orakelboek de Yi Jing gaat van hetzelfde idee uit. De Yi Jing, het Boek der Veranderingen, is een van de vijf Chinese klassieken.
De Arabieren serveren een menu met cous-cous. Goed en goedkoop. Het restaurantje bij zo'n waardeloos hotel kan bijzonder goed zijn. Die twee dingen zijn in Frankrijk volledig gescheiden.

Avondwandeling langs de Marne. De twee Belgische bootjes liggen er weer: het Skûtsje en de Panta Rei. Onafscheidelijk. Ze kunnen me aardig bijhouden. De opvarenden laten zich niet zien.