Dimanche
Met zondag is iets eigenaardigs aan de hand. Het Franse dimanche is afgeleid van Dies Dominicus - de dag des Heren.
In de Romeinse tijd heette de dag Dies Soli. Hij was gewijd aan de zonnegod Sol - ook in Gallië. Maar aan het eind van de tweede eeuw verving men de naam onder invloed van het christendom door Dies Dominicus.
In de buurlanden bleef de zon in de naam: sunday, Sonntag, zondag.
Marcigny
 
Ontbijt vanaf zeven uur, zo is mij gisteren verzekerd. Om zeven uur zitten alle deuren nog dicht en er is geen teken van leven te bespeuren. Via de nooduitgang bereik ik de binnenplaats en wacht de loop der gebeurtenissen af. Na een half uur komt er beweging in het hotel en over de binnenplaats verspreidt zich de geur van geroosterd stokbrood.
- J'ai dormi trop longtemps, zegt de hotelier.
- C'est pas grave.
- Ah non. C'est le jour du Seigneur, hein?

Aardige man. Zijn vrouw is er eentje met gebruiksaanwijzing, maar misschien heeft hij die erbij gekregen.
Le jour du Seigneur - de dag des Heren. De dag waarop je eigenlijk niet mag werken. Het is een van de tien geboden uit het Oude Testament. De kerk verbood al heel vroeg het werken op zondag en verzon allerlei fabels ter intimidatie van de gelovigen. Wat kon er zoal gebeuren als je het gebod overtrad? Op het concilie van Maçon in 585 noemden de bisschoppen diverse voorbeelden uit hun eigen praktijk:
- handen waarmee op zondag gewerkt was, verdwenen spoorloos
- woningen waarin men had doorgewerkt, brandden spontaan af
- kinderen die op zondag waren verwekt, kwamen misvormd ter wereld.
- enzovoort.
'Gij zult niet doodslaan' is een ander gebod. Daar hebben gelovigen het altijd veel moeilijker mee gehad. De zondag in ledigheid doorbrengen ging nog wel - 'niet doodslaan' was echt teveel gevraagd. Kruistochten, vervolgingen, brandstapels, godsdienstoorlogen... heel ongezellig allemaal. Maar ik dwaal af.
  Kwart voor acht. Ik trek het touwtje van mijn rugzak dicht en... daar schiet het me in de rug. Een vlammende pijn onder in de rug. Boy oh boy - ik kan nauwelijks rechtop staan. Hôtel Terminus, denk ik, wat een ongeluksplaats! Kost wat kost moet ik hier zien weg te komen, voordat het inderdaad mijn eindstation wordt. Ik reken af en ga op weg. Heel voorzichtig, zo goed en zo kwaad als het gaat.
Eerst naar de bakker voor de twee croissants en het flesje Vittel. Spraakzaam bakkersmeisje. Vraagt of ik op excursie ga. Ik mompel iets onverstaanbaars. Oui? Nou dan heb ik alle gelegenheid om bruin te worden (bronzer) want er is veel zon voorspelt. 't Is vriendelijk bedoeld. Zelf zou ze ook wel wat zon kunnen gebruiken want ze ziet spierwit. Maar de Franse zinnen willen me zo snel niet te binnen schieten.
- Eh bien. Bonne route! zegt ze.
Als dat zou kunnen... Voorlopig sjok ik krampachtig met een zeer pijnlijke rug langs de D982. Zwaardvechter Musashi heeft met een welgemikte houw het zaakje horizontaal gespleten, maar zoals je bij stripfiguren wel vaker ziet, kan ik na de fatale klap nog een tijdje doorlopen.

Negen kilometer naar St-Yan en ik heb ergens gelezen dat er een hotel staat. Desnoods blijf ik daar - als ik eerst maar de onheilsplaats Digoin achter me heb liggen.
's Zondagmorgens is het niet druk op de Franse snelwegen. Ik loop flink te balen. Eindelijk prachtig weer om te lopen en dan krijg je dit.
Negen uur. Een zijweggetje bij la Motte - de vlek. Tijd voor mijn geheime wapen. Drie kwartier later loop ik verder. Nu is het te harden. De pijn in de rug is niet weg, maar ik heb er minder last van.
Een café in Varenne-St-Germain. Vanuit de gelagkamer kijk je de huiskamer in waar een vrouw in joggingpak staat te strijken. Ze zet de strijkijzer op z'n kant en komt de bestelling opnemen. Ik heb de café crème moyen ontdekt. Dan geven ze je geen soepkom en ook geen kabouterkopje, maar iets ertussen in. Zeven franc kost hij hier. Ook aantrekkelijk is 'un petit café avec une verre d'eau'. De koffie voor de smaak, het water voor de dorst. Het glas water krijg je er gratis bij.
In het café zitten vier boeren te kaarten. Petten op. Een man met één been hinkt naar binnen en laat zich naast de mannen op een stoel vallen. Hij zegt niks en drinkt niks. Hij kijkt alleen maar.
Het wordt drukker op de D982. Ook veel Nederlanders met of zonder caravan, op weg naar het zuiden.
  St-Yan heeft drie hotels. Misschien vanwege het dichtbij gelegen Paray-le-Monial, één van de grootste bedevaartsoorden in Frankrijk. Heel onlangs was men er weer getuige van miraculeuze gebeurtenissen - zo las ik in de regionale krant. Huilende Mariabeeldjes, Mariaverschijningen... dat werk. Af en toe moet je iets verzinnen om de pelgrimstroom op gang te houden.
Ik zoek een ansicht van St-Yan om deze met passende tekst naar m'n Tai Ji lerares te sturen. Ze heet Wang Yan. Lukt niet. Met enige moeite zet ik mij neer op het terras van Hôtel l'Univers. Zitten is lastig vandaag.
De waard is bezig met de voorbereiding van het middagmaal. Hij lijkt sprekend op de herbergier uit de Bommel-boeken. Type everzwijn, wit jasje, broeierige blik en een groot hakmes in de hand waarmee hij scheldend achter zijn vrouw aan draaft. Niet iemand om het mee aan de stok te krijgen. Zijn vrouw is overigens absoluut niet onder de indruk. Ze serveert een pot koffie met een kannetje warme melk (12 franc) en pakt haar breiwerkje weer op.
Ik twijfel of ik hier zal blijven. Het lijkt een prima plek. Kamers voor 110 franc en misschien komen er nog meer stripfiguren op bezoek. Aan de andere kant - het is nog maar elf uur.
 
 
 
 
 
 
Chinese strategie nr. 28



beklimmen - huis - weghalen - ladder

Iemand het dak op lokken en de ladder weghalen.
Op het terras hebben ze last van wespen - les guèpes. Op elke tafel staat een wespenval en overal staan nieuwe wespen te dringen om erin te vliegen, terwijl ze toch kunnen zien dat het hun soortgenoten binnen niet zo best vergaat. Aan de zoete lucht kunnen ze geen weerstand bieden. Als ze eenmaal binnen zijn, willen ze weer naar buiten.
De wespen buiten willen naar binnen (lukt altijd) en de wespen binnen willen naar buiten (lukt nooit). 'Iemand het dak op lokken en de ladder weghalen'. Dat is Chinese strategie nr. 28 en daarop zijn de meeste vallen gebaseerd: je kunt er wel in, maar niet weer uit. Elke diersoort heeft zo zijn zwakke kanten en als je die kent, kun je ze met een valstrik vangen. Meestal komt er een lokaas aan te pas. Overal gebruikt: door vissers, stropers, jagers, vleesetende planten...
En hoe kun je mensen vangen? Die slimme Homo Sapiens - hoe vang je die? Vraag het maar aan de reclamejongens en de lui van de afdeling marketing. Zij kennen alle trucs. Mooie vrouwen bijvoorbeeld - die doen het altijd goed. Er zijn andere: eten, geld, eer, macht, status...
Universele bespiegelingen bij Hôtel l'Univers.
Ik loop verder. Eens kijken waartoe een getergde heer in staat is. Een secundair weggetje door het dal van de Loire naar l'Hôpital-le-Mercier (wel een château, geen café) en verder naar Vindecy waar een restaurantje staat. Het eetzaaltje zit vol en er hangt een lucht van gebakken vis. Het hele gezin helpt mee in de bediening: man, vrouw, zoon en dochter. Ik bestel patat en de eigenaar brengt me eigenhandig een portie voor drie personen. Hij lacht. Hij wil wel eens zien wat ik hier van opeet. Ik eet een portie op voor één persoon en lever de rest weer in. De dochter vraag ik om water.
- Du robinet?
- Oui.

Een kan water met ijsklontjes. Ik vraag me af of het echt uit de kraan komt, want Fransen zijn daar niet dol op en soms komt er een chloorluchtje vanaf. Maar waar zou het anders vandaan moeten komen?
Drie giechelende meisjes op het terras. Pa stuurt er met een knipoog zoonlief op af. Zoon brengt verslag uit. Verder is er grote belangstelling voor een sportwagen waarin een van de gasten komt aanrijden. Alle mannen lopen naar buiten om het vehikel te bekijken.
Vindecy heeft driehonderd inwoners en ligt aan een wit weggetje - de D130. Volgens de barformule kan een café hier niet uit. Maar Vindecy heeft iets extra's: er ligt een brug over de Loire en het is de enige brug tussen Digoin en Marcigny. Ik moet de barformule uitbreiden met een soort attractieconstante:

Barformule
Er is een bar als: I x wegconstante x attractieconstante > 600
attractieconstante: 2 voor een brug
Zo klopt hij weer voor Vindecy.

Op de comptoir ligt een dienblad van Droste's Cacao. 'Honderd-en-een recepten met cacao' staat erop. Ik vertaal het voor de zoon des huizes. Weet hij tenminste waar hij mee rond loopt.
  Heet is het op het weggetje naar Arcy. Het witte T-shirt heeft als voordeel dat het niet warm wordt, maar als je transpireert voelt het shirt koud aan. Dat is het nadeel. Misschien moet ik iets tussen zwart en wit in hebben.
Réffy. Een chambre d'hôte in een omgebouwd boerderijtje. Gisteren heb ik overwogen hier iets te bespreken. Réffy ligt op loopafstand van Digoin, maar het is niet meer dan een gehucht. Aucune ressource. Ik zou er kunnen aanbellen, maar in plaats daarvan rust ik uit tegen een muurtje en rook een sigaar.
  Baugy. Weer een restaurantje. Deze keer met lawaaierige jongelui en een uitnodigend klaar staande piano. 't Is dat ik mijn spel na drie maand verwaarlozing niet meer vertrouw, anders zou ik iets proberen. Op het terras zitten moeder en dochter. De dochter is in verwachting. Vraag niet hoe ik het weet, maar de baby krijgt geen vader. De houding van het meisje en ook die van haar moeder is er gewoon niet naar. Ze is zwanger geraakt en nu wachten moeder en dochter af op wat komen gaat.
In Marcigny wonen verstandige mensen. Ze hebben de D982 in een halve maan om hun stadje heen gelegd. Zo hou je het rustig binnen de bebouwde kom. Het is nog heel warm als ik om half vijf in het centrum aankom. Het Syndicat is gesloten, maar het winnende hotel heb ik al gezien: Hôtel Saint Antoine, een Logis de France. Een uiterst beleefde jongeman staat me te woord. René. Gewoontegetrouw vraag ik naar de goedkoopste kamer. Dat is er eentje van 85 franc!
René gaat mij voor de trap op en wijst me op de gevarenzone: de bovenste trede is niet meer dan een halve trede. Elke dag weer gaan hier hotelgasten onderuit, zo vertelt hij met een effen gezicht.
De brede overloop is smaakvol ingericht met zitje en leestafel. Ik krijg een grote kamer voor bij de weg, vlak boven de hotelingang. Naast het tweepersoonsbed staat een kinderbedje. René wil het weghalen, maar van mij mag het blijven staan.
- On ne sait jamais, zeg ik bij wijze van grap.
- C'est vrai, zegt hij bloedserieus.
Saint Antoine
Egyptische asceet (251-356!) die meer dan zeventig jaar in de woestijn woonde. Grondlegger van het monnikenwezen. Hij voerde de ascese zover door dat hij zich schaamde om te eten.
Boerenzoon en dus patroon van de boeren. Je ziet hem vaak met een varken afgebeeld. Hij kan zowel besmettelijke ziekten opwekken (Sint-Antoniusvuur - gordelroos) als genezen. De Orde der Antonieten (1095) stichtte hospitalen.
Pression op het hotelterras. Ik ben zeer tevreden over mijn prestatie. Vandaag een kleine dertig kilometer gelopen met spit in de rug. Zie ik niet iedereen doen. Allemaal dankzij Tai Ji natuurlijk, maar toch...
Inmiddels is er een vrouw van een jaar of veertig in het hotel teruggekeerd die me vriendelijk groet. Dat zal Madame Brenon zijn. Haar man is Jeu de boules kampioen. Achter de bar hangt het vol met foto's van winnende teams. Het Championnat de France zag ik er ook bij. In dat geval zul je wel gelijk wereldkampioen zijn. Ik kan me niet voorstellen dat volwassenen buiten Frankrijk zich met die groot uitgevallen knikkers bezig houden.

Marcigny (2500 inwoners) is een aangenaam plaatsje. De Place du Cour is een grote marktplaats met bomen, terrasjes en de bekende manège. De binnenstad lopen smalle oude straatjes en er stroomt een riviertje door de stad: de Mardasson Rau.
 
 
 
 
 
Feng Shui


wind water

De leer van wind en water.



Het Chinese denken over huizen en tuinen is volledig bepaald door het idee dat het huis zelf slechts een onderdeel van het omringende landschap is, zoals een juweel in zijn vatting, en daarmee harmoniëert.
-The importance of living
Lin Yutang
Op de Table d'Information lees ik dat Marcigny haar naam ontleent aan de Romeinse patriciërsfamilie Marcinianus die hier een Villa Rustica bezat. Die Romeinen hadden een fijne neus voor mooie plekjes. Maar in die tijd had je dan ook mensen die zich speciaal bekwaamden in het uitzoeken van mooie plekjes om een huis te bouwen. In China heb je ze nog. In Hong Kong wordt geen gebouw neergezet zonder eerst een specialist te raadplegen. Feng shui heet de techniek.
De huidige wetenschap rekent dit helaas niet langer tot haar gebied. Maar zou er, afgezien van alle bijgeloof, niet iets in zitten? De meeste menselijke nederzettingen vormen een inbreuk op de natuur. Het vloekt, stoort, onderbreekt of disharmonieert anderszins. Toch heb je ook huizen, boerderijen, dorpen en zelfs steden die voor ons gevoel ideaal in het landschap passen - of die het zelfs vervolmaken.

Tijdens de maaltijd is René mijn persoonlijke butler. Hij heeft zich in het zwart gekleed en staat met het servet over de linkerarm geslagen geduldig in de hoek van de eetkamer te wachten tot ik weer een gang heb afgerond. 't Is dat ik een gezonde eetlust heb, anders zou het me op de zenuwen werken. René produceert alleen maar beleefde zinnetjes uit het boekje van de hotelschool. Hij begint met:
- Est-ce que vous désirez un apéritif?
- Un demi Vittel s'il vous plaît.

Hij komt terug met een literfles. Ze hebben niet kleiner.
- Mais on va vous facturer seulement le demi, zegt hij geruststellend.
Ze gaan me slechts een halve liter in rekening brengen. Het zou me grote moeite kosten in dit hotel arm te worden.