Maastricht

De Romeinen ontdekten een doorwaadbare plaats naast de Sint-Servaasbrug...
- Uit een boekje over Maastricht

 
In Valkenburg zie je geen asielzoekers. Heb je eindelijk een stadje dat op de komst van duizenden is berekend - staat alles leeg. In Valkenburg hebben ze evenveel logeeraccommodatie als inwoners. Koffie is geen probleem in Valkenburg. Ze schenken het graag. Het is mooi weer en we zitten op een terras tegenover de VVV.
De Geul stroomt door Valkenburg. Zo'n kabbelend riviertje door de stad doet het goed. Met wat fantasie en omleidingen zou je op deze manier veel meer plaatsen aantrekkelijk kunnen maken.
De Geul ontspringt in het Duitstalige deel van België en mondt bij Bunde uit in de Maas. We lopen langs de Geul op de zuidelijke oever en blijven haar volgen, ook als het Pieterpad afbuigt naar Terblijt en Bemelen. We pauzeren bij de ingang van een camping en eten zittend op een grote kei een krentenbol. Een vrouw komt ons vertellen dat er verderop speciale picknickplaatsen zijn. Waarom we daar niet heen gaan?
- OK. Doen we... zeg ik. Zou ik hier trouwens even naar het toilet mogen?
- Ja ja. Dat dacht ik wel. Nou voor deze keer dan.
Een onplezierig vrouwspersoon. Ze wil ons gewoon weg hebben, want de mooie picknickplaatsen verderop bestaan helemaal niet. Nou ja, er staan wat bankjes aan een modderig paadje langs de autoweg. We lopen door tot een restaurantje en bestellen soep.
 

 
Pauze in een parkje aan de rand van Maastricht. Bert ligt languit onder een boom in het gras - ik doe Tai Ji en maak een foto van het plaatsnaambordje. Mijlpaal: Maastricht bereikt. Dit was de aanloop. Nu de sprong naar het zuiden.
Op weg naar het centrum komen we toevallig langs het ANWB-kantoor. Geen kaart van België. Later krijgen we bij de VVV ook nul op het rekest. De wandelkaarten houden bij de Nederlandse grens op. Ik begin me flink aan deze tekortkoming van de VVV's ergeren. Trek met je passer een cirkel van vijftig kilometer rond je VVV-kantoortje en je hebt het gebied waar je tenminste 1:50.000 kaarten van hoort te hebben, al gaat de cirkel door vreemde landen als Duitsland of België.
De jongen bij de ANWB beveelt ons zijn eigen autoroute aan om in het centrum te komen. Wij weten wel beter en lopen westwaarts. Het NS-station, de Maas over via de Sint-Servaasbrug en dan het centrum in op zoek naar logies. Het goedkoopste hotel is Hotel Porte du Paradis aan de Markt, maar deze poort naar het paradijs ziet ons er net ietsje te louche uit. Vanaf een terrasje op het Vrijthof proberen we de andere adresjes. Pas bij de zoveelste is het raak: logies zonder ontbijt, maar wel heel dicht bij het Vrijthof - aan de Bredestraat. De pensionhouder is een man van een jaar of veertig. Het pension is niet meer dan een slaapgelegenheid - een kaal herenhuis met een lege ontvangstkamer annex douches en toilet.
De speurtocht naar een Belgische kaart gaat door tot diep in de namiddag. Maastricht heeft geen boekhandel die zich heeft gespecialiseerd in fietsen en wandelen, zoals De Zwerver in Groningen of Pied à Terre in Amsterdam. Hij is er wel geweest, zo wordt ons verteld, maar bestaat niet meer.
- Ik dacht dat die en die het heeft overgenomen, horen we. Mis - niemand heeft het overgenomen. In Maastricht kunnen ze je niet helpen aan een nauwkeurige kaart van het gebied dat tien kilometer verderop ligt.
We eten wat, schrijven ansichten aan gemeenschappelijke kennissen en dammen in een café aan het Vrijthof. Bert gelooft heilig in de relatie die hij voor mij uit de krant heeft gevist. Het getal 17, een dame van 37, in de buurt van Groningen, een positieve reactie op zijn brief - dit alles wijst overduidelijk op een voorbeschikking van het lot. Ik noem de afstand Groningen-Emmen als bezwaar voor een ontspannen kennismaking. Er ligt een volledige Hondsrug tussen. Maar Bert wuift deze details van de hand. Hij zal binnenkort de dame in kwestie eens te eten uitnodigen om zo de kust verder te verkennen. Aldus besloten.
't Is goed bedoeld natuurlijk, maar momenteel ben ik niet in de stemming voor dit soort ontmoetingen. Ik hou wel van toeval, maar niet van het soort waarvoor ik tweemaal 65 kilometer in een bus moet zitten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Trajectum
Het omslag van Pieterpadboekje deel II vermeldt: traject II Vorden-Maastricht.
Hier staat taalkundig drie keer hetzelfde! De wandeling loopt van de ene doorwaadbare plaats naar de andere en het afgelegde stuk heet traject - doortocht.
Tijd voor een stukje geschiedenis. Eerst iets over het ontstaan van Maastricht. Uit allerlei bronnen heb ik wat bij elkaar verzameld en uit de fragmentarische en zich hier en daar tegensprekende informatie ben ik zo vrij het volgende beeld te schetsen:
Germania Inferior was de meest noordelijke provincie van het Romeinse keizerrijk. In het noorden grensde hij aan de Rijn en Keulen (Colonia Agrippina) was de hoofdstad. Keulen zelf lag aan de grensweg langs de Rijn. Een tweede belangrijke verbindingsweg was die van Keulen naar het huidige Boulogne-sur-Mer (Bononia), van waaruit je Het Kanaal kon oversteken. Brittannia was ook in Romeinse handen. Deze weg, ook wel de 'Via Appia van het Noorden' genoemd, kruiste de Maas net boven de uitlopers van de Ardennen. Daar bevond zich een doorwaadbare plaats.
Op deze strategische plek werd een garnizoen gelegerd en er ontstond een nederzetting op de linker Maasoever: Traiectum ad Mosam. Een Traiectum is een overzetplaats of een doorwaadbare plaats. Eerst heette de stad ook wel gewoon: Traiectum. Ad Mosam (bij de Maas) voegde men er later aan toe ter onderscheiding met Utrecht dat ook Traiectum heette. Bij Utrecht kon je namelijk de Rijn oversteken.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Vicus
Stadswijk, dorp, vlek, landgoed.
Volgens een recent boekje over Maastricht is de nederzetting ca 50 vC ontstaan, maar dit lijkt me overdreven omdat Julius Caesar omstreeks die tijd de Gallische stammen nog maar net op de knieën had.
Aan het einde van de eerste eeuw (andere bronnen houden het op de 4e eeuw) bouwden de Romeinen een houten brug over de Maas. In de stenen fundering werden veel grafsteenfragmenten verwerkt. De Romeinen waren praktisch ingesteld. De fundamenten van deze Romeinse brug vond men begin jaren zestig zo'n honderdtwintig meter ten zuiden van de huidige Sint-Servaasbrug.
Maastricht was geen stad in de Romeinse zin van het woord. Het was geen Municipium zoals Nijmegen, maar een Vicus: een nederzetting of wegdorp. Het had een oppervlak van 15-20 hectare.
In de 4e eeuw bracht men de nederzetting terug tot een Castellum - een vesting. Het Castellum had een oppervlak van slechts 2 ha. Dit was beter te verdedigen tegen invallen van Germaanse stammen die de streek onveilig begonnen te maken. Het was de tijd dat wachttorens (Burgi) langs de wegen verrezen en Franken werden ingehuurd om strategische punten te bewaken. Het Castellum lag ter hoogte van de huidige Stokstraat. In de Romeinse tijd stroomde de Maas meer westelijk.
Evenals Heerlen en Aken had Maastricht ook Thermae: warmwater baden. De Romeinen waren verzot op baden. Overal in het Romeinse Rijk zag je badinrichtingen met bassins voor koud, lauw en heet water. Vaak kon je er ook sporten, je laten masseren, discussiëren, lezen of je vermaken met dames van lichte zeden. Het waren sociale ontmoetingsplaatsen zoals je ze nu nog in China en Japan aantreft.
 
 
Servatius (Servaes in het Middelnederlands) was al veertig jaar bisschop in Tongeren geweest toen hij in 380 naar Maastricht kwam om daar in de veiligheid van het Romeinse Castellum zijn werk voort te zetten. Hij overleedt er op 13 mei 384. De man werd geboren in Armenië en heeft heel Europa afgereisd, getuige de presentielijsten van kerkvergaderingen. Op plaatjes zie je hem met een grote sleutel afgebeeld. Dit is de sleutel van de hemelpoort die hem op een reis naar Rome door Petrus persoonlijk zou zijn overhandigd. Het tijdverschil van driehonderd jaar is in een legende natuurlijk niet bezwaarlijk.
Genoveva
De Heilige Genoveva ofwel Sainte Geneviève was een non die in 451 verkondigde dat Parijs door vasten en bidden niet in handen van de Hunnen zou vallen. Ze kreeg gelijk en bracht het tot stadspatrones van Parijs.
Vanuit Maastricht ondernam Servatius meermalen een zendingsmissie naar Holset bij Vaals. Daar bevond zich namelijk een tempel waar de plaatselijke bevolking de god Bel bleef vereren en dat was hem een doorn in het oog. Holset bestaat nog steeds. Nu staat er een kerkje dat veel publiek trekt. Op voorspraak van de Heilige Genoveva worden er op wonderbaarlijke wijze zieken van hun kwaal genezen. Gerard van Westerloo (Voetreiziger) bezocht er de markante pastoor en hield er mooie kopij aan over.
Volgens Gregorius van Tours (een bisschop-geschiedschrijver uit de 6e eeuw) werd Servaes begraven bij de Maasbrug aan de heerbaan. Op deze plek bouwde men eerst houten kerkjes (de Sint-Monulphus en Sint-Gondulphus - beide hier bisschop geweest) en later in de 11e eeuw de Sint-Servaaskerk. Maastricht werd een bedevaartsoord en is dat nog steeds. In 722 verplaatste bisschop Hubertus de bisschopszetel naar Luik.
In 1229 kreeg Maastricht stadsrechten. Men begon met de aanleg van vestingwerken en in 1280 kwam er een stenen brug over de Maas: de Sint-Servaasbrug, die het tot in onze tijd heeft uitgehouden.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Middelnederlands
In het Middelnederlands werden lange a, e, o en u niet aangegeven door verdubbeling, maar door achtervoeging van een e of i (y): Servaes, gheheiten ... Daarnaast werden v en u door elkaar gebruikt (Seruaes, Servaes).
De Middeleeuwse schrijfwijze 'Maestricht' is in Franstalig gebied nog steeds in zwang. In Luik heb je bijvoorbeeld de Quai de Maestricht.

 
Jeker
De Jeker ontspringt bij Lens-Saint-Servais in België, stroomt langs Tongeren en mondt bij Maastricht in de Maas uit. In België heet het riviertje ook: de Geer.
In Maastricht werd de eerste Nederlandse literatuur geschreven! De Limburgse edelman Henric van Veldeke (het gehucht Veldeken lag bij Hasselt) verbleef omstreeks 1170 enige tijd in de stad en dichtte er zijn 'Sint Servaes Legende'. Hij ontving er een vergoeding voor van gravin Agnes van Loon aan wie het werk is opgedragen.
En dan nu, als luchtige onderbreking van al deze feitelijkheden, een fragment uit het 'Leven van Sint Servaes' in middel- en hedendaags Nederlands. Van Veldeke beschrijft de stad Maastricht:

Doen die ongherechte
Die waren des viants knechte,
Des waren woerden in eyn,
Der enghel sinte Seruaes erscheyn.

Hij geboet den heilighen manne
Dat hij voer van danne

All daer hij noch is, te Triecht,
In eynen dall scoen en liecht,
Effen ende wael ghedaen,
Daer twee water tsamen gaen,
Eyn groot ende cleyne,
Claer, schoen ende reyne:
Dats die Jeker ende die Mase.
Beide te korne ende te grase
Es die stadt wale gheleghen,
Ende te schepen in voele weghen;

In visschen ende in ghewilden
Ende in goeden ghevylden
Der bester coren eerden
Die ye mochte ghewerden.
Des steyt die stat te maten
Aen eynre ghemeynre straten
Van Inghelant in Ongheren
Voer Colne ende voer Tongheren;
Ende alsoe dies ghelijck,
Van Sassen in Vrancrijck,
Ende mit scepe die des pleghen,
Te Denemerken ende te Norweghen.
Die weghe versamenen sich all dae.
Des is die stadt daer nae
Gheheiten Traiectum.
Daer sande God Servacium.
Toen de onrechtvaardigen,
Die dienaren waren van de duivel,
Het daarover eens geworden waren,
Verscheen de engel aan St. Servaas.
Hij gebood de heilige man
Dat hij daar (uit Tongeren) weg zou gaan
Naar waar hij nog is: Tricht,
In een schoon en helder dal,
Vlak en mooi van vorm,
Waar twee rivieren samen komen,
Een grote en een kleine,
Helder, schoon en zuiver:
Dat zijn de Jeker en de Maas.
Zowel voor akkers als weilanden
Is de stad gunstig gelegen,
Alsook voor scheepvaart in vele richtingen
In een vis- en wildrijk gebied
En temidden van goede velden
Van de beste korenaarde
Die er ooit bestaan heeft.
Aldus ligt de stad gunstig
Aan een algemene weg
Van Engeland naar Hongarije,
Dichtbij Keulen en dichtbij Tongeren
En eveneens (aan de weg)
Van Saksen naar Frankrijk,
En voor schepen die er gebruik van maken
(Aan de weg) naar Denemarken en Noorwegen.
Al die wegen komen daar samen.
Daarom is de stad daarnaar
Genoemd: Traiectum
Daarheen zond God Servatius.

Opmerkelijk dat een Nederlander na een kleine duizend jaar deze tekst met een beetje goede wil nog steeds kan lezen!
  Voordat we Nederland uitlopen wil ik proberen het verloop van Romeinse wegen in deze streek te reconstrueren. Dat was allereerst de weg Keulen-Boulogne, waaraan Maastricht haar ontstaan dankt. Daarnaast had je nog een aantal secundaire verbindingswegen.

De Romeinse oost-west verbinding van Keulen naar het Kanaal had het volgende verloop:
Keulen (Colonia Agrippina) - Jülich (Juliacum) - Heerlen (Coriovallum) - Maastricht (Traiectum Ad Mosam) - Tongeren (Atuatuca Tungrorum) - Bavay (Bagacum) - Cambrai (Camaracum) - Arras (Nemetacum) - Therouanne (Tarvenna) - Boulogne-sur-Mer (Bononia).



Tussen Heerlen en Jülich stak de weg bij Rimburg het riviertje de Worm over. Hier lag een Romeinse nederzetting. Op de Goudsberg bij Hulsberg heeft een militaire versterking aan de weg gestaan. In België zijn grote stukken van de Romeinse weg nog intact. Elders ligt er grotendeels autoweg overheen.
Aan weerszijden van de Maas liep vanuit deze oost-west verbinding een Romeinse weg naar het Noorden. Aan de westkant van de Maas ging de weg naar Nijmegen - de andere naar Xanten. Beide sloten aan op de Limes, de militaire grensweg langs de Rijn.
Vermoedelijk verloop van de weg Maastricht-Nijmegen: hij begon even ten oosten van Maastricht (nog net in huidig Nederland) en liep dan via Stokkem (Feresne) - Heel (Catualium) - Blerick (Blariacum) - Cuijk (Ceuclum) naar Nijmegen (Municipium Batavorum).
In Stokkem (België) zijn resten van een laatromeinse Burgus gevonden. Bij Cuijk werd rond 340 nC een stenen brug over de Maas gebouwd en er heeft een Castellum gestaan. In Heumensoord tussen Nijmegen en Cuijk zijn resten van een Burgus aangetroffen. In Lottum wordt een Burgus vermoedt.
  Reconstructie van de weg Heerlen-Xanten: Heerlen (Coriovallum) - Tudderen (Teudurum) - Melick (Mederiacum) en dan onder andere via Boukoul (bij Swalmen) en de Prinsendijk naar Xanten (Colonia Ulpia Traiana).

Enkele andere wegen uit die tijd:
- van Heerlen naar Aken (Aqua Granum) en van daaruit verder naar Trier (Augusta Treverorum).
- van Maastricht naar Aken (over Gulpen)
- van Maastricht naar Tudderen
- van Maastricht naar het zuiden langs de oostelijke Maasoever.
There is no more fascinating occupation than to speculate on the reasons which have led modern highways to coincide with or diverge from the tracks laid down by the Romans.
-The Legacy of Rome
G.H Stevenson

 
 
Coriovallum (Heerlen)
Coriovallum betekent vesting of schans. Van vallum zijn wal en het Engelse wall afgeleid. Ook het woord interval gaat op vallum terug. Het Intervallum was oorspronkelijk de ruimte tussen de schans en de tenten van de soldaten.
Het zou interessant zijn om het tracé van deze oude Romeinse wegen te achterhalen. Wellicht lenen de routes zich voor lange afstandspaden met Romeinen als thema.

In Heerlen staat nu een granieten zuil op de plaats waar eens de twee heerbanen elkaar kruisten (hoek Coriovallumstraat en Raadhuisplein). In 1940 ontdekte een landbouwer bij het omploegen van een stukje grond in het centrum de resten van de Romeinse Thermae. Inmiddels heeft men een Thermenmuseum over de vondst heen gebouwd.
Gulpen lag aan de weg van Maastricht naar Aken. In Gulpen komen Gulp (Ulpia) en Geul (Gula) bij elkaar. De Latijnse naam die men voor Gulpen bedacht is Galopia - een samentrekking van Ulpia en Gula. De huidige provinciale weg tussen Maastricht en Aken werd in 1825 aangelegd en volgt de route van de oude heerbaan. Tussen de dorpen Ingber en Gulpen schijnt nog een stukje van de oorspronkelijke weg te liggen, luisterend naar de naam Ingber Gracht.
  Het heuvellandschap van het huidige Zuid-Limburg was een geliefd woonoord in de Romeinse tijd. De archeologen hebben ondertussen een paar honderd Villae Rusticae gelokaliseerd. Het waren luxueuze landhuizen, vaak voorzien van badinrichting en vloerverwarming. Ze waren opgetrokken uit materiaal van de streek - hier was dat mergelsteen. Op het dak lagen heuse dakpannen.
De bewoners waren agrarisch bezig: de grond rond de Villa werd ontgonnen tot akkers, weiden en boomgaarden. Men hield paarden, ganzen, varkens en schapen. Binnen de omheining bevonden zich ook de verblijven van de lijfeigenen. Er waren ook werkplaatsen (Fabricii) om werktuigen en instrumenten te maken.
Uit deze Villae zijn tal van dorpen in Limburg ontstaan, zoals bijvoorbeeld het dorp Vijlen (bij Vaals) dat ook in naam op Villa teruggaat.