Citadelle
Versterkt deel van de stad. Stads-vesting.
Luik - 2e dag

Ik hang de was buiten op het balkon te drogen en vertrek de stad in met een nieuwe plattegrond die ik van de eigenaresse heb gekregen. Luik heeft een Citadelle en deze ligt boven op een heuvel. Om er te komen kun je gebruik maken van een trapje: de Montagne de Bueren. Twee keer per dag zo'n trap op en je hebt verder geen sport nodig. Ongeveer vierhonderd treden telt de in 1880 aangelegde trap. Over het precieze aantal treden spreken de folders elkaar tegen. Elke Belg krijgt er weer iets anders uit. De reling in het midden diende om dronken soldaten op het goede spoor te houden.
Boven ligt het Parc de la Citadelle en daar staat ook een groot ziekenhuis. Het fort was strategisch gelegen, maar het ziekenhuis ook. Zolang je in bed ligt heb je een prachtig uitzicht en als je weer kunt lopen, heb je het park bij de hand. In alle rust voltooi ik mijn Tai Ji oefeningen.
boulanger - bakker



Op de hoek van het park zit een boulanger die ook koffie schenkt. Er komen twee agentjes binnen om koffie te drinken. Ze kletsen met de bakkersvrouw. Agenten horen er bij. Je kunt er gewoon mee praten en gekscheren. Ondertussen is het een komen en gaan van klanten voor brood en lekkernijen.
Schitterend weer. Toch eens proberen of ik vandaag kaarten en adresjes kan vinden. Met een hele dag voor de boeg moet dat toch lukken. Ik neem de Rue Pierreuse (de Steenweg) naar beneden. Dit is het begin van de oude weg naar Tongeren. Het is een bijzonder steil straatje (15%) met huiskamers die direct achter de voordeur liggen en met dames die het oudste beroep ter wereld uitoefenen in het oudste straatje van de stad.

De stad Luik heeft zelf ook een Office du Tourisme. Het staat aan de oude weg naar Maastricht: En Feronstrée. Deze weg bestond al in de 12e eeuw. Hier hadden de smeden zich gevestigd (les ferronniers - de smeden). Het Luikse VVV steekt gunstig af bij haar provinciale zusje, al is daar niet veel voor nodig. Ze helpen me aan een gratis hotelgids van België en ik krijg foldermateriaal mee over de stad. Voor kaarten verwijzen ze me echter naar de provinciale VVV. Een zwak punt. Ik ben zo gek om daar later op de dag opnieuw heen gaan. Maar nu is het eerst tijd voor een duik in het Luikse verleden. Een beetje geschiedenis - Un peu d'histoire...

Luik ontstond op de plek waar de Ourthe op de Maas uitmondt. Ook vanuit het westen komt er een riviertje op de Maas uit: de Legia ('helder water' in het Keltisch). De Legia is nu geheel overdekt en in de stad niet meer terug te vinden. Hij stroomt onder Hôtel Ramada door. Daar kwam hij vroeger op de Maas uit en nu op de riolering. De Franse naam voor Luik is Liège. Die naam is van Legia afgeleid.
 
 
 
 
 
Karel Martel
Uit de relatie met Alpaida werd Karel Martel geboren. Zie de Pepijnen stamboom bij Jupille.
In de tweede eeuw bouwden Romeinen hier een Villa Rustica. Eind zevende eeuw vertoefde bisschop Lambertus van Maastricht graag in Luik. Hij leverde forse kritiek op Pepijn van Herstal die een buitenechtelijke relatie onderhield met een zekere Alpaida. Dit viel helemaal verkeerd. Volgens de overlevering werd de bisschop hier omstreeks 700 door de broer van de concubine, tevens huismeester van Pepijn, doodgestoken. Daarmee was een martelaar geboren. Het graf van de bisschop werd een bedevaartsoord. Zijn opvolger Hubertus bracht de relikwieën uit Maastricht over naar Luik en verhuisde er in 722 zelf ook heen. Dit was het begin van het bisdom Luik waarvan Sint Lambertus de beschermheilige werd.
Saint Lambert
In de Merovingische periode werden wel vaker bisschoppen uit de weg geruimd. De bisschoppen waren bestuurlijk en politiek zeer actief. Lambertus z'n aanstelling als bisschop van Maastricht kreeg de goedkeuring van koning Childeric II. Lambertus werd raadgever aan het hof. Zijn politieke betrokkenheid blijkt uit het feit dat hij zich na de dood van Childeric in 675 een tijdlang moest terugtrekken in de kloosters van Stablo en Malmedy. Na zeven jaar ballingschap mocht hij van Pepijn van Herstal weer naar zijn oude standplaats Maastricht terugkeren.

 
Prince-Evêque : prinsbisschop
Toen het eenmaal de bisschopszetel had, groeide de stad uit tot een religieus centrum van formaat. Hubertus liet de Saint-Pierre basilique bouwen die later werd omgedoopt in de Saint-Martin. Het was de eerste van een lange reeks kerken.
Vooral aan bisschop Notger (972-1008) heeft Luik veel te danken. Hij was raadsman van vier opeenvolgende Duitse keizers (Otto I, II, III en Hendrik II). Sedert 925 viel Luik onder het Duitse Keizerrijk (het Heilige Roomse Rijk). In 980 kreeg Notger van de Duitse keizer de titel 'prinsbisschop' en zo ontstond het Prinsbisdom Luik dat het tot de Franse revolutie in 1795 heeft uitgehouden. Notger liet de stad ommuren, bouwde het Palais des Princes-Evêques aan de Place Saint-Lambert, liet daarnaast nog een handjevol kerken bouwen, kanaliseerde een rivierarm van de Maas en verwierf stukken land die aan het prinsbisdom werden toegevoegd. Het hele zaakje bleef natuurlijk onder de Duitse keizer vallen, maar had grote mate van zelfbestuur.
  Luik heeft zeventig prinsbisschoppen gehad. Die bisschoppen van toen waren geen zachtaardige mannen met louter oog voor kerkelijke aangelegenheden. Ze waren zeer goed in staat hun belangen te verdedigen, zo nodig te vuur en te zwaard. Vaak kwamen ze uit zeer goede families. Naar verluid zaten er ook losbollen, dronkelappen, vechtjassen en rokkenjagers tussen. Zo was er prinsbisschop Hendrik III van Gelre (1247-1274) die door de paus in de ban werd gedaan omdat hij binnen één jaar veertien buitenechtelijke kinderen had verwekt! Een stuk of twee had misschien nog gekund. Maar veertien - dat werd echt te gek.
  Er zit een andere dame in het provinciale VVV. Hetzelfde resultaat als gisteren, maar deze vrouw heeft tenminste de tegenwoordigheid van geest om me voor kaarten te verwijzen naar de FNAC en dat is een prima tip. De FNAC blijkt een groot warenhuis te zijn met TV's, versterkers, computers, CD's etc., maar vooral ook heel veel boeken. Later op de reis blijkt er in elke grote plaats in Frankrijk wel een FNAC te staan. Ik koop er twee 1:25.000 kaarten en de wandelgids van de GR 126 (Brussel - Namen - Frankrijk). De GR-route die ik gisteren probeerde te volgen hebben ze niet. Wat ze helaas ook niet hebben is een kaart van de provincie Namen. Een groot deel van de dag ben ik naar deze kaart op zoek. Uiteindelijk vind ik hem net voor sluitingstijd in een boekhandel in Rue sur la Fontaine, vlak bij mijn hotel. Wie zoekt, zal vinden.
 
 
 
 
 
 
 

Pharmacie - apotheek
 
 
 
 
 

Lavage à sec dans une heure - Wassen en drogen in een uur.



 
 
Doet u het zelf of doe ik het voor u?


 
 


Ik kom terug. Tot zo meteen.
Er zijn van die steden waar je, hoe je ook loopt, uiteindelijk altijd weer op dezelfde plek terugkomt. In Luik is dat Place de la Cathédrale. Je hoeft niet op een van de terrasjes plaats te nemen. De goedkoopste zitplaatsen bevinden zich op een muurtje rond een gazon.
Ik zoek naar een opvolger van mijn onvolprezen Hirschtalg. Disport is een grote sportzaak. Ik koop er een paar sokken, maar voetzalf hebben ze niet. Daarvoor verwijzen ze me naar de Pharmacie. Daar kennen ze uiteraard geen hertezalf, maar ik krijg een Frans goedje mee dat er veel op lijkt.
De Walen laten zich vandaag niet van hun slimste kant zien. Meermalen verwijzen ze me naar niet bestaande winkels en verkeerde straten.
's Middags dient zich een nieuwe ervaring aan. Getroffen door de reclame Lavage à sec dans une heure laat ik mijn spijkerbroek wassen in een wasserette. De pijpen van de broek zijn inmiddels zo smerig dat je er geen fatsoenlijk hotel meer mee kunt binnenlopen. Het is de enige lange broek die ik bij me heb.
- Vous le faites vous-même ou moi, je le fais pour vous? vraagt een vlotte jongedame tussen de klotsende en roterende apparaten.
Voor tweehonderd franc doet zij het voor me. Gekscherend vraagt ze of ik blijf kijken of dat ik wellicht over anderhalf uur terugkom?
- Je reviens. A bientôt!
  In een tweedehands boekwinkeltje koop ik een Maigret voor 45 franc. De man heeft er de grootste serie Simenon boeken staan die ik ooit heb gezien. We zitten onmiskenbaar in de geboortestad van de schrijver.
Georges Simenon begon zijn loopbaan als banketbakker. Dat was in 1918. Daarna werd hij hulpje in een boekhandel aan de Rue de la Cathédrale. In 1919 treffen we hem aan als journalist voor de Gazette de Liège, met onder andere misdaadverslaggeving in zijn portefeuille. Misdaden waren er genoeg. Luik heeft niet voor niets de bijnaam 'Chicago aan de Maas'. Drie jaar later verhuisde Simenon naar Parijs en begon er zijn schrijverscarrière. Eerst schreef hij tweederangs rommel, daarna kwamen de Maigrets en psychologische romans. Twee Maigret-boeken spelen in Luik: Le pendu de Saint-Phobiën (St-Phobiën is een kerk in Outre-Meuse) en La danseuse du Gai-Moulin.
Simenon schreef in totaal 392 romans waarvan 76 Maigrets. Hij was een vrouwenliefhebber. Ooit beweerde hij tegenover de filmer Fellini met meer dan tienduizend vrouwen het bed te hebben gedeeld. Reken eens uit: er gaan 365 dagen in een jaar... De man had een enorme appétit.
Zijn literaire nalatenschap is te vinden in Sart-Tilman, Château de Colonster - nu ontvangstruimte van de Luikse universiteit, vroeger eigendom van de prinsbisschoppen.
  Ik ben te vroeg terug in de wasserette en lees er een hoofdstuk. Het is een leuke ontmoetingsplaats. Er komt een mooie Chinese dame binnen met een grote wasmand vol wasgoed. Van het hele restaurant, schat ik. Ze laat zien hoe elegant je in zo'n wasserette de was kunt doen.
Zelf haal ik nog even een zakje waspoeder uit de automaat. Mijn busje waspoeder is bijna op en meer dan deze hoeveelheid heb ik niet nodig. Een pak uit de winkel is veel te groot. Ook later ga ik steeds naar wasserettes voor waspoeder.
  Mijn keus valt op het terras van een pizzeria. Nauwelijks heb ik mijn bestelling doorgegeven of een duistere speling van het lot brengt een gezelschap Nederlandse toeristen naar hetzelfde terras, compleet met enthousiaste reisleidster.
- En wie gaat er vanavond mee naar de bioscoop?... kraait het mens.
Ze vertelt ons welke films er zoal draaien. Nou, dat zijn er nogal wat.
- Gaat er niemand mee naar de bioscoop?
Nee, er gaat niemand mee naar de bioscoop, want het is zo'n mooie warme zomeravond. Zo'n avond om op een terrasje te zitten kijken naar wie er voorbij komt, namijmerend over de dag.
- In september gaan we naar Spanje..! roept de reisleidster. Daar kunt u zich nu al voor opgeven. Ik zal de papieren even laten rondgaan...
Van huis uit ben ik gelukkig nogal stoïcijns aangelegd.
We zitten overigens aan de Rue Vinnâve d'Île. Het eilandverleden van de Luikse binnenstad blijkt uit de naam van deze straat, die op Place de la Cathédrale uitkomt. Zo heet het verlengde van de Rue de la Cathédrale nog Rue Pont d'Avroy. Eens leidde deze weg naar de brug over de verdwenen Maasarm.
  Ach - Luik had een hele mooie stad kunnen zijn. Een tweede Parijs misschien. Maar Luik had pech: er zat steenkool in de grond. De steenkool werd al in 1198 ontdekt door de smid Hellos. Het zat diep, maar de rivierinsnijding van de Maas bracht de steenkool aan het licht.
In de 19e eeuw was er de industriële revolutie en Luik werd de grote trekpleister. Er kwamen mijnen, hoogovens, staalfabrieken, glas- en wapenindustrie en de vallei werd grauw en smerig. Luik kan bogen op de constructie van de eerste Europese locomotief en hij reed op het eerste continentale spoorlijntje: Brussel - Mechelen (1835). De wagons-lits (slaaprijtuigen) komen nog steeds uit Luik. Men groef het Albertkanaal naar Antwerpen en Luik werd de derde binnenhaven van Europa (na Düsseldorf en Parijs). Inclusief aangrenzende gemeenten telt Luik nu zo'n 700.000 inwoners. Nergens anders vindt je zoveel Walen bij elkaar als in Luik.

Industrie en toerisme gaan niet samen. Luik heeft een slechte naam onder vakantiegangers.
- Hoe kon je dat nou doen?... vroegen ze mij zowel in België als in Frankrijk. Door Luik lopen. Dat is toch helemaal niets?
- Het viel mee, zei ik dan. Het centrum vergoedt veel. Je moet er alleen even zien te komen.
Maar de mensen die ik sprak, kenden de stad alleen vanaf de autoweg en daar zie je inderdaad weinig anders dan rokende fabrieken, grauwe wijken en files langs de Maaskade. Dit geeft een vertekend beeld. Vanuit je autootje krijg je altijd een vertekend beeld.