- U bent verdwaald?
- Nee hoor. Bedankt.


Luik

Bij gebrek aan een nauwkeurige kaart of wandelgids van de GR5 daal ik af naar de Maas en volg domweg de N65. Het is zondagmorgen en nog niet zo druk. Maar naast de autoweg ligt de autoroute (Autoroute du soleil noemen ze hem hier al) en het geraas dat daar vandaan komt verveelt snel. Bij Argentaux zie ik mijn kans schoon en ontsnap via een weg die heuvelopwaarts gaat en een tijdlang parallel aan de Maas blijft lopen. Een lange klim. Boven een dorp met aan de kant van de weg een automaat waar je brood uit kunt halen. Een jochie spreekt me aan. Zijn fietsje is kapot.
- Vous pouvez m'aider?
Of ik hem kan helpen. Eens kijken... achterwiel ontwricht. Een ruk aan wiel en het jochie kan weer fietsen. Ach ja, en zo trok onze wandelaar goede daden verrichtend verder zuidwaarts...
Pauze op een bankje tegenover de kerk. Zondag. Van alle kanten komen keurig geklede kerkgangers aangelopen. Ze begroeten elkaar met veel omhaal en gaan de kerk binnen. Mooie schone kleren hebben ze al, nu nog een mooi en schoon geweten. Als er een vaag figuur naast me komt zitten, stap ik maar weer eens op.

De weg voert over een heuvelrug en kruist op grote hoogte de E40. Dat is zo'n mooie Belgische zesbaans autoweg met om de vijftig meter een lantaarnpaal. Op het volgende kruispunt moet ik beslissen: linksaf op zoek naar de GR5 die hier ergens moet lopen of rechtdoor naar Luik en daar morgen proberen kaarten of gidsen te vinden. Ik twijfel en bestudeer de kaart. Er stopt een auto met jongelui:
- Vous êtes perdu?
- Mais non. Merci.
Heel aardig, maar ik weet precies waar ik zit. Het wordt Luik. In La Xhavee is ook een oploopje bij de kerk. Nu voor een huwelijksinzegening. Na Xhavee volgt een lange bochtige afdaling naar Jupille. De heuvels van de Ardennen zijn hier direct flink hoog. De hoogste toppen van de Ardennen liggen ook niet in het zuiden, zoals je geneigd bent te denken, maar in de provincie Luik. Links bos, rechts doorkijkjes naar de Maasvallei. De Waalse automobilisten gunnen me niet veel ruimte. Enkele toeteren zelfs. Die vinden het niet goed dat ik op hun racebaan loop.

Jupille zal vroeger een mooi stadje aan de Maas zijn geweest. Maar als je er een spoorbaan, een autoweg en een autoroute doorheen trekt, dan blijft er niet veel van over. En als je er dan ook nog fabrieken en hoge flats neerzet, krijg je iets heel naargeestigs. Jupille is een soort doorgeef-Luik. Wijken met troosteloze flats, doodlopende stegen en oude auto's. Bij een patatkraam koop ik een hot-dog en een blikje cola. Wat zou je hier anders moeten kopen? Er staat een man te ouwehoeren met de kraamhouder. Ze maken opmerkingen over elke vrouw die voorbij loopt.






Franken
Franken = dapperen.
De Franken kregen hun naam van de Romeinen die vanaf de 3e eeuw een deel van de Germanen zo noemden.
Ooit was Jupille een Galloromeins dorp. Later kreeg Pepijn de Korte (Pepijn III) er een residentie en de Luikenaren houden het erop dat zijn zoon Karel de Grote in Jupille is geboren - in 742. Andere historici plaatsen zijn geboorte in Quierzy bij Laon waar pa Pepijn ook een villa bezat. Voor dit verhaal maakt het niet zoveel uit waar Karel de Grote in de luiers heeft gelegen.
Pepijn de Korte was de hofmeier die in 751 de laatste Merovingische vorst onttroonde en met toestemming van de paus zelf koning van Frankrijk werd. Hoe zat dat met die hofmeiers? Tijd voor een stukje geschiedenis.
Clovis
Clovis is afgeleid van het Germaanse Chlodovech en komt evenals Louis en Lodewijk voort uit Lud-wig. Lud = beroemd, wig = strijd. Roemvolle strijder dus.


Na de val van het Romeinse Rijk kregen de Franken deze streek in handen. Vanuit Doornik breiden ze hun gebied gestaag uit. Vooral de Frankische koning Clovis (466 Doornik - 511 Parijs) was daar erg handig in. Hij beheerste uiteindelijk een gebied van Rijn tot Pyreneeën. Men ziet hem als de grondlegger van het huidige Frankrijk. Parijs maakte hij tot hoofdstad van zijn rijk. Clovis hebben de Fransen vertaald in Louis (Lodewijk). Het werd de naam van veel Franse koningen. Clovis stichtte het Huis van de Merovingers. Zijn opvolgers waren minder sterke persoonlijkheden. Zij lieten het regeren over aan hun hofmeier, een soort premier, en leidden zelf een losbandig leven.
Pepijn van Landen beschouwt men als de stamvader van de hofmeier dynastie. Zijn kleinzoon was Pepijn van Herstal. Deze man had bezittingen in Herstal dat tegenover Jupille aan de overkant van de Maas ligt. Hij overleed in Jupille. Zijn opvolger Karel Martel, een zoon van de concubine Alpaida, werd zeer populair na een overwinning op de Arabieren in de slag bij Poitiers in 732. Na Karel Martel kwam Pepijn de Korte aan de macht en daarna nam Karel de Grote het over. Charlemagne heet hij in het Frans. In 794 koos hij Aken als residentie en in 800 liet hij zich in Rome tot keizer kronen. Inmiddels hebben we het dan over het Huis van de Karolingers.

Jupille kent ook nog een hedendaags wapenfeit. Het heeft de grootste bierbrouwerij van België: Piedboeuf. En het bier dat hier wordt gebrouwen heet Jupiler.

 
Ik volg de grote weg - het minst aantrekkelijke deel van de reis tot dusver. Op de kaart kan ik me juist voldoende oriënteren om de Luikse binnenstad te bereiken. Naarmate het centrum nadert, gaat Luik er trouwens leuker uitzien. Boulevard de la Constitution - Rue St-Pholiën en dan de brug over de Maas: Pont des Arches. Dit is de oudste brug van de stad (ca 1030). Georges Simenon gebruikt hem in zijn allereerste roman Au Pont des Arches die hij in 1921 publiceerde onder het pseudoniem George Sim. Achter de brug ligt de Rue Léopold waar Simenon werd geboren op 13 februari 1903 even over middernacht. Zijn moeder gaf 12 februari op om de ongeluksdatum te vermijden. Op Rue Léopold nr. 24 memoreert een plaquette het geboortehuis van de schrijver.
 
Het is twee uur als ik het centrum binnenloop op zoek naar een hotel. Rue de la Cathédrale is voetgangersdomein. Flanerende Luikenaren en de eerste bedelaars. Place de la Cathédrale met z'n terrasjes lijkt het centrale plein van de stad. In een busje zitten twee gendarmes de orde te bewaken. Weten zij een goedkoop hotel in de binnenstad? Ze verwijzen me naar Hôtel Ibis aan de Place de la République Française - het goedkoopste dat ze met z'n tweeën kunnen verzinnen. Maar Ibis is helemaal niet goedkoop. De jongedame van de receptie zegt dat hun goedkoopste kamer drieduizend franc (f 150,-) kost. Dat is me te duur en ik sta al weer bij de deur als ze met een offre spéciale komt. Omdat het vandaag zondag is, kan ik gebruik maken van hun speciale weekendaanbieding: 2250 franc inclusief het ontbijt - le petit déjeuner. Nog steeds veel te duur, maar ik besluit om er maar in te vliegen. Of ik wel even direct wil betalen. Ze vertrouwt me niet. Maar zodra ze mijn goed gevulde portemonnaie ziet, ontspannen haar gelaatstrekken en wordt ze ineens heel vriendelijk. Toch geen berooide zwerver, zoals ze even dacht.
Een kamer, zeshoog met bad en toilet. Principieel gebruik ik geen lift (ascenseur), maar ze hebben ook een trap (escalier).
 
rue = straat
place = plein (L. Platea - brede straat)
pont = brug (L. Pons, Pontis - brug)
Met het plattegrondje van hotel Ibis de stad in. Eerst naar het Parc d'Avroy om even de spieren te strekken. Het parkje ligt ingeklemd tussen twee grote boulevards en er staat een standbeeld van Karel de Grote. Op een stil plekje voltooi ik een Tai Ji beweging maar trek al snel bekijks. Applaus na afloop! Een man en vrouw blijven een praatje maken. De man doet zelf al vier jaar Tai Ji. Ook de Yang-stijl, maar een eenvoudiger vorm. Hij doet snel een paar bewegingen voor. Het is hem bekend dat men in Chinese parken veelvuldig Tai Ji beoefent, maar, zo vertelt hij, hier in het Luikse Parc d'Avroy heeft hij het verschijnsel nog niet eerder waargenomen! Ik vraag hem waarom hij hier dan zelf niet oefent.
- Ah, non, non...
Hij doet het alleen thuis waar niemand hem ziet.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 





- U bent alleen?
- Ja.
Een groot deel van de Luikse binnenstad is voetgangersgebied en dus autovrij. Luik heeft veel mooie kleine straatjes. Vervelend zijn de bedelaars. Ze staan bij voorkeur op kruispunten. Heel strategisch: daar komen de meeste mensen langs. Jonge jongens zijn het vaak nog, met een plastic bekertje in de hand. Ze vragen om un petit coin - een muntje. Op Place de la Cathédrale gaat een straatzanger bij de terrasjes langs. Hij is gekleed in trainingspak. Zingen kan hij niet, gitaarspelen evenmin en als hij zijn mond open doet zie je iets dat vroeger een gebit moet zijn geweest. Flesje bier binnen handbereik. Systematisch werkt hij de terrasjes af en zowaar: mensen geven hem ook nog iets. In een van de smalle straatjes zoek ik een pizzeria op.
- Vous êtes seul?
- Oui.

Ik ben alleen en bovendien de enige gast. Uitzicht op een café met terras waar de mannen elkaar uitgebreid kussen. Het was me al eerder opgevallen. Eerst dacht ik dat het hier wemelde van de homo's, maar later vernam ik dat het kussen een typisch Waalse gewoonte is. De mannen kussen elkaar viermaal, bij wijze van begroeting. Een groot deel van de dag gaat hiermee verloren.
  's Avonds bel ik vanuit Ibis met m'n moeder in Assen om even te vertellen dat ik doorloop naar Frankrijk. Dat valt tegen. Ze had gehoopt dat Maastricht het eindpunt zou zijn.
- Je kunt toch niet maar steeds doorlopen?
We zullen zien.