Loriol-sur-Drôme
 
Er hangt een aangeschoten Afrikaanse tegen de bar. Een jaar of dertig. De vrouw wil iets te drinken hebben maar ze krijgt het niet. Het jonge serveerstertje heeft bardienst vanmorgen en ze houdt zich kranig. De vrouw kan zeuren wat ze wil - ze krijgt geen drank. Radiomuziek. De dronken vrouw glijdt van haar kruk en probeert danspasjes voor de bar. Ze zingt er bij en valt haast om. Toch maar weer die barkruk. Daar probeert ze nog eens om het meisje tot het schenken van een borrel over te halen.
- Non madame!
Ja, een glas water kan ze krijgen.


 
Romeinse weg
De D7 (die later opgaat in de N7) is de oude Romeinse weg: een kaarsrecht stuk tot Livron-sur-Drôme. Bij la Paillasse hebben ze twee Romeinse mijlpalen gevonden.
 
Mistral
Mistral is een verbastering van maître - meester.
Ik verlaat Valence via de Avenue Victor Hugo. Hij gaat over in de D7 die dwars door een Zone Industrielle voert. Niet het meest interessante wandelgebied.
In Portes-Lès-Valence een Bar-Hôtel ergens op een hoek. Ik drink er koffie tussen ouvriers in blauwe overalls. De vrouw des huizes zou een tweelingzus kunnen zijn van iemand die ik in Groningen ken. Dit moet ik eigenlijk even doorgeven. Misschien kunnen ze eens een tijdje ruilen.
Vandaag zoek ik het landinwaarts. Als je namelijk de Rhône volgt, loop je tegen de monding van de Drôme aan en dan kun je niet verder. Ook wandelen is vooruitzien.

Leuk weggetje naar Étoile-sur-Rhône dat op een heuvel ligt. Een verkeersbord waarschuwt voor een scherpe bocht naar links. De bocht zelf gaat scherp naar rechts. Nog een paar van die borden en je kunt een garagebedrijf beginnen.
Veel wind vandaag. Het is de mistral die in de open vlakte onder Valence vrij spel krijgt. Hier is het Rhône-dal vele kilometers breed. La plaine valentoise joue le rôle de foyer d'appel, las ik ergens in een gids. Hier maakt de mistral zijn opwachting. De wind heet ook pas ten zuiden van Valence: le mistral. De wind ontstaat door sterke temperatuur- en drukverschillen boven het Massif Central en de Golf van Lyon. Hij is er zo ongeveer de helft van de tijd. De mistral raast door tot aan de Rhône-monding en zelfs tot ver in de Middellandse Zee, maar zijn grootste snelheid bereikt hij tussen Valence en Orange. Waarom? Dat weet niemand. In de huizen van het Rhônedal houden ze het aantal openingen aan de noordzijde beperkt en op de vlaktes zijn windbrekers in de vorm van hagen en bomenrijen erg in trek. Ze zeggen dat een aanhoudende mistral mensen tot waanzin kan drijven. Ik zal er eens op letten.

In Étoile-sur-Rhône is het markt. Naast de markt ligt een beschut pleintje waar ik onverstoorbaar mijn oefeningen afwerk. Het is de eerste goede plek vandaag waar het niet hard waait. Ik loop een café binnen en bestel een sandwich. Dat kan, maar het brood moeten ze eerst nog van de bakker halen. Manwijf. Kort roodgrijs haar, steil achterover gekamd. Sommige Fransen vinden het maar niks als je een sandwich besteld en dat laten ze merken ook. Als zoonlief met het brood arriveert vraagt ze:
- Avec quoi?
- Du pâté?
- De la terrine?
- D'accord.
  Ik neem aan dat ze met 'de la terrine' bedoelen dat het uit de grote pot voor huishoudelijk gebruik komt. Zelfgemaakt misschien. Als ik er een glas melk bij vraag, begint ze vies te kijken.
- Du lait?
- Oui. Une verre du lait froid.

Ze haalt een pak melk uit de koelkast, schenkt een glas in en zegt tegen de mannen aan de bar:
- C'est pour les bébés, hein?
Het weerhoudt me er niet van 'un autre' te vragen.
De marktkooplui komen binnen. Ze hebben hun kraampjes afgebroken en drinken een paar glazen witte wijn voordat ze huiswaarts keren. Tegenover hen is de vrouw één en al vriendelijkheid. Totaal ander repertoire.
Voor haar heb ik nog een mooi vodje van vijftig franc.

De D247 naar Livron-sur-Drôme. Een licht heuvelachtig gebied met boomgaarden, graanvelden en zonnebloemen. Het brede Rhônedal wordt links en rechts door bergen ingesloten.
Livron-sur-Drôme herken je aan een fort boven op een heuvel. Er staat een hotel maar dat ligt twee kilometer buiten het dorp, aan het spoor. Ik loop daarom met het snelverkeer de Drôme over en kies een secundair weggetje door idyllisch gebied. Velden vol zonnebloemen - les tournesols. Gezichtjes die je allemaal aankijken. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat draaien ze hun kopjes met de zon mee - als katte-ogen die een vogel volgen. Daarna perzikboomgaarden waar het gonst van A's en medeklinkers. Seizoenwerk besteden de Franse telers uit aan Arabieren.

Loriol-sur-Drôme heeft vijfduizend inwoners. Een pittoresk dorpje met oude middeleeuwse straatjes en aardige doorkijkjes. Er loopt een watergang door het dorp en ze hebben de oude wasplaats in ere hersteld. De N7 gaat er met een boog omheen - dat leek me al een goed teken.
Moeder en dochter bemannen het Syndicat d'Initiative in Loriol-sur-Drôme. Blozende dochter van een jaar of achttien, levenslustig en enthousiast. Rijp als de perziken in de boomgaarden en klaar om geplukt te worden. Moeder van een jaar of vijftig, bedaard, serieus en achterdochtig. Ze zitten zich tussen de folders te vervelen. Loriol heeft vier hotels en volgens ma is Hôtel Les Tilleuls aan de Place de l'Église het goedkoopste: kamers voor honderd franc.
Het is een Hôtel-Snackbar. De plaatselijke jeugd hangt binnen in de snackbar rond en buiten onder de lindebomen. Een vrouw, die merkwaardig genoeg sprekend lijkt op de eigenaresse van Hôtel Regina, brengt me naar kamer nummer 1. Uitzicht op de Place, een tapijt dat in geen jaren een stofzuiger heeft gezien en spinnewebben achter de gordijnen. Alleen de lakens en slopen zijn schoon.
  De dames hebben me een plattegrondje van Loriol meegegeven, ter oriëntatie. Niet ver van Loriol, midden tussen de heuvels, zie ik Le Paradis liggen. Het is vier uur en nu het paradijs zo dichtbij is, besluit ik om er een kijkje te nemen. Achter de Remparts, daar moet het ergens liggen. Ik kom bij een verlaten Colonie des Vacances. Dat begint er op te lijken, maar is het nog niet. Andere weg geprobeerd. Leidt ook niet naar de Hof van Eden. Ik geef het op. Net wat ik dacht. Het paradijs is moeilijk te vinden. Ze hebben het goed verstopt. Er schijnt trouwens een engel voor te staan om indringers te ontmoedigen. Niettemin was de poging om het paradijs te vinden best de moeite waard.
  Ma had ongelijk met Les Tilleuls als goedkoopste hotel. Hôtel de la Poste verhuurt kamers voor 75 franc en een menu serveren ze voor 55. Het is er gezelliger dan in de snackbar. Een oud vrouwtje doet de keuken en kleinzoon helpt in de bediening. Vooraf een ijskoude meloenschijf (tranche mélon glacée), dan iets met patat en vlees en tenslotte twee perziken.
Er komt een stelletje binnen. De jongeman spreekt Amerikaans, de jongedame is tweetalig. Ze willen iets eten. Jongen legt de couverts klaar, geeft ze de menulijst en alvast een mandje met brood. Jongelui bestuderen het menu, smoezen wat en verlaten zonder verdere mededeling het restaurant. Vrij onbeleefd.
Ander stelletje, stuk ouder. Man wil 'un vin blanc bien frais' en heeft verder ook nogal wat noten op zijn zang. Hij neemt zijn vriendin mee naar het goedkoopste restaurant van het dorp en wil er vervolgens alles uit halen wat er in zit.