Launois-sur-Vence

Vandaag is het Pinkster. Pentecôte. Bij Pinkster denk ik allereerst aan pinksterbloemen en vakantie. Maar ik heb een christelijke opvoeding genoten en dus is er ook iets blijven hangen van een Heilige Geest en het spreken in vele talen. Hoe ging het verhaal ook al weer? Een reconstructie...

Tussen Luik en Namen hebben we de Hemelvaart van Jezus besproken. Zijn twaalf discipelen bleven alleen achter. In Handelingen lezen we dat ze na de hemelvaart nog een tijdje in de lucht stonden te staren, maar hij was echt weg. Jezus had zijn volgelingen op het hart gedrukt Jeruzalem niet te verlaten. Eerst zouden ze worden 'gedoopt' met de Heilige Geest. Tien dagen later was het zover. De apostelen waren bijeen en hoorden plotseling een geluid alsof het hard begon te waaien. Ze zagen vuurtongetjes op ieder van hen neerdalen en begonnen in allerlei talen te spreken. Vreemdelingen die zich in hun buurt bevonden, begrepen wat ze zeiden. Na deze gebeurtenis stond niets meer de verkondiging van het evangelie in de weg. De apostelen reisden stad en land af en de Heilige Geest deed de rest. De nieuwe religie won steeds meer aanhangers. Het Christendom begon haar opmars.
En dit gebeurde allemaal in het decor van het Romeinse Keizerrijk. De tijd was bijzonder gunstig want van Syrië tot Brittannië had je één groot land met handelsverkeer, rondtrekkende legioenen, één officiële taal (Latijn) en goede verbindingswegen. Het evangelie verspreidde zich in Europa over Romeinse wegen. Er lag een wegennet klaar van 75.000 kilometer.
De apostelen van het eerste uur kregen later hulp van Paulus - een bekeerde christenvervolger. Deze man was bijzonder reislustig. Hij maakte reizen naar Griekenland en zelfs naar Rome, waar hij in 67 nC als martelaar stierf. Hij schreef brieven aan de christelijke gemeenschappen die her en der opbloeiden. Ze zijn opgenomen in het Nieuwe Testament: brief aan de Romeinen, brief aan de Galaten, brief aan de Korinthiërs... Saint Paul heet hij in het Frans. Ook de apostel Petrus (Saint Pierre) zette koers naar Rome. Hij staat te boek als de eerste paus. De paus is het hoofd van de katholieke kerk en plaatsvervanger van Christus op aarde.

Veel verder dan Rome kwamen de apostelen niet, maar in de fantasie van de Middeleeuwse bevolking doorkruisten ze heel Europa. De gelovigen hadden behoefte aan iets tastbaars en op allerlei plaatsen doken relikwieën op. In Groningen bijvoorbeeld had men een arm van de apostel Johannes weten te bemachtigen. Het werd een bedevaartsoord. Elders had men een tand van Lucas, een teen van Paulus, etcetera. Zo claimde ieder een stukje apostel. Alles bij elkaar ruim voldoende voor meerdere legpuzzels.
Maar wat die Heilige Geest nu precies voorstelt heb ik zelf nooit begrepen. De christelijke godsdienst kent een ingewikkelde drieëenheid bestaande uit God, zijn Zoon (Jezus) en de Heilige Geest - een constructie die de meeste gelovigen boven de pet gaat.
Dat is Pinkster. Pentecôte - en mémoire de la descente du Saint-Esprit sur les apôtres.
 
Het enige wat er deze Pinsterdag uit de hemel op ons neerdaalt is regen, maar als ik in Charleville begin te lopen is het nog droog. Ik koop croissants bij de boulanger en eet ze onderweg op. Behalve de bakkers werken ook de wagentjes van de stadsreiniging (Charleville - Ville propre) op deze zondagmorgen ijverig door.
Charleville en Mézières zijn verbonden door brede boulevards: de Cours Aristide Briand (staatsman en verzetsstrijder in de eerste wereldoorlog) en de Avenue d'Arches die uitkomt bij de Pont d'Arches. Daarna zit je in Mézières. Ter afsluiting van het ontbijt bestel ik ergens een pot thee.

Mijn uitvalsweg is de Avenue Carnot. Hij leidt naar een verkeersknooppunt waar je hotels als Formule-1 aantreft. Het zijn hotels zonder restaurant, maar de gasten kunnen voor een steak-frites terecht in een filiaal van de Buffalo Hill keten, restaurants met een koeiehoorn als logo. Achter het knooppunt ligt La Francheville waar ik koffie drink. Voor het eerst krijg ik van twee mensen die het café binnenkomen een hand, vergezeld van een 'Bonjour!' Heel beleefd. Ondertussen begint het te regenen en in de krant van zondag lees ik dat we het Pinkstermaandag ook niet droog houden.
Ik volg een wit weggetje op de kaart. Het is een twee meter breed asfaltweggetje door heuvelachtig terrein. Ideaal, ware het niet dat er plensregens op neerdaalden. Tijdens de ergste slagregens schuil ik onder de bomen. Mijn oude schoenen verdragen geen langdurige regenval. Het extra gewicht van de slaapzak valt tegen.
  Half twaalf. Afdaling naar Boulzicourt. Het dorp ligt aan het riviertje de Vence en op de kaart staat er 0.8 bij. Achthonderd inwoners moeten een café draaiende kunnen houden, vooral als de N51 ook nog meehelpt. Het café is er: Café de la Place en ze hebben er warme chocolademelk. Tijdens het opdrogen werk ik mijn notities bij. Buiten zit een groepje Amerikanen op het overdekt terras. Vermoedelijk zijn ze net uit de lucht komen vallen. Een Franse jongeman laat ze een waaier bankbiljetten zien en geeft er uitleg bij.




Court
Guignicourt is de tweede plaats die eindigt op 'court'. Court is afgeleid van het Latijnse Curtis. Het heeft dezelfde betekenis als Villa, namelijk: landhuis, landgoed, hofstede. In de Frankische tijd ontstonden veel plaatsnamen die begonnen met een eigennaam en eindigden op -ville of -court. Guignicourt zou het landgoed van een zekere Guignard kunnen zijn geweest.
Terug naar het weggetje. Het is zo goed als droog. Er volgen gehuchten met aucune ressource: St-Pierre-sur-Vence (Saint Pierre de apostel), Guignicourt-sur-Vence. In het laatste dorp pauzeer ik in een bushokje (abri) en knoop een gesprek aan met een jongen die zich daar met een fietsje aan de hand staat te vervelen. Ik vraag hem of hier echt helemaal niets te krijgen is.
- Rien.
Er is wel een café geweest, vertelt hij, maar dat is drie jaar geleden op de fles gegaan.
Valt er verder nog iets te beleven?
- Rien du tout.
Komt er een bus?
- Non plus.
Ook niet. Ooit heeft er een bus gereden, maar de lijn is opgeheven. Wat moet je zeggen bij zoveel treurigheid? Ik neem nog een croissant. We kijken naar een oprijlaan van een kasteel. Daar woont een Belgische prins, weet hij te vertellen. Die is er alleen niet zo vaak. Ik vraag de jongen of hij hier later blijft wonen. Hij hoopt van niet. Ik wens hem 'Bon courage' bij zijn verdere verblijf in dit gehucht en loop verder.
Dat was Guignicourt.
 
 
 
Klimmen naar Touligny - een vlek van zeventig inwoners, honden niet meegerekend - en dan weer heuveltje af naar Raillicourt over een onregelmatig verharde weg. In Raillicourt is ook niets te beleven. Van achter hun ramen volgen de bewoners mijn tocht door hun dorp. Pauze bij de D35. De slaapzak in zijn waterdichte hoes komt direct al goed van pas. Je kunt er op zitten als het nat is aan de kant van de weg. Er lopen dorpelingen voorbij, maar niemand zegt iets. Laat staan dat ze je uitnodigen voor een kop koffie. Ze zien me aan voor een zwerver. Als je in Frankrijk in je eentje met een rugzak loopt, buiten de erkende wandelroutes, dan ben je een zwerver. Je elke dag scheren, zoals ik doe, helpt niet om die indruk weg te nemen. Er zijn ook zwervers die zich scheren.
  In een boekhandel in Charleville heb ik op de Carte Touristique bij Launois-sur-Vence een bed zien staan. Dit zegt toch wel iets over de nauwkeurigheid van de Franse kaarten! Ik hoop er een hotel of chambre d'hôte aan te treffen. In Launois-sur-Vence is het een drukte van belang. Politie, afzettingen, auto's en mensenmassa's. Navraag leert dat er tijdens dit pinksterweekend een soort jaarmarkt is: een presentatie en verkoop van regionale produkten. De naam heb ik opgeschreven: Salon Gastronomique Régional des Produits du Terroir !
Het Syndicat d'Initiative kan op zo'n dag niet achter blijven. Ze zijn open en bij een hele mooie Française probeer ik meer over dat bed te weten te komen. Wiens bed stond daar op die kaart. Is het misschien haar bed? Je weet het niet.
Ze gaat op zoek. Het is moeilijk want volgens haar zit in verband met de feestelijkheden in hun dorp alle logies in de wijde omgeving volgeboekt, tot in Charleville-Mézières! Ze brengt het met veel overtuiging en misschien gelooft ze het zelf. En nu zou ik wel kunnen zeggen dat ik vanmorgen in Charleville een leeg hotel achter me op slot heb gedaan, maar je houdt je in op zo'n moment. Van aardige dames kan ik veel verdragen. Ze begint lukraak mensen uit een boekje te bellen. En inderdaad - alles complèt. Ze zoekt in steeds grotere cirkels rond Launois. Mag het ook vijf kilometer ver weg zijn? Ook tien? We eindigen in Rethel - twintig km verderop. Bij het tweede hotel heeft ze beet: Hôtel Le Moderne - Place de la Gare. Probleem is: hoe kom ik daar? Bussen rijden er niet. Par une heureuse coincidence komt er juist op dat moment een echtpaar uit Rethel het kantoortje binnen. Ik kan met hun mee rijden.
  Monsieur Le Grand en ik voorin. Vrouw en kind op de achterbank. We rijden niet rechtstreeks naar de plaats van bestemming. Nee nee - deze man is zeer enthousiast over zijn streek en wil me eerst nog van alles laten zien. En zo slingeren we even later over hetzelfde soort weggetjes waar ik de hele dag al over gelopen heb, met een grote omweg naar Rethel. Waar we precies langs komen weet ik niet, maar op een gegeven moment zie ik de markering van de GR12 en Novion-Porcion ligt ook op de route. Ondertussen praat de chauffeur aan één stuk door - een spraakwaterval - alsof de Heilige Geest in hem is gevaren. Maar hij spreekt slechts één taal en dat is Frans. Ik begrijp ongeveer de helft en probeer op de juiste momenten Oui en Non te zeggen. Zijn vrouw op de achterbank stelt de praktische vragen: waar ik heen ga, vandaan kom, hoeveel kilometer ik per dag loop en of ik misschien onderweg Frans heb leren praten...
Uiteindelijk bereiken we Place de la Gare. Een parkeerterrein met een klassiek station van de SNCF: een hoofdgebouw met aan weerszijden een lager gebouwtje. Alles in wit uitgevoerd. Op de stationsklok is het half zes. Het station ligt buiten het centrum. Tegenover het station staat Hôtel Le Moderne. Dit had natuurlijk Hôtel de la Gare moeten zijn. Ze geven me een kamer met uitzicht op het station.

Logis de France
Een netwerk van kleine confortabele hotels die nog in particuliere handen zijn.
Hôtel Le Moderne is een prima hotel. Twee sterren. Het mag zich Logis de France noemen. Niettemin kijk ik 's avonds in Rethel uit of het goedkoper kan dan 180 franc per nacht. Dat kan. Tweehonderd meter verderop staat Hôtel de la Champagne met slechts één ster en daar kan ik morgenavond terecht voor 150 franc. Scheelt weer een tientje. Veel maakt het niet uit en ik doe het ook meer voor de sport.
  Op een verlaten parkeerterrein aan de Aisne voltooi ik een Tai Ji beweging net voor de volgende bui losbarst. Ik zoek een goed heenkomen in de pizzeria. Weer geen Italiaan te zien. Het is druk in de pizzeria. Veel mensen met kinderen. Voor bij het eten heb ik de demi Vittel ontdekt - een halve liter mineraalwater om het vochtverlies weg te werken. Goedkoop en voldoende. Cappuccino zetten kunnen ze hier niet. Ze denken dat het espresso met een klont slagroom is.

Probleem is hoe ik morgen weer in Launois-sur-Vence terug kom. Ik informeer eens bij het loket van de spoorwegen. De trein naar Charleville rijdt per slot van rekening langs Launois - maar hij stopt er niet. De beambte bevestigt wat ik al weet: geen trein, geen bus. Hij raadt me aan een taxi te nemen. Ach - morgen zien we wel verder.

Op het bureau in mijn kamer ligt een vel briefpapier van het hotel en een mooie enveloppe. Zo'n kans laat ik niet lopen en ik schrijf een reisbrief aan mijn oud-collega's van het Van Hall Instituut. Ik beschrijf de gebeurtenissen van de afgelopen dag, maak uitstapjes naar eerdere belevenissen en besluit de brief met de hartelijke groeten uit het land van Liberté, Egalité, Fraternité en Propriété Privée - Défense d'Entrer. Want zelfs op de meest onooglijke stukjes grond zetten de Fransen het bordje Propriété Privée. Ze hebben een uitzonderlijke territoriumdrift.