Lagny-sur-Marne
 
De nacht is koud en rumoerig. Het bed is minimaal opgemaakt met slechts een laken en een sprei. Dit is het eerste hotel waar ik de kamerdeur 's nachts op slot heb gedaan. Vanuit mijn raam maak ik een foto van de verlaten brug en ga naar beneden. Als je niks zegt geven ze je koffie bij het ontbijt en dus vraag ik later om een kop thee.
- Un thé?
- Oui..
- Très bien monsieur. Un thé.

Het Arabische theekannetje ziet er bijzonder fraai uit. De inhoud is minder. Het kannetje zit vol theebladeren en dat verklaart de zeer wrange smaak. Van theezetten heeft de man geen verstand. Ik spoel er eau minérale achteraan, maar het is niet voldoende om de bittere smaak te verdrijven.
Om acht uur op pad. Het miezert. In het portiek van een bankgebouw liggen een man en vrouw op het beton te slapen. En dan had ik het vannacht al koud... De vrouw wordt wakker en probeert nu ook haar metgezel te wekken. Straks gaat de bank open en dan moeten ze wegwezen. Je ziet Fransen met afgrijzen naar deze mensen kijken. Égalité waar niks van is terecht gekomen.
Eerst de grote weg om er zeker van te zijn dat ik alle riviertakken passeer. Daarna een weggetje langs de linker Marne-oever. Eigenlijk is het de Marne niet, maar het kanaal dat er parallel aan loopt: Canal de Chalifert. Er staan mooie bungalows tegen de heuvel - goed beschermd achter hoge hekken. Beschermd tegen wie? Niet tegen invallende Germanen, maar tegen andere Fransen die het minder goed hebben en de égalité met diefstal proberen te herstellen.
De garagedeur gaat vanzelf open en er komt een bolide tevoorschijn. De achterlichten floepen aan en op hetzelfde moment begint het metalen hekwerk waar ik langs loop opzij te schuiven. Allemaal automatisch - een scene uit de Thunderbirds. Pa vertrekt voor een missie in de boze buitenwereld. Misschien is het de bankdirecteur.
Gaat deze weg verder tot het volgende dorp? Ik leg de vraag voor aan de laatste bewoner van dit pad.
- Oui. Bien sûr!
Maar alras verzeil ik kniehoog in nat gras en aas op ontsnapping. Via een greppel bereik ik het asfalt van de D5.
  Mareuil-les-Meaux. Café met een nerveus vrouwtje. Een invalster die voortdurend telefoneert. Waarom? Geen idee. Ze geeft me een pot thee met een kopje en zonder lepeltje. Het theelepeltje heb ik zelf bij me. Mannen aan de bar drinken hun petit café. Het is een Bureau de Tabac en dus meldt zich om de paar minuten een liefhebber. Bij het afrekenen moet de vrouw steeds weer de prijslijst raadplegen terwijl de klanten vaak het geld al gepast klaar hebben.
De France-Soir wordt plotseling onder mijn neus vandaan gegrist door een man die ermee de deur uit loopt.
- Allez! zegt hij.
Het was zijn krant.
  Twee pétangue veldjes buiten het dorp. De zon breekt door, jas uit, Tai Ji. De auto's die voorbij komen, gaan vrijwel allemaal langzamer rijden.

Ik vind een dossier op straat. Niet ver van de ingang van een fabriek. Het is een kartonnen map met A4-tjes. Ik leg hem op een muurtje bij de toegangspoort.
De verharde weg gaat over in het pad van de GR14a. De 'a' slaat op een variant. Je hebt niet alleen de Grandes Randonnées, maar ook nog diverse varianten. Deze variant volgt de Marne tot aan Lagny. Dat ga ik ook proberen.
Een half uur lopen door een bos brengt me in Condé-Ste-Libiaire. Het ligt aan het Canal de Chalifert en daar loopt een fleurig wit jaagpad naast. Duizend inwoners zegt de kaart en dat rechtvaardigt een bezoek aan het centrum. De eigenaar van de Bar-Tabac is een man van een jaar of zestig met wit haar. Hij loopt in zo'n bruin leren vest waar je vroeger alleen cowboys in zag. Aan het cafépubliek merk je dat je met import te doen hebt. Geen boeren. Het zijn Fransen die hier wonen en in Parijs werken.
Na Esbly wordt het paadje smaller. Onder een viaduct ter hoogte van Coupvray zit een man eenzaam en alleen aan een tafeltje te eten. Hij zit op een klapstoeltje en de etenswaren heeft hij voor zich op een tafeltje uitgestald. Un couvert in nowhere. Zijn auto staat ernaast met de klep omhoog. Iemand met fantasie.
- Bon appétit!
- Merci
. C'est le temps hein...
't Is etenstijd. Hij zegt het als een soort excuus omdat hij ziet dat ik vreemd opkijk van het tafereeltje.
  Het Canal de Chalifert snijdt tussen Chalifert en Esbly een grote Marne-lus af. Het laatste stukje kanaal gaat door een tunnel. Een eigenaardig punt. Hoog boven ons torent de spoorbaan van de TGV (Train à Grande Vitesse). Een huis staat verloren tussen de pilaren. Dan ligt er nog een sluisje. Een kunstwerk uit een andere eeuw. En achter het sluisje ligt de heuvel waarin het kanaal verdwijnt. Ik onderzoek of er misschien een pad mee de tunnel in gaat. Dat blijkt inderdaad het geval, maar je mag er niet in volgens een bordje. Nu is dat bordje niet het grootste probleem, maar er staan er twee mannen bij de tunnel te vissen en die zeggen dat de wandelroute over de heuvel heen loopt. Om hen niet te alarmeren neem ik de aangewezen weg.
Aan de andere kant van de heuvel ligt een sjiek restaurant. Een zaal met bejaarden aan het déjeuner. De piano staat klaar. Heel uitnodigend en ik had natuurlijk moeten zeggen: 'Votre pianiste est arrivé'. Spelen en daarna met de pet rond. Maar ik ben lang niet brutaal genoeg en bestel inplaats daarvan een glas melk.
  De Marne is breder geworden. Het pad is niet langer de GR14a. Veel huisjes aan de waterkant die het niet gehaald hebben. Soms zijn ze niet verder gekomen dan de toegangspoort of een schoorsteen. De bordjes 'Propriété Privée' staan er nog. Dat was natuurlijk het eerste waarmee de nieuwbakken eigenaar kwam aanzetten. Daarna plaatste hij de omheining. Tegen die tijd was het geld op of de energie of allebei. Kilometers lang loop ik langs ruïnes en vervallen troep. Een boulevard of broken dreams en brandnetels.
De brug van Lagny-sur-Marne komt in zicht - de Pont Maunoury. Aan die brug is een herinnering verbonden. Vijftien jaar geleden probeerden we in januari bij extreem hoge waterstand met de Allegro (een vrachtschip - type spits) onder die brug door te komen. Lukte niet.
Honderd meter voor de brug klom ik op het achterdek om over de stuurhut heen kijkend een indruk te krijgen van de speelruimte. Bouke stond aan het roer.
- Het kan, zei ik. Maar dan moet je wel in het midden blijven.
De Pont Maunoury is een boogbrug. Tussen de twee pijlers was de stroomversnelling. Al het Marnewater moest tussen die twee pijlers door. De spits was al halverwege de brug toen het mis ging. De Allegro kwam vrijwel stil te liggen en het voorschip begon uit te zwenken. Volle kracht vooruit. Het achterschip met de stuurhut lag nu pal onder de brug. Maar er was geen houden aan. Het achterschip bewoog naar de pijler, de stuurhut raakte de brug en plotseling stond Bouke in de open lucht achter het stuurrad. De stuurhut was in de Marne verdwenen en de Allegro lag muurvast tussen kade en brugpijler. Zelf had ik het verloop van de gebeurtenissen op het voordek afgewacht.
Sapeurs-pompiers erbij. Eerst wilden ze ons redden met een laddertje, maar daar gingen we niet op in. Het schip maakte geen water. De brug stond in een mum van tijd zwart van de mensen. 'Bon courage!' riepen ze ons toe. Een remorqueur (slepertje) van de service fluvial kreeg geen beweging in de spits. Met een kraanwagen wisten de sapeurs-pompiers het schip uiteindelijk vlot te trekken en af te meren langs de rechteroever. Een dag later stond er een uitgebreide fotoreportage in de krant - in de rubriek Les Faits Divers.
  Ze praat Engels tegen me - de medewerkster van het Bureau du Tourisme. Ik antwoord in het Frans. Eerst beweert ze dat er geen hotels in de binnenstad zijn. Alle hotels bevinden zich drie kilometer verderop in de Zone Industrielle (!) - zo luidt het bericht. Dit wil er bij mij niet in en ik zeur net zolang tot ze toegeeft dat er ook een hotel in het centrum staat. Alleen, dat hotel mogen ze toeristen niet aanbevelen.
- Voilà. C'est exactement ce que je cherche.
Voor dit hotel moet ik me vervoegen bij Café du Commerce, hoek Rue-St-Denis. De patron is een dik mannetje met een kaal hoofd. Hij kijkt twee kanten op en zegt dat er geen kamers vrij zijn. Dan bedenkt hij zich en belt zijn dochter.
- Oui, c'est pour une nuit... Oui, oui. Il parle français...
En tegen mij:
- Attendez. Elle arrive dans un instant.
Een vlotte Française in een mantelpakje. Ze stelt zich voor als Mélanie en ze heeft nog precies één kamer vrij. Of ik haar maar wil volgen. We steken de straat over en dan zijn we er al. Hôtel Le Verseau. De waterman - een sterrenbeeld.
  Mélanie spreekt een paar woordjes Engels en is daar apetrots op. Ze zegt eerst iets in het Frans en geeft daarna de Engelse vertaling.
- La chambre à coucher. Your ...euh... bedroom.
- Et voilà la clé de votre chambre. This is the ... euh.. key. Voilà!

Geen twijfel mogelijk. Ze houdt de sleutel in haar hand. Ik had het al gezien. Ik ben verzeild geraakt in de opnamen van een Engelse talencursus. Nu is het mijn beurt:
- C'est mon lit... zeg ik tegen de kijkers. This is my bed.
Mélanie lacht. Ze ziet er leuk uit als ze lacht. De meeste vrouwen zien er leuker uit als ze beginnen te lachen. Ik vraag of ze ook een douche heeft.
- Oui. Il y a une douche, mais j'ai perdu la clé. Vous comprenez? Do you understand? I lost the... euh...
- The key.
- Yes, I lost the key.
- C'est pas grave.

Ze laat me alleen, maar nauwelijks vijf minuten later wordt er hard op de deur geklopt. Mélanie en ze houdt triomfantelijk een sleutel omhoog.
- The key... of the shower. I found him!
- Amazing!
- Quoi?
- Très bien. Merci.

  De kamer is geheel naar wens. Een groot tweepersoons bed, openslaande balkondeuren, uitzicht op de winkelstraat en alles schoon. Prijs 140 franc. Inderdaad precies wat ik zoek.
Aan de kamerdeur hangt een tarieflijstje en daarop lees ik dat je de kamers ook per maand kunt huren. Dan kost deze kamer 2400 franc.
Er hangen ook instructies aangaande Conduite en cas d'incendie - hoe je je moet gedragen in geval van brand. De gasten wordt aanbevolen het brandende pand te verlaten. Maar je mag daarbij niet in paniek raken: 'sans affoler' staat er in het Frans, 'without losing your temper' heet het in het Engels, en de Duitsers moeten het doen 'ohne den Kopf zu verlieren'. Wat in geen geval mag is 'Feu!' (Brand!) roepen. Heel eigenaardig - het lijkt zo toepasselijk. Bij brand dien je je in verbinding te stellen met de directie en die zoekt het dan verder uit.
Routard
De Routard-gidsen zijn ook vertaald in het Nederlands. Ze zijn verkrijgbaar in de Trotter-serie.
Bij de boekhandel koop ik een Routard-gids van Parijs (75 franc). Per arrondissement staan er goedkope hotels en restaurants in. De aanschafprijs heb je er na één overnachting uit. Verder staat het boekje boordevol informatie over bekende en minder bekende plekjes.
  Andermaal naar het Bureau du Tourisme. Eerst om de dame te vertellen dat ze mij naar een prima hotel heeft verwezen en daarna om een plattegrond van Parijs te vragen. Ze geeft me een lijstje mee van andere hotels in Ile de France.
Op het lijstje staan ook de hotels in de omgeving van Lagny en dat zijn bijvoorbeeld: Disneyland Hôtel (1900 franc/nacht), Hôtel Cheyenne, Hôtel New York, Hôtel Santa Fe etc. Het Parc d'Attraction -Euro Disney ligt op vijf kilometer afstand van Lagny.
Het eind van de middag brengt regen. Ik neem een pression in Café de la Place en eet Poulet au curry bij de Cantonees naast het hotel. Enige gast.
  Lagny is een keurig plaatsje met keurige inwoners. Ze hebben een keurig Bureau du Tourisme waar ze je alleen naar nette hotels verwijzen. Keurige winkeltjes aan mooie winkelstraten. Ik betaalde er zes franc voor een sinaasappel - keurige afzetters. Keurig parkje ook, dat open is van 8 uur 's morgens tot 9 uur 's avonds. Maar op straat zitten zwervers te bedelen en 's avonds zie je er mensen in het huisvuil zoeken dat al die keurige mensen buiten hebben gezet.