Als uw maag, uw longen en uw voeten in orde zijn, kan geen enkele koninklijke rijkdom nog iets aan uw geluk toevoegen.
- Horatius
La Charité-sur-Loire

De korte broek is droog. Het lijkt een kleinigheid, maar op een tocht als deze gaat het om dit soort simpele dingen. Je kunt je verheugen over een broek die op tijd droog is, een café dat opduikt als je dorst begint te krijgen, een gesprekje met deze of gene, een schipper die z'n hand opsteekt, een smakelijke maaltijd 's avonds op een terras, een sigaartje aan de waterkant... Simenon had een theorie van de kleine vreugden: het vermogen te genieten van kleine, alledaagse dingen. Fransen zijn er beter in dan Nederlanders: eten, drinken en vrolijk zijn. La joie de vivre gaat om alledaagse dingen.
Ik ben te vroeg voor het ontbijt en loop naar de Esplanade voor Tai Ji. Toeristen zijn er nog niet. Er staat een jongeman bloemetjes water te geven.
Ontbijt. De PTT-ers komen binnen vallen en zoeken een plekje aan de stamtafel. Ze klagen over de warmte. Fransen klagen snel over 'la chaleur' terwijl 25-30 ºC volgens de krant de normale temperatuur is voor deze tijd van het jaar.
De barkeeper maakt de hotelrekening op. Eerst uit het hoofd, daarna met de rekenmachine. Het scheelt vijf franc.
- Pas mal pour un calcul mental.


Vanaf de Remparts loopt een weggetje naar beneden. Ik heb hem gisteren al een stukje verkend en hij lijkt de goede kant op te gaan. Het weggetje slingert tussen de druiven door de heuvel af. Een wijnboer in een Renault-4 biedt me een lift aan:
- Je vous amène?
- Aah non. Merci.

Gisteren heb ik een ansicht verstuurd waar het Canal Latéral opstond, ter hoogte van Ménétréol. Met een rij hoge populieren. Ze staan er inderdaad, maar aan de overkant. Ik kan er niet bij. Eerst twee kilometer langs de D920.
In Ménétréol-sous-Sancerre is een dame het caféterras aan het schoonspuiten. Ruw en slordig. Sigaret tussen de lippen. Het is niet haar favoriete bezigheid - dat kun je wel zien.
- C'est ouvert?
- Si vous voulez...

Binnen staan de tafels en stoelen opgetast. Ze maakt een café crème en begint te stofzuigen. Het toilet buiten heeft ze ook een goede beurt gegeven. Drie toiletrollen liggen er. Alle drie doorweekt.

Verder langs het kanaal. Nu aan de goede kant. Eerst een pad onder de populieren, later gras met af en toe een groepje bomen, nog later alleen maar gras en plein soleil. Om de vijf kilometer een sluisje, bemand door jongelui. Vakantiehulpen. 't Is geen moeilijk werk en de vaargasten die passeren zijn de beroerdsten niet. Op de brug bij Château de la Grange hangen mannen in overalls over de reling van de brug om naar het gedoe in de sluis te kijken. Er is veel te zien. Vooral de duurdere jachten hebben vrouwelijk schoon aan boord. De werklui vergapen zich aan slanke dames in bikini. Dat is nog eens wat anders dan hun eigen vierkante vrouwen.
De eerste spits sedert Nemours. Het schip is leeg en ligt hoog op het water. Het stuurhuis hebben ze afgebroken om onder de vaste bruggen door te kunnen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Veel dorpjes liggen er niet onderweg en ik sta op het punt om mijn noodrantsoen van twee croissants met water aan te spreken als ik bij Champalais iets in het oog krijg wat op een café lijkt. Het is een café. Buiten staan bank en stoelen onder een oude lindeboom. Het zou Café du Tilleul moeten heten, maar het heeft geen naam. Een meisje van een jaar of tien ziet me aankomen. Zodra ik zit vraagt ze heel beleefd:
- Qu'est-ce que je vous sers?
- Une verre de lait froid.

Dat begrijpt ze niet en grote broer moet er bij komen om de bestelling te ontraadselen. Hij gaat naar binnen om het gevraagde te halen en komt weer naar buiten om zich omstandig te excuseren. Ze hebben wel melk, maar het staat niet in de koelkast omdat er haast niemand naar vraagt. Het is dus niet koud. Ze kunnen me wel een glas melk serveren met ijsblokjes erin. Is dat ook goed? Dat is ook goed.
Anita blijft me met grote ogen aankijken. Ik vraag haar of zij wel eens melk drinkt.
- Jamais.
- Seulement du vin?
- Non, non... pas du vin. Pas encore.
- Alors, qu'est-ce que tu bois?
- Ooh. Eau minérale, Orangina, Coca...

Ze gaat naar school in Pouilly-sur-Loire. Dat ligt aan de overkant van de Loire - zeven kilometer fietsen. Anita heeft vakantie. Ik vraag of ze nog een glas melk voor me wil halen. Met alle plezier. Leuk meisje. Later roept ma haar binnen. De familie gaat aan tafel voor het middageten.

Ik bedoel dus, om op mijn thema terug te komen, dat er geen plausibele reden is te denken dat dezelfde dingen die wij op grond van onze keuze en vaardigheid doen, door de dieren uit een dwingende, aangeboren neiging gedaan worden. Dientengevolge moeten we erkennen dat dezelfde redenering en methode die wij volgen om iets te doen, ook die van de dieren is.
-Essais
Montaigne

 
 
Chinese strategie nr. 34


verwonden - vlees - strategie

De strategie van de zelfverminking.
Twee ethologische waarnemingen:
1. Un canard. Vanaf de oever stuift een eend het kanaal op. Het lijkt of hij niet kan vliegen. Hij komt niet goed los van het water. Eerst denk ik dat de eend aangeschoten is. Steeds als ik dichtbij kom, vlucht hij luid kwakend een eindje verder. Na deze vertoning een paar honderd meter te hebben volgehouden, is het beest plotseling kerngezond en vliegt in een wijde boog terug naar zijn nest. De hele komedie was bedoeld om mij bij het nest weg te lokken.
Hoe ontstaat zo'n gedragspatroon? 'Instinct' zeggen we dan, maar het is een schamel antwoord. Mensen gunnen die beesten gewoon geen bewustzijn. Het is een misleidingsstrategie. Militaire strategen hebben hem ook in hun repertoire. Je lokt de tegenstander weg van een plaats die je moeilijk kunt verdedigen en dat doe je door elders een zwakte voor te wenden.
De eend past Chinese strategie nummer 34 toe: de strategie van de zelfverminking. Door een handicap voor te wenden, de vijand in de waan brengen dat hij voordeel kan behalen.
2. Deux chevaux. Twee paarden in de wei. Ze staan naast elkaar in de kopstaart opstelling. Met hun staart slaan ze elkaar de vliegen van het hoofd. Wat is dit? Het vereist inlevingsvermogen om elkaar op deze manier van dienst te zijn.

Zelfs bij dieren die geen geluiden kunnen voortbrengen, is het niet moeilijk uit de dingen die we hen voor elkaar zien doen af te leiden dat er een ander communicatiemiddel is: hun bewegingen zelf zijn argumenten en gedachtengangen...
-Essais
Montaigne
't Is rustig in Herry. Half drie en de winkels zijn nog dicht. Ik ben de enige gast in een bar waar moeder de vrouw op een verhoginkje staat te strijken. Een kleuter bestookt haar met vragen. Ze hebben een krant, maar geen toiletpapier. Het verhaal wordt eentonig. Ik zou met een verborgen camera wel eens willen zien hoe die Fransen dat nu precies klaarspelen. Misschien blijven ze na het drukwerk gewoon gehurkt zitten terwijl een krachtige straal het toilet schoonspoelt en daarbij ook hun achterste meeneemt. Je weet het niet. Het blijft één van de grote raadsels in dit land. Verdere studie is geboden. Misschien zit er een promotie-onderzoek in. Stunning aspects of toiletpaper absence among the French... Zoiets.




 
Faubourg
Faubourg is afgeleid van 'faux bourg' - onecht dorp. Hier stonden huizen van welgestelde burgers die buiten de stadsmuren waren gaan wonen. Het waren de eerste buitenwijken. De buitenwijken van nu heten: Les Banlieues.
De brug naar La Charité-sur-Loire. In de Loire wordt gezwommen ondanks het bordje Baignade interdite. Het water ziet er heel aantrekkelijk uit. Ik neem een kamer van 150 franc in Hôtel Le Cygne - De Zwaan. Sympathieke eigenaar en een prachtige kamer. Door de openstaande ramen kijk ik uit op een weelderig begroeide binnenplaats. Zwembroek aan en naar de rivier. Als je er niet mag zwemmen, dan gaan we er gewoon languit in liggen. Later hoorde ik waarom het zwemmen verboden is. De Loire is een gevaarlijke rivier. In de bovenloop liggen stuwen en als ze die een tijdje open zetten, bijvoorbeeld na zware regenval, dan kan het water in de benedenloop in korte tijd enkele meters stijgen.
Ik dacht dat ik me in La Charité bevond, maar bij nadere inspectie blijk ik op een eiland te zitten: Le Faubourg de Loire. Hier ligt de camping ook. De binnenstad van La Charité ligt een brug verder.
De Loire vormt hier de grens tussen twee departementen. Ik kwam uit de Cher en zit nu in Département de la Nièvre - nummer 58. De Nièvre is een riviertje dat bij Nevers in de Loire uitmondt. En bovendien bevinden we ons nu in Bourgondië - de streek waar het leven goed is.

Het Bureau du Tourisme. Een behulpzame jongedame die allerlei foldermateriaal voor me opzoekt. Ze geeft me ook alvast een plattegrond van Nevers mee. Aan de muur hangt een kaart met de routes naar Santiago de Compostela. La Charité ligt op de route die in Vézelay begint. Gewapend met al het foldermateriaal zoek ik een terras op om het met een pression binnen handbereik te bestuderen.
 
 

Seyr, zo lees ik, was de naam van de oorspronkelijke nederzetting. Stad van de zon. De heuvel waar de stad tegenaan ligt heet de Mont Seyr. Rond 700 nC moet op deze heuvel al een klooster hebben gestaan. Verifieerbaar wordt het vanaf 1052 toen de Abt van Cluny een klooster plus kerk liet bouwen. Het werd één van de eerste 'dochters' van de abdij van Cluny. De nieuwe abdij mocht zich sieren met de eretitel 'Fille ainée du Cluny' - Oudste dochter van Cluny.
De kloosterlingen noemden zich: de broeders der barmhartigheid (charité) en in de Middeleeuwen ontstond de uitdrukking: 'Allons à la charité des bons pères'. Zo kwam de plaats aan zijn naam La Charité-sur-Loire. Barmhartigheid aan de Loire.
La Charité werd een pleisterplaats voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostela. De bedevaart naar Santiago kent verschillende aanlooproutes en één ervan begint in Vézelay. Na een dag of drie lopen bereik je La Charité. Er is een alternatieve weg (une variante) over Nevers. Lange tijd kon je in deze streek de Loire namelijk alleen oversteken bij La Charité en Nevers. Elders waren geen bruggen. Cluny was overigens belangrijkste organisator en hoofdsponsor van de bedevaart naar Santiago. Langs de wandelroute liet ze nieuwe kerken bouwen en bestaande uitbreiden.
  Het is de derde keer dat we Cluny tegenkomen. Wat was die abdij van Cluny precies? Om die vraag te beantwoorden eerst iets over de Benedictijnen...
In 529 stichtte Benedictus van Nursia (Saint Benoît) de orde der Benedictijnen. In Monte Cassino (Noord-Italië) bouwde hij een klooster op de plaats van een oude Romeinse versterking. Zijn devies was 'Ora et labora' - bidt en werk. Een succesformule en op tal van plaatsen verrezen Benedictijnse kloosters.
De abdij van Cluny werd in 910 gesticht als Benedictijns klooster door hertog Guillaume d'Aquitanie. Cluny is een plaatsje 75 km ten noorden van Lyon. Cluniacum heette de nederzetting in de Romeinse tijd. De abdij van Cluny viel rechtstreeks onder de Paus.
De monniken van Cluny legden een netwerk van kloosters aan en Cluny werd een begrip in Middeleeuws Europa. Meer dan tienduizend monniken verspreid over meer dan 1600 kloosters vielen onder l'Abbaye de Cluny. En al die kloosters bepaalden het dagelijkse leven van de mensen in hun omgeving. Als het op macht aankwam kon de abt van Cluny zich meten met koningen en pausen.
De kloosters waren centra van beschaving en wetenschap. De monniken beperkten zich niet tot het verkondigen van een christelijke levenswijze. Ze waren praktisch ingesteld en bemoeiden zich eigenlijk overal mee. Met landbouw bijvoorbeeld. Er waren veel boerderijen nodig om de monniken van al die kloosters in leven te houden. Nieuwe landbouwmethoden, perfectionering van de wijnbereiding - allemaal het werk van monniken. Verder hadden de kloosters het bestuur over het gebied dat hen was toegewezen en daar namen ze ook de rechtspraak voor hun rekening.
 
 
 
 
 
 
De Architectura
Over Bouwkunde. Vitruvius was genie-officier en architect ten tijde van Julius Caesar en Augustus. Hij schreef het boek omstreeks 25 vC. Het bevat een schat aan informatie over bouwmaterialen, constructie van huizen, tempels, theaters, thermen, aquaducten, hijskranen, pompen, etcetera.
Naast het stichten van kloosters bevorderde Cluny ook de bouw van kerken en kathedralen. In Frankrijk werd in de periode 1050-1350 ongelooflijk veel gebouwd: 80 grote kathedralen, 500 grote kerken en tienduizenden kleinere kerken. Ook op de bouwkunst had Cluny grote invloed.
De bouwstijl in de 10e en 11e eeuw heet Romaans. De stijl is van de Romeinse bouwkunst afgeleid. In die tijd stonden nog heel wat Romeinse bouwwerken overeind. De Romeinen bouwden voor de eeuwigheid. Hun constructies werden afgebroken en op de fundamenten verrezen kerken en kathedralen. Bij restauratie komen nog regelmatig de resten van Romeinse tempels tevoorschijn.
Uit de Romeinse tijd was één handwerk over architectuur bewaard gebleven: De Architectura van Vitruvius. Dit boek werd (duizend jaar later!) uitgebreid geraadpleegd door de Romaanse kerkenbouwers. De eerste kerkenbouwers kwamen uit Lombardije in Noord-Italië.
Tenslotte nog iets over de Heilige Benedictus. In de 7e eeuw werd in het huidige St-Benoît-sur-Loire de abdij Fleury gesticht. In 672 gaf de abt enkele monniken de opdracht het gebeente van Benedictus († 548) op te halen uit het klooster van Monte Cassino dat in verval was geraakt. En zo ligt nu de schrijn van de heilige Benedictus aan de Loire. De abdij van Fleury werd hernoemd in Abbaye de Saint-Benoît.
  Op de Mont Seyr liggen de resten van de oude vestingwerken - de Remparts. Ik maak een wandelingetje over de Promenade des Remparts en neem een kijkje in een van de kerkgebouwen waar plaatselijke enthousiastelingen een tentoonstelling hebben ingericht over de geschiedenis van La Charité. Pelgrims heb ik nog niet gezien. Je schijnt ze te kunnen herkennen aan een schelp die ze bij zich dragen - het symbool van de heilige Jacobus.


In het restaurant van Hôtel Le Cygne. Er zit een dame van een jaar of veertig. Een echte dame. Zeer verzorgd type. Alleen - ze is bijzonder onrustig. Na een lang telefoongesprek begint ze aan de maaltijd, maar veel eten doet ze niet. De vrouw van de baas vraagt of ze morgen ook nog blijft. Weet ze niet.
- Ça dépend. À cause de la situation...
Ik krijg de indruk dat ze uit haar huis is weggevlucht na een ruzie met haar man en eigenlijk weet ik het ook wel zeker. Het is geen toeriste en ze is evenmin op zakenreis. Wat schrijft de etiquette voor in zo'n geval? We zitten met z'n tweeën in een lege salle à manger. Zolang je geen gesprek begint, hangt er een zekere spanning in de lucht. Begin je wel een gesprek, dan zit je in de relationele problemen. Ik kies voor spanning in de lucht.
Als entrée serveren ze Crottins de Chèvre. Iets met geitekaas - een lokale lekkernij. Terwijl je het eet, moet je de gedachte aan overgeven proberen te verdringen. Crottins de chèvre betekent: geitekeutels. Je ziet niet vaak keutels op het menu staan.
  De Loire heeft door de eeuwen heen dichters en troubadours aangetrokken en als je zo bij het vallen van de avond aan de rivier vertoeft, dan besef je waarom. Het is een romantische rivier. Een rivier is bedoeld om water te verplaatsen, maar waterverplaatsing heeft voor de Loire geen hoge prioriteit. Er liggen eilandjes in en met bosjes begroeide zandbanken. Het water heeft aan een paar geulen voldoende. 'De Loire is een rivier van zand waardoor een beetje water vloeit', schreef een Franse dichter.
Van de overkant klinkt gitaarmuziek. De klanken dragen ver over het water en de stemmen ook. De laatste zonnestralen zetten La Charité in een rode gloed. Er komen meer mensen naar de waterkant. Ze gaan op een bankje zitten, kijken naar de rivier en laten de avond op zich inwerken. Genieten van de kleine dingen - een zonsondergang aan de Loire. Als ik zelf ooit een gedicht moest schrijven, dan zou ik het hier proberen.
  Op de binnenplaats van Hôtel Le Cygne voeren de dochtertjes van de baas een modeshow op. Om beurten lopen ze parmantig rond. De één showt, de ander geeft commentaar en dat doen ze verbluffend goed. Ze gebruiken alle superlatieven en zinswendingen die bij zo'n evenement gebruikelijk zijn. Het zit er al heel vroeg in.
Het toilet in Hôtel Le Cygne heeft de volgende bijzonderheid: het lichtknopje werkt alleen als je eerst het licht in de eetzaal aandoet. Heel gewoon. In mijn onnozelheid dacht ik dat het licht stuk was, maar de hôtelier hielp me uit de droom. Hij zal de schakeling zelf wel hebben aangelegd, zo in de loop van de dag, toen een stijgend promillage helder denkwerk uitsloot. Kenmerkend voor een bepaald soort Fransen is dat ze dan vervolgens de constructie niet verbeteren. Zo komen wij aan onze uitdrukking 'met de Franse slag'. 'Ça marche' zeggen ze. Het werkt en dan moet je verder niet zeuren.