Hulsberg
 
Het vertrek is later dan gewoonlijk: half elf. Mijn Völkl-schoenen gaan achterin de Honda en de overbodig geworden kaarten ook. Dat kan allemaal terug naar Groningen.
Het is droog. We lopen door Sittard, over de Markt tussen de kraampjes door. Bij een muurtje legt Bert zijn rugzak af:
- Zo, en nu eerst even wat aan m'n beenspieren doen.
Er volgen enige strekoefeningen. Hij is aardig stijf.
- Doe je nog aan sport?
- Nee. Nou ja, af en toe een potje vrijen. Dat is ook heel gezond.
- Dat zal best,. maar je wordt er niet lenig van zo te zien.
Eenmaal buiten Sittard op de Kollenberg komen de herinneringen aan vier jaar geleden weer boven. Daar bij dat Mariabeeldje vertraagden we destijds het tempo omdat er een man met een loslopende hond voor ons liep.

In Windraak heeft de pater bij de pastorie een geneeskrachtig waterpompje aangebracht voor vermoeide wandelaars. De tekst:

Pieterpadders en zo meer
Als uw tong droog voelt als leer
En blaren knellen al te zeer
Vindt dan hier uw krachten weer.

Je kunt kiezen voor water tegen dorst, platvoeten en andere kwalen door een nepknopje in te drukken alvorens de zwengel over te halen. Heel aardig. Echt iets voor een pater. Paters zijn gewend om mensen voor de gek te houden.
  Op de Wanenberg lopen we de Heemtuin binnen, maar mogen er niet blijven. Een vrouw uit Puth vertelt dat ze de tuin geopend heeft voor een schoolklas. Nu die er uit gaat, doen ze de deur weer op slot.
- Of bent u er apart voor gekomen?
- Nee, zeggen we naar waarheid.
We lopen door naar Puth. Geen koffie. Het café is dicht. De bakker is wel open en Bert vraagt heel nadrukkelijk of je hier ergens koffie kunt krijgen, in de hoop dat de bakker het ons zelf aanbiedt. Maar dat doen ze niet. Daarvoor komen er veel teveel wandelaars langs. We drinken op straat een blikje fris. 't Is niet echt gezellig in Puth.
Cafés in Limburg
Later kwam ik er achter dat café's in Limburg voor het merendeel overdag gesloten zijn. Ze gaan pas rond een uur of vijf open.
Kasteel Terborgh. We lopen onder de poort door. De binnenplaats ligt er verlaten bij. Opzij is een restaurant. Gesloten. 't Is alsof we in dit deel van Limburg niet erg welkom zijn. Bert zit op een bankje en wacht rustig af tot ik klaar ben met mijn Tai Ji oefeningen. Dan komt hij met een onthulling:
- Ik heb ook nog iets leuks voor je.
- Zeg het eens.
- Vorige week zaterdag las ik de Volkskrant en bij de kennismakingsadvertenties kreeg ik een ingeving.
- Ga door.
- Soms heb ik dat zo. Van die ingevingen. Ik dacht aan jouw en aan het getal zeventien. Toen heb ik de zeventiende advertentie opgezocht en wat daar stond leek me net iets voor jouw: een vrouw van 37 jaar in de omgeving van Groningen. Dat is toch toevallig niet? Want in die rubriek staat alles uit het hele land door elkaar...
- Ja, dat is toevallig.
- En omdat jij er niet was heb ik haar een brief geschreven - gewoon om te kijken of het iets voor jou was. Ik heb haar iets over jou verteld, dat ik een goede vriend van je was, enzo... En afgelopen maandag kwam er een brief terug.
- En die heb je bij je?
- Jaja, die heb ik hier. Ze wil je wel eens ontmoeten.
- Heb je verteld dat ik aan het wandelen ben?
- Ja dat weet ze. Ik heb gezegd dat je eerst naar Parijs gaat lopen.
- O.
Bert haalt de brief tevoorschijn en ik zet me naast hem op het bankje om het document te lezen. Je kunt van alles beleven als je aan het lopen bent.
"Emmen, 13 mei '95" staat er boven.
- Ze woont in Emmen! Dat is niet naast de deur...
- Ach jongen, als de ware liefde eenmaal toeslaat... Dan is zo'n afstand echt geen probleem.
Bert vond z'n eigen vriendin tegenover hem in de straat. Ze woonde op nog geen honderd meter afstand. De brief uit Emmen is van een gescheiden vrouw met een zoontje van vijftien. Ik zie er niet direct een voltreffer in.
- Zou je haar willen ontmoeten?
- Als ik terug kom wil ik haar wel eens bellen. Maar voorlopig ben ik aan het lopen.
- Dan zal ik haar opbellen om dat te zeggen.
- OK.
Ondertussen zijn we aardig verkleumd en samen met mijn relatiebemiddelaar wandel ik verder naar Spaubeek.
In Spaubeek begint het te miezeren. Er is weer geen café open - ons verhaal wordt eentonig. De supermarkt is wel open en het is er warm. We zoeken een lunch bij elkaar en eten die onder het afdakje op. Voor ons op de parkeerplaats rijdt een vrouw een marktkraampje omver. De auto blijft als door een wonder ongeschonden. Zal wel ingewijd zijn.
We besluiten in Hulsberg te overnachten. Bert heeft een telefoonkaart en reserveert een kamer in een pension. Verder in de motregen. Buiten Spaubeek raken we met een oudere jogger aan de praat. We taxeren de man later op arts of tandarts. Hij weet niet dat hier een Pieterpad langs loopt. Wel is hij zelf voornemens ooit nog een keer naar Nice te wandelen. Je hoort het wel vaker. Maar bij de meeste mensen komt het er nooit van. Ze stellen het uit tot een volgend leven.
Wat komt er bij kijken om een lange wandeltocht te maken? Eigenlijk maar twee dingen: ge moet beginnen en ge moet doorlopen. Meer is het niet. Van deze twee is beginnen het moeilijkste. Je moet je weten los te rukken uit je vertrouwde wereldje. Een aanleiding helpt. Zelf had ik een ijzersterke aanleiding.
Op de Hoornweg begint het echt hard te regenen. Ik trek m'n poncho aan en Bert haalt zijn regenpak tevoorschijn. Achter elkaar sjokken we door een karrespoor naar Schimmert.

In Schimmert is eindelijk iets open. Een lunchroom. Alle natte spullen uit en een kop snert. Daarna koffie want dat hebben we ook nog niet gehad. In een leegstaand klooster bij Schimmert hebben ze asielzoekers ondergebracht en dat is te merken in het dorpsbeeld. Alsof er een uitwisselings-programma met een Afrikaanse nederzetting draait. Een jongeman parkeert zijn brommer voor de lunchroom en komt binnen voor een zak patat. De mayonaise wil hij er gratis bij hebben. Om daar vijftig cent extra voor te betalen vindt hij onzin. Hij zeurt door, maar de eigenaar geeft geen krimp.
- Hoeveel zakgeld krijgen ze? vraag ik.
- Twintig gulden per week.
- Da's niet veel.
- Nee, maar de meeste zwemmen in het geld. Ik heb ze hier wel met een boodschappentas vol bankbiljetten gezien. Het zijn niet de allerarmsten die kans zien uit hun land weg te komen...
De bevolking van Schimmert is niet zo blij met het onverwachte bezoek. Een paar honderd asielzoekers die de hele dag door het dorp slenteren, daar wordt je niet vrolijk van. En overlast bezorgen ze ook - vertelt de man. Diefstal en vechtpartijen.
Het houdt niet op met regenen en dus pakken we ons in voor de laatste etappe: over de asfaltweg naar Aalbeek en dan het fietspad langs de snelweg naar Hulsberg. Het is eind van de middag - net de tijd waarop de Limburgers in hun autootjes van het werk terugkeren.
Pension Datura staat aan de rand van het dorp. We krijgen een hartelijke ontvangst met koffie en vlaai. Twee soorten vlaai zijn er. En nadat we onze keuze op een ervan hebben laten vallen, vraagt onze gastvrouw of we ook nog iets van het andere type willen proeven. Dan ben je bij Bert aan het goede adres.
De vrouw doet het pension. Haar man, die er even later bij komt zitten, is postbode. Hun zoon is ook postbode. Nooit geweten dat je als postbode zo'n groot huis bij elkaar kon lopen. Misschien moet ik ook postbode worden. Ik mag graag lopen en als ik toch aan het lopen ben, dan kan ik gelijk wel wat post rondbrengen.
Drents Tiental
Bert heeft het adresje in Hulsberg goed onthouden. Voorjaar '96 logeerde hij met het complete Drents (Dam)Tiental in Pension Datura aan de vooravond van de wedstrijd tegen Geleen.
We eten bij de Chinees en vullen de avond met voetbal kijken en dammen. Begin jaren zeventig zaten Bert en ik op dezelfde middelbare school in Assen. Ik leerde hem dammen en sindsdien loopt dat spel als een rode draad door onze bezigheden. We speelden jaren in hetzelfde tiental, schreven boekjes, gaven trainingen, maakten een TV-cursus en ontwikkelden ons tot specialisten op een weinig lucratief gebied: de didactiek van het damspel. Bert is nog steeds een damenthousiast. Hij speelt in het Drents Tiental en doet damverslaggeving voor Nieuwsblad van het Noorden en Radio Drenthe. Zelf heb ik het spel enige jaren geleden vaarwel gezegd.
Burgus
Romeinse stenen rechthoekige wachttoren omgeven door een muur en een gracht.

Burcht - Bourg
Het Germaans kende ook een woord Burg, dat vermoedelijk dezelfde oorsprong heeft als Berg.
De woorden Burgus en Burg hebben zich vermengd. Het Nederlandse burcht en het Franse bourg komen er uit voort.
We komen in de buurt van de Romeinse weg van Keulen naar Maastricht. Op de Goudsberg ten zuiden van Hulsberg hebben ze de resten gevonden van een Romeinse versterking - een zogenaamde Burgus. Deze kwamen alleen voor in de buurt van de grens van het Keizerrijk.
De versterkingen hadden een tweeledig doel. Ze dienden om de bevolking van de omliggende landerijen te beschermen en het waren tevens inzamelpunten en depots voor de jaarlijkse belasting in natura, de Annona Militaris, die diende om de troepen in leven te houden.