Groesbeek

- Denk je dat Oz mij moed kan geven? vroeg de Laffe Leeuw.
- Net zo makkelijk als hij mij hersens kan geven, zei de Vogelverschrikker.
- Of mij een hart, zei de Blikken Houthakker.
- Of mij terug kan brengen naar Kansas, zei Doortje.
- Dan ga ik met jullie mee, als je het niet erg vindt, zei de Leeuw. Want zonder moed is mijn leven is gewoon ondraaglijk.
-The Wizard of Oz

Van Spijk naar Tolkamer loopt het Pieterpad over een autoweg. Niet geweldig, maar als compensatie heb je de Rijn aan je linkerhand.
We gaan tweeduizend jaar terug in de tijd. Aan de overkant begon het Romeinse Rijk. Na enkele mislukte avonturen in het land van de Germanen trokken de Romeinen zich definitief achter de Rhenus terug en maakten haar tot noordelijke grens van het keizerrijk. Ze legden een militaire weg aan met versterkte posten en legerplaatsen op regelmatige afstanden. Limes was de naam van deze rijksgrens. De aanleg begon in 15 vC onder keizer Augustus en werd voltooid in de 1e eeuw. De militaire nederzettingen langs de weg groeiden vaak uit tot dorpen en steden. Utrecht en Nijmegen begonnen als Romeinse legerplaats. Xanten en Keulen zijn andere voorbeelden.
De weg langs de rivier liep door tot in de buurt van Bazel en sloot daar aan op de wegen naar Rome. De Romeinen waren de eerste wegenbouwers in Europa. Veel van hun wegen liggen er nog in de oorspronkelijke staat - tweeduizend jaar oud; andere zijn als fundering gebruikt voor onze autowegen.
Noord-Nederland
In de buurt van Leeuwarden werd een koopakte gevonden tussen een Fries en een Romeinse militair, betreffende de verkoop van een koe. Verder zijn er in Noord-Nederland veel Romeinse munten gevonden.

 
Bevolkingsdichtheid
Als het ergens voorspoedig gaat, komt er bevolkingsgroei. Men heeft vastgesteld dat de bevolkingsdichtheid van Zuid-Holland pas in de 19e eeuw weer het niveau van de Romeinse tijd bereikte.
In de vierhonderd jaar dat de Romeinen in dit gebied verbleven kwamen ze wel ten noorden van de Rijn, maar alleen om er handel te drijven, niet om er te wonen. Wonen deden ze in hun steden en in de Villae Rusticae - grote landhuizen van waaruit landbouw werd bedreven.
Het vertrek van de Romeinen (in 405 werden de laatste soldaten teruggeroepen om Rome van de ondergang te redden) betekende een geweldige klap voor de samenleving. Het tot in de puntjes uitgedachte bouwwerk stortte in. Steden raakten ontvolkt, verbindingswegen werden nauwelijks meer gebruikt en de handel stokte - ook de Rijnhandel over deze rivier. In de 7e en 8e eeuw werd de orde weer enigszins hersteld en pas in de late Middeleeuwen kwam de rivierhandel weer op gang. En dat brengt ons bij Tolkamer.
  In 1220 verwierf Graaf Gerard van Gelre het recht om tol te heffen op passerende schepen. Nou ja 'recht'. Het was natuurlijk een verkapte vorm van zeeroverij. Waarom hier? Omdat je er bij moet zijn voordat de Waal zich van de Rijn afsplitst. Anders moet je twee keer tol heffen en dat is niet handig. Eeuwenlang bracht de tolheffing bij Lobith de Hertogen van Gelre veel geld in het laatje. De tolheffing verdween in 1868.
In Tolkamer is om half tien 's morgens nog nergens koffie te krijgen. Ik mag wel ergens in een restaurant van het toilet gebruik maken. Dat is ook wat waard, want dit rivierenlandschap kent geen aan het oog onttrokken plekjes waar je je even kunt terug trekken.
Castellum
Een vesting. De woorden kasteel, castle en château zijn er van af geleid.

Drususdam
Er is een grafsteen gevonden van een soldaat uit Genua die volgens het opschrift Carvio ad molem - bij de dam in Carvium - begraven ligt. Carvium zou dan de naam van het castellum kunnen zijn.
De Bijland - nu een waterplas, vroeger een polder en heel vroeger de plek waar een Romeins Castellum langs de grensweg stond. Rond het begin van onze jaartelling splitsten Rijn en Waal zich op deze plek en de Romeinen wierpen een dam op in de Waal (Vahalis) om meer water in de Rijn en in het kanaal naar de IJssel te krijgen. De aanleg begon onder Drusus - hij heet ook de Drususdam - en werd in 55 nC voltooid. Vermoedelijk passeerde de Limesweg over deze dam de rivier de Waal.
  Bekentenissen op de dijk.
Tai Ji aan de oever van De Bijland. Het is raar, maar ik twijfel over één beweging. Was het de linkerhand boven de rechter of was het juist andersom? Voor beide is iets te zeggen. Heel raar! Ik heb de beweging ondertussen al honderden keren (goed) uitgevoerd, zonder er bij na te denken, en nu weet ik het plotseling niet meer.
Maar ik weet wel hoe het komt. Mijn gedachten worden afgeleid. Ik moet straks met het pontje naar de overkant en daar zie ik tegenop. Niet dat ik de rivierwaardigheid van het pontje bij Pannerden in twijfel trek. Nee - het heeft te maken met enkele hersenkronkels die mij parten spelen. Ik heb de laatste jaren een fobie ontwikkeld voor vervoermiddelen waarin je 'opgesloten' zit. Ik durf niet meer met de trein en niet meer met de bus. Bij anderen in de auto zitten durf ik wel weer, maar zelf achter het stuur - dat heb ik al in geen anderhalf jaar meer gedaan. Ik had een Eend. Het begon bij de stoplichten, als ik in de file moest wachten bij het kruispunt. Later kreeg ik het ook op de autosnelweg. Binnen enkele weken was het afgelopen met autorijden. Twee maanden later heb ik mijn Eend verkocht.
De verschijnselen? Een gevoel van paniek. Geen hyperventilatie, geen hartkloppingen, geen angstzweet. Totale paniek - het ergste wat je kan overkomen.
Gereisd heb ik de laatste jaren nauwelijks. Groningen verliet ik alleen te voet en op de fiets. Als ik voor m'n werk het land in moest, stuurde ik vervangers. Mijn collega's wisten ervan en hielden er rekening mee. Ik woonde alleen besprekingen in Groningen bij. Eens liep ik vanuit Groningen naar een tweedaagse vergadering in Akkrum. 't Is drie dagen lopen. Daarna durfde ik wel weer met een collega mee terugrijden. Een ernstige handicap, kortom.
  Maar het is wel eens erger geweest. Ik heb de hoek van de straat ook wel eens niet gehaald. Vorig jaar was dat. De tocht naar mijn werk (twintig minuten fietsen) durfde ik niet meer aan. De fobie ging vergezeld van ernstige slaapstoornissen. De huisarts liet ik bij me thuis komen, omdat ik geen kans zag naar hem toe te gaan.
Hij schreef een pillenkuur voor. Antidepressiva. Ik heb ze opgehaald, maar niet geslikt. In plaats daarvan ben ik gaan hardlopen. Eerst blokjes in de buurt, later verder. Het hielp. Binnen drie weken kon ik weer aan het werk. Maar ik was snel moe en kon me niet concentreren. 's Morgens bij het wakker worden was ik al moe. Mijn geest bleef gewoon overspannen - alleen de lichamelijke conditie was verbeterd. Mijn baan bracht ik terug van 32 naar 20 uur per week en die 20 uur verspreidde ik over vijf dagen. April vorig jaar begon ik met Tai Ji. Een gelukkige greep. Elke morgen na het opstaan eerst buiten een uurtje Tai Ji - douchen - eten en tegen de middag naar m'n werk. Ik werkte alleen 's middags. Deze routine heb ik een jaar lang volgehouden. Tai Ji heeft me er van dag tot dag door gesleept. Maar je kunt natuurlijk niet jaren zo doorgaan.
  Op 1 februari schreef ik een ontslagbrief. Opzegtermijn van drie maanden. Vrij vanaf 1 mei. De rest is bekend: ik stortte flink wat geld op mijn girorekening, pakte mijn rugzak in en ging op stap - de zon, de zomer en de zorgeloosheid tegemoet. Lopen als therapie. Net zolang doorlopen tot je weer beter bent. Maar voorlopig zit dat pontje me wel dwars. Dat was ook een reden waarom ik liever over Kleve was gegaan. Dan kun je bij Emmerich met een brug over de Rijn. Erg hè?
Ik ben een Leeuw, maar 'k heb mijn moed verloren. Ik volg het gele klinkerweggetje naar het zuiden in de hoop hem terug te vinden.
  Wat voor werk ik deed? Gekkenwerk. Maar daarover later meer. De weg is nog lang. Ik moet nu eerst proberen zonder ongelukken de Rijn over te komen.
Eens per uur kun je hier naar de overkant. Het is 11.05 en het pontje komt speciaal voor mij aanvaren. Vanuit Millingen zijn er geen passagiers. Ze hebben me op de dijk zien staan.
De overtocht verloopt probleemloos. Dat wil zeggen: geen paniek. Maar echt lekker zit ik niet op dit veerbootje. Het is overigens niet zozeer de angst voor boten, auto's, treinen of bussen - het is meer de angst voor paniek. Je bent bang dat je opnieuw in paniek zult raken.
Oeverwallen
De loop van de Rijn is door de eeuwen heen sterk gewijzigd. Dijken waren er niet vroeger en de Rijn kon dus alle kanten op. In de Romeinse tijd werd in dit gebied een soort oeverwallen-systeem aangelegd. Rond die oeverval zijn veel sporen van bebouwing gevonden. Millingen is gebouwd op zo'n oude oeverwal. Op de Eversberg aldaar zijn de fundamenten van een Romeinse wachttoren blootgelegd.
Millingen. Koffie op de goede afloop. Aan de bar zitten mannen pils te drinken. Een vrachtwagen-chauffeur vertelt dat hij dag in dag uit op en neer jakkert naar Zuid-Duitsland. Vanmorgen is hij weer in Nederland terug gekomen. Hij klinkt vermoeid. Zijn baas had het volgende vrachtje al weer voor hem klaar liggen. Een vrachtje voor 'ergens achter Frankfurt'. Maar hij had gezegd:
- Ik doe het niet.
- Ik geef je er een paar honderd extra voor...
- Nee, ik doe het niet. Ik wil naar huis. Slapen.
En nu zit hij hier, om een paar pilsjes te drinken voor het slapen gaan.
Mijlpalen
Wegwijzers zijn een Romeinse uitvinding. Langs Romeinse wegen stonden mijlpalen - Milia. Het waren de voorlopers van de ANWB-paddestoel. Millingen zou uit Milia kunnen zijn afgeleid. Ten zuiden van Xanten ligt ook een Millingen aan de Rijn. Anderen zeggen dat Millingen is afgeleid uit de eigennaam Milo.

Tussen Millingen en Leuth valt een plensbui. Ik hou me schuil onder een bosje in de buurt van een villa. Mijn poncho is een fietsponcho en die is aan de korte kant, vooral omdat de rugzak er ook nog onder schuil gaat. Als je lange tijd in de regen loopt, wordt je broek nat tot boven de knieën en dat loopt niet lekker. Loop je in korte broek dan is er uiteraard geen probleem. Vandaar - schuilen. Je hebt ook speciale wandelponcho's. Die zijn beter, maar ook veel duurder.

Leuth heeft een café waar het opmerkelijk druk is voor een door-de-weekse dag. De meeste klanten zitten goed in het pak. Ik droog op bij een kop soep. Dit gebied werd afgelopen winter geëvacueerd vanwege de dreigende watersnood. De eigenaars van het restaurant hebben hun pand ook verlaten. Bij overstroming zou er beneden 3.5 meter hebben gestaan.
Er komen twee meisjes binnen - doorweekt. Ze lopen het Pieterpad in omgekeerde richting.
 

 

Zyfflich - Sabelliacus
De naam wijst op het landgoed van een zekere Sabellius. Zyfflich heeft ook een Nederlandse naam: Zevelik.
 

Villa Rustica
Romeins landhuis met landerijen.
Villa = landhuis, hofstede
Rustica = landelijk
Het Franse ville (stad) is van Villa afgeleid. Het Nederlandse 'villa' is ongewijzigd uit het Latijn overgenomen.
Van Rustica zijn rustique (Fr.), rustic (Eng.) en rustiek afgeleid.
In de Middeleeuwen werden nederzettingen ook vaak Villa genoemd De Villa Cruoninga (Groningen) zijn we al tegen gekomen. Dus niet elke Villa wijst op een Romeins landgoed.
Na Leuth voert de weg weer door een stukje Duitsland. Zyfflich heeft een St-Martinuskirche die er rond het jaar 1000 door monniken van een Benedictijns klooster is neergezet. De geschiedenis van het plaatsje gaat nog veel verder terug. Het bestond al in de Romeinse tijd en heette toen Sabelliacus.
Het Pieterpad gaat in Zyfflich rechtsaf naar het Wylermeer en de bossen bij Beek. Daar heb ik geen zin in. Mijn stelregel luidt: bij regen geen zandwegen.
De weg rechtdoor gaat naar Wyler. Het is een niet al te drukke asfaltweg met hoge populieren. Wyler ligt op een heuvel. Ook Wyler is oud. De naam ontstond uit Villa - vermoedelijk een Villa Rustica aan de Romeinse weg van Nijmegen naar Xanten. De weg lag daar waar nu de Oude Kleefsebaan loopt. Ten oosten van Wyler heet hij nog Alte Heerstrasse.

Over de Wylerbaan loop ik Nederland weer binnen. Het is een snelweg en dus zoek ik zo snel mogelijk een parallelle rustiger route. En dan blijkt pas wat een volstrekt waardeloze kaart ik in handen heb. Het is de VVV-kaart van het Rijk van Nijmegen (uitgave 1988). Aangegeven weggetjes bestaan niet meer en de kaart mist details en aanknopingspunten. Uiteindelijk volg ik maar een ruiterspoor. Dat zal wel ergens heen gaan. Het leidt naar een paardesportcentrum aan de Wylerbaan. Het gunstige bericht is dat de lucht ondertussen is opgeklaard.

Een gedenksteen langs de weg. 'Hier begon de bevrijding van Nederland'. In de nazomer van 1944 landden hier parachutisten. Het was de operatie Market Garden waarin Nijmegen werd veroverd. Even verderop aan de Wylerbaan nr. 4 staat het Bevrijdingsmuseum 1944. Het heeft de vorm van een witte koepel die een parachute moet voorstellen.

Vier jaar geleden heb ik in Groesbeek bij de familie B. geslapen. Toen woonden ze al schitterend, maar ze zijn er alweer op vooruit gegaan. Ze wonen sinds kort in een splinternieuwe villa aan de rand van het dorp. Ans B. is de gastvrouw. We drinken koffie. Er logeren nog twee wandelaars - Jan en Willem. Vanmorgen zijn ze in Millingen gestart. Ze krijgen fietsen mee om het dorp in te gaan. Jan heeft last van zijn knie gekregen van al dat wandelen.
Ik eet bij een Chinees, bel met Bert, een vriend van me die volgend weekend wel een stukje mee wil lopen en probeer het apparaatje op mijn kamer uit waarmee ik zelf thee kan zetten. Een handige voorziening.
 

Oppidum
Versterkte plaats.


Municipium
Stad buiten Rome met inwoners die het Romeinse burgerrecht hadden en hun bestuurders uit eigen kring mochten kiezen.
Terug naar de Romeinen. Op de Duivelsberg (onder Beek op de Pieterpadroute en aan de oude heerweg) groeien tamme kastanjes (Castanea savita) die hier door de Romeinen zijn gebracht. De tamme kastanjes dienden als vervanger van graan. Een populair gerecht uit die tijd was: linzen met kastanjes.
Zoals gezegd: Nijmegen begon als Romeinse legerplaats. Het legerkamp (42 ha) lag op de Hunerberg - strategisch boven op een stuwwal aan de goede kant van de Rijn. Vermoedelijk was op die plek ook het Oppidum Batavorum te vinden - de versterkte nederzetting van de Bataven. De Bataven waren een Germaanse stam. Ze woonden in het gebied van de grote rivieren en waren goede maatjes met de Romeinen.
In het legerkamp konden twee legioenen verblijven. Dat wil zeggen: tweemaal 6000 man. Hier lag het tiende legioen - Legio X Gemina. Rond het legerkamp groeide een nederzetting van handelaren en aanverwante die aan de soldaten vaste klandizie hadden. In 104 nC kreeg de plaats marktrechten van Keizer Trajanus en iets later kreeg het de status van Municipium - een plaats met officiële stadsrechten. Municipium Batavorum werd het toen.
 
Noviomagus
De naam is van Keltische origine en betekent: nieuwe marktplaats. De plaatsnaam Noviomagus kwam veelvuldig voor op de Romeinse landkaart.
Vaak gebruikt men overigens de naam Noviomagus voor Nijmegen in de Romeinse tijd, maar onder deze naam komt de plaats niet in Romeinse geschriften voor. Vermoedelijk is het een in later eeuwen bedachte Latijnse naam - een latinisatie.
Vanuit Nijmegen liepen Romeinse wegen naar Xanten, Elst (een Bataafse nederzetting) en Maastricht.