Givet
 
Als ik om half acht mijn kooi uitkom is Arend al op. Hij scharrelt wat rond op het schip en even later zie ik hem op de kade staan om de eendjes oud brood te voeren. Gisteren heb ik hem mijn overtollige kaarten gegeven. Daar kunnen zijn gasten misschien nog eens een wandel- of fietstochtje mee maken. Bij het ontbijt komen de verhalen los.
Arend heeft vijftien jaar in Canada gewoond en daarvan weer tien jaar op een afgelegen basis in het noorden van het land. Als electronicus. Ze schoten raketten af om het Noorderlicht te onderzoeken. Tegenwoordig gebruiken ze er satellieten voor. Op de basis woonden ze met een paar duizend man, voor het merendeel buitenlandse onderzoekers en militairen. Er werden ook allerlei apparaten bij extreem lage temperaturen getest. Arend raakte op het werk uitgekeken en kwam terug naar Nederland. Inmiddels was hij Canadees geworden. In Nederland kwam hij terecht in de automatisering van zetmachines voor drukkerijen. Ontwikkelingswerk. De automatisering stond in de kinderschoenen en de apparaten haperden om de haverklap. Arend en zijn collega's moesten stad en land afreizen om het zaakje draaiende te houden. In het weekend gingen de werkzaamheden gewoon door want elke dag dat de zetterij stil lag, kostte veel geld. Hij sliep soms naast de machine. Na verloop van tijd had hij dat ook wel gezien. Hij kocht een schip en ging varen.
  De Hortensia is zijn tweede schip en hij heeft het helemaal zelf ingetimmerd en ingericht. Bijzonder knap. In de zomer vaart hij af en toe met vrienden. De rest van het jaar ligt de Hortensia in de buurt van het Centraal Station in Amsterdam aan de Prins Hendrikkade. Hij geeft me het adres. Mocht ik nog eens in Amsterdam willen logeren, dan kan ik bij hem terecht.
De gasten op de Hortensia moeten zelf voor warm eten zorgen. Ze koken aan boord of eten ergens aan de wal. Arend vertelt hoe het gisteren ging. In Yvoir konden ze niet aanleggen. Daarom was hij doorgevaren tot de spoorbrug. Twee van de opvarenden pakten de fiets om te kijken of ze ergens in de omgeving een eetgelegenheid konden vinden. In Anhee was niets open maar ze kregen het adres van een particuliere Belg die over een kok beschikte. Niet de eerste de beste. De man was wereldkampioen schermen geweest en wist wat gastvrijheid was. Hij zette ogenblikkelijk zijn kok aan het werk en het hele gezelschap werd uitgenodigd om te komen eten.

Ik probeer voor mijn overnachting te betalen, maar Arend wil geen geld hebben.
- Ik heb een paar mooie kaarten van je gekregen. Daar ben ik heel blij mee.
Naar Anseremme. Dezelfde weg als gisteren. Langs de Rocher Bayard die op zekere dag beklommen is door Koning Boudewijn, zoals een gedenkplaat vermeldt. Het Belgische koningshuis houdt van rotsje klimmen. De Lesse over en dan langs de kade van Anseremme waar een lange rij plezierjachten ligt afgemeerd. Allemaal op weg naar het zuiden. Volgens Arend kunnen ze straks niet verder. Bij Fumay is de Maas gestremd wegens werkzaamheden aan de sluis. Hij heeft het me laten zien. Het stond in de Schuttevaer, het blad voor de binnenvaart.
Ik zit nog steeds op de GR126, maar in Anseremme kan ik niet verder omdat een deel van de randonnée in de Maas is verdwenen. Terug en via tennisvelden kom ik weer op de GR. Het pad loopt bij de Maas onder de rotsen langs. De rotsen van Freyr. En dan begin ik te begrijpen dat mij een beklimming en lacets te wachten staat om boven op het Plateau de Freyr te komen. Een klimpartij langs een spekgladde berghelling na de regenbuien van de afgelopen nacht - daar heb ik geen zin in. Ik loop terug naar de asfaltweg en doe eerst mijn Tai Ji oefeningen. Er passeert een vrouw met hond en er keert een vrachtwagen. Geen vlotte start vandaag.
 
 
point de vue - uitzichtpunt
Langs de N95 loop ik de berg op. Onderweg is een Point de Vue. Ik maak een foto van Château de Freyr met zijn Franse tuinen. Van bovenaf lijkt het een speelgoedpaleisje. In het château konden ze het de afgelopen jaren niet droog houden. In de winters van 1993 en 1995 stroomde de Maas door het interieur. Boven op het plateau is een groot parkeerterrein en er staat een friettent. Er arriveren bussen uit Surhuisterveen met Friese schoolkinderen die hier in de buurt kamperen. Ik bestel een bakje friet met cola en observeer mijn landgenoten.
Langs de berghelling gaan paadjes naar beneden. Er staat een tweetalig bordje bij. We lezen dat het rotsmassief van de Freyr in beheer is van de Belgische Alpen Club. Klimmers worden er op attent gemaakt dat ze hun lidmaatschapskaart van de BAC bij zich moeten hebben en wij worden verzocht de omgeving zo rein mogelijk te houden.
  Mijn reisdoel is Givet. Frankrijk dus. De Maas maakt hier een geweldige slalom langs Waulsort en Hastière. Dat stukje rivier wil ik overslaan. Ik steek door naar Heer. Maar dat betekent wel klimmen vandaag, want de Maas is er natuurlijk niet voor niets al die jaren niet in geslaagd een kortere weg te vinden. Eerst blijf ik de N95 volgen tot Falmignoul en daarmee breng ik de Friese schooljeugd aardig in verwarring. De GR126, waar zij een stukje van volgen, slaat vrij snel linksaf. Zolang ik ze kan zien, blijven ze op het kruispunt staan om met hun meester de kaart te bestuderen.
In Falmignoul gaat de kruidenier (épicerie) net weer open na de siësta. Ik koop twee sinaasappels (oranges) en een blikje fris (boisson fraiche) en wissel ook even van sokken, want m'n rechterhak begint zeer te doen. Heel eigenaardig. Vanuit Falmignoul neem ik de N989 en tot mijn verbazing stijgt de weg nog steeds. Al snel zitten we weer boven de kerktoren. Mooie vergezichten langs een mooie weg met haast geen verkeer. Heel in de verte zie ik het viaduct bij Dinant nog liggen.
Bij een haakse bocht probeer ik een zandpad uit. Volgens de kaart loopt het pad door tot Heer, maar na een paar honderd meter vertrouw ik het al niet meer en keer op mijn schreden terug. Duistere wolken pakken zich samen. Er nadert een bui. Op het kruispunt met de N915 staat een café en dat komt goed uit want net als ik aan de koffie begin, vallen de eerste druppels. Ik voelde het aankomen. Dat café bedoel ik. Je hebt van die kruispunten waar een café hoort te staan. Dit is zo'n kruispunt. Ik ben de enige gast. De vrouw des huizes staat in de keuken wasgoed te strijken. Ik schrijf de verhalen van Arend in mijn logboek en bestel nog een glas melk.
  Er komen drie mensen het café binnen. Een echtpaar met een mongools kind.
- Geuemiddaag!... zegt de man met een Gronings accent.
- Bonjour!... zegt de Waalse.
- Ook 'n goeiedag!... zeg ik.
Ze zoeken een tafeltje en de Groninger bestelt de consumpties - in het Nederlands. Hij praat extra hard, opdat de Waalse het goed kan volgen. Het helpt. Cola kent ze, jus d'orange is een makkie en koffie vertaalt ze in café.
- Zie je wel dat ze hier Nederlands verstaan?... zegt de man tegen zijn vrouw.
Ze hebben een huisje in de buurt gehuurd waar ze pas om vier uur terecht kunnen.
- Zouden ze hier ook een toilet hebben?... vraagt de vrouw.
De man steekt zijn licht op in de keuken en keert terug met de mededeling dat het toilet buiten is. De vrouw er op af, maar ze is snel terug.
- Ik hol't wel eem op. Wat 'n smeerbouln!
 
 
 
 

Schweppes - tonic
Givet is nog acht kilometer. Heer nog vier. Ik hoop op een mooie lange afdaling, maar dat valt tegen. Halverwege Heer begint de N982 opnieuw te klimmen. In Heer barst weer een bui los. Ondertussen begin ik behoorlijk uitgeput te raken van al dat geklauter. In Café de la Poste neem ik thee en Schweppes om op krachten te komen. Het is er druk. In Heer zelf is geen hotel, zo deelt de caféhouder mee. In Heer-Agimont bij de brug over de Maas wel. Dat is twee kilometer noordelijk en je kunt er met de bus naar toe. Maar met Givet en dus Frankrijk zo dichtbij is deze optie niet aantrekkelijk.
Ik wacht een uur. Het klaart iets op. Jas aan, das om en verder over een licht heuvelachtige weg. Een verlaten kantoor van de Belgische Douane. Frankrijk gehaald! Vraag niet hoe, maar ik ben er. Weer een mijlpaal.
 
 
 
 
Bureau de Poste - postkantoor

 
 
 
 
 
 
 
 





- Het spijt me, ik ben niet van hier.
De lucht klaart verder op en de zon breekt door. De jas gaat er weer bij uit. Givet in zicht. Ik maak een foto van het plaatsnaambordje met het stadje en de brug over de Maas op de achtergrond. Toevallig kom ik langs het Bureau de Poste waar ik nog juist voor sluitingstijd (vijf uur) mijn Belgische francs kan inwisselen voor Franse. De lokettiste moet de briefjes een paar keer tellen. Ze krijgt er steeds wat anders uit. Uiteindelijk besluit ze mij een bepaald bedrag uit te keren. Dat moet het maar zijn. Ze gaan sluiten. Van nu af aan kan ik alle bedragen door drie delen om het Nederlandse bedrag te krijgen.
Een leuke Française doet na mijn vertrek de deur van het postkantoor op slot. Ik vraag haar of zij weet waar je in Givet goedkoop kunt overnachten. Je weet maar nooit...
- Désolée, je ne suis pas d'ici.
Woont hier niet. Jammer.
  Een petit café in een kale brasserie. Tip van baas: kijk in de buurt van het station. Daar staan enkele goedkope hotels. Het station ligt aan de rand van de stad. Ik neem het allerlaatste hotel dat ik tegenkom: 120 franc plus nog 25 franc voor het petit déjeuner. Zeg maar f 50,-. Ze geven me een grote kamer. Plaats voor vier personen. Handdoeken hangen er niet en de laatste tijd is er ook niemand met een stofzuiger geweest. Maar wat maakt het uit. Het is een fraaie locatie, recht tegenover het station.
Er speelt een Maigret-verhaal in Givet: Chez les Flamands. Maigret bij de Vlamingen. Het verhaal begint zo:

Quand Maigret descendit du train, en gare de Givet, la première personne qu'il vit, juste en face de son compartiment, fut Anna Peeters...

Van zijn eerste in Parijs verdiende geld kocht Simenon een jacht en voer ermee door Frankrijk en de Benelux. De meeste Maigrets spelen aan het water.
  Ik neem een douche en daarna is alle leed vergeten - ik ben weer zo fit als een hoentje. Een snel herstel wijst op een goede conditie. Café de la Place is een Grand-Café in het centrum. Daar werk ik mijn verslag bij. Om half acht ga ik onderzoeken of je in Givet ook ergens goedkoop kunt eten. Dat kan. Place Méhul is een groot plein tussen centrum en station. Er staat een hotel-restaurant en daar hebben ze een drie-gangen-menu voor zestig franc. Valt niet tegen. Er zitten meer mensen te eten en de TV staat aan.
  Het is een mooie avond en ik maak een wandeling door het stadje. In de bungalowwijk bij het station ruikt het naar barbecue. Ook Givet heeft een Citadelle. Weer zo'n vervelend fort op een rots. Fort de Charlemont heet het en Karel V liet het bouwen. Leuker zijn de scheepjes aan de kade en de cafeetjes bij de brug. Givet ligt aan de monding van de Houille. Het heeft een kleine achtduizend inwoners.
We zitten nu in Département des Ardennes. Alle departementen in Frankrijk hebben een nummer. Ardennes heeft nummer 08. Dit nummer vind je terug op de nummerborden van de auto's en ze gebruiken het ook als kengetal voor telefoonnummers. Bepaalde dingen hebben de Fransen gewoon goed geregeld.
Givet ligt in een vreemde noordelijke uitstulping in Frankrijk. Geografisch zou je Givet in België verwachten. Hoe komt dit? Dat hebben ze aan die Citadelle te danken. Dankzij deze vesting bleef Givet na de val van Napoleon in Franse handen. Nu huist er in Fort de Charlemont een commando-opleiding van het Franse leger.