Fumay
 
Eerst wil ik een dag in Givet blijven, maar als ik van de werkster hoor dat het hotel voor de komende nacht is volgeboekt, besluit ik op te stappen. Het ontbijt beneden in het café bestaat uit een halve baguette en anderhalve kop thee en ze hebben zo'n arrogante jonge Fransoos in de bediening. Hij belt draadloos met zijn vriendin om de plannen voor vanavond door te nemen. Alleen bij het afrekenen wordt hij toeschietelijker. Fooi in zicht. Hij geeft me flink wat kleingeld terug en dat verdwijnt tot de laatste centime in mijn portemonnaie. Vervolgens naar Café de la Place voor een echte pot thee.
Het Syndicat d'Initiative aan de kade is open en ik loop er binnen om even een praatje te maken. Mooi ingericht. Twee jongedames werken aan een tafeltje achter de balie. Ik zoek tussen de folders.
- Vous désirez quelque chose?
Ja, logeeradressen langs de Maas - die zoek ik. Maar die hebben ze niet. We zitten hier in Givet en dus hebben ze alleen adressen in Givet. De verdediging komt me bekend voor.
Het jaagpad langs de Maas is een smal paadje. Ik loop langs een groep militairen die aanstalten maakt om met rubberboten van wal te steken. Commando's. Ze proberen te raden waar ik vandaan kom:
- Suède, Pay-Bas, Allemagne ...
Bij Chooz maakt de Maas een geweldige lus en in die lus ligt de Frans-Belgische Centrale Nucléaire des Ardennes. Je kunt de centrale bezoeken. Ik zag dat het Syndicat in Givet het als een toeristische attractie in haar repertoire heeft opgenomen - als excursion industrielle. Jaja - de Fransen zijn trots op hun kernenergie. Atoomsplitsing hoort bij La grandeur de la France. De Fransen halen meer dan 70% van hun energie uit kernenergie.
Voor de scheepvaart is er een kanaaltje om de Maaslus af te snijden. Eerst komt er een écluse met een hotel. Kamers met uitzicht op een kerncentrale - net als in Ampsin. Naast het kanaal loopt een pad. Het kanaal verdwijnt in een tunneltje en het pad gaat niet mee. Op de heuvel ligt een ondoordringbaar brandnetelveld. Terug naar de N51.
  Aubrives heeft een restaurant, maar daar willen ze me geen koffie serveren! Je kunt er alleen eten. Ik voel mezelf kwaad worden. Het is zo vreselijk ongastvrij om in een restaurant een wandelaar een kop koffie te weigeren. Even denk ik er over de goedkoopste maaltijd te nemen, deze demonstratief terzijde te schuiven en dan te zeggen 'et maintenant un café'. Maar ik doe het niet. 't Is me te duur om zo mijn zin te krijgen. In het restaurant zitten keurig geklede heren te eten. Buiten staan hun Mercedessen. De directie van de kerncentrale?
- C'est dommage, zeg ik tegen het serveerstertje dat mij de onheilstijding brengt.Y-a-t-il un café à Aubrives?
- Non monsieur.
- Au revoir!

Ooit kom ik hier terug in een Mercedes. Dan koop ik het restaurant op en maak er een koffieshop van.
Terug naar de N51. Ik zit aan de verkeerde kant van de Maas. Bij het sluisje van Ham-sur-Meuse had ik naar de overkant gemoeten om een pad langs de Maas te volgen. Maar ik had zin in koffie. Wie verwacht er nu ook dat je in een plaats van duizend inwoners geen koffie kunt krijgen?
Vijftig meter voor de snelweg staat een frietkraam. Dat is nu de voorzienigheid - la providence. Ze gaan net open. Aardige mensen. De man zet stoeltjes en tafeltjes klaar en bij z'n vrouw bestel ik een 'ot dog' met cola. Een chauffeur draait zijn combinatie de parkeerplaats op. Hij is hier vaker geweest. De mensen kennen elkaar. Achter de kraam staat de generator te zoemen en over de N51 flitsen de auto's voorbij. Geef het nou maar toe, zeg ik tegen mezelf, bij deze friettent zit je beter dan in dat nep-restaurant van Aubrives.
Op de beboste heuvels achter de autoweg ligt het grensdorp Hierges. Daar stond het kasteel van de Heren van Hierges. Nu is het een ruïne. De dames van de Heren van Hierges konden niet tegen het alleenzijn toen hun echtgenoten op kruistocht gingen. U hoort er meer van.
  Een vervelend stuk langs de N51 naar Vireux. Ik pel een sinaasappel op een parkeerplaats en zeg 'Goeiemorgen!' tegen een paar Nederlanders. Ze kijken argwanend en zeggen niks. Denken zeker dat ik op een lift uit ben.
Schoolkinderen fietsen in de berm van de weg naar huis - de schooltassen achter op hun mountainbikes gebonden. Camions denderen hen rakelings voorbij. Fietspaden voor de veiligheid van de kinderen kennen ze in Frankrijk niet. Kinderen vormen geen belangengroep.
Een briquetterie (baksteenfabriek) en omdat de Maas weer in de buurt komt, probeer ik of er aan deze kant een pad langs loopt. Nee. Verderop is wel een barrrage waar je via een gammel loopbruggetje over kunt. Maar dat zou overdreven zijn met de brug van Vireux in zicht.
Vireux lijkt een leuk plaatsje. Het ligt aan weerszijden van de Maas. Op de linkeroever heet het Vireux-Molhain en op de rechteroever Vireux-Wallerand. Ik drink koffie op een terrasje bij de brug. Er staat ook een hotel. De bedrijvigheid op het kruispunt voor de brug is zeer onderhoudend. Ik schiet de laatste foto van mijn tweede rolletje.
Dan een gok: een chemin de halage op de rive droite. Het is zo'n tien kilometer naar Haybes en onderweg zijn er geen ontsnappingsmogelijkheden. Links heb je de berg en rechts de rivier. Al snel loop ik tot aan de knieën in het gras. Ergens staan een man en een vrouw te landmeten. Zij houdt de roodwitte lat vast, hij kijkt ernaar door een kijkertje.
Bij een écluse (Mon plaisir) gaat het pad over in een asfaltweggetje. Pauze. Het asfalt verdwijnt en we krijgen steenafval. Aan de overkant van de Maas ligt Montigny. Aan de andere zijde is sowieso meer vertier dan aan deze kant. Daar loopt de N51. Er staan veel huisjes aan het water voorzien van steiger en bootje. Ik kom langs Château Le Risdoux. Bewoond. Naast het kasteel komt het gelijknamige riviertje in de Maas uit.
Dreigende luchten en de weg loopt niet lekker. Hij bestaat uit kleine en grote keien. Maar het einde van de ontbering is in zicht. Nog één sluisje met het dorpje Fépin aan de overkant. Er zit een eenzame hengelaar met een blaffende herdershond. Daarna een goeie weg tot Haybes. Daar heeft de éclusier waarschijnlijk voor gezorgd. Regen valt er niet.
  Haybes is een verzameling huizen rond een kruispunt. Aan de hoofdstraat staat een hotel, maar dat is me te duur. In het Syndicat d'Initiative zit een aantrekkelijke jongedame. Weet zij een goedkoop hotel?
- Il y a un hotel dans la rue... begint ze en wijst naar buiten.
- Oui, j'ai vu ça. Je cherche un hotel meilleur marché.
- Aah...
- Il faut économiser, voeg ik er aan toe. Het is een zinnetje dat ik nog vaak zal gebruiken.
- Mais oui. Bien sûr... zegt ze begrijpend en haalt een map tevoorschijn.
In Haybes zelf vindt ze niets goedkopers, maar een paar kilometer oostwaarts aan de D7, daar staat een goedkoop hotel midden in het bos. Lijkt me niks.
- Je suis à pied.
Later zie ik op de kaart dat ze Auberge du Cousin bedoelde, boven op een heuvel en acht kilometer buiten Haybes. Daar wou ze me naar toe hebben.
Nee - voor vanavond zoek ik iets in de bewoonde wereld. Dan moet ik naar Fumay - zegt ze. Dacht ik al. Geen probleem. Fumay is dichtbij. Kent ze daar een adres? Nee, maar in Fumay is ook een Bureau du Tourisme.
OK, leuk even te hebben kennis gemaakt. Ze vraagt nog waar ik vandaan kom en naar toe ga. Heel aardig allemaal. Zo'n gesprek met een leuke Française - daar knap je helemaal van op na een dag lopen. Alleen daarom al zou je de plaatselijke VVV's bezoeken.
  Fumay. Een stalen brug over de Maas en een keurige jachthaven met veel scheepjes. Langs de kade staan ouderwetse straatlantaarns en er wapperen vlaggen van vele nationaliteiten. Een fleurig gezicht.
Fumay ligt in een lus van de Maas en dus ligt het op en om een heuvel. Bij Fumay moeten schepen de hele lus rondvaren. De trein neemt de tunnel en auto's gaan over de heuvel heen. Na enig zoek- en vraagwerk vind ik het Bureau du Tourisme dat ze ergens verstopt hebben in de doolhof van straatjes in de binnenstad. De eerste keer loop ik er voorbij.
Een oude Française deze keer, maar ze is aardig en weet veel. Het goedkoopst, zegt ze, zijn de chambrettes op de camping municipal. Het zijn kamertjes die ze per nacht verhuren. Ze wil wel even bellen. Helaas. Allemaal bezet - door werklui die tussen Fumay en Revin met de weg bezig zijn. Daarna het goedkoopste hotel. Helemaal vol met dezelfde wegwerkers. De dame vertelt dat het vaste ploegen zijn die in Frankrijk van de ene locatie naar de andere trekken.
Dan maar een chambre d'hôte - een Frans logies-en-ontbijt adresje. Er is er eentje vlak om de hoek bij een infirmière, een verpleegster. Op het foldertje staat: Chambre d'Hôte - Lit 140. Ik denk aan 140 franc per bed of zoiets, maar die 140 slaat op de breedte van het bed. Als je er met z'n tweeën in moet, kun je je nu nog bedenken. De dame belt en ik hoor haar tegen de verpleegster zeggen:
- Mais oui, il parle très bien français'.
Kijk - dat is aardig. Ik vraag haar ook nog of er een chemin de halage loopt van Fumay naar Revin. Op de kaart staat hij niet, maar dat zegt niks. Ze weet het niet maar belt naar de Navigation Intérieure voor informatie. Ze begint nu lekker warm te draaien. De weg loopt er inderdaad, zo vernemen we, maar hij is in reparatie omdat er tijdens de overstromingen van afgelopen winter stukken zijn weggeslagen. Dat weten we ook weer. Tenslotte geeft ze me een plattegrondje mee van Fumay. Geen kwaad woord over de VVV van Fumay.
  De verpleegster woont in een gerestaureerd pandje tegenover de Mairie. Een kwiek vrouwtje van een jaar of zestig. Ze is in een gulle bui en geeft me de hele bovenverdieping. Aan de voorkant heb ik een riante kamer met zitje, bureau, tv en een ouderwets ledikant met de inmiddels bekende afmetingen. Vanuit mijn kamer kan ik de gemeente-ambtenaren aan de overkant bestuderen. Achter is een tweede kamer, met douche en wasfaciliteiten.
Dit is zo'n huis waar je door de voordeur direct de kamer binnenstapt. Ik maak er een opmerking over en ze zegt:
- Oui, ici on est direct en famille.
Ze hebben het als ontvangstkamer ingericht met wat meubilair, tijdschriften en een zwarte piano. Zo eentje met van die kandelaren. Hij is helaas niet gestemd. Ik heb hem direct geprobeerd. Na een maand lopen is mijn piano eigenlijk het enige wat ik mis.
  In de pizzeria ben ik aan de vroege kant. De kok verwachten ze pas om zeven uur. Twee flesjes 1614 terwijl ik mijn verslag bijwerk. In een Franse pizzeria tref je niet per se Italianen in de keuken De Fransen denken dat ze zelf ook wel pizza's kunnen bakken. Hier denken ze dat ook.
Er komen drie mannen binnen met flinke dorst en eetlust. Dat moeten wegwerkers zijn. Het menu kost slechts 54 franc, maar bij het afrekenen blijken de drankjes twaalf franc per stuk te kosten.