Fontainebleau
 
Het was zaterdagavond en de discothèque van Apollonia dreunde door tot diep in de nacht. Een onbegrijpelijke combinatie: hotel en discotheek. Twee sterren. Jawel. Maar bij de beoordeling hebben ze slechts naar de kamerinventaris gekeken. En inderdaad, het is er allemaal: bad, douche, toilet, tv, bureau, etcetera, maar wat heb je daaraan als je 's nachts in bed ligt te schudden op de bassen van een disco? Een hotelkamer is toch in eerste instantie bedoeld om in te slapen, zou je zeggen. Afijn. Na dus een zeer onrustig nachtje meld ik me om acht uur bij de receptie voor het ontbijt. Niemand te zien. Ik ga in de zalen op onderzoek uit en loop iemand tegen het lijf die zegt dat de ontbijtjufrouw nog niet is gearriveerd.
- Elle arrivera quand?
- Dans un quart d'heure.
- D'accord.

En vervolgens probeer ik het hotel uit te komen, maar de deur gaat niet open. Er komt een parmantig vrouwtje aan lopen van een jaar of veertig - de hôtelière.
- C'est ouvert, zegt ze. It's open.
- Essayez,
zeg ik en zie haar tot mijn genoegen tegen de glazen deur opbotsen die automatisch hoort open te gaan.
- C'est pas ouvert, zegt ze.
- Non, c'est pas ouvert.
Ze doet iets achter de balie en daarna gaat de deur open. Opzij van het hotel bij een stukje dennenbos doe ik mijn eerste Tai Ji oefening. Fraaie zondagmorgen. Fris, helderblauwe lucht, nog geen Fransen, alleen vogels.
 
 
 
 
 
- U wilt ontbijt?
- Ja.
- Ga zitten.
Half negen. Nog steeds een lege ontbijtzaal. Er loopt iemand met een schort voor. Dat zal de ontbijtjuffrouw zijn. De hôtelière maakt plateautjes klaar voor gasten die ontbijt op de kamer willen. Die gaat ze er persoonlijk heen brengen. Ze denkt dat ze Engels kan praten.
- You want breakfast?
- Oui.
- Sit down!
zegt ze en wijst naar een stoel.
Zo spreek je tegen een hond of tegen een stout kind. 'Asseyez-vous' klinkt toch veel beter. Ik ga zitten en wacht op wat komen gaat. Er komt helemaal niets. Beide dames zijn in de keuken bezig en negeren me volkomen. Na vijf minuten loop ik de keuken in en vraag wat de bedoeling is.
- C'est selfservice.
- Mais on m'a dit: 'Sit down'. Alors euh...
- Aah oui...


Dilemma: eerst naar Melun of de rivier vaarwel zeggen en direct doorsteken naar Fontainebleau? Voor beide is iets te zeggen. Ik begin te lopen langs de RN7 en laat de afslag naar de Seine links liggen. De wandeling schijnt rechtstreeks naar Fontainebleau te gaan. Het is een goede keus. Zo vroeg op de zondagmorgen is het niet bijster druk op de Route Nationale en er valt te lopen. Langs de kant van de weg staan meubelgiganten en hypermarkten en er liggen lege parkeerterreinen in de zon. De temperatuur stijgt snel. Ik verlaat de RN7 en loop na een verkleedpartij luchtig verder over smalle asfaltweggetjes met aan weerszijden graanvelden.

In een bos naast de weg woont een groepje nomaden: caravans, auto's en de onvermijdelijke autowrakken. Zigeunerkampen zien er overal hetzelfde uit. Er spelen kinderen rond de wagens en uit het bos klinken geweerschoten. Een mooie plek om op te groeien. Fransen gedragen zich heel tolerant tegenover zigeuners. Deze lijken overal hun kampement te mogen opslaan. Slechts af en toe zie je het bordje: Interdit aux nomades. Daar mag het niet.

In Perthes loop ik plotseling over een gezellige zondagsmarkt waar ze plaatselijke lekkernijen verkopen. Clowns van Perthes-Circus verzorgen koffie en muziek. Ze schenken koffie voor me in en willen er geen geld voor hebben. Tijd voor een foto. Twee dames in een kraampje beklagen zich erover dat ik hen niet op de foto zet.
- Nous sommes trop vieilles, hein?
- Mais non. C'est pas ça.
Rigoler
- gekscheren. Zijn ze erg goed in. Bij wijze van compensatie koop ik bij de dames een tarte aux fraises - een thuisgemaakt aardbeiengebakje - dat ik ter plekke opeet.
- Et? Ça va?
- Ooh, c'est pas mal.

En dan zijn ze weer in hun wiek geschoten. Leuke mensen.
  Ik laat Perthes achter me en loop verder naar Chailly-en-Bière. Een weggetje door goudgele korenvelden onder een helderblauwe lucht met vogelgeluiden. Zo zou ik nog dagen willen doorlopen, steeds verder naar het zuiden. Goed weer, een goede conditie en een mooie omgeving - daar kun je heel ver mee komen. Het spijt me dat er morgenavond voorlopig een eind aan komt. Aan de andere kant verheug ik me er op weer eens een goede bekende te zien.
  Chailly-en-Bière ligt aan de RN7. De Bar-Tabac heeft alleen sandwich jambon (ham) of saucisson sec (droge worst).
- Pas de fromage ou pâté?
- Non monsieur,
zegt het snibbige dametje.
- Dans ce cas je préfère un verre de lait.
- Vous voulez?
- Un verre de lait froid.

Ze haalt een pak melk uit de koelkast. Lait entier staat erop. Volle melk. Ze houdt het pak omhoog.
- Vous voulez ça? vraagt ze ongelovig.
- C'est ça.
Een Fransman drinkt geen melk. - C'est pour les bébés, hoor je ze mompelen. Melk is er alleen voor baby's. Ik las in de krant dat de melkfabrikanten binnenkort een campagne beginnen om de Fransen weer aan het melk drinken te krijgen. Ze zouden de Kelten als voorbeeld kunnen nemen. Die dronken veel melk.
Denk overigens niet dat Fransen extreem grote wijndrinkers zijn. Dat valt mee. In Frankrijk drinken ze wel het meeste mineraalwater ter wereld.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Forêt
Het Engelse Forest lijkt nog veel op forêt en aan het dakje kun je zien waar de Fransen de 's' hebben weggelaten. Forêt komt niet uit het Latijn; het woord heeft een Germaanse oorsprong. De Franken hebben het hier gebracht, evenals het woord bois - bos.
Over de D64 loop ik naar Barbizon, een dorpje aan de rand van het uitgestrekte Forêt de Fontainebleau, gewoon om te zien of ze daar een ruimere keuze aan sandwiches hebben. Barbizon blijkt een toeristische trekpleister van de eerste orde. Het is een dorp waar in de 19e eeuw schilders zijn neergestreken. Le berceau des peintres pré-impressionnistes du XIX siècle, lees ik onder het plaatsnaambordje. Schilderen doen ze er nog steeds. Ateliers en winkels zijn open en het is er druk. Vooral dure lui met dure autootjes - veel buitenlanders. Sjieke hotels en restaurants. Als bezwete randonneur loop je hier in het verkeerde decor.
Bij een beeldschone bakkersdochter koop ik een sandwich-oeuf en een blikje cola en trek mij discreet terug op een bankje voor het Bureau du Tourisme dat is ondergebracht in een klein kasteeltje. Naast me zit een Japanner het onderkomen te schilderen.
Als ik Barbizon uitloop lees ik op een vakwerkhuis: Hier schreef Robert Louis Stevenson Forest Notes. Stevenson (1850-1894) woonde lange tijd in Frankrijk. Zijn vrouw ontmoette hij aan de andere kant van het bos - in Grez-sur-Loing.
Na Barbizon begint het bos. Barbizon was een houthakkersdorp totdat de kunstenaars er neerstreken en zich door de omgeving lieten inspireren. Het Forêt bestaat hoofdzakelijk uit eiken (chênes) en er liggen grote stenen die ze platrières noemen. Het gebied rond het weggetje van Barbizon naar Fontainebleau heet 'Gorges et platrières d'Apremont' en het is druk met dagjesmensen die hier de auto parkeren en gaan picknicken of wandelen. Ergen midden in het bos aan de rand van een zandverstuiving staat Wammes Waggel met een ijscokarretje. Hij verkoopt de ijsjes voor tien franc per boule en doet goede zaken.
 

 
 
 
Napoleon
Napoleon werd in Fontainebleau tot aftreden gedwongen (mei 1814) en verbannen naar Elba. Tien maanden later (maart 1815) stond hij alweer in Parijs.
Carrefour de Paris - een kruising van bospaden met de RN7. Een probleem om er heelhuids over te komen. Zondagmiddag is het nu en de RN7 is veranderd in een racebaan.
Braderie in Fontainebleau. Bij een kraampje vraag ik naar het Bureau du Tourisme en de vrouw zegt:
- Tout droit. En face du manège.
En daar schiet mijn Frans tekort want ik loop door, speurend naar een manege en die is er niet. Het kwam mij ook al vreemd voor - een manege midden in het centrum. Ik ben teruggelopen en toen ging mij een licht op: de manège is de kinderdraaimolen. Het Bureau du Tourisme is gesloten. Geen lijstje met hotels achter het raam. Zondags moeten toeristen zich maar zien te redden.
Aan hotels overigens geen gebrek, alleen de prijzen bevallen me niet. Ik vraag het de ijscoman. Hij denkt dat Hôtel Mercure in Avon, vier kilometer verderop, de goedkoopste is. Dat wil er bij mij niet in. Net buiten het centrum aan Rue du Parc vind ik precies wat ik zoek: Hôtel À la Carpe d'Or - In de Gouden Karper. Een eenvoudig hotel met een ouderwetse kamer voor 156 franc. De hôtelier vraagt of ik naar Fontainebleau ben gekomen om het paleis te bezichtigen.
- Non. Pas spécialement.
Het park rond het kasteel is internationaal flaneergebied. Jonge en oudere stelletjes zoeken er de romantiek.
  Ik slenter over de braderie. Bij een modezaak, Charme genaamd, staan en zitten etalagepoppen op straat. Ertussen zitten vrouwen van vlees en bloed. Ze hebben grote hoeden op. Het verschil tussen de echte vrouwen en de aangeklede poppen is heel klein.
De Prisunic in Frankrijk is een soort Hema. Je vindt ze overal en hier is er ook eentje. Ik loop er binnen om een T-shirt te kopen en kom er uit met een washandje. De T-shirt prijzen vallen tegen. De Prisunic heeft een irritant melodietje om haar aanbiedingen te begeleiden. 'Prisunic - lala-lalala-la' of zoiets, geneuried door een dame die geen wijs kan houden. Het vriendinnetje van de baas waarschijnlijk. In Charleville irriteerde het me al en het wijsje blijft je door heel Frankrijk achtervolgen.
  Publiekstrekker van de braderie is een vlotte prater die een poppetje op straat laat dansen. - Down, zegt hij en het poppetje gaat liggen. - Up, zegt hij en het poppetje komt overeind om vrolijk verder te dansen. Op het eerste gezicht zit er geen draadje tussen spreker en poppetje. Wat hij doet lijkt pure magie, maar...
- C'est un trucage.
De poppetjes kun je kopen voor twintig franc. Ze zitten in een zakje samen met de gebruiksaanwijzing.
- Le secret est dedans, zegt de man. Dans trois langues: français, english, deutsch.
Intrigerend. Zo'n poppetje wil ik ook hebben. Voor twintig franc kun je je niet echt bekopen en misschien kan ik er m'n nichtjes blij mee maken.
- Quelle couleur?
- Jaune.

's Avonds op m'n kamer bekijk ik de gebruiksaanwijzing. Het werkt met een flinterdun draadje waaraan je het poppetje moet bevestigen. Op zijn rug is daartoe een inkeping aangebracht. Bevestig het ene eind van de draad aan een stoelpoot, zo zegt de handleiding, en hou het andere eind zelf in de hand. Als je het draadje gespannen houdt, beweegt het poppetje uit zichzelf een beetje. De lichaamsdelen zitten met elastiekjes aan elkaar. Je zegt 'Down' en laat het draadje vieren. Het poppetje valt op de grond. Daarna zeg je 'Up' en spant het draadje weer. Een mooi verhaal en op de vloer van mijn hotelkamer probeer ik een en ander uit, maar het verklaart natuurlijk niet wat de man ons op de braderie liet zien. Daar was geen stoelpoot en de man speelde niet met een draadje. Hij liep namelijk alle kanten op en begaf zich zelfs tussen het publiek.
Hypothese. Ik hou het op een handlanger die in het huis achter de voorstelling moet hebben gezeten. Het poppetje zat aan een draadje dat ze slap tussen twee punten op de begane grond hadden bevestigd en de handlanger kon dit draadje met behulp van een tweede draadje spannen en laten vieren, bijvoorbeeld van achter het raam op de tweede verdieping. Deze handlanger hoefde alleen maar op de Ups en Downs te reageren. Zoiets moet het geweest zijn...

Fontainebleau heb ik na een avond wel gezien. Het publiek bevalt me niet. Ik bel met Erik om er morgen Nemours van te maken en vraag m'n schoonzus Marijke of ze telefonisch klaar wil als we elkaar mislopen.