Fleury-sur-Loire

De GR3 is een wandelroute door de Loire vallei. Vanuit Nevers volg ik hem een stukje. Dit is een lastige etappe want Nevers-Decize is te ver voor één dag en onderweg liggen slechts kleine dorpen. L'embranchement de Nevers heet het verbindingskanaal vanuit Nevers naar het Canal Latéral. Lange rijen populieren aan weerszijden. Hier liggen de jachtjes voor Nevers afgemeerd. De Engelse eigenaar van een fraai houten scheepje probeert een praatje aan te knopen met een Franse hengelaar. Andere jachtjes maken aanstalten om te vertrekken. Einde festiviteiten. De sluizen draaien weer.
Ik kom langs het graf van Pierre Bérégovoy - burgemeester van Nevers en premier van Frankrijk onder Mitterand. Twee jaar geleden overleden. Zelfmoord. Wilde kennelijk op deze plek begraven worden. 't Is inderdaad gezelliger dan op een kerkhof. In Nevers hebben ze een straat naar hem genoemd: de Avenue Pierre Bérégovoy waar PTT en Office du Tourisme staan. Op oude plattegronden heet de straat nog Rue des Remparts.

De GR3 volgt de chemin de halage tot aan Chevenon. Wandelaars zie ik niet - wel een enkele fietser. Het dorpje Chevenon schijnt bekend te zijn om zijn kasteel, maar zelf ben ik meer geïnteresseerd in Hôtel du Centre waar ze koffie hebben. De eigenaar verzekert me dat er verderop, in Fleury-sur-Loire, chambres d'hôtes zijn in Auberge du Canal.

's Middags begint het te regenen. De eerste keer sinds Parijs dat het onderweg regent. Poncho aan en verder. Drie uur langs het kanaal in de regen. Scheepjes en sluizen zijn de enige afleiding. Het is niet eens vervelend. Je wordt er rustig van. De Martin-Pêcheur (het ijsvogeltje) vaart me een paar keer achterop. Bij de sluisjes haal ik hem weer in. Het is een bescheiden weekendkruisertje: een bootje met open stuurhut en een huisje van blauw zeil over het achterdek. De opvarenden, een man en twee vrouwen, steken bij elke ontmoeting trouw de hand op.

Vier uur. Fleury-sur-Loire. Een dorpje van driehonderd inwoners, een kerk en de beloofde Auberge du Canal. Ik hang mijn poncho aan de kapstok en bestel een pot thee. Een gezellige en warme herberg, maar ze hebben geen kamers. Ik vertel de gastvrouw hoe de hoteleigenaar in Chevenon mij voor het lapje hield door te beweren dat je in deze auberge kon logeren. Zij brengt het probleem in de groep en alle stamgasten doen hun best een oplossing aan te dragen. Ik hoor ze namen noemen van dorpsgenoten waar ik misschien onderdak zou kunnen vinden.
- Vous avez une tente?
- Non, seulement un sac de couchage.

Nieuw overleg. De vrouw vraagt iets aan haar man, doch hij schudt pertinent van nee. Ik begrijp dat ik hier van mevrouw wel mag blijven slapen, maar haar man wil het niet. Het eindoordeel luidt dat er voor mij geen plaats is in Fleury.
- Y a-t-il une autobus?
- Pas aujourd'hui.


Vandaag is het zaterdag. Ik bel met de toeristenburo's in Nevers en Decize. Beide gesloten. Aan de bar gaan de discussies door. Het zit ze niet lekker. Mij maakt het allemaal niet zoveel uit. We zien wel. Voorlopig zit ik hier goed. Ik bestel een tweede pot thee en begin hotels in Decize te bellen. Eerst Hôtel l'Agriculture. Vol. Dan Hôtel du Commerce. Daar reserveer ik een kamer.
- Vous arrivez quand?
- C'est difficile à dire. Il faut faire de l'autostop. Sept heures peut-être.

Het is nu vijf uur. Twee uur de tijd om naar Decize te liften. De vrouw van de baas komt met het genereuze aanbod mij met de auto naar Decize te brengen. Heel aardig, maar ik ga eerst proberen te liften. Als het binnen een half uur niet lukt, kom ik terug.
- D'accord?
- D'accord.

Het lukt binnen drie minuten. Sjieke wagen. Monsieur et madame Courtois. Ze komen terug van een trouwerij in Nevers. Kennissen hebben elkaar eeuwig trouw beloofd in Église St-Étienne. De vrouw voert het woord. Ze roemt het oude kerkje dat zeer in trek schijnt te zijn bij bruidsparen en vraagt of ik bekend ben in Nevers.
- Mais bien sûr!
Dat kerkje heb ik gisteren bezocht.
  Het gesprek komt op de wandeling uit Nederland. Hun zoon is ook een wandelaar. Hij is van plan om ooit nog eens van Vézelay naar Santiago de Compostela te lopen. De vrouw meldt het zo enthousiast dat ik even de indruk krijg dat hij de pelgrimstocht al heeft volbracht. Navraag leert dat hij het alleen nog maar van plan is. Het voornemen van hun zoon om naar Santiago te lopen vinden ze geloof ik indrukwekkender dan de wandeling die ikzelf in werkelijkheid heb afgelegd. Is het misschien ook wel. Ik ken die zoon niet. Fransen zijn soms moeilijk te volgen. Fantasie en werkelijkheid lopen door elkaar.
Mevrouw Courtois maant haar man om iets voorzichtiger door de bochten te scheuren. Tegen mij zegt ze dat haar man altijd hard rijdt, hoewel ze absoluut geen haast hebben. Onze coureur bromt wat en begint over Decize te vertellen. Hij vraagt of ik in mijn opleiding iets over de veroveringen van Caesar in Gallië heb gehad - la guerre des gaules.
- Très peu.
- Aah. C'est dommage.

En hij vertelt dat Decize heel strategisch is gelegen op een eiland in de Loire. Voor de Romeinse tijd was het al een Keltische vesting. Julius Caesar is er ook geweest. De Fransen kennen hun geschiedenis.
Eigenlijk moet het echtpaar onderweg ergens rechtsaf, maar bij nader inzien brengen ze me even naar Decize zodat meneer Courtois zijn college kan vervolgen. We stoppen voor Hôtel l'Agriculture aan de Route des Moulins en geven elkaar een hand bij wijze van afscheid. Aardige lui.
En zo loop ik dan nauwelijks een half uur na de telefonische reservering Hôtel du Commerce binnen. Een vrouw met paardestaart geeft me kamer zeven. Ze doet me denken aan de moederoverste uit La Ferté. Niet vanwege die paardestaart, maar vanwege de overslaande stem en overdreven manier van doen. Verder is ze heel aardig.

Het regent nog steeds. Op het plein voor het hotel zijn mannen bezig de kermis af te breken.